Nierpatiëntenweek

Voor nierpatiënten geldt het adagio “geen of heel weinig zout”. Dat weet iedereen. Maar dat er ook een andere “must” is, waar men zich aan te houden heeft, wordt wel eens vergeten: eiwitten! Eiwitrijk voedsel is van groot belang!

De jaarlijkse week, waarin veel aandacht voor nierpatiënten wordt gevraagd, is weer voorbij. Duizenden medewerkers hebben gecollecteerd en op andere wijze zorg gegeven aan medemensen met een nierprobleem. Er moet nog veel onderzocht worden om tot betere oplossingen te komen zoals de draagbare nier. Dan hoef je niet meer drie keer in de week naar het ziekenhuis om gedialyseerd te worden. Voorlopig zit dat er nog niet in, dus zien ze me elke week weer komen in het Maasstad Ziekenhuis.

Voor nierpatiënten geldt het adagio “geen of heel weinig zout”. Dat weet iedereen. Maar dat er ook een andere “must” is, waar men zich aan te houden heeft, wordt wel eens vergeten: eiwitten! Eiwitrijk voedsel is van groot belang! Dat wil dus zeggen: om de dag een ei en elke dag een stukje vlees. Om het mijn vrouw en mijzelf natuurlijk gemakkelijker te maken, heb ik een menulijst samengesteld.
Mocht u andere suggesties hebben, dan kunt u die onderstaand doorgeven.

29 mogelijkheden voor een warme maaltijd van
dialysepatiënt Flip Kroes

andijvie stamppot met spekkies
andijvie gestoofd met succadelapje
bami
bieten met ribkarbonade
couscous
frites met komkommersalade
groentesoep
hutspot met verse worst
kabeljauw……..
kippensoep
kool (witte/groene) met slavink
koolvis met worteltjes
macaroni
lasagne
pannekoeken met appelmoes
pap (havermout/ griesmeel/ graan)
prei met hachee
rode kool met appeltjes en gehakt
rijst met gebakken kippenstukjes
slamelange met gebakken aardappeltjes en Duitse biefstuk
slaboontjes met tartaar
spinazie met rundvlees
spitskool met hachee
spruitjes met rundvlees
tomatensoep (dik) met balletjes
viscuisine
witlof met ham en kaas
witlof (salade)
zuurkool met spekkies en speklappen

55 jaar in lief en leed verbonden

Op zondag 19 april waren we 55 jaar getrouwd! Wat en tijd, wat een belevenissen, wat een rijkdom aan ervaringen, lief en leed! We zijn er heel dankbaar voor en kunnen oprecht zeggen: “DANK, DANK GOD, VOOR DIE GENADE!”

Op zondag 19 april waren we 55 jaar getrouwd! Wat een tijd, wat een belevenissen, wat een rijkdom aan ervaringen, lief en leed! We zijn er heel dankbaar voor en kunnen oprecht zeggen: “DANK, DANK GOD, VOOR DIE GENADE!” Op Face Book had onze dochter Pien het al beschreven: “zaten we heerlijk buiten in het zonnetje koffie/thee met een petitfour te eten. En ook erna zaten we nog tot 17 uur heerlijk na te kletsen met een drankje. Al met al een geslaagde middag!” Waar dat was? In restaurant “De Binnenmaas” te Mijnsherenland. Het was een middag vol verrassingen! Toen we er om half twaalf binnenkwamen, zei de ober: “Wilt u niet naar buiten gaan? Op het terras is het al lekker, uit de wind.” En ja hoor, de zon scheen volop, eerst hadden we de jas nog aan, maar al gauw werd die uit gedaan. Het was echt een verrassing, want de weersvoorspelling voor die dag was niet zo bijzonder. Toen iedereen er was, zijn we naar binnengegaan voor de brunch. Dat was zo gezellig, dat we pas om half vier klaar waren! We zijn toen weer naar buiten gegaan. Enfin, Philippien heeft dat al hierboven beschreven. We waren tegen half zes weer thuis, helemaal verzadigd en ook een beetje moe.

11140163_487684898049503_6801349353853173228_o

Als herinnering aan die dag en ons 55 jarig samenzijn heeft onze oudste kleindochter een mooi gedicht geschreven (op Face Book):

Hunebedden
Hé, wil je een boterham?
Zei je tegen mij
Ik dacht
Ik zag je staan
Je viel me hier zo op
Zo jong tussen de oudheid
Ik zag je naar mijn boterham staren
En ik dacht wie weet
Wie weet over een jaar of tien
Wie weet zie je mij dan nog wel staan
En wie weet over een jaar of vijfenvijftig
Wie weet dan nog steeds wel misschien

10321798_487684984716161_6009184486433020210_o

Jubileum reuma

Het is dit jaar 35 jaar geleden, dat de reuma zich bij mij aandiende. Dat is dus 7 keer 5! Het zevende kroonjaar! Echt  wel iets om even bij stil te staan, is ’t niet?

Het is dit jaar 35 jaar geleden, dat de reuma zich bij mij aandiende. Dat is dus 7 keer 5! Het zevende kroonjaar! Echt wel iets om even bij stil te staan, is ’t niet?

Het is begonnen in 1978. Ik kreeg pijn in mijn rechtervoet, beginnend in het scharnier-gewricht en doorlopend naar de hele voet. De dokter dacht eerst aan jicht. We woonden toen in Haarlem (Noord) aan de Pijnboomstraat. Het vervelende was, dat ik toen juist een beroep naar Wilhelminadorp had aangenomen. Het zou een gecombineerde functie worden met het pastoraat in het verpleeghuis Ter Valcke te Goes. Ik kon me dus niet goed veroorloven juist nu ziek te worden!  Maar ja, het was niet anders. Wij vertrokken met een zere voet naar Goes, waar we ons eerste koophuis betrokken. Daar belandde ik direct in het ziekenhuis voor een kijkoperatie. Ze hebben een stukje uit de voet gehaald en onderzocht op reuma. En ja hoor, sporen van reuma werden duidelijk gesignaleerd. Daar kreeg ik toen medicijnen voor, echt gemeen spul, maar het hielp wel wat. Ondertussen was ik natuurlijk in de Ziektewet beland. Ik weet nog, dat er iemand bij mij aan huis kwam om er over te praten. Ik gaf toen aan liever aan het werk te gaan. Maar ja, hoe moet dat dan? Ik zei: er zijn toch elektrische rolstoelen. “Maar wilt u dat dan?” vroeg de man. “Ja zeker, dan schuif ik toch gewoon bij de mensen in het verpleeghuis aan!”. Nou, dat was dan opgelost, ik kon aan het werk. U begrijpt wel, dat ik blij was, toen de proeftijd van drie maanden zonder kleerscheuren voorbij was gegaan!

Ik heb het er 16 jaar volgehouden, maar was wel blij dat ik er in 1994, op m’n zestigste uitkon. In die tijd kon je, als je tenminste 10 jaar in dienst was geweest, met 60 jaar in pensioen gaan. Wat een weelde hé? Dat ik nu al weer 19 jaar gepensioneerd ben, wat een voorrecht!  Ik had het nooit kunnen denken! Dan zeg ik maar, omhoog kijkend, “tel uw zegeningen”.

Man met hoed

De eerste winkel, die we tegen kwamen, was er een van hoeden en petten. Dat trof, want we hadden al lang in Rotterdam naar een nieuwe hoed voor mij uitgekeken, maar niet gevonden. Of ze waren te klein of niet mooi genoeg! Maar hier was een overvloed in maten en kleuren en vormen!

Wij zijn op zaterdag de 14e september naar Schoonhoven geweest, met de Nierpatiëntenvereniging Rijnmond. We vertrokken met de “Merlina” uit de haven van Spijkenisse. Het werd een lange vermoeiende dag: van half tien tot acht uur! Vier uur varen heen en vier uur terug, van 2 tot 4 uur verblijf in de “zilverstad”. Onderweg, in de boot, werden we verwend met lekkere drankjes en hapjes, inclusief een geweldige uitgebreide lunch met een kroket toe! Ondanks de voorspellingen viel het weer mee. In Schoonhoven miezerde het een beetje. Maar dat gaf geen krimp, want iedereen had uit voorzorg een paraplu meegenomen. De eerste winkel, die we tegen kwamen, was er een van hoeden en petten. Dat trof, want we hadden al lang in Rotterdam naar een nieuwe hoed voor mij uitgekeken, maar niet gevonden. Of ze waren te klein of niet mooi genoeg! Maar hier was een overvloed in maten en kleuren en vormen! Met de nieuwe hoed op het hoofd togen we verder de stad in, op zoek naar een pinautomaat, die we eindelijk vonden in de Hema. Toen konden we de hoed afrekenen en weer verder gaan. Joke hield ons gezelschap. Zij wilde perse de rolstoel duwen, een hele klus, zo’n man van 100 kilo over de kinderkopjes van de oude stad! We kwamen langs een grote goud- en zilversmid en gingen daar naar binnen. Ik had een nieuwe hoed en ik vond dat mijn lieve vrouw ook wat moest hebben! Zij had al heel lang gezocht naar een “Zeeuwse” ring met rode kralen, die paste bij haar Zeeuwse sieraden (hals- en polssnoer). En, wat een tref, hier vond zij er één. Hij was wel wat klein voor haar stoere vinger, maar dat kon vergroot worden. Dus gauw gekocht en betaald. Toen we de winkel verlieten, stak een hevige wind op, die mijn nieuwe hoed meenam, zo plons het water van de “Haven” in! Daar lag hij te drijven tussen kroos en modder! Gelukkig was Joke, kordaat als zij is, bij zinnen. Zij sprong het talud af en kon nog net met de stok van haar paraplu de hoed te pakken nemen. We waren nog vlak bij de winkel en hebben de hoed dus teruggebracht. De mevrouw van de hoedenzaak heeft hem toen weer gefatsoeneerd. Op de terugreis werden we opgevrolijkt met een heerlijk aperitiefje en daarna een diner met vele facetten en smaken. Uit tal van gerechten viel er een keuze te maken, te veel om op te noemen. Al met al was het een geweldige dag, waar we nog heel lang een mooie herinnering aan zullen bewaren!

Met vakantie: Dubbel pech

Toen we uit Barendrecht vertrokken, op vrijdag 10 juli, had ik al koude rillingen. Aangekomen in ons huis(je) te Eerbeek, kroop ik gelijk onder de deken. De volgende ochtend bleek de oorzaak van mijn ziek voelen: wondroos. Mijn linker arm was vuurrood. Omdat we toch ’s middags naar het ziekenhuis moesten voor de dialyse, heb ik verder geen actie ondernomen.

We waren met vakantie in Eerbeek, in een mooi park van Landal Greenparks, Coldenhove.

Toen we uit Barendrecht vertrokken, op vrijdag 10 juli, had ik al koude rillingen. Aangekomen in ons huis(je) te Eerbeek, kroop ik gelijk onder de deken. De volgende ochtend bleek de oorzaak van mijn ziek voelen: wondroos. Mijn linker arm was vuurrood. Omdat we toch ’s middags naar het ziekenhuis moesten voor de dialyse, heb ik verder geen actie ondernomen. Ik dacht wel antibioticapillen mee te krijgen, zoals dat in het verleden wel vaker gebeurd is. Maar de dienstdoend arts vond het beter, dat ik me na de dialyse zou melden bij de “spoedeisende hulp”. Met het aanprikken ging het ook al niet goed, een slecht voorteken? Op de “spoedeisende hulp” gaan ze je helemaal onderzoeken, bloed afnemen enz… Dat duurt maar en duurt maar! De taxi moesten we twee keer naar huis sturen. Tenslotte kwam er een internist, die me ernstig aankeek en zei: “Ik laat u niet gaan, ik neem u op”. Het was toen al over twaalven. Om half twee lag ik eindelijk in mijn bed! Nadat ze een infuus hadden aangebracht voor de antibiotica.  Ik moest vier dagen aan het infuus liggen, voordat ik weer naar huis terugkeren kon. Gelukkig konden ze me dinsdagochtend dialyseren in plaats van ‘s-middags, zodat ik die middag weer kon vertoeven in ons vakantiehuis, onder de schaduwrijke bomen.

De dag daarna, op woensdag, hebben we de begraafplaats waar onze ouders  begraven liggen, “Heidehof” in Ugchelen, bezocht. Op donderdag moest ik weer dialyseren en op vrijdag hebben we mijn broer en familie bezocht in Laren (Achterhoek).

Toen sloeg het noodlot weer toe! Vrijdag ‘s-avonds voelde Tilly de shunt niet meer. In de geneeskunde is een shunt een “niet-normale” verbinding tussen twee delen van het lichaam waar vloeistof doorheen kan stromen. Bij mij is die aangebracht in de linker bovenarm. Een shunt ten behoeve van nierdialyse maakt het mogelijk een dialysemachine aan te sluiten op de bloedbaan van de patiënt.
Bij mensen die door nierfalen aangewezen zijn op nierdialyse moet de dialysemachine met daarin de kunstnier worden aangesloten op de bloedbaan van de patiënt. Een normaal bloedvat is hiervoor ongeschikt omdat deze snel beschadigd raakt. Ook is een normaal bloedvat te klein waardoor er te weinig bloed doorheen kan stromen (bij hemodialyse moet er in ongeveer vier uur 40 a 60 liter bloed doorheen stromen!).
Er bestaan veel verschillende soorten shunts, maar veel voorkomende zijn de shunts waarbij een verbinding wordt gelegd tussen een ader en een slagader. Normaal gesproken vloeit het bloed niet rechtstreeks van een slagader in een ader. Bij een dergelijke kunstmatige shunt zal door de bloeddruk in de slagader de ader groter worden.

Als je je vinger op de plek van de shunt houdt, kun je de shunt voelen kloppen. Maar goed, op die vrijdagavond voelde mijn Tilly dus de shunt niet meer. Zij heeft heel gevoelige handen. Zelf heb ik die shunt nog nooit gevoeld. Omdat we toch de dag er op naar het Gelre-Ziekenhuis in Apeldoorn moesten om weer gedialyseerd te worden, hebben we verder geen actie ondernomen. Aangekomen in het ziekenhuis schrok de broeder, die mij zou aanprikken al van het verhaal, dat ik natuurlijk vertelde. Hij ging direct voelen, en ook hij voelde niets. Grote paniek! Ik moest direct naar het Maasstad-Ziekenhuis in Rotterdam, waar ik normaliter dialyseerde. In Apeldoorn konden ze mij verder niet helpen. De kinderen hebben mij er toen naar toe gebracht. Ik werd opgenomen op “Medium-Care”. Men wilde proberen door spoeling met een verdunningsmiddel de bloedstolling in de shunt weer te openen. Weer aan het infuus! Ik mocht drie dagen mijn shuntarm geen millimeter bewegen. Wat een ellende! Elke 6 uur bloed prikken, terwijl er geen ader meer te vinden was! Op maandagochtend werd gekeken hoe ver de stolling al verdwenen was. Helaas, nog niet genoeg. Dus plakten ze er nog 6 uur bij. Toen, op maandagmiddag rond drie uur, kwam het verlossende woord: de shunt was weer helemaal vrij. Ik hoefde niet geopereerd te worden! Met eigen ogen kon ik het zien, want ik lag op Radiologie voor een meters groot scherm. Wat was ik blij!!

Dinsdagochtend kon ik weer gedialyseerd worden en ‘s-middags was ik weer thuis, in Barendrecht. Toen zij een dialysevriend van de Gereformeerde Gemeente mij: “Je bent toch niet boos geweest op de Heere, hè?” Ik zei met oprecht hart: “Nee, ik ben alleen maar dankbaar, want het is toch allemaal goed afgelopen. De Heer zij alleen maar geloofd!”.

In memoriam Toos, Leen, Wil en Jan

Kennelijk is het leven, ook die van een goede buurtgemeenschap, niet eeuwig. Of het moest zijn, dat we gaan van duisternis naar eindlijk eeuwig licht…

God Zelf vertaalt de duisternis
In eindlijk eeuwig licht.
Gezang 447,6 Liedboek van kerken

We gaan van duisternis naar licht. Dat is onze buurtgemeenschap wel gewaar geworden in de laatste twee jaar. Vijftien jaar zijn we nu bij elkaar, in de zojuist gebouwde seniorenwoningen aan de van de Meulenstraat in Barendrecht. Van meetaf aan waren we een hechte gemeenschap. We vierden elkaars verjaardagen, deelden lief en leed, gingen samen naar de chinees en hadden beslist niet in de gaten dat we toch ook al zeventigers waren! Daar kwam verandering in, toen enkele jaren geleden eerst Trudy, de lieve vrouw van Ed, en daarna Jim, onze sportieve overbuurman, de man van Thea, uit het leven werden weggenomen. Dit bracht een diepe schok te weeg. Kennelijk is het leven, ook die van een goede buurtgemeenschap, niet eeuwig. Of het moest zijn, dat we gaan van duisternis naar eindlijk eeuwig licht…

In het afgelopen jaar werd dit nog duidelijker, toen buurvrouw Wil ons het droeve nieuws over hun zoon Jeroen vertelde: bij hem was kanker geconstateerd. Jeroen was de muzikale spil in de familie Groenendijk en zeer geliefd bij al zijn fans. Hij speelde gitaar, speelde in een band en was betrokken bij koorzangmanifestaties. Zijn laatste optreden staat mij nog voor ogen: vorig jaar april bij Paul de Leeuw, die hem nog zo ontroerend heeft toegesproken. Kort daarna overleed hij. Zijn ouders brachten een grote gitaar van rozen naar zijn graf. Er daalde een diepe duisternis van rouw en verdriet over het huis van de buurtjes. Niet lang daarna kwam aan de lijdensweg van buurvrouw Toos, de lieve vrouw van Jaap, een einde. Zuurstofgebrek was de oorzaak van een slepende ziekte. Zij lag thuis opgebaard, een wonder van schoonheid, een blijvende herinnering voor Jaap en de kinderen en kleinkinderen.

Kort er na riep buurvrouw Wil, de spil van onze buurt, de buren bijeen. Zij had iets te vertellen. Het bleek iets zeer ernstigs te zijn: zij had kanker, maar leefde nog wel in de goede hoop dat er iets aan te doen zou zijn. Al gauw bleek, dat dit valse hoop was. Geen enkele behandeling had nog zin. De huisarts moest haar maar begeleiden met pijnstillende middelen. Het was vreselijk om aan te zien, hoe een eens zo sterke vrouw haar kracht verloor. Tot het laatst was zij een troost voor iedereen, die bij haar kwam, zeker voor haar diepbedroefde man Jan. Tegelijk met haar ziekte had zich bij buurman Leen, de stoere man van Arina, ook een soort kanker gevormd, die ongeneeslijk bleek te zijn. Na herhaaldelijke ziekenhuisopnames is hij tenslotte langzaam ingeslapen. Kort na zijn overlijden kwam er ook een einde aan het lijden van Wil. Zo werd de buurt getroffen door twee begrafenissen achter elkaar.

Arina en Jan bleven verweesd achter. Arina, dapper als zij is, ging al snel over tot de orde van de dag, gesteund door haar kinderen en kleinkinderen. Voor mannen blijkt dat moeilijker te zijn. Daar kwam bij, dat Jaap ook problemen kreeg met zijn eigen gezondheid. Jan werd stiller en stiller, wist zich zijn leven geen vorm meer te geven, tot hij tenslotte kon worden opgenomen in een verpleeghuis te Bergen (N.H.), waar dochter Annerien hem veel aandacht kon geven. Daar is hij op vrijdag 28 september gestorven. Op dinsdag 2 oktober hebben wij afscheid van hem genomen, vanuit de Bethelkerk. In de hartverwarmende kerkdienst vertolkte Hans van Gelder, de organist van de Dorpskerk, de opmaat door het vertolken van magistrale Bach-koralen, die ook de liefde van Jan voor de Mattheuspassion tot uitdrukking brachten. Kleinkinderen Spijk en Mees staken de kaarsen aan. Ds. Ketelaar bracht de ontroering van de aanwezigen over met het gezongen Woord uit Taizé:  Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft.

Dochter Annerien memoreerde in haar persoonlijke woord van herinnering en dank de liefde van Jan voor Bach en in ’t bijzonder voor zijn orgelmuziek. Zelf was hij daar uren mee bezig op zijn huiskamerorgel. Hij was ook jaren lid van de Stichting Orgelconcerten Barendrecht en van de kerkelijke Orgelcommissie. In persoonlijke gesprekken over kerk en geloof kreeg ik sterk de indruk, dat hij nog een adept van Klaas Schilder was. Hij had deze inspirerende voorman van de Afscheiding nog leren kennen, toen hij in zijn jonge jaren menigmaal onder zijn gehoor had vertoefd in IJsselmonde.

Onze buurtgemeenschap verliest in alle vier hier herdachte personen een bron van leven en levenslicht, waaruit zij vele jaren heeft mogen putten. Met grote dankbaarheid hebben wij dan ook hier hun namen genoemd. De duisternis zal nog toenemen, de komende jaren, het leven staat nu eenmaal niet stil, wij worden ouder en ouder, zwakker en zwakker. Maar wij mogen weten, wat boven de rouwkaart van Jan staat:

God Zelf vertaalt de duisternis
In eindlijk eeuwig licht.

De snoepjes die geen snoepjes waren

Dat moesten wel heel oude snoepjes zijn, want zij waren verhard en smaakten heel vies, zelfs een beetje bitter. Ik beet ze doormidden, zoals ik meestal doe, en heb de harde schil toen maar uitgespuugd.

Vanmorgen om 7 uur zat ik op de rand van het bed, zoals ik wel vaker doe: om de benen wat beweging te geven. Door het liggen verstijven zij en gaan vooral de knieën veel pijn veroorzaken. Ik nam een paar snoepjes om een wat frissere smaak in de mond te krijgen, met een grote slok water. Allemaal vast ritueel. Maar van wat er dit keer daarna gebeurd is, heb ik geen enkele notie…

Vaag herinner ik me, dat ik wakker werd, omringd door stoere mannen in werkpakken. Ik vroeg me af, wat die hier deden, begreep dat zij mij gingen vervoeren. En wel door het raam van de slaapkamer! Ik brabbelde nog: maar ik heb een traplift, en kreeg te horen: we nemen geen risico dat u daar van af valt. Weer een vage flits: ik lag in een ambulance en een vriendelijke man in een soort uniform vroeg mij of ik pijn had of benauwd was. Dat was niet het geval. Ik probeerde mijn ogen open te houden en vanuit de ambulance de weg te volgen. Toen we een gebouw binnenreden, wist ik dat we terecht waren gekomen in het nieuwe Maasstad- Ziekenhuis in Rotterdam-Zuid. In een onderzoekkamer kwamen allerlei verplegers en doktoren voorbij. De internist stond voor een raadsel, de neuroloog begreep er ook niets van.

Mijn lieve vrouw Tilly had natuurlijk het verhaal verteld: Hoe zij mij lange tijd op de rand van het bed had zien zitten, met de ogen dicht, en mij toen voorzichtig had neergevleid op ons zachte Aupingbed, denkend dat ik wel gauw wakker zou worden. Maar de tijd verstreek en er was bij mij geen beweging in te krijgen. Toen heeft zij onze dochter Alice aan de overkant uit haar bed gebeld. Zij heeft kennis van zaken van gezondheidsproblemen, want zij functioneert als interventieverpleegkundige in de club van Rouvoet: Jeugd en Gezin. Deze kwam spoorslags over en heeft 112 gebeld. In no-time stonden er twee ambulances voor de deur, waarna ook de brandweer zich present meldde. Het was een heel spektakel in de anders zo rustige van der Meulenstraat!

Ik werd overgeplaatst naar het Observatorium, waar de onderzoeken nog even door gingen. Toen het even rustig was en ik begon na te denken over deze bijzondere geschiedenis, herinnerde ik mij dat ik snoepjes had genomen uit een Ricola-busje. Dat moesten wel heel oude snoepjes zijn, want zij waren verhard en smaakten heel vies, zelfs een  beetje bitter. Ik beet ze doormidden, zoals ik meestal doe, en heb de harde schil toen maar uitgespuugd. Pas uren later, toen ik lag na te denken in het ziekenhuis, ging bij mij het licht op: het waren helemaal geen snoepjes geweest! Het waren slaappillen! Ik herinnerde mij, dat ik, toen ik maanden geleden stopte met het slikken van een slaappil (een gewoonte overgehouden uit mijn verblijven in het ziekenhuis vorig jaar), de overgebleven pillen in het doosje van Ricola, gekregen van mijn kleinzoon Robin, had gedaan. Dit was, ik wil u wel vertellen, een Aha-erlebnis, een echte ‘eye opener’!

Opeens werd mij duidelijk, waarom ik zo diep in slaap was gevallen. Het nemen van drie slaappillen zonder omhulsel heeft blijkbaar een verwoestend effect, je wordt totaal gevloerd.

De mensen in het ziekenhuis waren gelukkig niet boos, toen het hun werd verteld. Hoe de ambulance- en brandweermensen zullen reageren als zij dit horen, weet ik niet. Ik hoop maar: zonder rancune. Zoiets kan iedereen overkomen, zegt men dan. Mij toch niet? Denk ik dan weer. Maar toch, het is gebeurd. In het ziekenhuis is de rust weergekeerd. De behandelende verzorgers en doktoren waren opgelucht. Toch alles veel beter zo dan wanneer er iets ernstigs aan de hand was geweest, waar men niet achter kon komen.

Rest mij nog iets over het nieuwe ziekenhuis te vertellen. Het nieuwe Maasstadziekenhuis is heel groot, echt big size, aan alle kanten, hoewel alleen het middendeel uit meerdere etages bestaat. Er is een zorghotel bij en een kraamhotel en allerlei verwante instanties. Het ziekenhuis telt 601 bedden. Hele mooie nieuwe bruikbare bedden, met TV en radio en alle mogelijke apparatuur. Leuk is dat de TV met een beugel kan worden verplaatst. Als je hem nodig hebt: naar voren, en anders naar achteren. Er is een riante aankomsthal met grote borden met de letters van het alfabet, die verwijzen naar de afdelingen. De weg “naar binnen” leidt over brede paden, aderen, zeg maar, van waaruit een netwerk van ruimtes te bereiken valt, allemaal genummerd, rondom een grote wachtkamer, van allerlei luxe voorzien, zoals een leestafel en een koffiebar. Dwars door dit grote complex loopt een Passage met verschillende winkels en een groot La Place restaurant.

Ik zal er nog vaak komen, met al mijn gebreken.

Ja, het was met het dagje wel, een dag om niet gauw te vergeten!

Nieuwe Maasstad ziekenhuis Rotterdam
Het nieuwe Maasstad ziekenhuis in Rotterdam

pastoralekroes.nl jubilieert

Het is jaren geleden begonnen, maar nu komen er elke week duizenden mensen op deze site. In de zomer de helft en met Pasen het dubbele!!

Het is inmiddels jaren geleden dat deze website is opgestart. Eerst nog wat aarzelend met kleine stukjes in Terzijde, maar op 11 augustus 2005 werd de eerste preek geplaatst. In het begin zag ik het helemaal niet zo zitten. Wat moest ik nu met een website? Maar mijn schoonzoon Bart, een bekwame IT-er, zei: doe dat nu maar, u heeft uw hele leven geschreven, waarom zou u dat nu niet meer doen? Ik wierp tegen: maar wie heeft er nu belang bij wat ik schrijf? Hij weer: daar zult u nog van staan te kijken! En dat is uitgekomen: elke week komen er zo’n 2000 mensen op de site (in de zomer de helft en met Pasen het dubbele) omdat ze er bijvoorbeeld vanuit Google naar verwezen zijn. Wat ze zoeken? Uitleg van een Bijbeltekst, troost bij rouwverwerking, Sinterklaasgedichtjes, een stukje kerkgeschiedenis (Luther, Augustinus, gedachten  over euthanasie, Islam en nog veel meer. Enfin, gaat u zelf maar eens kijken! Ook de levensloop van ds. Kroes en zijn kinderen en kleinkinderen komen daarbij om de hoek kijken. Een website kent geen einde, wel een begin. Vijf jaar geleden ben ik er mee begonnen, ik hoop er nog vele jaren mee bezig te zijn. Moge God mij daarin zegenen!

pastoralekroes.nl in 2006

De website in 2006. Klik op het plaatje voor een grotere versie.

websitescreenshot _klein

De website in 2010. Klik op het plaatje voor een grotere versie.

2014-2017. Zo was het de afgelopen jaren, met tussen de 5-7 duizend bezoekers per maand.

 Update juli 2014:

We kruipen langzaam naar het 10 jarige jubileum toe en de website heeft weer een nieuw jasje gekregen.

 Update mei 2017:

Alweer een nieuw jasje!

Weer thuis

Vier doktoren keken dagelijks naar me. Vele lieve zusters hebben me verzorgd en letterlijk opgetild uit bed, want ik kon niets meer, niet (op)staan, geen stap lopen, mijn handen en polsen waren krachteloos, en ook het spreken ging niet meer. Met handspoelingen in de buik, 4 keer per dag, hebben ze geprobeerd het vocht er uit te krijgen. En nu, na bijna drie weken ben ik weer thuis gekomen.

In de week voordat we de gouden bruiloft zouden vieren voelde ik me steeds slechter worden. Daarom hebben we op vrijdag vóór de geplande datum (9 mei) het feest gecanceld en zijn op maandag daarna de spoedeisende hulp van het Maasstad Ziekenhuis binnen gegaan. Daar constateerden ze veel te lage bloeddruk en veel te veel vocht. Dus heel slechte wekende nieren.

Ik heb daarna van alles gehad. Vier doktoren keken dagelijks naar me. Vele lieve zusters hebben me verzorgd en letterlijk opgetild uit bed, want ik kon niets meer, niet (op)staan, geen stap lopen, mijn handen en polsen waren krachteloos, en ook het spreken ging niet meer. Met handspoelingen in de buik, 4 keer per dag, hebben ze geprobeerd het vocht er uit te krijgen. En nu, na bijna drie weken ben ik weer thuis gekomen. De kracht is een beetje teruggekeerd, maar er moet nog veel bijkomen! Ik geniet van mijn heerlijke sta-op-stoel en de studeerkamer en vooral van Tilly. ’s Avonds om 9 uur lig ik al aan bed, want dan sluit het PD-team van het ziekenhuis me aan  (aan de homechoice). Nu de nierdialyse weer is gestart hoop ik snel op te knappen en ook weer regelmatig een stukje te kunnen schrijven op de website.

Een huwelijk met een gouden randje

Maandag 19 april zijn we vijftig jaar getrouwd! Vijftig jaren huwelijk is een heel lange tijd. Je had nooit kunnen denken, dat je zo iets nog mee mag maken. Het is in al die jaren ook niet altijd zo gelopen, als je gewenst of gedacht had. Wie had kunnen denken, dat je via Dongen naar Geleen en dan naar Waalwijk, Haarlem, Goes, Wilhelminadorp en Barendrecht zou gaan?

Flip en Tilly KroesMaandag 19 april zijn we 50 jaar getrouwd! Vijftig jaar huwelijk, een moment om bij stil te staan. Het is geen sinecure, al hoewel het gaat vanzelf. Het is in het licht van de huidige echtscheidingsproblematiek wel iets om trots op te zijn. Je hebt vijftig jaar je best gedaan om er iets moois van te maken, met ups en downs. Maar het meeste is je toch toegevallen: een cadeautje uit de hemel!

We zijn elkaar tegen gekomen in 1956, op een uitje van de Jonge Kerk in Apeldoorn. Dat gebeurde in die tijd wel vaker, de Kerk diende toen nog ergens toe, er waren immers nog geen datingsites! We waren op slag verliefd en dat zijn we 50 jaar lang gebleven. Een jaar later hebben we ons verloofd. Wat waren we trots op onze glimmende trouwringen, die nu nog onze handen sieren.

Drie jaar later, in 1960, zijn we getrouwd. Ik was afgestudeerd en keek uit naar een beroep. Dat was nog niet zo eenvoudig. Want zoals nu predikantenopleidingen worden afgestoten omdat er landelijk nog naar 400 theologiestudenten zijn, zo waren er in die tijd zeker een honderd of 5 boventallig. De Kerk had toen een vorm bedacht om al die aanstaande dominees aan het werk te krijgen: ze werden benoemd als vicaris tegen een aanmerkelijk geringer salaris. Zo kwam ik als vicaris in d vacante Gemeente Dongen-Rijen. Op zich was dit een bijzonder geval. Met een aantal vrienden en hun partners waren we te gast in Rotterdam. Toen we daar op zaterdagavond gezellig bijeen waren ging de telefoon. Het was de oudere collega uit Lage Zwaluwe, die onze gastheer vroeg of hij niet zondag voor hem wilde invallen, daar hij ziek was geworden en een Ringbeurt had te vervullen in Dongen. Ja, daar voelde onze gastheer niets voor, hij had het immers veel te druk met een huis vol mensen. Nadat de telefoon was opgehangen zei ik: dat is me toch ook wat, zoveel dominees bij elkaar en morgen een Gemeente zonder dominee. Nou doe jij het dan, zeiden de collega’s. Goed, zei, ik zal het doen, bel maar op. Ik had pas geleden de proefpreek gehouden en die preek zat nog aardig in m’n hoofd. Zo zijn we ’s zondags ’s morgens naar Dongen getogen. In Rijen werd ik door een ouderling van het station afgehaald. Het werd een hele fijne kennismaking, zo goed, dat ze me direct wilden beroepen. Ik was op slag verliefd op de oude ruïnekerk, waar we kerkten in het koorgedeelte, dat nog overeind was blijven staan. In het middenschip liepen de kippen en in één van de zijschepen woonde de kostersfamilie. Zelf betrokken we de riante villa naast de kerk, waar de wind door de enkel-glas ramen gierde. Het nest werd warm gehouden door 4 kachels en na de eerste winter diende zich jong leven aan: Antoinette Lucia, genoemd naar mijn overleden vader. De kleine Lucy speelde met een stoere kater, Brammetje, geërfd van een collega op de vliegbasis in Gilze-Rijen.

AMVJ Hostel in Geleen 1964.Na twee jaar vertrokken we naar Geleen, om onze intrek te nemen in een appartement boven het AMVJ-hostel. De AMVJ was een voor de oorlogse afsplitsing van het CJV. Heette het vroeger het Amsterdamse Jongelingen Verbond, nu is het meer bekend als de Algemene Jongelingen Vereniging. Uitgangspunt was de jonge mensen tot het Evangelie te brengen via gezelligheid en sport. Daartoe waren er in het land hostels opgericht om werkende jonge mensen, stagiaires en zo, een goede huisvesting te bieden. Zo was er een hostel in Geleen om de stagiaires bij de Staatsmijnen in onder te brengen. Vanwege de geestelijke inbreng werd de leiding van zo’n huis overgedragen aan een predikant. Ik functioneerde ook als zodanig: voor het geestelijk welzijn van de bewoners, voor de organisatie in het huis, de bezetting van de kamers, sport en cultuur en nog veel meer. Een soort vaderfiguur dus! Er was ook een moederfiguur in de persoon van het hoofd van de huishouding. We hadden een bloeiende volleybalvereniging, een bekende jazzsociëteit met onze eigen Circus Square Jazzband (zie de website). Pim Jacobs en het Trio Louis va Dijk waren geregeld bij ons te gast. De kleine Lucy, die niet kon slapen werd door Rita Reijs op schoot gewiegd. Afgelopen zondag zag ik haar nog terug  in een programma van de VPRO, the First Lady of Jazz, die met haar 85 jaar nog de sterren van de hemel zingt! Ik was dus een dominee met Verlof-A en veel management. ’s Zondags ging ik uit om te preken in de omgeving, in onze eerste auto: een rode DKW-junior. Tilly haalde haar rijbewijs en daar heb ik, vooral het laatste halve jaar, veel plezier van!

Waalwijk 1967In 1966 wilde ik wel weer eens naar een gewone Gemeente. Die kans bood zich, toen een hoorcommissie uit Waalwijk zich aandiende. In ons gastvrije huis werden ze heerlijk door Tilly verwend. Het klikte gelijk, en zo verhuisden we na enkele maanden naar Waalwijk. Alice was al in 1964 geboren en nu was Philippien onderweg. In het mooie grote huis te Waalwijk was ruimte genoeg voor drie kinderen, met een prachtige tuin om in te spelen. Ook de grote hal werd vaak als speelruimte gebruikt, zeker in januari, als Alice jarig was. Naast de kinderen om voor te zorgen hadden we een hond, een middenslagpoedel, die Philippien van haar oom in Laren (de beroemde Curlfinch=fokkerij) cadeau had gekregen. Hij heette Edgar en is 15 jaar geworden. Toen we naar Haarlem gingen brachten de verhuizers ook nog een rode kater voor ons mee! Toen waren we al weer 7 jaar verder, in 1973. Lucy moest naar de middelbare school en we vonden dat een mooie gelegenheid te verkassen. Haarlem lag dichter bij de familie. Tilly had een zus wonen in Santpoort en een zus in de Willem van de Bergh-Stichting te Noordwijk. Haar moeder, die na het overlijden van vader Hanschke alleen was achtergebleven in Apeldoorn, voelde er ook wel voor om naar Haarlem te verhuizen. Dat was best heel erg gezellig! Elke zaterdag reden we naar Noordwijk om de zus daar op te halen, om ze bij ons thuis lekker te verwennen en te laten schommelen in de achtertuin. Een dag in de week ging ik naar Tilburg, naar de Theologische Universiteit voor de doctoraalstudie. Nadat ik afgestudeerd was ben ik nog twee jaar naar Utrecht gegaan om de Leergang Pastoraal-klinische vorming te gaan doen, waarmee ik evt. geestelijk verzorger in een zieken- of verpleeghuis kon gaan worden.

In 1978 werd er in Goes een pastor voor verpleeghuis Ter Valcke gevraagd, evt. te combineren met een parttime predikantschap in Wilhelminadorp. Dat leek me wel wat! De kinderen hadden er wel moeite mee om uit Haarlem weg te gaan. We kochten een huis in Goes en hadden ’t er goed naar de zin. Alleen met de gezondheid ging het bergafwaarts, omdat ik problemen kreeg met lopen. Eerst werd aan jicht gedacht, maar na nader onderzoek bleek het Reumatoïde artritis (gewrichtsreuma) te zijn. Het begon in de enkels, toen de knieën en de polsen. Gelukkig had ik in het verpleeghuis een elektrische rolstoel tot mijn beschikking. Ondertussen gingen we ook uitkijken naar betere huisvesting, zodat ik geen trappen meer hoefde te lopen.

De gelegenheid deed zich voor om in Wilhelminadorp zelf een aangepaste bungalow te gaan bouwen. We konden de grond van de Gemeente kopen, maar ons huis in Goes kregen we maar niet verkocht. De huizenverkoop stagneerde net als in deze tijd, met dit verschil dat de rente toen 13% was! We hebben toen de makelaar opgezegd en Lucy heeft eigenhandig een prachtig “Te koop” bord gemaakt. En warempel niet gauw daarna verscheen een dame aan de deur, die het huis wilde bekijken. Het bleek nog een oude kennis uit Geleen te zijn ook! Dat klikte dus direct. Het werd de mooiste dag van het jaar, toen we de handtekening onder het koopcontract konden zetten. In Wilhelminadorp kon toen de bouw worden gestart. Het werd een prachtige semibungalow met een grote slaapkamer beneden, daarnaast de badkamer en een studeerkamer. Een huis met drie toiletten, twee badkamers en 800 meter tuin! Van onze buurman uit Goes kregen we het naambord “Pastorale”, dat nu nog ons huis in Barendrecht siert. Wie had kunnen denken dat we daar nog eens vandaan zouden gaan? Het was een huis voor het leven, zoals ze dat tegenwoordig graag gebouwd willen zien: bereikbaar, toegankelijk en levensbestendig! We hebben er 15 jaar gewoond, van 1981-1996. Toen ons eerste kleinkind geboren werd in Rotterdam-Charlois en ik zelf met emeritaat en pensioen ging, gingen we toch denken aan een verhuizing. Dichter bij de kinderen, want alle drie waren ze uit Zeeland vertrokken. Maar voor het zo ver was heeft Salim nog in zijn eerste levensjaren bij Opa op z’n karretje rondgereden door de polder. Het werd Barendrecht, in een stadse twee-onderéén-kapper.

We wonen hier nu al weer veertien jaar, tot groot genoegen. We konden beneden een studeerkamer maken en we kregen een traplift naar boven. Salim heeft er twee broers bij gekregen en ze zijn toen ook hier komen wonen, binnenkort zelfs in het huis tegenover ons. We hebben een gezellige buurt met hele lieve buren. En we zijn nog met ons tweeën! In al die jaren hebben we er trouwens getweeën voorgestaan. Tilly is een echt geliefde predikantsvrouw. Er heeft eens iemand tegen mij gezegd: uw vrouw had dominee moeten zijn in plaats van u! Haar deur stond altijd voor iedereen open. Zij leidde de vrouwenvereniging en ging met mij op geboortebezoek, rouwbezoek en gewoon huisbezoek. Ach, wat deden we allemaal niet samen! De goede zorg van Tilly was onmisbaar en heeft me altijd de nodige stimulansen gegeven tot op de dag van vandaag. En wat had ik dat ook nodig met mijn zwakke gezondheid. De laatste tijd is die behoefte steeds sterker geworden. En het stemt mij tot grote dankbaarheid, dat Tilly nog in staat is mij zo veel zorg te verlenen.

Vijftig jaren huwelijk is een heel lange tijd. Je had nooit kunnen denken, dat je zo iets nog mee mag maken. Het is in al die jaren ook niet altijd zo gelopen, als je gewenst of gedacht had. Wie had kunnen denken, dat je via Dongen naar Geleen en dan naar Waalwijk, Haarlem, Goes, Wilhelminadorp en Barendrecht zou gaan.

We hebben veel mooie reizen kunnen maken, jaren lang met de caravan en met een zus van Tilly en haar familie uit Zwolle, de laatste jaren in aangepaste hotels in Oostenrijk en Duitsland met twee zussen van Tilly. Wij missen vandaag onze zwagers Bertus, Jan en René, en de lieve vrienden die ons ontvallen zijn. Gelukkig zijn er nog enkele van vroeger aanwezig, zoals Trijnie en Arie uit Nieuw-Vennep, Gererad uit Buren, de neven en nichten die ik nog getrouwd heb en natuurlijk de beide zussen Anke en Ans.

Wie had kunnen voorspellen dat wij drie dochters en zeven kleinkinderen zouden krijgen? Dat ik rond m’n 44e reuma zou krijgen en in een verpleeghuis zou gaan werken? Dat ik na veel malaise van een hartinfarct en gebroken heup tenslotte nog aan de nierdialyse zou komen? Het is maar goed, dat je niet alles van te voren weet! Maar terugkijkend geeft ons dit wel een gevoel van grote dankbaarheid, dat we dit alles met vallen en opstaan SAMEN hebben mogen volbrengen.

Tilly en ik hopen, dat we nog vele jaren in liefde en zorg voor elkaar en voor anderen verbonden mogen blijven. SOLI DEO GLORIA!!

Bach-marathon

Wat vond u van de Bach-marathon op Classic FM? Wat een geweldig programma! De hele dag Bach! Wat zullen Maarten ’t Hart en Paul Witteman en Ronald Plasterk en al die andere minder bekende Nederlanders vandaag genoten hebben!

Fragment bladmuziek J.S. BachWat vond u van de Bach-marathon op Classic FM?

Wat een geweldig programma! De hele dag Bach! Wat zullen Maarten ’t Hart en Paul Witteman en Ronald Plasterk en al die andere minder bekende Nederlanders vandaag genoten hebben!

Natuurlijk is in honderd stukken nauwelijks het totale oeuvre van zo’n muziekgigant te omvatten. Er valt in het programma dan ook wel hier en daar wat af te dingen. Heel veel cantatewerk kwam voorbij. Hoe mooi ook, het ging wat mij betreft toch wat ten koste van instrumentaal werk. Zo kwam de schitterende orgelmuziek van Bach nauwelijks aan bod. En dat terwijl wij toch in de wereld orgelland nummer 1 zijn, met zulke mooie orgels als in Haarlem en Alkmaar. Waarom niet even Albert Schweitzer achter het orgel gezet? En de beroemde Karl Richter? Ook miste ik toch wel de mooie fluitsonates (van Leonhardt) en  Glenn Gould kwam er ook wel wat bekaaid af, terwijl hij toch bij uitnemendheid de Bachvertolker van de vorige eeuw is! Wat mij betreft had het wel minder Angela Hewitt en Murray Perahia mogen wezen!  En dan de zangers: waar was Dietrich Fischer-Dieskau en Fritz Wunderlich? En onze eigen Erna Spoorenberg en Annie Hermes? Al die prachtige liederen van Bach, ik heb ze niet gehoord. Gelukkig kwam helemaal op het eind toch nog Aafje Heijnis met het mooiste Bach-lied dat ik ken: Bist Du bei mir. Ja, ik weet wel, je kunt ook niet alles hebben. En de luisteraars hebben het voortouw genomen. Toch denk ik, dat je met zulke dierbare herinneringen aan het verleden alle mensen een groot plezier had gedaan! Waarom bij al die verschillende items uit de Matthäus Passion ook niet even de befaamde klank van Mengelberg  ten gehore gebracht? Gelukkig, was er ook heel veel nieuws te beleven: namen van jonge en nog wat onbekende musici zoals Tharaud, Anderszewski, Bezaly en onze eigen Janine Jansens en Liza Ferschtman. Ook fijn Ivo Janssen te kunnen beluisteren, een pianist van eigen bodem, die wel eens vergeten wordt. En aardig, dat de oude Yehudi Menuhin nog van stal is gehaald, op een krakende gramofoonplaat!

Ik ben een fan van Classic FM. Bij ons staat de radio de hele dag op die zender afgestemd. Ik hoop, dat ze nog lang in de lucht mogen blijven!

Heeft u hier ook wat op te zeggen, schrijf dan uw bevindingen onderaan in het Forum.

Nieuw leven voor een oude hobby

Het mooie van postzegels is, dat zij een neerslag vormen van de geschiedenis. En die geschiedenis deel ik met mijn 75 jaar grotendeels. Zo pak je er ook weer geschiedenisboeken bij of je gaat zoeken op internet. Ja, zo blijft een mens aan de gang. Dan is ie goed bezig!

Postzegel met hoofden van fam. KroesBij nieuw leven voor een oude hobby heb ik het niet over muziek, want dat is nooit weg geweest in mijn leven. Terwijl ik mij neerzet voor een schriftelijke ontboezeming, trekt de Bach-marathon op Classic FM aan mijn luisterend oor voorbij (gelukkig dat ik nog één goed functionerend oor heb!). Ter linker zijde van mij staat de oude Thorens-125, de Mercedes onder de platenspelers uit de jaren 60. Jaren lang heb ik zijn liefelijke geluid niet kunnen horen omdat hij mankerende was. Maar nu heeft onlangs een echte liefhebber van platenspelers, die ik toevallig (ach, wat heet “toevallig”?) bij de Kringloop ontmoette, hem weer in orde gemaakt. Een dagelijkse genot, een vreugde van tientallen jaren herkenning! Hij speelt als vanouds de sterren van de hemel! Trouwens, alles wat hier op de studeerkamer samen is gebracht, zijn herinneringen aan ver verleden tijden van muzikale rijkdom: de grote B&O boxen (DM 3) en de piepkleine tuner van Sony (ST-80W) en de vele duizenden platen, bandjes, cd’s en video’s. Dat is mijn domein, hier doe ik mijn inspiratie op, omringd door muziek en afgeladen boekenkasten.

De hobby waar ik het met u over wil hebben is het verzamelen van postzegels. Daar heb ik me jaren lang erg mee bezig gehouden, tot de jaren 90. De overgang van het millennium leek me toen een mooie gelegenheid om met postzegelen te stoppen, het werd me ook allemaal een beetje te duur! Maar nu in de laatste maanden, toen ik gedwongen werd veel thuis te zitten, heb ik de albums weer te voorschijn gehaald. Wat een weelde, dacht ik, geweldig, waarom zou ik er niet mee verder gaan? En zo is het gekomen. Ik ontdekte ook, dat er tegenwoordig op internet prachtige websites zijn, waarmee je de verzameling kunt aanvullen, zoals eBay, een soort veiling waarop duizenden postzegels en kaveltjes te koop worden aangeboden. Met online-banking is de koop zo geregeld! Ik verzamel vanouds Nederland, Zwitserland en Duitsland. Toen ik onlangs van een goede vriend een partij zegels kreeg van o.a. Oostenrijk, ben ik ook met Oostenrijk begonnen. Bij de postzegelhandel in Rotterdam kon ik gelukkig een gebruikt album kopen (voor -schrik niet- 4 euro!). Weliswaar is het deel II, maar al vast een goed begin. Ik kijk nu uit naar deel I !

Wie weet heeft u nog iets in de kast liggen of op zolder, waar nooit meer naar wordt omgekeken, laat staan ingekeken. U kunt er mij een groot plezier mee doen! Later wil ik ook nog België gaan verzamelen en de DDR. Het mooie van postzegels is, dat zij een neerslag vormen van de geschiedenis. En die geschiedenis deel ik met mijn 75 jaar grotendeels. Zo pak je er ook weer geschiedenisboeken bij of je gaat zoeken op internet. Ja, zo blijft een mens aan de gang. Dan is ie goed bezig! Af en toe moet je ook je zelf een beetje “updaten”, hè?

Computer crash

Computer stuk, grote schrik, ik zou juist een mooie preek oversturen naar mijn webmaster, maar nee hoor, ook voor een geestelijk woord kwam hij niet opnieuw tot leven…

Wat en schrik! Hij doet het niet meer! Wat ik ook probeerde, ik kreeg hem niet meer aan de praat. Mijn schoonzoon, die het wel en wee van de computer behartigt, had mij er al eens voor gewaarschuwd: Pa, zou je niet eens een nieuw computer gaan kopen…, want je zult zien, eens doet ie het niet meer! Ik, quasi niet-begrijpend, maar hij is pas 3, 4, 5 jaar oud. “Ja juist, zei hij dan, daarom ook!” En nu was het zo ver. Grote schrik, ik zou juist een mooie preek oversturen naar mijn webmaster (weer diezelfde schoonzoon!), maar nee hoor, ook voor een geestelijk woord kwam hij niet opnieuw tot leven. Toen maar direct gebeld en mijn schoonzoon heeft hem opgehaald om hem thuis verder na te kijken. Hij kon nog wel gemaakt worden, maar voor een paar honderd meer had je ook al een nieuwe moderne computer. Dus maar niet langer getwijfeld en gekozen voor zekerheid! Gisteren is hij hier aangekomen en geïnstalleerd. Bart, zo heet die schoonzoon, droeg hem onder zijn arm, een kleine doos, waar alles in zat. Ongelofelijk! Hij is vier keer sneller en heeft wel 5 keer meer opslagruimte en bovendien is hij zeker 8 keer kleiner dan mijn oude, waardoor ik plaatsruimte op mijn bureau overhoud! Het is net een sigarendoos van  vroeger (met van die lekkere bolknakken). Ik heb er de bureaulamp opgezet en zo nog meer plaats gecreëerd! U zult begrijpen, dat ik er zeer gelukkig mee ben. Zo’n anderhalve week computerloos tijdperk valt niet mee hoor!

Maar het zou kunnen zijn, dat er in die periode een paar mailtjes verloren zijn geraakt. Als u dus van mij een antwoord had verwacht, bedenk dan dat ik uw mail misschien niet ontvangen heb. Als het dringend is, stuurt u hem dan nog eens op.

Mijn computer was bijna 5 jaar oud. Zo lang bestaat in juni ook de website. Waar blijft de tijd hè?

De groeten van ds. Kroes.

Dialyse-perikelen

Na de vier weken ziekenhuis ben ik drie weken thuis geweest om te herstellen. Toen vond men het vorige week nodig maar weer eens aan de dialyse te beginnen. Ik ben toen een paar dagen in het ziekenhuis geweest om “proef te draaien”. Dat ging allemaal goed en toen hebben ze de installatie thuis aangelegd en kon ik dus ‘s-nachts thuis dialyseren.  Het mobiele team van het ziekenhuis stond ons hierin bij…

InfuuszakjesNa de vier weken ziekenhuis ben ik drie weken thuis geweest om te herstellen. Toen vond men het vorige week nodig maar weer eens aan de dialyse te beginnen. Ik ben toen een paar dagen in het ziekenhuis geweest om “proef te draaien”. Dat ging allemaal goed en toen hebben ze de installatie thuis aangelegd en kon ik dus ‘s-nachts thuis dialyseren.  Het mobiele team van het ziekenhuis stond ons hierin bij. ‘s-Morgens en ‘s-avonds kwam er een zuster om mij af te sluiten en weer aan te sluiten. Na enkele keren had Tilly dat ook geleerd en was ik dus niet meer afhankelijk van de komst van de zuster. Tegelijk bouwde de zuster ‘s-morgens het apparaat weer op, na eerst alle draden en leidingen te hebben verwijderd, want dat moest elke dag opnieuw gebeuren. Hygiëne gaat boven alles! Keer op keer de handen wassen met sterilon en heel voorzichtig omgaan met de aansluiting op de katheter. Ja, dat is allemaal een heel gedoe hoor! De bedoeling is, dat we dat zelf ook allemaal leren om onafhankelijk te worden. Anders kun je nooit eens ergens heen, om b.v. met vakantie te gaan!

Al direct na de eerste dialyse thuis kreeg ik pijn in de buik. Ik dacht, dat het kwam door de 2 liter vocht, die ‘s-morgens in de buik was achtergelaten (om overdag de dialyse door te laten gaan!). Dat geeft natuurlijk een gespannen gevoel. Ik kreeg vooral pijn rond de “huidpoort”, waar de katheter de buik ingaat. ‘s-Avonds merkte ik, dat het scrotum (de balzak) helemaal was volgelopen. De zuster besloot toen de komende dagen geen vocht meer in de buik achter te laten. Dat hielp niet echt, want de pijn bleef. Na het weekend natuurlijk naar het ziekenhuis gegaan. Daar schrokken ze heel erg van de situatie. Ze vermoedden een liesbreuk. Ik werd toen naar de chirurg gestuurd, die direct constateerde dat er een flinke breuk was, direct onder de huidpoort. Vandaar ook de pijn die ik had!

Enfin u weet hoe dat gaat: van de chirurg naar de anesthesist. Die moest eerst overleg plegen met de cardioloog. Volgende week zal ik er wel meer van horen. Ik hoop maar, dat ze me een beetje gauw van die ellende af kunnen helpen! En dat mijn nieren het nog even uithouden, want dat gaat weer weken kosten eer ik hersteld ben en verder aan de dialyse kan.

Eindelijk weer thuis

Na  precies vier weken in het ziekenhuis gelegen te hebben, ben ik maandag 25 januari 2010 weer thuis gekomen…

Dominee in het ziekenhuisNa  precies vier weken in het ziekenhuis gelegen te hebben ben ik maandag 25 januari weer thuis gekomen.

Vorig jaar, op 28 december, had de huisarts voor mij een ziekenhuisopname geregeld, omdat ik steeds zwaarder werd en dus vocht vasthield. Bovendien kreeg ik ademnood en was de bloeddruk veel te hoog. Dit alles hing samen met mijn steeds zwakker wordende nieren. Ik kwam dus op de afdeling nefrologie te liggen, bij allemaal mensen met nierproblemen. Ik werd direct aan een infuus gelegd om geconcentreerde Butaminide in het lichaam te brengen. Het is een middel, dat vocht afdrijft. In een week tijd was ik 10 kilo kwijt! Ik kwam ook aan de zuurstof te liggen, maar dat was na enkele dagen al niet meer nodig, omdat de benauwdheid over was. Het ging dus allemaal terug, totdat men ondekte, dat het infuus was gaan ontsteken en er een bacterie bij gekomen was. Die moest toen bestreden worden met een ander infuus. Alsof dat nog niet genoeg was, kwam er ook nog een bacterie op de dikke darm, waardoor ik zo’n tien dagen heftige diarree kreeg. Het was vreselijk. Ondertussen had men op het eind van de tweede week stappen ondernomen om de dialyse voor te bereiden, want het was duidelijk dat dit moest gaan gebeuren. De waarden in het bloed waren zo slecht geworden, dat dit geen uitstel meer gedoogde. Dus werd ik geopereerd en werd er een katheter ingebracht. Direct daarop, op zaterdag, werd al met de dialyse begonnen. Ik werd aangesloten aan een dialyseapparaat, zo’n 8 à 10 uur achter elkaar. Dat bracht nogal wat problemen mee, want de dialyse verliep niet vlekkeloos en de wond van de huidpoort lekte. Dit hebben we de derde week doorstaan. Steeds weer het bed uit, vanwege de diarree. Soms hield ik het niet mee en lag de helft op de grond. Het was allemaal zo vernederend en er kwam maar geen eind aan. Er waren ook geen medicijnen tegen. Op het eind van de derde week werd er met dialyseren gestopt, want de wond bleef lekken en was ook gaan ontsteken. Men besloot de wond rust te geven en daarna weer opnieuw met dialyseren te beginnen. In die tussentijd zou ik naar huis kunnen. Ik blij! Maar het was van korte duur, want al gauw kwam een zuster mij vertellen, dat ze in de buik een bacterie hadden gevonden. Ze hadden nl. het wondvocht op kweek gezet en nu was gebleken, dat er een bacterie zat. Die moest natuurlijk weer eerst bestreden worden. Dus ik weer aan het infuus. Na enkele dagen besloot men mij een dubbele dosis antibiotica in te spuiten, zodat ik er een weekje tegen kon en met tabletten naar huis kon. Zo is dus geschied. En nu geniet ik al weer enkele dagen van de huiselijke rust en liefdevolle verzorging van Tilly. Vanmorgen (vrijdag) zijn we nog weer even terug geweest voor controle. Alles was goed, gelukkig, en ze wensten me geluk dat ik maandag naar huis ben gegaan, want inmiddels lagen er drie afdelingen plat, geveld door een nieuwe bacterie met hevige diarree!

Zo zie je maar hoe het gaan kan. Natuurlijk ben ik er nog lang niet. Het is een lange weg om te gaan, maar er is perspectief! Ik sta heel wankel op mijn benen, maar de eetlust is er weer en ik heb ook zin om weer wat te gaan doen.

Ik bedank al die lieve mensen, die mij een kaart hebben gestuurd. De wand boven mijn bed was een fleurig geheel. Ook bedank ik u als u een mailtje heeft gestuurd. Ik ben gisteren uren bezig geweest om alle mailtjes te lezen. Voor de vele telefoontjes, die Tilly heeft ontvangen, de bloemen en andere vormen van meeleven, bedank ik u hierbij. Het is ons beide tot grote steun geweest.

Mooi bloemstuk bij thuiskomst uit het ziekenhuis

Mijn laatste dienst

Op donderdag 10 september werd er aan de voordeur gebeld en een prachtige bos bloemen werd overhandigd. Op het kaartje stond, dat het kwam van de Protestantse Gemeente in Kloetinge, met hartelijke groeten en een beterschapwens voor mijn gezondheid. Wij werden er stil van, mijn vrouw en ik. Het is zo’n geweldig mooie bos met kleurrijke bloemen, dat in één klap de hele kamer werd opgefleurd.

Bloemen van de Protestantse Gemeente KloetingeToen ik op 24 mei in Kloetinge de dienst leidde, kon ik niet beseffen, dat dit -zoals het er nu uitziet- mijn laatste dienst zou worden. Wij stonden toen net voor de vakantie en waren vol goede moed! Dat het op de laatste dag van de vakantie (in het Zwarte Woud) mis zou gaan, had ik toen helemaal niet kunnen bedenken. Ik had trouwens helemaal geen idee, dat ik zo’n slecht hart had. Inmiddels ben ik daar wel achter gekomen! Weken lang heb ik moeten wachten op katheterisatie, maar nu gaat het toch binnenkort gebeuren (op 18 september). We hopen maar, dat zichtbaar zal worden waar het “hartfalen” vandaan komt. Ook, dat er dan iets aan gedaan kan worden!

Op donderdag 10 september werd er aan de voordeur gebeld en een prachtige bos bloemen werd overhandigd. Op het kaartje stond, dat het kwam van de Protestantse Gemeente in Kloetinge, met hartelijke groeten en een beterschapwens voor mijn gezondheid. Wij werden er stil van, mijn vrouw en ik. Het is zo’n geweldig mooie bos met kleurrijke bloemen, dat in één klap de hele kamer werd opgefleurd. Een prachtige afsluiting van zoveel jaren dienstwerk. Het overzicht van de preekplaatsen geeft aan, dat ik in de loop der jaren 38 keer in Kloetinge heb gepreekt. Ik heb het altijd heel bijzonder gevonden, in die mooie oude kerk met dat prachtige orgel.

Vroeger preekte ik vanaf de kansel, de laatste jaren van achter de Avondmaalstafel, maar altijd met veel inspiratie vanwege die schitterende ambiance. Met dankbaarheid zien wij daar op terug. De bloemen, die nu onze woonkamer sieren, zijn even zoveel dierbare herinneringen aan al die mooie momenten, die we samen gehad hebben in Kloetinge’s kerk. Bedankt!

Bloemen van de Protestantse Gemeente Kloeting

In memoriam René Vermeire

…Wij leerden René kennen in Zwolle, waar hij na zijn pensionering was neergestreken. Met schoonzus Ans heeft hij vele reisjes met de touringcar mogen maken, overal heen. Jaren achtereen zijn zij gaan langlaufen in het besneeuwde Oostenrijk.  Dat was zijn lust en zijn leven! Hij was een echte levensgenieter, een blijleven. Hij straalde van nature gezelligheid uit en maakte met iedereen snel contact.

René VermeireOp vrijdag 21 augustus 2009 namen wij afscheid van René, die in de loop van twintig jaar een goede vriend was geworden. Wij leerden elkaar goed kennen in 1989, toen we samen op vakantie waren in Wallis. Voordien hadden we elkaar al eens ontmoet bij de zuster van mijn vrouw in Zwolle, Ans Molenaar. Ans en René waren elkaar tegengekomen in een rouwverwerkinggroep van de kerk, toen hun echtgenoten beide in 1987 overleden waren. Wij waren al gauw met René vertrouwd en hij werd ook in onze familie warm onthaald. Na die eerste vakantie in St. Romain (Wallis) zijn we nog dikwijls samen op reis gegaan. Het was altijd erg gezellig; met een glaasje Obstler en een lekker wijntje uit de streek was het met René overal goed toeven. Na het nuttigen van enig geestrijk vocht kwamen de verhalen los. Als goedgemutste Vlaming, getogen in Hulst, kon hij smakelijk vertellen over allerlei belevenissen in zijn jeugd en zijn latere leven in Bleiswijk, Achterveld en ’t Harde. Hij was op kostschool opgeleid tot onderwijzer. Zijn eerste standplaats kreeg hij in Bleiswijk, waar hij ook zijn vrouw Sjaan mocht ontmoeten. Daar in Bleiswijk weten ouderen nog te vertellen hoe streng meester Vermeire was geweest! Van echtpaar werden zij een uitdijend gezin. Het was een promotie, toen hij in Achterveld verbonden werd aan een Huishoudschool. Hij vertelde, dat hij daar ook vriendschap had gesloten met de plaatselijke bakker, die hij op de vrije zaterdag dikwijls ging helpen in de bakkerij. Ook functioneerde hij als een journalist voor het plaatselijke nieuws in het streekblad. Het waren goede jaren, daar in Achterveld. Maar toen hij hoofd van de school kon worden in ’t Harde nam hij dat aanbod natuurlijk met beide handen aan. Het gezin was inmiddels uitgegroeid tot 8 personen, met studerende kinderen, waardoor inkomensverbetering natuurlijk welkom was. In ’t Harde had hij veel kinderen van officieren uit de kazerne op zijn school. Een gevleugelde uitspraak was steevast: “U bent wel de baas in kazerne, maar hier op school ben ik de baas!”

Wij leerden René kennen in Zwolle, waar hij na zijn pensionering was neergestreken. Met schoonzus Ans heeft hij vele reisjes met de touringcar mogen maken, overal heen. Jaren achtereen zijn zij gaan langlaufen in het besneeuwde Oostenrijk.  Dat was zijn lust en zijn leven! Hij was een echte levensgenieter, een blijleven. Hij straalde van nature gezelligheid uit en maakte met iedereen snel contact. De laatste jaren zijn wij weer samen op vakantie gegaan, naar het land van Bach en Luther rond Suhl, het Erzgebirge met uitstapjes naar Dresden en Prag, Waldeck met een bezoek aan Arolsen (de stad van koningin Emma) en Kassel, See in Tirol bij Landeck, de Harz met Goslar en tenslotte het Zwarte Woud. De laatste twee jaren is ook de oudste zus van mijn vrouw, die weduwe geworden was, mee geweest. Het waren allemaal onvergetelijke vakanties. René zat dan steevast voorin, naast de bestuurder, als copiloot, maar vanwege zijn slechte nachtrust vielen zijn ogen dikwijls dicht.

Ook zijn we nog eens samen naar Hulst geweest. Wat heeft hij daarvan genoten! Zeker ook, toen we op bezoek waren bij een nichtje van hem, die hij sinds zijn jonge jaren niet meer had gezien. Verschillende keren hebben we ook samen de familie in München bezocht, om in de binnenstad een glaasje te drinken op de Domplatz en onder leiding van neef Eelco mooie tochtjes te maken door het wonderschone Beierse land.

De laatste jaren ging het lopen steeds moeilijker. Dat was voor hem heel erg. Hij wilde nog zo graag overal heen en overal bij zijn. Tijdens de laatste vakantie escaleerde dit, zodat zijn linkerbeen werd ingezwachteld en tenslotte, na terugkomst in Zeist, moest worden afgezet. Toen ook het andere been ziek werd zagen de artsen geen kans meer hem te genezen. In een hospice in De Bilt mocht hij zijn laatste levensdagen doorbrengen, liefderijk verzorgd en bijgestaan door Ans, die twintig jaar lief en leed met hem had gedeeld.

De uitvaartdienst werd gehouden in de magistrale St. Jozefkerk in Zeist, waarna hij is bijgezet in het familiegraf in Zwolle. Bij het heengaan van de kist met René uit de kerk sprak de pastoor deze gedenkwaardige woorden (de zogenaamde absoute):

Afscheid nemen is loslaten
En toch nog iets van die persoon in je houden,
Wetend dat je iemand niet vast kunt blijven houden.
Afscheid nemen is ook dankbaar zijn
Dat je zo rijk bent die persoon gekend te hebben,
Dat je hart er vol van is.
Afscheid nemen is dag zeggen
En proberen alleen verder te gaan
Met de steun die je gekregen hebt,
Wetend dat God met je gaat.
Daarom willen wij voor hem
een laatste teken stellen
en daarmee uitdrukking geven
aan ons geloof
dat dit niet het einde is.

Wij besprenkelen hem met gewijd water,
Dat ons herinnert aan zijn doopsel.
Toen klonk zijn doopnaam René Joannes
En is hij op bijzondere wijze kind van God geworden.
Dat de Eeuwige hem nu mag opnemen
voor altijd als Zijn geliefde kind.

We eren zijn lichaam met wierook,
Waarin Gods levensadem en Heilige Geest heeft gewoond,
En ik teken hem met het kruis van Christus,
Dat symbool staat voor ons geloof in licht en eeuwig leven,
God van aarde, lucht, licht en vuur,
Aan U vertrouwen wij het lichaam toe van deze lieve man.
Ga lichtend voor hem uit als een vuurzuil in de nacht.
Beziel ons die achterblijven
Met een geest van liefde, warmte en nabijheid,
En schenk ons de kracht van Uw Zoon,
Die leeft bij U en bij ons voor altijd.
René, ga in vrede, leef in het licht, rust in God,
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Amen.

…meer foto’s.

Herinneringen aan een oude vriend

God is voor mijn oude vriend Jo ook zo’n herder geweest, en daarom had Jo -denk ik- ook iets van een herder. Altijd zorgend. God heeft hem door duistere dalen heengeholpen. En God heeft voor hem de tafel aangericht. En zo kon ook Jo altijd gastvrij uitdelen. Hoeveel kopjes koffie zal hij niet hebben geschonken en hoeveel glaasjes zal hij niet hebben gevuld, tot aan de rand, want -zo zei hij- het bovenste is ook betaald…

Barendrecht, 9.10.98

Beste Jo,

Jo OreelWat hoor ik nou toch over jou? Lig jij in het ziekenhuis? Dat is me toch ook wat! Ik had maandagavond en dinsdagavond en woensdagavond gebeld, steeds geen gehoor. Tilly zei eerst: Jo gaat vroeg naar bed. Dus ik wat vroeger bellen, maar niks hoor. Ik begreep toen dat er iets aan de hand moest zijn, want veel uit huis gaan is er bij jou al lang niet meer bij hè? Daarom Ina en Chiel gebeld, en toen hoorde ik het hele verhaal van die dikke hand en pols. Een mens kan toch soms wat mankeren hé? Dat kun jij er net niet bij hebben, maar ja, daar wordt niet naar gevraagd.

Hoe gaat het nu met je? Zijn ze er al achter hoe ’t komt en wat ’t is? Heeft het iets met de medicijnen te maken soms? Het zal toch geen reuma zijn? Wel goed natuurlijk, dat de doktoren je weer eens goed nakijken en de medicijnen op elkaar afstemmen.

Wij zijn weer tien dagen thuis, na drie mooie weken in het zonnige zuiden. Ja, want toen scheen de zon nog, gelukkig. We zijn met Adrie en Lucy en de beide kinderen Lois en Robin eerst twee weken in zuid Zwitserland geweest, in het Molenhuis boven Sion waar wij al jaar en dag naar toe gaan, en daarna nog vier dagen in het Zwarte Woud, in een hotel. We hebben erg genoten, vooral van de kleine mannen, dat begrijp je. Loisje is al een hele meid, ze wordt volgende week (de 14e) 3 jaar. En Robin is 10 maanden, kruipt over de vloer, pakt van alles, richt zich op en gaat al staan en het zal niet lang duren of hij loopt. En dat terwijl hij op 2 december pas 1 jaar oud wordt!

Bij Alice en de kleine mannen gaat het ook prima. Salim is in juli 6 geworden en is nu naar de “grote school” gegaan. Hij doet erg z’n best om woordjes te “ontcijferen”, zittend achter het oude bureau van Alice. Verder kijkt hij graag naar Walt Disney films. Zo langzamerhand heeft hij de hele collectie (mede door Opa bij elkaar gespaard). Het zijn ook zulke leuke broertjes, ze spelen veel samen, met het ridderkasteel, de vele auto’s van Chadi en de robots van Salim. Die kinderen hebben wat een speelgoed! Wij speelden vroeger met afgebrande luciferhoutjes en oude luciferdoosjes!

Philippien belde eergisteren enthousiast op: Dieni loopt! Nou, dat is me wat! Ze zat er al weken tegen aan, maar dorst steeds niet stapjes “los” te doen, en nu is het dan toch eindelijk zo ver! Echt een feest. Het is zo’n schat van een meisje. Wij zien haar ook elke week, want we moeten verschillende dagen in de week oppassen, en dan poetst Tilly gelijk even het huis! Ze zijn verhuisd van Zoetermeer naar Bleiswijk en hebben nu een eigen woning met een grote zolderruimte voor Bart z’n spullen (computer en zo) en een leuke tuin voor Dieni (en de was). Bart heeft het goed geschoten in Woerden, hij werkt daar bij een software-bedrijf. Hij is daar ongediplomeerd binnen gekomen en haalt nu het ene diploma na het andere. Leuk he?

Met Majid gaat het ook goed. Hij heeft weliswaar geen vaste baan, maar kan toch aardig wat bijschnabbelen. En hij zorgt goed voor de kinderen, is een echte vader.

Zo, nu weet je weer wat over ons leven. Wij hebben het best druk met al die kleine mannen, maar daarvoor zijn we ook naar hier gekomen, ja toch? Het wonen in Barendrecht bevalt ons goed. Natuurlijk, het heeft ook zijn schaduwkanten. En soms denken we met heimwee aan ons mooie huis in Wilhelminadorp. Maar ja, niets op aarde is blijvend, alles vergaat, ook de mens die we zelf zijn. Het komt er op aan om van elke dag iets te maken en de toekomst vrijuit in de ogen te zien. “Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand.”

Daar mag jij ook op vertrouwen, Jo. We hopen, dat je weer gauw thuis zult mogen komen, in je eigen zo vertrouwde omgeving. Zodra we in de buurt komen, zoeken we je op. Volgend jaar mag ik weer in Wilhelminadorp komen preken, dan kunnen we elkaar weer regelmatiger zien, gelukkig.

Heel veel groeten en sterkte van Tilly en mij,

Flip.

 

Crematie Jo Oreel op Vrijdag 6 November 1998

Een innemende vriend is van ons heengegaan.

Hij had de harten van velen gestolen. Hij was jullie broer en zwager, jullie oom, jullie vriend. Hij was gewoon “Jo”, zoals we hem allemaal gekend hebben. Je kon altijd bij hem terecht en hij was nooit te beroerd om iets voor je te doen, iets aan je te geven. Hij kon eigenlijk alles missen. Voor zichzelf was hij niet veeleisend, integendeel, hij gaf liever weg. Zo’n man was hij!

We zullen hem daarom allemaal erg missen. Want zulke mensen zijn er niet veel. Je komt ze maar zelden tegen. We zullen hem missen, zijn vriendelijk gezicht, zijn zorgende handen, zijn warmte en meeleven.

Johannes OreelHij was de hoeder van het ouderlijk huis. Als je bij hem kwam, dan was je thuis. Het was er altijd nog net als -zeg maar- 20 jaar geleden. Met het enige verschil, dat vader en moeder er nu niet meer bij waren. Toen, 20 jaar geleden, heb ik hen voor het eerst ontmoet, bij de kennismakingsronde als predikant van de Gemeente te Wilhelminadorp. Een hecht drietal, Brechtje, Johannes en Jo. Het was van meet af aan goed toeven daar. Aan het Zeeuws moest je even wennen, maar de hartelijkheid en warmte straalde je tegen. Af en toe met een kritische noot van vaders kant, als het over de kerk ging, maar dat werd direct door moeder Brechtje gecorrigeerd. En Jo? Die deed er het zwijgen toe. Hij dacht zo het zijne ervan, maar zei niets. Zo was hij. Hij had een hekel aan moeilijkheden. Een hard woord kwam niet van zijn lippen. Moeder overleed, de ziel van het gezin, en de beide mannen bleven achter. Maar gelukkig niet eenzaam en verloren. Zij gaven steun aan elkaar en het leven ging gewoon verder. Huishoudelijke taken werden meer en meer door Jo overgenomen. En dat kon hij goed! En dochter Ina hield een oogje in het zeil en sprong zo nodig bij, steeds meer en meer.

Jo ging niet veel uit. Je moest hem eigenlijk het huis uittrekken. Na het overlijden van vader werd het er niet beter op. “Wat zou ik ergens anders doen? Laat mij maar thuis blijven! Daar heb ik m’n aard.” En dat had hij. De auto kwam nauwelijks meer van stal. Maar in de tuin was hij dikwijls te vinden. Hoe vaak heeft de telefoon bij ons niet geklonken: “Daar staat weer wat gereed”. En dan wist je wat je te doen stond: gauw naar Westhavendijk 80. Boontjes, sla, komkommers, kolen, wortelen en die lekkere zelfgemaakte zuurkool, alles stond op gezette tijden “gereed”. En onze vrieskast was welhaast te klein om het alles te bevatten. Maar wat was het gezellig! Wat was het leven toen goed.

Voor Jo, voor Vader, voor ons en vele anderen.

De laatste jaren had Jo geen lucht meer. Hij moest de tuin afbouwen, hoe erg hij het ook vond. En de pas nieuwe auto bleef op z’n plek. En Jo kwam aan de zuurstof. Een triest beeld voor wie hem opzocht. Maar hij sloeg er zich dapper doorheen, blij dat hij nog “thuis” kon blijven. Hij kreeg veel medicijnen, die nu en dan in het ziekenhuis moesten worden bijgesteld. Tot enkele weken geleden er weer een ziekenhuisopname kwam, die geen thuiskomst heeft gebracht. Tenminste niet naar de Westhavendijk. Ik geloof wel: een andere Thuiskomst, die bij God in Zijn hemelrijk. En ik denk, dat Jo daar ook vertrouwen in had. Je hoeft geen kerkmens te zijn om toch vertrouwen te hebben op de God van het Leven, die je Thuis haalt.

En daarom lees ik voor u de woorden van Psalm 23:

De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren;
Hij verkwikt mijn ziel.
Hij leidt mij in de rechte sporen
om zijns naams wil.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad,
want Gij zijt bij mij;
uw stok en uw staf, die vertroosten mij.
Gij richt voor mij een dis aan
voor de ogen van wie mij benauwen;
Gij zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des heren verblijven
tot in lengte van dagen.”

God is voor Jo ook zo’n herder geweest, en daarom had Jo -denk ik- ook iets van een herder. Altijd zorgend. God heeft hem door duistere dalen heengeholpen. Ik denk aan het verlies van zijn werk, het verlies van zijn ouders, en tenslotte het verlies van zijn gezondheid. En God heeft voor hem de tafel aangericht. En zo kon ook Jo altijd gastvrij uitdelen. Hoeveel kopjes koffie zal hij niet hebben geschonken en hoeveel glaasjes zal hij niet hebben gevuld, tot aan de rand, want -zo zei hij- het bovenste is ook betaald.

In zovele herinneringen blijven we met Jo verbonden. Het was goed om hem als broer en oom en vriend te hebben. We hebben van hem kunnen leren en wat belangrijker is: van hem kunnen houden. En wat in liefde met elkaar is verbonden, vergaat nimmermeer. Zo zegt de apostel Paulus het in 1 Korinthe 13. Dat is ook onze eigen ervaring.

Ons leven gaat verder. Maar het zal toch anders zijn, zonder Jo. Het ouderlijk huis is er niet meer. De neven en nichten worden op 1 januari niet meer verwacht, om het Nieuwjaarscadeautje in ontvangst te nemen. Er is geen koffieuurtje meer op zondagochtend bij Jo. En er komt geen telefoontje meer met het zo vertrouwde geluid “Met Jo”.

We zijn dankbaar voor alles wat we in Jo hebben mogen ontvangen, en zijn naam zal nog dikwijls genoemd worden, dat is zeker.

Ondertussen mogen ook wij vol vertrouwen verder leven, want

“Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.”

Gez.293 vs.4

Gebed 

In de stilte van dit afscheidsuur komen wij tot U, o God, om Jo Oreel aan U toe te vertrouwen. Wij bidden U of U verder voor hem zorgen wilt in het nieuwe leven dat hem wacht. En wij danken U voor alles, wat U ons in hem geschonken hebt. Zijn vriendschap en trouw in zovele dingen, zijn zorgzaamheid en hartelijkheid, te veel om op te noemen. Dank U, Vader, daarvoor. En wilt U nu met ons meegaan en ons begeleiden in de dingen die komen gaan. Geef ons uw kracht in het verlies, dat we te dragen hebben. En laat ons leven veilig bij U geborgen wezen.

Amen.

Bericht van Ds. Kroes

Op de laatste dag van onze vakantie in het Zwart Woud kreeg ik het zo benauwd, dat de Notarzt er aan te pas moest komen en ik stante pede werd opgenomen in het ziekenhuis te Waldshut, op de grens van Zwitserland. Ik bleek een veel te hoge bloeddruk te hebben en veel vocht achter de longen. De dokter sprak van “onbalans” van het hart…

Op de laatste dag van onze vakantie in het Zwart Woud kreeg ik het zo benauwd, dat de Notarzt er aan te pas moest komen en ik stante pede werd opgenomen in het ziekenhuis te Waldshut, op de grens van Zwitserland. Ik bleek een veel te hoge bloeddruk te hebben en veel vocht achter de longen. De dokter sprak van “onbalans” van het hart. Na een week mocht ik naar huis, maar niet met de eigen auto. Nee, ik moest vervoerd worden per ambulance. Dat werd een lange reis dwars door Europa tot Rotterdam, waar ik ’s avonds werd opgenomen in het ziekenhuis. Daar heb ik een week gelegen. Toen mocht ik naar huis met vochtbeperking en medicijnen. Al met al een hele toestand! Ik bleek “hartfalen” te hebben, een gevolg van het hartinfarct van 6 jaar geleden. Hoe erg het is, zijn ze nog aan ’t onderzoeken. Ik ben twee keer door de scan geweest. Nucleair onderzoek noemen ze dat. De uitslag ervan krijg ik pas te horen, als de cardioloog terug is van vakantie. Voor ons betekent dat in spanning afwachten. Ik houd me in ieder geval erg rustig. Trouwens: elke inspanning is me te veel. Ik zak zo door m’n knieën. het lijkt wel of alle kracht uit m’n lichaam verdwenen is. Ja, zegt de hartfalen-verpleegkundige dan, dat is geen wonder, want als het motortje niet goed werkt…

In ieder geval zal het zo zijn, dat ik voortaan rustig aan zal moeten doen. Bovendien staan mij (als dat nog mogelijk is!) twee knieoperaties en nierdialyse te wachten. Het is daarom beter dat ik verder geen verplichtingen meer aanga. Daarom heb ik de 49 preekbeurten, die nog in mijn agenda open stonden, aan de verschillende Gemeenten teruggegeven, met pijn in het hart. Ik heb me zelf wijs gemaakt, dat het er toch eens van moest komen. Het is geen schande om met 75 jaar te stoppen.

Op mijn website zal ik D.V. nog wel eens een preek en meditatie plaatsen. Ik heb nu 49 jaar vanaf de kansel het Woord mogen verkondigen, mogen daar “digitaal” nog een paar jaartjes bijkomen! God zegene u allen!

Met de Maltezers dwars door Europa

We waren tegen half tien uit Waldshut vertrokken en kwamen om half negen ’s avonds in Rotterdam aan. Wat een tocht! En dat alsmaar liggend op een smalle brancard in een ambulance! Gelukkig waren de ambulanciers aardige en spraakzame mensen: Martin en Dorothea. Zo kwam ik ook veel te weten over de Maltezers, die we eigenlijk in Nederland niet zo kennen.

Flip en Tilly in het ziekenhuis in WalshutOp de laatste dag van onze vakantie in het Zwarte Woud kon ik bij het opstaan bijna geen lucht meer krijgen. Daar had ik de laatste dagen al vaker last van, ’s nachts. Het was nu zo erg, dat mijn vrouw de Notarzt heeft opgebeld. Het was immers op zondag en de huisarts was niet te bereiken. Na slechts enkele minuten kwam er een ambulance aangereden en daarachter de dokter. Die besliste dat ik naar het ziekenhuis moest, 25 km verder op in Waldshut. Het lag daar op de grens met Zwitserland, vlak langs de Rijnoever. Mooi uitzicht en heel aardige mensen! Maar daar ging het natuurlijk niet om. Ik wilde weer graag ademhalen! Bij onderzoek bleek er heel wat aan de hand te zijn: veel te hoge bloeddruk, vocht achter de longen en een uit balans geraakt hart. Ik kreeg natuurlijk direct medicijnen toegediend via een infuus en zuurstof “uit de muur”. Ook werd ik op vochtbeperking gezet. Na enkele dagen kon ik weer lekker diep adem halen, een hele opluchting! Mijn vrouw was gebleven en een schoonzoon was overgekomen om mijn vrouw te ondersteunen. Ik wilde wel weer naar huis, maar het ziekenhuis wilde me niet zo maar laten gaan. Ik moest doorbehandeld worden in Rotterdam. Na heel veel heen en weer gebel werd besloten, dat ik vrijdags per ambulance naar het Zuiderziekenhuis zou worden vervoerd. De ambulanciers namen een rustige route. We staken eerst de Rijn over naar Zwitserland om daar over de autobaan naar Basel te rijden. Vandaar over de Franse autobaan noordwaarts, via Metz naar Luxemburg, waar goedkope benzine werd ingeslagen. Van Luxemburg door naar Brussel. Inmiddels was het namiddag geworden, spitstijd. U begrijpt wat dat betekent! Vreselijke drukte! En dat hield niet op, want toen kregen we Antwerpen nog. We waren tegen half tien uit Waldshut vertrokken en kwamen om half negen ’s avonds in Rotterdam aan. Wat een tocht! En dat alsmaar liggend op een smalle brancard in een ambulance! Gelukkig waren de ambulanciers aardige en spraakzame mensen: Martin en Dorothea. Zo kwam ik ook veel te weten over de Maltezers, die we eigenlijk in Nederland niet zo kennen. Zelf kende ik de wel uit de Kerkgeschiedenis. Ik wist, dat ze er al waren tijdens de Kruistochten, dat is dus zo’n 900 jaar geleden. Het was de orde van de Hospitaalridders. Zij bouwden o.a. een ziekenhuis in Jeruzalem en verzorgden de gewonden tijdens de Kruistochten. Dat zijn zij in de loop der eeuwen blijven doen. Het is uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie, zoiets als het Rode Kruis. In Wikipedia lees ik het volgende:

Maltezer ambulanceDe zetel van de orde is nu in Rome en de twee gebouwen die de orde daar bezit (een paleis aan de Via Condotti, vlak bij de Spaanse trappen, en Villa Malta op de Aventijn) worden als extraterritoriaal beschouwd, net als andere diplomatieke vertegenwoordigingen.

De orde verbindt duizenden katholieke leden, Europese edelen, priesters en tegenwoordig vooral niet adellijke leden, in het streven om goede daden te verrichten. Daarnaast kent de orde ook veel pracht en praal die in schitterende ordetekens, uniformen en plechtigheden tot uitdrukking komen. Dat het kruis van de orde door een koningskroon wordt gedekt is niet onomstreden. Alleen een orde de onder bescherming of bestuur van een koning staat kan een kroon dragen. Men ziet de kroon ook wel als een verwijzing naar de souvereine status van de orde.

Vooral in Duitsland is de Maltezer Hilfs- en Rettungsdienst bekend. Zij verzorgen hulpbehoevende en stervende mensen, beheren zieken- en bejaardentehuizen, zijn sterk in de eerste hulp bij ongelukken, bij rampen en de opvang van asielzoekers. Er worden veel vrijwilligers ingeschakeld, vooral voor de hulp aan ouderen en de maaltijdverzorging. Ook voor gehandicapten verzorgen zij het transport, o.a. met een ambulancedienst. De ANWB-alarmcentrale in München maakt ook graag van hun diensten gebruik. Zo kwam ik bij Martin en Dorothea in hun gele ambulance met het rode Maltezerkruis terecht. Ik wens ze allemaal een behouden vaart toe!

Maltezer kruisDe acht punten van het kruis stellen de acht grondbeginselen van het christendom voor. Dit zijn:

Gezegend zijn de armen van geest, want de overvloed van het Koninkrijk is van hen.
Gezegend zijn de zachtmoedigen want zij zullen de aarde beërven.
Gezegend zijn degenen die in de rouw zijn want, zij zullen getroost worden.
Gezegend zijn diegenen die hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid, want zij zullen vervuld worden.
Gezegend zijn de barmhartigen, want zij ontvangen de genade.
Gezegend zijn de zuiveren van hart, want zij zijn (één) met God.
Gezegend zijn de vredelievenden, want zij zullen God’s kinderen genoemd worden.
Gezegend zijn diegenen die vervolgd worden voor hun rechtschapenheid, want van hen is het Hemelse Koninkrijk.

Ook stellen de acht punten de acht landen van waaruit de ridders van Malta afkomstig zijn voor. Dit zijn Allemange (Duitsland), Aragon (in Noord-Spanje), Auvergne (centraal in Frankrijk), Engeland, Frankrijk, Italië, Provence (in het zuiden van Frankrijk) en Portugal.
De vier zijden van het kruis stellen de vier Kardinale deugden (of hoofddeugden) voor. Dit zijn standvastigheid, gerechtigheid, gematigdheid en volharding. Later werden er nog meer deugden toegevoegd, maar deze werden niet verwerkt in het kruis.

P.S. Bij thuiskomst uit Holland heeft Dorothea de ambulance een verdiende wasbeurt gegeven. Haar zoon, Casey, heeft haar daarbij geholpen, geweldig hoor! Een nieuwe generatie Maltesers dient zich aan! HULDE!

Casey, zoon van Dorothea, wast bij thuiskomst de Maltezer ambulance

 

Juffrouw de Ridder

Het leven van juffrouw de Ridder bestond uit zitten en denken en af en toe een beetje praten. Haar handen lagen op een plankje, dat bevestigd was op de rolstoel. Haar hoofd werd teruggehouden door een hoofdband. Toch was zij een persoonlijkheid, want zij keek je indringend aan en had een sterk spiritueel vermogen.

Juffrouw de RidderIn het verpleeghuis “Ter Valcke” in Goes, waar ik geestelijk verzorger was van 1978 tot 1994, heb ik veel markante persoonlijkheden mogen ontmoeten. Eén van hen was juffrouw de Ridder. Zij kwam uit Zeeuws-Vlaanderen en was al in het tehuis, toen ik er mijn intrede deed. Zij was heel erg gehandicapt. Haar leven bestond uit zitten en denken en af en toe een beetje praten. Haar handen lagen op een plankje, dat bevestigd was op de rolstoel. Haar hoofd werd teruggehouden door een hoofdband. Toch was zij een persoonlijkheid, want zij keek je indringend aan en had een sterk spiritueel vermogen. Van meetaf aan had ik goed contact met haar. Heel wat uurtjes heb ik al pratend en nadenkend, biddend en zingend, bij haar doorgebracht. Zij nam ook deel aan de gesprekskring, zij was er de dragende kracht van. We hadden in Ter Valcke voor de beide afdelingen, somatiek en geriatrie, een gesprekskring. Daar praten we wat na over een stukje uit de Bijbel, mijn vrouw las soms een mooi verhaal, we zongen wat en natuurlijk was er ook ruimte voor gebed. Op het eind nuttigden we samen een advocaatje! We konden dat natuurlijk niet alleen, maar werden bijgestaan door enkele vrijwilligsters. Mijn vrouw heeft me daarin ook altijd geholpen. Dat maakte het extra gezellig! Extra feestelijk werd het soms, als mijn vrouw cake had gebakken. Nog al wat bewoners in Ter Valcke kwamen uit de Gereformeerde Gemeente, waardoor ik het ultra-orthodoxe gedachtegoed ook heb leren waarderen. Hierdoor kregen we vaak diepgaande gesprekken.

Juffrouw de Ridder kon goed dichten. In diep gepeins werden de regels geboren en daarna aan een zuster opgezegd, die ze dan opschreef. Steevast, als ik van vakantie terugkwam bijvoorbeeld, kreeg ik zo’n gedicht. Laatst kwam ik er nog één tegen, waardoor ik werd aangemoedigd iets over juffrouw de Ridder te schrijven. Ik laat het u nu lezen:

De vakantie is dus weer voorbij,
We staan voor een nieuw kringgetij.
De eerste hebben we al gehad,
We vertelden toen van alles wat.
Maar zoals altijd in het begin
Schonk men een kop koffie in
Met een traktatie er bij
Van eigen makelij.

Toen hebt u wat voorgelezen
En een verklaring er bij gegeven.
Tot slot kregen we uw reisverhaal.
Tot vreugde van ons allemaal
Kwam u Goddank behouden aan.
En mag nu eer op de preekstoel staan.
Ja, dominee, het is een zegen
Dat u die gave hebt gekregen.
Al kan uw hand niet veel presteren,
U staat toch in de dienst des Heren.
Het is het mooiste beroep op aard’.
Hoe mooi wordt ons geopenbaard;
Als we eens verlost van zonde en pijn
Bij Jezus mogen zijn.

Dus, dominee, houd goede moed,
We gaan het beste tegemoet.
Moge ons de weg vermoeien,
Oneffen zij de baan,
Waar scherpe distels groeien
En telkens kruizen staan,
Daar is geen andere weg,
Wij volgen altijd verder
Als schapen onze Herder
Door struiken heen en heg.

Herinnering aan Jakob Willemstein

De God van Jacob, de aartsvader, was en is ook de God van die andere Jakob, Jakob Willemstein, van wie wij vandaag afscheid nemen. In de hoogten en diepten van zijn leven heeft hij de trouw en vaderlijke zorg van zijn God mogen ervaren en uitspelen op het orgel van de kerk in Wilhelminadorp, zoals Simeon dat deed in zijn lofzang.

Preek n.a.v. het overlijden van Jakob Willemstein, die 45 jaar organist was in Wilhelminadorp.

1 Thessalonicenzen 5: 24
Hij, die u roept is getrouw,
Hij zal het ook doen.

Jakob Willemstein aan het orgel in de kerk van WilhelminadorpAan het begin van een nieuw jaar moeten we al weer afscheid nemen van een van onze geliefden, en straks staan we aan de geopende groeve in Kapelle, voor de tweede keer in nauwelijks veertien dagen. Dat is harde en bittere werkelijkheid. De dood stopt niet bij de drempel van Oud naar Nieuw.

Maar Gode zij dank: God stopt ook niet! En ook dat is levenswerkelijkheid. “Hij, die u roept, is getrouw. Hij zal het ook doen!” Zo heeft Jacob zijn God bevonden: als een steun en toeverlaat, die met je meegaat door de tijd, ja, die met je mee trekt dwars door de woestijn van het leven. En dat leven van Jacob was soms een woestijn. Wat moest die man veel meemaken, voordat ie echt aartsvader werd! Het wonderlijke is, dat God bij hem bleef, ook als Jacob het helemaal fout deed, ja, zelfs grote zonden beging. God is getrouw, hoe duidelijk blijkt dat niet in het leven van de aartsvader. Hij bleef bij hem, door dik en dun, behulpzaam en troostend. Daarom zegt de Psalmdichter van Psalm 146, zoals we daarnet gezongen hebben: “Welzalig hij, die de God van Jacob tot zijn hulpe heeft, wiens verwachting is op de Here zijn God… die trouwe houdt tot in eeuwigheid.”  (vs.4-5) Dit Oudtestamentische woord wordt overgenomen door de apostel Paulus in onze tekst uit de eerste Thessalonicenzenbrief: “Hij, die u roept, is getrouw,
Die het ook doen zal.”
En daarom kan Simeon bij het zien van het kindje Jezus de lofzang zingen: “Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in  vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil gezien…” (Luk.2:29) Wie de God van Jacob tot zijn hulpe heeft, mag rekenen op troost van Boven, zelfs in de meest uitzichtsloze situaties. En welke situatie is uitzichtlozer dan juist de dood? Maar zo zingen wij: “Hij kan en wil en zal in nood,zelfs bij het naad’ren van de dood  volkomen uitkomst geven.”

De God van Jacob, de aartsvader, was en is ook de God van die andere Jakob, Jakob Willemstein, van wie wij vandaag afscheid nemen. In de hoogten en diepten van zijn leven heeft hij de trouw en vaderlijke zorg van zijn God mogen ervaren en uitspelen op het orgel van de kerk in Wilhelminadorp, zoals Simeon dat deed in zijn lofzang. “Het orgel speelt Gods lof”. Zo mooi geschilderd daar onder het orgelfront… het was zijn persoonlijke wens en getuigenis… daar onder zijn orgel, waarop hij vijfenveertig jaar de Gemeentezang heeft mogen begeleiden.

Vader kende de trouw en hulp van God op de hoogtepunten van zijn leven, in zijn 62-jarige huwelijk, toen de dochters geboren werden en de kleinkinderen -o wat een zegen-, toen hij twee jaar geleden nog samen met Moeder het diamanten huwelijksfeest mocht vieren in de Cederhof (‘s-morgens, ‘s-middags en ‘s-avonds!). Vader ervoer ook de trouw en troost van God tijdens de diepten, die hij door moest maken in zijn lange leven: het verlies van kleindochter Corientje, nog maar een jaar oud, en daarna de slopende ziekte en dood van schoonzoon Rinus de Waard en zo kort geleden nog de ziekte en het overlijden van schoonzoon Kees van Liere. De laatste jaren waren heel verdrietig door de teruggang van Moeder en de toenemende zwakte van Vader. Gelukkig zijn ze goed opgevangen in de Cederhof.

In al deze hoogte- en dieptepunten van zijn leven heeft Jakob Willemstein net als die andere Jacob, de aartsvader, Gods roepstem en trouw mogen ervaren: “Hij, die u roept, is getrouw, Hij zal het ook doen.” En trouw verplicht! Trouw moet blijken, zeggen we wel eens. Nou, dat heeft hij aan alle kanten laten blijken. Trouw in zijn werk: bij de Wed. P. de Jong in Goes; trouw aan zijn vrienden: zijn beste vriend Cor Ceulemans kan dat na een levenslange vriendschap betuigen; trouw aan zijn muzikale roeping: 45 jaar organist in deze kerk en 40 jaar lid van de Fanfare in Kattendijke, een rijke staat van dienst. Maar bovenal trouw aan zijn lieve vrouw, de beide dochters Ank en Rie, en de kleinkinderen. Wat hield hij veel van ze! Wat was hij een fantastische Opa! Eigenlijk was hij meer dan een opa: hij was als een vader voor zijn kleinkinderen.

En nu, nu gaan wij van hem afscheid nemen. Nu komt het aan op onze trouw! Dat wij voor Oma blijven zorgen en veel aan Opa blijven denken, in herinnering terugroepend al die goede zorgen, waarmee hij ons al die jaren omringde. “Hij, die ons roept, Hij is getrouw om het ook aan ons te doen!”

Wat zal Hij doen, aan ons? Goeds, alleen maar goeds. Daar kunnen we op rekenen, nu en voor de toekomst. Veel mensen zitten met de vraag: Hoe moet het nu verder? Wat zal de toekomst ons brengen, aan verschrikking en ellende, aan verdriet en dood? Daar dachten de mensen in Thessalonika ook aan. Maar Paulus schrijft hen een brief. Dwars tegen hun sombere toekomstverwachting in komt hij met een opwekkend woord: “Die u roept, is getrouw; Die het ook doen zal!” Het gaat in dit stukje over de praktijk van het dagelijkse leven. Paulus stelt ons dagelijkse leven in het licht van de wederkomst van de Here Jezus. Hij zegt: zorg er voor, als de Heer terugkomt, dat jullie er dan klaar voor zijn.

De komst van de Heer is het grote en heerlijke vooruitzicht, dat de mens op de been houdt. Alleen wanneer je gelooft, dat de Heer eens terug zal komen om ons persoonlijk tot Zich te roepen, en dat de aarde dan mooi en nieuw zal zijn, een herboren paradijs, pas dan weet je ook wat je roeping vandaag-aan-de-dag is: wat God met jouw leven bedoelt, wat Hij er mee voor heeft, en welke opdrachten jij in je leven te vervullen hebt. In het leven, dat ons wacht -zonder Vader, zonder Opa. Ziende op Jezus, wiens geboorte wij pas nog gevierd hebben, kan Gods opdracht aan ons niet anders zijn dan deze: dat we op elkaar toezien, elkaar opbeuren, voor elkaar opkomen, juist op die momenten wanneer de ander het zo moeilijk heeft. Jullie, Rie en Ank, gaan weer door een diep dal, voor de zoveelste keer. Maar jullie gaan niet alleen. De kinderen en kleinkinderen zullen jullie bijstaan, zoals jullie dat ook aan hen zult doen. Dat is Gods opdracht aan ons, die we mee naar huis nemen, een nieuwe tijd tegemoet. Een opdracht, die de trouw van God weerspiegelt en waarin we Zijn trouw en helpende hand beslist ook ervaren zullen.

Ik weet wel: het zal niet gemakkelijk zijn. Soms zal ’t jullie somber te moede worden. Heel mense¬lijk. Ook de Christenen van Thessalonika waren niet volmaakt. Daar zaten twijfelaars en kleingelovigen onder. Ze konden struikelen, kleinmoedig zijn en bang, precies zoals wij. Daarom roept Paulus de Gemeente op tot gebed. Dat doe ik vandaag naar jullie toe ook: bidt en u zal gegeven worden… En als de apostel aan het eind van zijn brief gekomen is, heeft hij nog een hartenwens: “De God des vredes heilige en beware u!”

Maar dit is tegelijkertijd meer dan een wens. ’t Is al zekerheid. Want “Hij die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen!” Hij zal het goed met ons maken. Hij zal onze levens Zelf tot een goed einde brengen, zoals Hij dat bij Vader ook gedaan heeft. En eens zal er vrede zijn, en de dood zal niet meer zijn, geen ziekte en geen pijn meer, en God Zelf zal al onze tranen afdrogen – dat doet Hij nu al.

Amen.

Wilhelminadorp, 8.1.1997

Bij het overlijden van onze oude kosteres

Op 14 januari 2009 is onze oude kosteres Greta van de Velde overleden. Zij is 97 jaar geworden. Wij bewaren vele goede herinneringen aan het kosterspaar van Wilhelminadorp. Hiervan mogen onderstaande artikelen, die ik nog vond in het archief, getuigen.

Wilhelminadorp Brugstraat-N.H.KerkOp 14 januari 2009 is onze oude kosteres Greta van de Velde overleden. Zij is 97 jaar geworden. Wij bewaren vele goede herinneringen aan het kosterspaar van Wilhelminadorp. Hiervan mogen onderstaande artikelen, die ik nog vond in het archief, getuigen.
Het eerste stuk betreft het jubileum, dat gevierd werd in 1985, het tweede is van 1989 (beide hebben in het Kerkblad gestaan), en het derde zijn de woorden gesproken bij mijn afscheid in 1990.

KOSTERS-JUBILEUM
Op donderdag 1 maart is het feest ten huize van ons kosterspaar J. en G. v. d. Velde-Nieuwdorp op Christinastraat nr. 4. Onze kosteres is dan nI. 56 jaar in dienst van de gemeente (kerkvoogdij) en de koster 40 jaar!
Het zal zelden voorkomen, dat een kosterspaar zo lang de gemeente mag dienen. Mag”, zeg ik. want het is genade, als je dat vergund wordt. En de koster en z’n vrouw zullen de eersten zijn om dat te erkennen. Zij hebben zich altijd bescheiden, dienstbaar, opgesteld.,, Geen eigen verdienste alstublieft, daarom ook niet teveel ophef, want we hebben het mogen doen..
Ja, dat is ook zo. Toch is dat ook luist de reden om er even bij stil te staan: dat God ook vandaag nog mensen roept om zo lang in zijn dienstwerk te funktioneren1
Het is eigenlijk allemaal begonnen in de familie Nieuwdorp:
Vader was jaren lang koster op ons dorp en broer is heel lang koster van de Grote Kerk in Goes geweest. We zouden kunnen zeggen: in de familie Nieuwdorp lag van geslacht tot geslacht een oude kosterstraditie. En het sprak vanzelf, dat de 16-jarige Greta op 1 maart 1928 deze traditie voortzette, toen haar vader hulp nodig had (wat was er in die tijd veel te doen voor een koster! Denk maar eens aan de stoven en de gaslampen!) en Greta als hulpkosteres werd benoemd. Toen zij verkering kreeg met Jan van de Velde stelde zij meteen de eis: ik wil wel met je trouwen, maar alleen als je koster wordt! V. d. Velde zag daar wel wat tegenop, want hij had in zijn verkeringstijd wel al gezien, dat dat een hele klus was. Maar ja, liefde hé! Wat doe ie al niet voor een lieve meid… En zo is het gekomen, dat beiden trouwden, en dat Jan de koster van onze Gemeente werd: op 1 maart ‘44.
Samen zijn zij een uniek paar, met veel liefde voor hun” Kerk. De tuin ligt er altijd prachtig bij en binnen in de kerk zal niet gauw een stofje of vlekje gevonden worden. De consistorie is altijd opgeruimd, wât er de dag tevoren ook geweest mag zijn! en na de Allemansdiensten verzorgt de kosteres zelf de koffie voor de koorleden. Zoveel grotere en kleinere dingen gaan door hun zorgzame handen. Wij kunnen ons de Kerk en de Gemeente van Wilhelminadorp niet voorstellen zonder ons kosterspaar Greta en Jan van de Velde. Het is dan ook ons aller bede, dat de Here God beiden nog lang voor elkaar èn voor onze Kerk mag sparen! En ik weet, dat ik deze bede uitspreek namens de hele Gemeente en ook namens al de gastleden uit de omgeving. Moge de Heer van de Kerk beiden de kracht geven om ook op hun reeds gevorderde” leeftijd nog goed voor de kerk te blijven zorgen! En als het soms wat veel gaat worden, nou dan willen we wel helpen hoor!
Kosteres en koster, wij wensen u een heel fijne dag toe op 1 maart, een dag van gedenken, een dag van dankbaarheid. In gedachten vieren we allemaal uw feest mee, want het is toch eigenlijk ons aller feest, het feest van de Gemeente! Het siert uw bescheidenheid, dat u er geen groot” feest van wilde maken. ,,Dat hebben we vijf jaar geleden toch al gehad”, zei u, toen we ’t u vroegen. Toch konden we het niet ongemerkt voorbij laten gaan, daarom Kosteres en koster, wij wensen u een heel fijne dag toe op 1 maart, een dag van gedenken, een dag van dankbaarheid. In gedachten vieren van harte deze welgemeende felicitatie en tevens ook dankbetuiging voor al wat u beiden voor onze Gemeente gedaan hebt!
JUBILEUM KOSTERSPAAR
Greta van de VeldeOp dinsdag 28 februari as. zullen DV. de kosteres, mevr. G. va de Velde-Nieuwdorp en de koster, dhr. J. van de Velde, Christi nastraat 4 gedenken, dat zij het respectabele kostersambt respec tievelijk 61 en 45 iaar bekleden.
Als meisje van 16 jaar ging ,.Greta” al haar vader (dhr. Nieuwdop helpen. Hij was koster hier in Wilhelminadorp; Greta’s broer wer dat later van de Grote Kerk in Goes. Je kunt dus wel zeggen, dat 2 een echt kostersgeslacht vormen! Het is dan ook niet zo vreemd, d Jan – toen hij met Greta trouwde – ook de kostersbezigheden erbij kreeg. Dat sprak gewoon vanzelf! Wel, onze koster had dat graa voor zijn lieve vrouwtje over, dus kreeg hij naast zijn vrouw ook ee aanstelling als koster van onze kerk. Dat is nu 45 jaar geleden . Samen vieren zij een 45-jarig kostersfeest, een zeldzaam gebeuren  In de loop van hun rijke kostersbestaan zijn zij uiteraard al divers malen gehuldigd. Ook ontvingen zij beiden een Koninklijke onderscheiding en de zilveren ere-speld van de Vereniging der Kerkvoogden in de Ned. Hervormde Kerk. De versierselen daarvan zult tevergeefs op hun kleding zoeken, want die dragen ze niet. Bescheiden als zij beiden zijn. lopen ze daarmee niet te koop. Ze liggen goed opgeborgen in het laatje!
Trouwens – zo zouden ze zeggen – ‘t is toch ook geen verdienste, a hebben het mogen doen en NU NOG, dat is allemaal GENADE. E daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Het is – helaas – niet ieder gegeven zô lang en samen aan het werk te mogen blijven. Wij hopen, dat die gezondheid (mentaal en lichamelijk) nog vele jaren hun ten deel mag vallen!
De receptie begint om half acht en iedereen is daar hartelijk welkom, ook onze Kerk-gasten uit de wijde omtrek. Dat het voor o kosterspaar een onvergetelijke avond mag worden!
 Kosteres en koster, wij wensen u een heel fijne dag toe op 1 maart, een dag van gedenken, een dag van dankbaarheid. In gedachten vieren we allemaal uw feest mee, want het is toch eigenlijk ons aller feest, het feest van de Gemeente! Het siert uw bescheidenheid, dat u er geen groot” feest van wilde maken. ,,Dat hebben we vijf jaar geleden toch al gehad”, zei u, toen we ’t u vroegen. Toch konden we het niet ongemerkt voorbij laten gaan, daarom Kosteres en koster, wij wensen u een heel fijne dag toe op 1 maart, een dag van gedenken, een dag van dankbaarheid. In gedachten vieren van harte deze welgemeende felicitatie en tevens ook dankbetuiging voor al wat u beiden voor onze Gemeente gedaan hebt!

Broeder en zuster van de Velde, familie,

Twaalf en een halve jaar heb ik u meegemaakt als kosterspaar
van onze kerk. Toen wij in 1978 kwamen, had u beide al een
leeftijd, waarop anderen waren gestopt of aan stoppen dachten.
Maar zo niet u! Dat werd ons al gauw duidelijk. Een tomeloze energie werd ten toon gespreid als ’t om de kerk en de Gemeen¬te ging. De pastorie hoorde daar ook bij. Dus werden met alle middelen, waarover de koster beschikte, de welig tierende kattestaarten in de nieuwe pastorie te lijf gegaan! En daarna
kwamen er jonge aardbeienplantjes en ander groen gewas in de
groentetuin. Het liefst had hij de hele tuin van groente en
aardappelenplantjes voorzien, maar dat wilde mijn vrouw niet.
Zo was hij altijd zorgzaam bezig, en nog! En met mevr.v.d.Vel¬de, de kosteres, was het niet anders. Veel deden zij samen,
zeker alles wat met het onderhoud van het kerkgebouw te maken
had. In mijn tijd hoefden er gelukkig geen stoven meer te
worden gezet, maar werk was er genoeg. Koster Jan lette nauw-
keurig op orde en regel in de kerk, zeker ook bij de kerk-
diensten. De dienst begon precies om 10 uur, en als je dan met het consistoriegebed nog niet klaar was, kon je maar beter stoppen, want herhaald bellen van de koster maakte verder bidden onmogelijk.
Ach, zo zou ik nog heel veel kunnen vertellen. We hebben samen
in al die jaren ook best veel meegemaakt, en we hebben ’t altijd goed samen kunnen vinden. Ik dank u beide voor uw loyaliteit en prettige samenwerking. En ik doe dit ook namens
mijn vrouw, dat spreekt vanzelf. Wij hopen, dat we elkaar nog menigmaal ontmoeten zullen. Nu zijn we alle twee gepensio-
neerd, dus zal er nog wel eens tijd zijn voor een babbeltje,
niet waar? Nogmaals hartelijk dank en God zij met u!

* de foto is genomen bij mijn afscheid in Ter Valcke, 1994.

 

 

HARZlich willkommen

Wij waren 10 dagen in de Harz op vakantie, samen met twee zussen van mijn vrouw en een zwager. En we hebben het geweldig gehad. Met alle recht kun je spreken van “HARZlich willkommen”. Zulke aardige gastvrije mensen, en zo’n prachtige ongeschonden natuur, en zulk een stilte overal! “Das es so etwas noch gibt!”

HahnenkleeWij waren 10 dagen in de Harz op vakantie, samen met twee zussen van mijn vrouw en een zwager. En we hebben het geweldig gehad. Met alle recht kun je spreken van “HARZlich willkommen”. Zulke aardige gastvrije mensen, en zo’n prachtige ongeschonden natuur, en zulk een stilte overal! “Das es so etwas noch gibt!” In de drukte van ons bestaan, de drukte om ons heen, de drukte op de wegen, houd je zoiets niet voor mogelijk! Wij reizen met de “Hotelbon” en kunnen daardoor gebruik maken van goede hotels tegen heel redelijke condities. Zo waren we dit keer in Hahnenklee, vlak bij Goslar, in hotel “Walpurgishof”, naast de beroemde Noorse “Stabkirche” (zie het plaatje hieronder). Van te voren had ik al uitgezocht of het hotel toegankelijk was voor gehandicapten. Nou dat was het hoor! Er was een royale lift naar de drie verdiepingen en het Erdgeschoss, waar zich een prachtig invalidentoilet bevond. Om mijn bed te verhogen hadden ze er een extra matras boven op gelegd. De leiding van het hotel, het echtpaar Bender en de medewerkers hebben er alles aan gedaan om het ons zo comfortabel mogelijk te maken. Elke ochtend een overvloedig ontbijt en ‘s-avonds een viergangen diner. Waar mogelijk hield de kok rekening met mijn arme nieren om mijn portie zo zoutarm mogelijk te maken. Ja, we zullen ze missen, die Henrike en Julia, Arturo, Gianni en Tobias, en de anderen, die voor ons gezorgd hebben!

Hahnenklee, StabkircheIn die tien dagen hebben we zo goed mogelijk de omgeving verkend. Liefhebbers van oude stadjes als wij zijn, ging de eerste reis natuurlijk naar Goslar, de hoofdstad van de Harz en naar onze smaak ook de mooiste stad. We zijn er drie keer geweest! Maar ook Osterode mag er zijn, heel gezellig, met de markt naast de kerk en overal uitverkoop! Dan waren we nog in Bad Grund, Wernigerode, Bad Harzburg, Lautenthal, Wildemann,Clausthal-Zellerfeld Blankenburg en Quedlinburg. Daar hebben we mooie oude raadhuizen en schitterende vakwerkhuizen bewonderd. En natuurlijk zijn we -waar mogelijk- in alle kerken geweest. Ik zal daar op deze website nog wel eens uitgebreider verslag van doen. We reden door het Okerhal, langs de Bocksberg en de Brocken, over prachtige wegen, waar je nauwelijks een tegenligger tegenkomt.

De kosteres van de prachtige “Heilige Geist Kirche” in Clausthal voegde me een wijs gezegd toe, toen ik misschien wat onvoorzichtige uit de kerk stapte: “Aber, mein Herr, ein alter Mann ist kein Diesel!”. Je zou het best wel willen zijn bij zoveel moois, dat er te zien valt! Op zondag 25 juni zijn we natuurlijk bij de “buren” te gast geweest, in de “Stabkirche“. Het trof, dat het een feestelijke dienst was ter opening van de feestweek vanwege het 100-jarig bestaan van deze houten kerk (er is geen spijker aan te pas gekomen!). Na de dienst was er buiten nog een feestelijk samenzijn met een glaasje Sekt en natuurlijk “hausgemachte” Kuchen. En dat alles in de stralende zon. Die zon is trouwens de hele week bij ons geweest. Slechts één keer hebben we een paar druppels regen op de voorruit van de auto gehad! De dames hebben nog enkele keren kunnen Nordic-Walcken in de uitgestrekte bossen rondom Hahnenklee. En natuurlijk hebben we ook een kijkje genomen bij de Harzquerbahn, de romantische smalspoorstoomtrein naar de Brocken (ruim 1100 meter hoog).

Menig terrasje hebben we ook bezocht. En het moet gezegd worden: zeer “preiswert”. Voor €3.60 kun je daar nog op een terrasje zitten, met een lekkere kop cappuccino en een groot stuk Tiramisutorte! Tenslotte hebben de mannen ook nog een paar nieuwe drankjes ontdekt: “Schierker Feuerstein“, een lekkere kruidenbitter, en “Wöltingerode Kloster-Edelkorn“. Dit laatste is een echte kloosterdrank. Het komt van het klooster “Wöltingerode” in Vienenburg in Noord-Duitsland.

Walpurgishof. Harz.

Verjaren

Hoe ouder je wordt, hoe meer je aan bepaalde dingen gaat hechten. Natuurlijk moet je ook van heel veel afstand doen, want het is alles te veel, wat je in je leven bijeen vergaard hebt. Je kunt niet alles meenemen, als je kleiner wilt gaan wonen. Het kan een ballast worden.

Van mijn lieve vrienden uit Zeeland, Sonny en Ans, kreeg ik ter gelegenheid van mijn verjaardag de volgende gelukwens:

Verjaren
Is vergaren
Met wijsheid en geduld,
Dingen om te bewaren
Tot het leven is vervuld.

Daar zit een kern van waarheid in! Hoe ouder je wordt, hoe meer je aan bepaalde dingen gaat hechten. Natuurlijk moet je ook van heel veel afstand doen, want het is alles te veel, wat je in je leven bijeen vergaard hebt. Je kunt niet alles meenemen, als je kleiner wilt gaan wonen. Het kan een ballast worden. Hoe moeilijk is het dan om met wijsheid en geduld afstand te doen van het een en ander en juist die dingen te bewaren, die echt met je leven mee mogen gaan, tot het leven is vervuld. Ik ben nu 74 jaar geworden en heb -dat merk ik- best een beetje wijsheid en geduld nodig. Tilly, die lieverd, zegt zo vaak tegen  mij: doe nou eens wat weg! De studeerkamer is boordevol van boeken, grammofoonplaten, CD’s, Video’s en wat allemaal nog meer. “Hoe moet ik dat nou nog schoonmaken?” klinkt telkenmale haar diepe verzuchting. Laats heb ik al dertien fruitdozen vol met theologische boeken weggedaan, tegen zegge en schrijve 25 Euro! Voor alle dertien tezamen! En nog kun je niet zien, dat er wat uit is, uit mijn studeerkamer. Nou hoop ik maar, dat één van de zeven kleinkinderen theologie gaat studeren en alles overneemt. Of dat één van hen een muzikale hobby krijgt, zodat al mijn platen en cd’s nog eens een mooie bestemming krijgen. Maar voorlopig zit dat er nog niet in: de kleinkinderen, nu ze groter worden, denken alleen maar aan videospelletjes, voetballen en hockey!

Maar het was weer een fijne verjaardag, met de kinderen en kleinkinderen. Echt een feest! Van de vele kaarten, die ik mocht ontvangen laat ik u hieronder een collage zien. Zo kleurrijk als de kaarten en tekeningen zijn, zó kleurrijk moge ook mijn nieuwe levensjaar worden!

De Kleine Duiker

We zijn vorige week op een mooie vroege lentedag met ons kleine manneke naar de kinderboerderij geweest. Wij, dat zijn mijn vrouw en ik; het kleine manneke, dat is onze jongste kleinzoon van vier jaar. Wij zeggen de kinderboerderij, maar eigenlijk is het veel meer dan dat. Het is een belevenis! Het is een landbouwmuseum in wording, waarin oude tijden herleven.

We zijn vorige week op een mooie vroege lentedag met ons kleine manneke naar de kinderboerderij geweest. Wij, dat zijn mijn vrouw en ik; het kleine manneke, dat is onze jongste kleinzoon van vier jaar. Wij zeggen de kinderboerderij, maar eigenlijk is het veel meer dan dat. Het is een belevenis! Het is een landbouwmuseum-in-wording, waarin oude tijden herleven. U kunt er over lezen in onderstaand stukje, overgenomen uit de website van De Kleine Duiker. Het geheel staat op een prachtige locatie aan de zuidrand van Barendrecht, waar vroeger de beroemde Barendrechtse spruitjes geteeld werden. Toen wij er op zaterdagmiddag aankwamen werden we begroet door het geblèr der schapen. Het was een koor van jonge stemmetjes! Toen we keken, zagen we op een stukje weiland wel 30 jonge lammetjes, de meesten spierwit, enkelen geblokt. Ze huppelden door elkaar en hingen aan hun moeder. Soms zat er één op een moederschaap. Het was zo’n feestelijk gezicht! Gelukkig had ik mijn cameraatje bij me en zo kan ik u laten meegenieten van deze lenteboden. We hopen, dat de Kleine Duiker nog veel vreugde mag bieden aan de dieren die daar zijn ondergebracht en aan de mensen die komen kijken, vooral natuurlijk aan de kinderen! We zien het complex groeien. Elke keer weer, als een bedrijf een jubileum heeft, wordt er weer wat bijgezet. Een hooiberg, konijnenhokken, mooie kippen in prachtige onderkomens, en natuurlijk de grote dieren in hun onderkomens. Allemaal gesponsord! En dan komt er ook nog een oude boerderij, steentje voor steentje afgebroken op de Middeldijk, en straks weer steentje voor steentje opgebouwd! Straks lopen de dieren buiten op prachtige weiden, omringd door waterpartijen en singels, terwijl de kinderen spelen in de mooie speeltuin. Echt een complex om trots op te zijn!

Voor foto’s ”De Kleine Duiker” klik hier.

Uit website De Kleine Duiker het volgende artikel:

Wat gaat er gebeuren?

Er is gekozen voor een opzet om het vroegere landleven te laten zien zoals dat er op en rond een boerderij aan toeging, in een omgeving met veel groen. Het voortbrengen van de land- en tuinbouwgewassen, de fruitteelt, de moestuin en de vele landbouwhuisdieren zoals koeien, paarden, varkens, schapen, geiten, kippen en nog meer zullen alle een wezenlijk onderdeel gaan vormen en erbij betrokken worden. De gewassen zullen op biologische wijze geteeld worden en de dieren zullen zoveel als mogelijk in hun eigen natuurlijke omgeving in en om de boerderij verblijven.

Dit betekent dat het publiek van dichtbij kennis kan nemen van wat de natuur ons biedt. De inrichting van het landgoed en de gebouwen wordt zodanig uitgevoerd dat een grote informatieve en educatieve functie bereikt kan worden.

Een belangrijke doelstelling is vooral ook de functie als kinderboerderij. De vele soorten dieren zullen voor de jonge kinderen aantrekkelijk zijn en waar mogelijk zullen zij bij de verzorging betrokken worden.

Er zijn in de toekomst nog meer mogelijkheden: het complex kan worden gebruikt als expositie en vergaderruimte, er komt een bescheiden horecafunctie, er kunnen themadagen en cursussen worden georganiseerd en ook kan worden gedacht aan de verkoop van eigen producten in een boerderijwinkel.

(Foto: Jos Wesdijk)

Enkele koeien die daar reeds grazen in de wei van de “De Kleine Duiker”, op de achtergrond de kerktoren van Heerjansdam.

Terugkomst in Rijen

Van m’n studententijd had ik nog een Berini overgehouden, die bracht me het eerste jaar van Dongen naar Rijen. Vaak kwam ik pas in het holst van de nacht thuis, ik kon de bochten tellen. Na een jaar toen de Berini het begaf, was de kerkvoogdij zo goed me een nieuwe Sparta te geven. Dat was een hele uitgave! Gehuld in een lange leren jas snorde ik langs ’s Heren wegen in het Brabantse land.

Dongen en Rijen waren mijn eerste Gemeente, waar ik in 1960 als vicaris begonnen ben. De diensten werden gehouden in de basiskapel op de vliegbasis Gilze-Rijen.

Na mijn pensionering ben ik daar weer als gastpredikant teruggekomen. Bij de eerste dienst, in 1999, heb ik het volgende gememoreerd:

Rijen, 28 maart 1999

Het is zevenendertig jaar geleden, dat ik hier voor het laatst heb gestaan, welhaast een mensenleven geleden! Van 1960 tot 1962 was ik vicaris van de Gemeente Dongen en Rijen, een Gemeente die lange tijd vacant was geweest en geen geld had om een volwaardige predikant te betalen. Daarom werd ik er naar toe geleid, net van de universiteit af, een jong broekie van 26. Ik was aangesteld parttime voor een halve week, en die halve week moest ik nog verdelen tussen Dongen en Rijen en 51 keer een nieuwe preek maken. Ik had 2 vakantiezondagen en 2 vrije zondagen, dus rekent u maar uit: 51 keer stond ik voor de Gemeente. Ja, dat waren me andere tijden dan nu! Van m’n studententijd had ik nog een Berini overgehouden, die bracht me het eerste jaar van Dongen naar Rijen. Vaak kwam ik pas in het holst van de nacht thuis, ik kon de bochten tellen. Na een jaar toen de Berini het begaf, was de kerkvoogdij zo goed me een nieuwe Sparta te geven. Dat was een hele uitgave! Gehuld in een lange leren jas snorde ik langs ’s Heren wegen in het Brabantse land. In Rijen kreeg ik leuke kontakten. Ik weet niet of er nog iemand uit die tijd hier aanwezig is. Ik herinner me met veel plezier een reisje naar Brussel, met een kerkeraadslid die toen al over een auto beschikte. Iets wat ook een onuitwisbare herinnering heeft achtergelaten, is heel droevig: de begrafenis van een klein kind. Er was toen al een aardig contact met de luchtmachtpredikant, die wel eens bij ons thuis in Dongen op de koffie kwam. Hetgeen resulteerde in een peetvaderschap. Naar hem werd onze kater vernoemd: Brammetje. U raadt het al: de naam van de basis-predikant was Bram Karreman. U hoort het: vele goede herinneringen verbinden ons met u. Het is mij daarom een groot genoegen na 37 jaar weer eens bij u voor te gaan.

 

Herinneringen aan een oude vriend

Soms wordt je getroffen door herinneringen aan mensen, die niet meer “onder ons” zijn, in levende lijve bedoelen we dan. Maar ze zijn eigenlijk nog wel “onder ons”. Ze blijven voortleven in onze herinnering. Dat heb ik nou met mijn oude vriend Kees van Dijk uit Waalwijk. Noem het een soort zielsverwantschap. Zoiets is sterker dan de dood!

Soms wordt je getroffen door herinneringen aan mensen, die niet meer “onder ons” zijn, in levende lijve bedoelen we dan. Maar ze zijn eigenlijk nog wel “onder ons”. Ze blijven voortleven in onze herinnering. Dat heb ik nou met mijn oude vriend Kees van Dijk uit Waalwijk. Noem het een soort zielsverwantschap. Zoiets is sterker dan de dood!

Kees van DijkKees leerde ik kennen, toen er een beroepingscommissie uit Waalwijk bij ons in Geleen kwam. Ik was toen directeur van de AMVJ Zuid-Limburg, maar wilde wel weer de Gemeente in. De Hervormde Gemeente in Waalwijk was vacant geworden. Eén van de leden der beroepingscommissie had mij al leren kennen bij een visitatiebezoek. Ik zal u uitleggen hoe dat gaat. Om de paar jaar komt een visitatiecommissie van de landelijke Kerk een Gemeente met de predikanten opzoeken om te kijken hoe het daar gaat. Zo kwam die commissie ook in Geleen. Daar hoorden ze dat er nog een andere dominee was, die directeur was van het AMVJ-hostel in Geleen. Nou, zeiden ze, dan moeten we die ook meenemen. Zo kwamen ze dus bij mijn vrouw en mij terecht. Het werd een heel gezellig gesprek, waarin ook aan de orde kwam of ik niet weer eens terug wilde naar een Gemeente, om gewoon Gemeente-predikant te worden. Nou, dat wilde ik eigenlijk wel. Eén van die commissieleden was dus, zoals gezegd, ouderling in Waalwijk. Hij heeft de beroepingscommissie daar een poos later op mijn spoor gebracht. Die kwam met vijf man sterk na een kerkdienst in Geleen bij ons op de koffie. Onder hen was Kees van Dijk, een vrolijke gezette man, met wie ik het gelijk goed kon vinden. Ik werd toen beroepen in Waalwijk en ben daar 7 jaar gebleven.

De kennismaking met Kees en met zijn vrouw Annie groeide in die jaren uit tot een hechte vriendschap. Hoeveel dikke sigaren hebben we toen niet gerookt! Hoeveel cognacjes zijn er niet doorgegaan! We hadden over en weer dezelfde belangstelling en ideeën. Zo hielden we beiden van mooie barokmuziek. Samen hebben we onze platencollectie aangevuld. Zelf betrok ik altijd de platen via het Centraal Missie Commissariaat. Dan kreeg ik ze tegen inkoopsprijs. Maar Kees had ook zijn adresjes. Zo kwam hij eens terug uit Amsterdam met de “Bach-Bijbel” (alle orgelmuziek, bespeeld door Marie-Claire Alain) en bracht er voor mij ook één mee. Zijn werkruimte had Kees boven de kledingzaak: een grote zolder met in ’t midden een biljart. Als vrienden  hebben we daar menig balletje gestoten. Soms nodigden we Rini van Bracht, de driebanden kampioen van Nederland, die ik nog getrouwd had, uit om ons wat les te geven en te laten genieten van schitterende kunststoten. Toen later Annie overleed en Kees alleen overbleef, vereenzaamde hij wel wat. Zeker ook, toen het lopen hem bemoeilijkt werd door een halfzijdige verlamming. Hij ging toen weer wonen in zijn oude huis boven de kledingzaak. Hij kon met een traplift naar boven. Het was elke keer weer een blij weerzien, als we in Waalwijk terugkwamen.

Zijn grammofoonplaten bij mij in de kast en een hele dikke sigaar in een houten kistje herinneren me dagelijks aan die trouwe vriendschap. Om hieraan uiting te geven, laat ik nu volgen wat ik bij zijn begrafenis gezegd heb:

Meditatie in de rouwdienst van Kees van Dijk
Op 14 november 2003
In de hervormde kerk
Te waalwijk – centrum

Kinderen, kleinkinderen, familie, vrienden, belangstellenden,

Wat een prachtige psalm is dat, Psalm 39 !

Het is een bede om berusting, vanuit het vertrouwen dat de dichter in zijn God heeft. Die dichter zal David geweest zijn. Hij staat midden in het leven, in dat harde vergankelijke leven, en hij bidt: “Here, laat mij mijn einde kennen en welke de maat van mijn dagen is. Laat mij weten hoe vergankelijk ik ben.”

Wist hij dat dan niet? Natuurlijk wel. Als één ding de mens duidelijk wordt, dan is het toch wel dit: dat de mens vergankelijk is. “Zie, gij hebt mijn dagen als enige handbreedten gesteld, mijn levensduur is als niets voor U. Ja, de mens gaat daarheen als een schaduw, ja als een ademtocht suizen zij weg….”

De dichter wist heel goed, hoe het staat met het leven, met de nietigheid van de mens, en daartegenover met de macht van God, die op Zijn tijd over leven en dood beschikt. Ook wij wisten dat, de laatste dagen, zoal niet veel eerder. Wij hadden het wel willen uitschreeuwen met de woorden uit diezelfde psalm “Ik ben verstomd, ik doe mijn mond niet open, want Gij zelf hebt het gedaan.” Zo werden wij maandag verstomd en zo zitten wij hier bijeen: met stomheid geslagen. En wie zal ons de mond openbreken? Wie kan hier nog iets zeggen tegenover de dood, die zo plotseling komt?

“En nu, wat verwacht ik Here ? Mijn hoop, die is op U !”

“Mitten wir im Leben sind mit dem Tod umfangen”, zo luiden de beginwoorden van een oud Luthers kerklied, in ons Liedboek opgenomen als Gezang 272.

“Midden in het leven zijn wij door de dood omvangen, wie is daar die hulp ons biedt, dat wij troost erlangen? Alleen Gij, Here Jezus!” En de grote Luther bidt: “Laat ons niet verzinken in de bittre nood des doods! Kyriëleison!” Daar bidden wij ook om, hier in de kerk. Om rust te vinden. Om de schok te verwerken die de dood over ons heeft gebracht. Om te ervaren, wat Luther mocht ervaren, dat met die dood midden in het leven gelukkig niet alles gezegd is. Want je mag het ook omdraaien: “Midden in de dood zijn wij door het léven omvangen.” Deze omkering is de héle en eigenlijke waarheid! Zó kan Paulus zeggen:

“Niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf, want als wij leven, het is voor de Heer, en als wij sterven, het is voor de Heer. Hetzij wij dan leven hetzij wij sterven, wij zijn van de Heer. Want daartoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden Heer zou zijn.” (Romeinen 14, 7-9).

De mens leeft niet voor zichzelf. Zou dat het geheim van het leven zijn? Lost dat het probleem van de dood op? Ja, zegt Paulus. Pas dan zul je ervaren, dat je midden in de dood door het leven zelf omvangen bent. Een mens leidt niet zijn eigen leven, want het is van een ander. Klinkt niet erg modern. Moeten we dan niet assertief zijn? Op ons zelf passen en aan onszelf denken en voor ons zelf opkomen? Paulus heeft dat ook lang gedacht, totdat God er een stokje voor stak.”Nee Paulus, het gaat niet om je zelf, om je kracht en je gezondheid… je bent dan nu wel gehandicapt, maar bedenk wel en onthoudt dat goed: Mijn genade is jou genoeg!”

Annie van DijkAlleen uit genade zal een mens leven. “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast en Ik zal u rust geven.”Dat is genade, Gods mantelzorg voor vermoeide en troosteloze mensen. Kees van Dijk heeft ook daaruit geleefd. Hoe zeer heeft hij ’t niet moeten ervaren, dat je kracht in zwakheid wordt volbracht, omdat de mens z’n leven niet zelf in de hand heeft, maar ’t van Gods genade hebben moet. Samen met Annie, zijn geliefde vrouw, heeft hij dat altijd naar buiten uitgestraald. Zij wilden rechtvaardig zijn en recht door zee, niet protserig en zichzelfzoekend. Zij gaven beide niet alleen leiding aan de zaak, maar zij begeleidden ook het personeel met aandacht en zorg. Toen nog maar enkele weken geleden de Firma Van Dijk 50 jaar bestond, was ’t dan ook een groot familiefeest. En het mooie boekje, dat ter gelegenheid daarvan verschenen is, getuigt daar van gedurende al die 50 jaren. Van Dijk was niet alleen “senior”, de stichter van de zaak, die boven op z’n kantoor nog wat dingen regelde, maar hij was bovenal “pater familias”.Zo heeft hij zich ook opgesteld tegenover de Kerk. In de jaren dat ik hier predikant was, meer dan dertig jaar geleden, had de kerkelijke Gemeente het niet breed, trouwens de mensen ook niet. Maar gelukkig waren er mensen zoals Kees van Dijk, die altijd weer spontaan hulp boden, waardoor het Gemeentewerk toch door kon gaan. Ook voor andere zaken had hij oog. Hoeveel dozen met kleding zijn er niet de grens overgegaan, naar Polen en later naar Roemenië? Hij stond altijd pal voor wat hij als een opdracht zag, een opdracht van Boven. Rechtlijnig en principieel, was hij niet altijd gemakkelijk voor de mensen in zijn omgeving. Bij hem was recht recht en krom krom, er kon nooit eens een beetje geschipperd worden. Hij legde moreel en ethisch de lat hoog, voor zichzelf, voor de kinderen, voor het personeel.

Tot het laatst toe! Dat was zijn sterke jonge geest in een oud en gebrekkig lichaam. Ik denk toch, dat dit alles te maken heeft gehad met zijn geloofs- instelling, dat geen mens voor zichzelf leeft, hij ook niet .En dat je je leven moet verantwoorden, wie je ook bent en wat je in dat leven ook bereikt hebt. En dat leven is zeker niet gemakkelijk voor hem geweest, vooral de laatste etappe, nadat hij door een hersenbloeding verlamd geraakte en nog veel erger: nadat hij zijn trouwe maatje verloor,een regelrechte amputatie van zijn leven. Zijn Annie was hem immers alles.

In eerbied gedenken wij vanmiddag dan ook haar en bidden wij God, dat Hij zich mag ontfermen over deze twee-eenheid, die jullie ouders en grootouders zijn geweest. Hun trouwtekst was Galaten 5 vers 2: “Draagt elkanders lasten, zo zult gij de wet van Christus vervullen.” Wel, dat hebben zij waargemaakt in hun leven. Elkaars lasten hebben zij gedragen en zoals het goede ouders betaamt de lasten van hun kinderen en als werkgevers van een steeds groeiend personeelsbestand ook lasten van de medewerkenden in het modehuis.

Voor velen betekent zijn heengaan dan ook een groot verlies. In de eerste plaats natuurlijk voor jullie kinderen, je kunt niet meer bij Pappa en Opa terecht. Er komt geen afgewogen advies meer, de snoepla gaat niet meer open. De wagen wordt niet meer ingespannen, met De Vries achter het stuur, richting Amsterdam voor de inkoop, Den Dolder voor Margriet en Dussen,voor de zussen. Wat was hij trouw aan de zijnen! En wat tilde hij zwaar aan verdriet in de familie, met name bij de kinderen. Hoe onverdragelijk was het voor hem, dat zijn geliefde dochter voor de tweede keer door de hel van een zwaar lichamelijk lijden heen moest.

En nu heeft de Heer zich over hem ontfermd. Hij heeft hem rust gegeven. Wat goed, dat we dat vanmiddag tegen elkaar kunnen zeggen. Hij is zo maar van ’t ene op het andere moment geroepen. Hij genoot nog van de koffie en toen opeens ging hij over van het aardse in het hemelse, al de zorgen achter latend.

Wat een grandioos moment is dat geweest. Jij Peter was daar getuige van. Het zal je je leven bijblijven. Hier gaat een mens, die tot het laatst hard gewerkt heeft, een liefhebbend en een gekweld mens, de rust van zijn Heiland ontvangen!

“Mijn genade is u genoeg!” Wat willen we nog meer? Moeten we daar maar geen Amen op zeggen? Genade is een machtig woord. Juist omdat het zoveel in zich bergt: vriendschap, hulp, vergeving… Je krijgt iets wat je niet verdient: onverdiende genade. Iets waar je eigenlijk geen recht op hebt… Met genade wordt vooral Gods barmhartigheid bedoeld: dat Hij naar ons omziet en door dik en dun ons trouw blijft. Genade slaat bovenal op wat Jezus voor ons gedaan heeft: dat Hij zijn leven voor ons gegeven heeft. Waarom? Opdat er voor ons leven zou zijn! Nu en straks in de goddelijke eeuwigheid.

In die genade zijn wij allemaal behouden: jullie vader en moeder, jullie zelf, de kinderen, de oudere familieleden, de vriendenkring, de medewerkers van de zaak, de zakenrelaties, en ga zo maar door… allemaal behouden. Aan die genade van God mogen wij elkaar ook toevertrouwen, overdragen: in de handen immers van de levende God. En zo zullen wij rust vinden, ook als de dood ons aan het wankelen brengt. Want die genade geldt voor leven en dood. Die dood kan zo maar komen in ons leven, verwacht of onverwacht. Maar die genade van God, daar kunnen we altijd op rekenen. “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.”Die rust komt nú en morgen en alle verdere dagen van ons leven. Die rust komt voor Kees van Dijk, voor hem, die mag rusten van zijn werkzame leven, van zijn getob met dat ene been, dat niet mee wilde, van het verdriet om alleen door het leven te moeten gaan, van de zorgen om zijn kinderen en kleinkinderen en al wat dies meer zij. Een mens mag tot rust komen. Die rust geeft de Heiland hem, jullie vader en opa, maar ook jullie zelf. Jullie mogen ook verder in die rust. Verder met je werk, de zorgen om elkaar, de lasten van een groot bedrijf. Jullie staan nu op het voorste plan! Maar ach, wat geeft ‘t? Jullie ouders beide hebben jullie de weg gewezen. En ook voor jullie zal Gods genade genoeg zijn.

Amen.

Op de begraafplaats werd gelezen: Openbaring 21, vers 1-8

Gods tent zal bij hen wezen,
Hijzelf, de Vredevorst!
Daar zal geen hitte wezen,
geen honger en geen dorst.
Daar zal met stok en staf
het Lam de schapen weiden,
hen naar het water leiden –
hun tranen wist hij af.

A.F.Troost

Allemandiensten in Wilhelminadorp

Vanaf 1982 tot 1990, het jaar waarop ik afscheid nam, hebben we in het mooie kerkje van Wilhelminadorp zogenaamde Allemandiensten georganiseerd. De bedoeling was om daarmee ook mensen, die anders nooit kwamen, naar de kerk te krijgen.

Vanaf 1982 tot 1990, het jaar waarop ik afscheid nam, hebben we in het mooie kerkje van Wilhelminadorp zogenaamde Allemandiensten georganiseerd. De bedoeling was om daarmee ook mensen, die anders nooit kwamen, naar de kerk te krijgen.

Het waren diensten met veel mooie liederen, echte meezingers, en een pakkend onderwerp. Hiertoe werden de koren uit de omgeving uitgenodigd en soms ook een fanfare. In onderstaand fotofolder staan de advertenties, zoals deze in de kerkbode geplaatst stonden.

Meer afbeeldingen
Allemandiensten

De oliebol voorbij

Sinds ons huwelijk (en die mag al 47 jaar duren!) heeft Tilly elk jaar oliebollen en appelflappen gebakken. Vroeger deden we dat met goudrenetten, dat hoorde zo, Maar sinds we van de Jonagold zijn gaan houden, doen we het met die appel. We halen ze uit Zeeland, uit de streek waar we lang gewoond hebben, het is de lekkerste appel! Lekker zacht-zuur, prima voor de flappen. Wat zeg ik, flappen?

Elk jaar komt weer de vraag: zullen we nog oliebollen bakken en appelflappen? Of alleen maar appelflappen? Het is toch wel een heel werk! Dagen lang liep mijn vrouw al zuchtend rond: zullen we? Of zullen we eens een keer niet? En het komt er altijd weer op neer: laten we ’t toch nog maar eens doen! De kleinkinderen vinden ze zo lekker! En je kunt ze toch niet teleurstellen? Bovendien, het is traditie. Sinds ons huwelijk (en die mag al 47 jaar duren!) heeft Tilly elk jaar oliebollen en appelflappen gebakken. Vroeger deden we dat met goudrenetten, dat hoorde zo, Maar sinds we van de Jonagold zijn gaan houden, doen we het met die appel. We halen ze uit Zeeland, uit de streek waar we lang gewoond hebben, het is de lekkerste appel! Lekker zacht-zuur, prima voor de flappen.

Wat zeg ik, flappen?

Onze kleinzoon Chris werd in Bleiswijk door zijn moeder naar de bakker gestuurd om appelflappen te kopen. Het was Oudjaar en nog vroeg in de ochtend. Toch stond er al een hele rij mensen in de winkel. Het was nummertjes trekken en achteraan aansluiten. Die arme jongen wachtte rustig zijn beurt af en deed zijn bestelling. “Appelflappen?”, zei de bakker “Ja”, zegt Chris, “die kleine ronde dingen met een schijf appel erin.” “Bedoel je niet appelbeignets?” zei de bakker nog eens. “Nee hoor” zei Chris beslist, “het moeten appelflappen zijn en dat daar zijn geen appelflappen!” en hij keerde zonder iets huiswaarts. Daar kreeg hij natuurlijk van zijn moeder op de kop! Die stuurde vervolgens het oudere zusje, Dieni, maar ditmaal naar een andere bakker, want Bleiswijk heeft twee bakkers. Daar aangekomen, weer een rij mensen en nummertjes trekken. Deze bakker verkocht Dieni de appelflappen. Ze vermoedde misschien wel dat er iets niet klopte: waren deze grote en driehoekige appelflappen wel de appelflappen die haar moeder wilde? Maar ze heeft ze toch maar meegenomen. Thuis gekomen kreeg ook zij op haar kop! Arme kinderen! Hun moeder begreep er immers niets van: die had van huis uit nooit anders geleerd dan dat appelbeignets gewoon appelflappen genoemd worden. En die andere dingen, die driehoekkige flappen, ja, dat zijn eh… driehoekige appelflappen.

Appelflap.

Appelflappen of appelbeignets?    

Zo kun je kinderen wel om een boodschap sturen… en gelukkig: de appelflappen van Dieni waren erg lekker. Net zoals die van Oma! Dagen lang hebben zij ons en de kleinkinderen vreugde bereid! Volgend jaar zien we wel weer!

See

U heeft er misschien nog nooit van gehoord, toch is het de moeite waard! Het is namelijk een klein schilderachtig plaatsje in één van de mooiste streken van Oostenrijk. Het ligt helemaal aan de Westkant, in het Paznauntal, dat zich uitstrekt van Landeck de hoogte in tot de Bielerhöhe (2036 m), waarna het overgaat in het Montafondal en weer afzakt tot Bludenz.

U heeft er misschien nog nooit van gehoord, toch is het de moeite waard! Het is namelijk een klein schilderachtig plaatsje in één van de mooiste streken van Oostenrijk. Het ligt helemaal aan de Westkant, in het Paznauntal, dat zich uitstrekt van Landeck de hoogte in tot de Bielerhöhe (2036 m), waarna het overgaat in het Montafondal en weer afzakt tot Bludenz. In het Paznauntal heb je nog de grotere plaatsen Ischgl en Galtür. In de winter is het daar erg druk, vanwege de wintersport. Maar in de tijd, dat wij daar waren, was het er erg rustig.

We verbleven in een prachtig familiehotel, zeer “preiswert”. Het hotel heet “Mallaun” naar de naam van de familie. Het is er erg gezellig, omdat je de familieleden (man, vrouw, dochter, schoonzoon) persoonlijk kunt aanspreken. Een heel goede verzorging ook. Mooie kamers en een uistekende keuken.

Het hotel ligt vlak onder een kabelbaan met “eitjes”, die omhoog gaat naar de alm, waar ‘s-winters prachtig geskied kan worden. Vanuit See kun je naar het oude stadje Landeck , waar een uitgebreid winkelcentrum is.

We hebben tochten gemaakt door het Kaunertal, het Pitztal en het Oetztal en via Nauders naar Italië, over de Reschen Pass het Vintschtal in, tot Burgeis. Natuurlijk waren we ook boven op de Bielerhöhe, waar we allemaal loslopende koeien en paarden konden aaien. En niet te vergeten het prachtige klooster in Stams! Heen zijn we gegaan over Reutte en de Fern Pass en toen een stuk autobaan naar Landeck. Maar omdat ons tolkaartje van 10 dagen op was, zijn we terug gegaan binnen over St.Anton en Lech en zo naar Reutte, werkelijk een schitterende route!

Zowel op de heen- als op de terugreis hebben we overnacht in Giengen, in hotel Salzburgerhof. Dit stadje ligt op de weg van Würzburg naar Ulm, zo’n 20 km boven de Kreuzung Ulm/Eichingen. Het is een erg mooi oud stadje.

Wilt u meer weten? Kijk naar onze vakantiefoto’s! 

Vakantie in See – Foto’s

Wilhelminadorp – 25 jaar geleden

Het kerkje in Wilhelminadorp ligt lieftallig verscholen tussen oude dennenbomen. Het nodigt uit om er eens binnen te gaan. U wordt begroet door koster Jan van der Velde, die reeds 37 jaar, en door zijn vrouw Greta, die al 53 jaar ter plaatse het kostersschap behartigen. Onder de welluidende tonen van organist J.Willemstein, reeds 31 jaar bij ons organist, treedt u dan het kerkje binnen…

Dit is het verhaal van een kleine Gemeente: zo’n 350 leden (lidmaten, doopleden en geboorteleden). De Gemeente kan niet bogen op een oude geschiedenis, want zij bestaat nog maar 140 jaar. Toch is er in die vrij korte tijd heel wat gebeurd! Daarover wil ik u graag iets vertellen.

De geschiedenis van de Hervormde Gemeente in Wilhelminadorp loopt parallel met de geschiedenis van de Wilhelminapolder. Wilhelminadorpers heten in de wandeling dan ook “poldersen”. En als een dominee in Wilhelminadorp preekt, dan preekt ie “in de polder”.

Het jaar 1841 geldt als het officiële stichtingsjaar van onze Gemeente. Lange tijd is de Gemeente gecombineerd geweest met de Hervormde Gemeente van Goes. In de jaren is een combinatie ontstaan met Kats. Sinds mijn komst in 1978 is de Hervormde Gemeente van Wilhelminadorp gecombineerd met de geestelijke verzorging van verpleeghuis Ter Valcke in Goes. Samen hebben ze dus één predikant. Tijdens de 140 jaar van haar bestaan hebben zeer illustere predikheren de Gemeente mogen dienen. Het meest tot de verbeelding spreekt wel de “oude Gunning”. Deze predikant, ds. J. H. Gunning, is later erg bekend geworden door de uitgave van het bekende blaadje “Pniël”. Maar wie herinnert zich ook niet de namen van Prof. Dankbaar, ds. De Vries, ds. Cornelder en ds. Lindeboom? Ze hebben allemaal in Wilhelminadorp gestaan en gewoond in de oude pastorie aan het kanaal.

Het kerkje in Wilhelminadorp ligt lieftallig verscholen tussen oude dennenbomen. Het nodigt uit om er eens binnen te gaan. U wordt begroet door koster Jan van der Velde, die reeds 37 jaar, en door zijn vrouw Greta, die al 53 jaar ter plaatse het kostersschap behartigen. Onder de welluidende tonen van organist J.Willemstein, reeds 31 jaar bij ons organist, treedt u dan het kerkje binnen. Let op: de banken zijn hard en smal, maar het voorgeslacht placht er ruim anderhalf uur op te zitten, dus zal het u ook wel een uurtje lukken. Als het schemert, gaan de Jugendstillampen aan! Een feestelijk gezicht. Op de feestdagen wordt de dienst luister bijgezet door pistonblazers van de fanfare “De Echo”. Met Pasen was gedurende de laatste jaren bij ons de hele fanfare te gast. De Paasliederen spetterden dan de kerk uit!

De Gemeente heeft een bloeiende vrouwenvereniging, “Eltheto” geheten, met zo’n 30 leden en een geschiedenis van nu al 27 jaar (1981). Er zijn gelukkig ook verschillende jonge gezinnen in het dorp, die regelmatig zorgen voor vreugdevolle arbeid aan het doopvont. Er is ook een Gezinnenkring. Het Heilig Avondmaal wordt vier keer per jaar gevierd met ca.65 deelnemers. Het aantal kerkgangers schommelt tussen de 60 en 120 met uitschieters naar beneden van 30. En naar boven (de Paas- en Kerstgangers!) van tegen de 250.

Tenslotte rest mij nog te vertellen, dat de Gemeente binnenkort weer een pastorie met eigen dominee in het dorp zal krijgen, want ik zelf hoop daar eind van het jaar te gaan wonen in een nog te bouwen (voor mijn handicap aangepaste) woning. En … we hopen daar nog lang te blijven ook, want Wilhelminadorp is best een fijne Gemeente.

(dit stuk is in 1981 geschreven; ik ben er nog tot 1996 gebleven)

Voor meer foto’s van “Wilhelminadorp”, klik hier.

Ik heb nog enkele oude krantenknipsels gevonden, waarin ons kosterspaar Jan en Greta v.d.Velde in het zonnetje wordt gezet. Ook een gehouden toespraak voor onze onvolprezen organist Jacob Willemstein.

Onze Huisgenoten – Nouschka, Willy en Tijgertje

…een andere kater, Tijger (nr.2) geheten, was een keer aangereden en meer dood dan levend naar huis gekomen. We hadden hem al de hele dag gemist, en toen opeens stond hij daar bij de hoek van het huis. Hij kon eigenlijk niet meer lopen en z’n tong hing half buiten z’n bekje, een vreselijk gezicht. Het was toen Hemelvaartsdag en onze eigen dierenarts had geen dienst. We moesten toen naar een paar dorpen verder op…

Toen we 11 jaar geleden van Zeeland naar Barendrecht verhuisden, hadden we 4 katten! De schrik van de buurt!

Eentje, onze liefste, het enige vrouwtje ook, Nouschka gedoopt, is na een paar maanden verdwenen, zo maar verdwenen en nooit meer ergens getraceerd, wat we ook deden. De overige vier zijn de een na de ander “ingeslapen” en overreden (de laatste).

Voor meer foto’s van “Nouschka”, klik hier.

Wij hadden ook een “Willem”, maar die heette “Willy”. Dat was een prachtige spierwitte kater, die was komen aanlopen in het verpleeghuis te Goes, waar ik toen nog werkte. Hij bleef maar voor mijn deur zitten. Toen zeiden collega’s op de gang: hij heeft jou uitgekozen! Maar ja, we hadden al drie katten, dus….. moest ik het wel eerst in de familiekring gooien. De kinderen enthousiast: “ja, Papa, neem hem maar mee hoor!” Nou, dat heb ik toen gedaan, en omdat er toen een beroemde bokser was, “Willy de Wit”, hebben we hem maar de naam Willy gegeven.

Voor meer foto’s van “Willy”, klik hier.

Een andere kater, Tijger (nr.2) geheten, was een keer aangereden en meer dood dan levend naar huis gekomen. We hadden hem al de hele dag gemist, en toen opeens stond hij daar bij de hoek van het huis. Hij kon eigenlijk niet meer lopen en z’n tong hing half buiten z’n bekje, een vreselijk gezicht. Het was toen Hemelvaartsdag en onze eigen dierenarts had geen dienst. We moesten toen naar een paar dorpen verder op. Die nog jonge dierenarts ontfermde zich toen echt over onze poes. Hij zag er zo deerniswekkend uit, maar hij gaf ons toch nog moed, die dierenarts. Laat hem maar hier, we zullen wel voor hem zorgen. Enfin, hij heeft hem toen geopereerd, de helft van zijn tong er af. Normaal eten kon hij niet meer, alleen maar een beetje slobberen. Zich zelf schoon likken ging natuurlijk ook niet meer. En één van voorpootjes hing er bij. Toch, zei de dierenarts, het kan nog goed komen, we moeten het beest de kans geven. En warempel, na een paar weken, toen onze jongste dochter hem met een pipetje te eten gaf, hoorden we een kreet: Mama, Papa, kom nou eens gauw kijken, Tijger kan z’n pootje weer bewegen! Hij krauwde met z’n “verlamde” pootje over het vloerkleed, en enkele weken verder klom hij er weer mee in de hoogste bomen! Ja, we hebben wat meegemaakt met onze katten!

Voor meer foto’s van “Tijger(nr.2)”, klik hier.

Over Tijgertje en Paco en de konijnen Leenje en Lotje vertel ik de volgende keer nog meer.

Onze Huisgenoten – Tijger

Behalve een hond hadden we ook al snel een poes. Het werd een rode kater. We noemden hem “Tijger”.  Toen we in Haarlem kwamen, hoorde één van de werkmensen, hoe de kinderen klaagden over hun poesje, dat in Waalwijk weggelopen was.

Behalve een hond hadden we ook al snel een poes. Het werd een rode kater. We noemden hem “Tijger”.  Toen we in Haarlem kwamen, hoorde één van de werkmensen, hoe de kinderen klaagden over hun poesje, dat in Waalwijk weggelopen was. “Geen nood” zei hij, we hebben thuis een nest vol met jonge poesjes. Ik zal er morgen wel één meenemen.” En ja hoor, daar kwam hij aan, de andere dag, met een grote tas en daarin lag het poesje, een schattig rood poesje! Zo kwam Tijger bij ons. Wij waren eerst bezorgd, hoe het gaan zou met Edgar. Maar, dat bleek helemaal geen probleem te zijn. Die twee hadden de grootste lol met elkaar, en het duurde niet lang of Tijger sliep bij Edgar in de mand. Later kreeg Tijger een ontsteking in het linker oog, waardoor hij dat oog moest missen. Hij is dertien jaar geworden. Gelukkig heb ik nog wat oude foto’s van hem. Kijk maar:

 

Voor meer foto’s van “Tijger”, klik hier.

Onze Huisgenoten – Edgar

Laten we beginnen met de hond, hij heette EDGAR, omdat hij in een nestje geboren werd, waarvan de namen de stamboom met een E moesten  beginnen. Hij was een echte raspoedel, middenslag, afkomstig van de beroemde poedelkennel CURLFINCH, vroeger in Apeldoorn (Wenum) en nu in Laren (Gld).

EEN HOND, 6 KATTEN EN 2 KONIJNEN

Laten we beginnen met de hond, hij heette EDGAR, omdat hij in een nestje geboren werd, waarvan de namen de stamboom met een E moesten  beginnen. Hij was een echte raspoedel, middenslag, afkomstig van de beroemde poedelkennel CURLFINCH, vroeger in Apeldoorn (Wenum) en nu in Laren (Gld).

Het zal in 1969 geweest zijn, dat mijn broer Wim (Kroes -daar komt Curl vandaan!) tegen onze jongste dochter zei: “Wil jij ook zo’n hondje?” Philippien, een meisje van 3, was nl. altijd in de weer met die hondjes bij Ome Wim. De kinderen gingen daar ook wel eens logeren, net zoals hun kinderen bij ons. Nou, dat was altijd feest, in dat hondenspul. Dus spitste Philippien haar oren, toen Ome Wim sprak van een hondje. Dat wilde ze natuurlijk wel!Ze zag het al helemaal voor zich: zij en haar hondje! Dus zei ze vlug: “Ja, graag hoor, Ome Wim”, Even later kwam mijn broer met een kleine roetmop aan een rood bandje naar ons toe. We stonden op het punt om in de auto te stappen en naar huis (Waalwijk) te rijden. “Kijk, hier is ie, goed vasthouden hoor!” Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Philippien, dol gelukkig, nam het diertje in haar armen en schoof op de achterbank van de auto.

Zo is het dus begonnen, Wij als ouders hebben daarin niets te zeggen gehad. Wat wil je ook? Nou, we zaten niet op een hond te wachten! Maar ja, je wilt je kinderen toch ook graag gelukkig zien! En dat waren ze, die twee, want zo’n hond is toch echt een kind er bij. We hadden er al drie. Nu dus vier! Waar Philippien was, was Edgar! En duidelijk aanwezig ook, want ondeugend dat ie was! Hij sleepte met de vuile was, sjouwde met de kleedjes, die toen nog overal in huis aanwezig waren. Toen hij groter werd, liep hij van je weg, luisterde van geen kanten, rende achter fietsers en vooral brommers aan, levensgevaarlijk! Het was een echte ondeugende rakker. Maar ook erg lief. Waren we weg geweest, dan vonden we hem steevast in de bijkeuken terug. Hij lag te slapen op het ondergoed van Pien, dat hij uit de wasmand had weggeplukt. De hele jeugd van de kinderen is hij bij ons geweest, 16 jaar lang.

Hij ging natuurlijk ook mee met vakantie, in de caravan. Als we de grens overgingen van Oostenrijk of Italië stopten we hem zo ver mogelijk weg, half onder de bank, zodat ze hem bij de douane niet zouden zien. We hebben hem eens vergeten, onderweg aan de autobaan. We hadden daar koffie gedronken en Edgar vast gebonden aan een stoelpoot. We zaten al weer in de auto en reden weg, toen één van de kinderen zei: waar is Edgar?” Tjonge, dat was ook wat! Je kon niet direct draaien op de autobaan, De eerstvolgende mogelijkheid was pas 10 km verder. Toen we terugwaren, stond Edgar nog rustig op onste wachten. Het had ons kennelijk meer gedaan dan hem!

Nog een verhaal. Toen we eens met vakantie waren in de Morvan, was Edgar op een dag zoek. Normaal bonden we hem vast aan een tentpoot, want je kon hem niet los laten lopen. Toch was het gebeurd, en de hond was nergens te vinden. We gingen zoeken, en iedereen zocht mee. De halve camping was er mee bezig, maar nee hoor, Edgar kwam niet opdagen. Opeens zagen we hem lopen, een heel stuk weg van de camping. Hij had een carbonaardje in de bek! De drijfjacht had het resultaat, dat we hem uiteindelijk konden insluiten en vangen. Wat bleek? Meneer was een restaurant binnen geslopen en had zich in de keuken te goed gedaan!

Edgar was dus een middenslagpoedel, met prachtig krullend zwart haar en hele donkere “kijkers”. Hij moest flink geborsteld worden en een paar keer per kaar ging hij terug naar m’n schoonzuster, tante Corrie (Vink – vandaar dat finch in de naam!) om getrimd te worden. Hij zag er dan weer uit als een plaatje! Hij stonk wel een beetje uit z’n bek. Want wij gaven hem kippenmaagjes te eten. Daar was hij gek op en wij dachten ook dat het heel goed voor hem was. Hij bleef een vitale oude heer, maar ging “geestelijk” op latere leeftijd wel een beetje achteruit. Het is ook waarschijnlijk daardoor gekomen, dat hij gewoon op de weg bleef staan, toen er een auto aankwam. De bestuurder zag hem te laat en overreed hem. Hij is nog naar de dierenarts gebracht, maar wij hebben hem daar opgehaald om hem een ereplaats te geven in onze grote tuin in Wilhelminadorp. We hebben hem daar plechtig begraven, met alle kinderen er omheen. Zij hebben ook een prachtig kruis gemaakt en nog jaren lang het graf verzorgd met zelf geplukte bloemen.

Voor meer foto’s van “Edgar”, klik hier.

Een lieve mond maakt het hart gezond

Na vier weken vertoefd te hebben in verpleeghuis “De Elf Ranken” in Barendrecht voel ik de behoefte om een woord van afscheid te schrijven. Scheiden doet lijden, zegt een oud spreekwoord. Maar scheiden van lijden geeft vreugde!

Na vier weken vertoefd te hebben in verpleeghuis “De Elf Ranken” in Barendrecht voel ik de behoefte om een woord van afscheid te schrijven. Scheiden doet lijden, zegt een oud spreekwoord. Maar scheiden van lijden geeft vreugde!

En zo is het ook met mij gesteld. Je komt niet in een verpleeghuis, omdat je ’t leuk vindt, maar omdat je iets overkomen is, een ongeluk of zo, of omdat je ergens aan lijdt en daarom verzorgd moet worden. Nou is een gebroken heup wel het minste wat je je bij dat lijden kan voorstellen. De meesten lijden immers aan veel ernstiger zaken. Toch wil je ook van een gebroken heup wel graag herstellen!

Toen ik in de Elf Ranken kwam, zeiden ze dat het wel twee á drie maanden zou kunnen duren. Ik mag me dus gelukkig prijzen, dat het in mijn geval bij één maand is gebleven. Dat heeft ook te maken met de vorm van de breuk, zo heb ik me laten voorlichten. De éne breuk is de andere niet! Mijn breuk was heel gunstig, zo had de chirurg in het ziekenhuis al gezegd: recht overdwars in de steel van de heup. Dat was gemakkelijk te behandelen met twee stalen pennen, kruiselings verbonden. Ik mocht het been dan ook heel snel weer volledig belasten en aan fysiotherapie beginnen. Eerst proberen in de brug, dan met een looprekje en op de hometrainer, tenslotte met krukken (onderarm-schaalkrukken), op ’t laatst met één kruk. Toen het al een beetje ging, zijn de ergo- en fysiotherapeut, Linda en Lisette, met mij thuis wezen kijken. Dat viel alles gelukkig mee! Ik kon me met één kruk al aardig in onze druk bemeubelde woon- en studeerkamer voortbewegen.

Doordat ik al 28 jaar reuma heb (R.A.) beschikken we al enige jaren over een traplift. Dat kwam natuurlijk nu goed uit! De bad- en slaapkamer liggen vlak bij elkaar, en alle transfers kon ik gemakkelijk maken. Alleen zou voor de veiligheid de toiletten boven en beneden voorzien moeten worden van vaste beugels. Ook zouden het vaste hoge toiletten moeten zijn. Nu werk ik met een toiletverhoger. Voor deze aanpassingen is een aanvraag bij de WMO ingediend.

Al met al is het gelukkig dan toch meegevallen! En we hebben weer wat bijgeleerd. Het was geen verloren tijd. Ook als je 72 bent zit je nog in een leerproces! Blijf het goede zien en weer het slechte af! Zo ook al die spookverhalen, die er de rondte doen over verpleeghuizen.

Het meeste is uit de lucht gegrepen, sensatieverhalen. Ze worden rondgebazuind door mensen, die zelf nooit in een verpleeghuis gelegen hebben. Natuurlijk, er zal ook wel verschil zijn tussen het ene verpleeghuis en het andere, zoals dat bij ziekenhuizen ook het geval is. Maar de twee verpleeghuizen, die ik nu van dichtbij gekend heb, laten een heel ander beeld zien. Zoals u weet, ben ik 16 jaar geestelijk verzorger geweest in verpleeghuis Ter Valcke in Goes. En ik heb altijd gezegd: als me iets overkomt, wil ik daar wel naar toe! Maar nu heb ik ook nog een andere keus, dichterbij: de Elf Ranken in Barendrecht. Beide verpleeghuizen kenmerken zich, zo is mijn ervaring, door hun liefderijke zorg. Zij hebben de aandacht en zorg voor lijdende mensen hoog in het vaandel staan. Dat is hun identiteit. En zo hoort het ook! Want daar gaat het toch om? Niet waar? En die verzorging is voor het personeel beslist geen sinecure. Vaak nog heel jonge vrouwen geven zich daaraan met hart en ziel over, maar worden dan nog soms als een voetveeg behandeld. Dat is erg. Hoeveel tact en zachtmoedigheid en inlevingsvermogen wordt dan van die jonge mensen gevraagd? Ik heb er grote bewondering voor!

Ik zal ’t best missen, ‘s-morgens vroeg die klop op de deur, de vraag “Wat wilt u eten?”, de oefeningen in het therapielokaal, de snedige opmerkingen van de zusters, de rammelende “broodwagen” in de gang, waar Wendy altijd onverstoord de maaltijden gereed maakt, de uitnodigingen van Steve, die als een wervelwind rondgaat om de mensen op te krikken te komen koffie drinken (“met iets lekkers”!) of een spelletje te doen (bingo, sjoelen, gymmen, Triviant en nog zo ’t een en ander!). Ik zal ze missen, die gezamenlijke warme maaltijden met gekeuvel, en de kerkdiensten met daarna liederen van Johannes de Heer. Ik zal ze missen, die vriendelijke gezichten van het vaste zorgpanel: Debora, Esther, Hannie, Chantal, Sylvia, Angela, Florence, Virginia, Bianca, Renate, Wendy en Barbara. Zegt een oud spreekwoord niet: Een lieve mond maakt het hart gezond? Dat vooral zal me lang bijblijven, die vriendelijkheid en hartelijkheid, van iedereen, ook van de therapeuten en de dames achter de balie, arts Christian en de geestelijke verzorger, mevrouw Dorothea Lang. Ik hoop, dat ze allemaal dit zinvolle en niet altijd dankbare werk mogen en kunnen blijven doen!

Ik sla nog een blik op de bijna 60 kaarten met goede wensen, die me werden toegezonden door PCOB-leden en kerkgangers uit Wilhelminadorp(8), Piershil (10) en Vierpolders (5), de Gemeenten waar ik anders in deze weken had zullen voorgaan, en door bekende en onbekende mensen uit het hele land. Tenslotte haal ik de werkstukken van de kleinkinderen van de wand en ik volg mijn vrouw Tilly huiswaarts. Met een voldaan gevoel! Sjaloom!

 

Eerste week in een verpleeghuis

Ik heb 18 jaar in een verpleeghuis gewerkt, als geestelijk verzorger in Ter Valcke te Goes. Je zou dus zeggen, dat je dan een verpleeghuis wel kent. Ja, de buitenkant, de organisatie, de problemen en ook de mensen. Maar toch is het heel anders, wanneer je er zelf in ligt!

Ik heb 18 jaar in een verpleeghuis gewerkt, als geestelijk verzorger in Ter Valcke te Goes. Je zou dus zeggen, dat je dan een verpleeghuis wel kent. Ja, de buitenkant, de organisatie, de problemen en ook de mensen. Maar toch is het heel anders, wanneer je er zelf in ligt!

Wanneer je één geheel wordt met het verzorgingsgebeuren. Wanneer je de afhankelijkheid aan den lijve voelt. Het maakt een groot verschil, of je op bezoek komt of enkele uren in het huis verblijft om er te werken en daarna weer huiswaarts te keren óf dat je er dag en nacht woont. Er is geen “buiten” meer voor je, alleen een “binnen”. Je ervaart de benauwenis van te moeten leven tussen 4 muren. Je voelt de druk van het “huis”, je zit in een systeem. Je vrijheid is geblokkeerd, je moet doen wat een ander goed voor je vindt. En als je dan ook nog veel pijn hebt, voel je je echt als een beklagenswaardig mens. Je bent opeens “meneer Kroes” geworden van kamer 122 en je krijgt een koord met een alarmschel om je nek.

De dag begint met gestommel en gerammel ergens in huis. Je weet dan: de dag gaat beginnen. Maar het is nog donker en je ogen vallen nog dicht. Na een uurtje wordt er geklopt op je deur: wassen, eerst op bed daarna in de badkamer (maar dan voel je je al een hele :Piet!)

Dan komt de pillenwagen voorbij. Bij mij wordt een bakje met zo’n 15 pilletjes neergezet, van groot tot klein, van recht tot krom. Slikken maar! Even later verschijnt de dame van de voedselverstrekking. “Wat wilt u eten?” “Ach, geef maar twee bruine sneetjes en een cracker met een plaatje koek, komijnekaas en jam”. Dan is het nog even scheren, tandenpoetsen en naar de fysiotherapie. Drie elementen vragen daar mijn aandacht: lopen in de brug, lopen achter het looprek en fietsen in de hometrainer. Met de dag gaat het beter! Tenslotte wordt ik uitverkoren om als proefkonijn te fungeren voor een examen van een jonge student in de fysiotherapie, die in ons huis stage loopt. Op het eind van de ochtend mag je achter een lekker bakkie uitrusten van alle vermoeienissen. Al gauw is het dan ook etenstijd (warm), waarna het bed opgezocht kan worden voor de middagrust. In de middag vinden ook allerlei activiteiten plaats zoals gezellig samen koffie drinken en naar de film kijken, met elkaar Triviant spelen of kegelen, het zingen van geestelijke liederen en zondags natuurlijk de kerkgang. Je hoeft je beslist niet te vervelen! En dan is er ook nog doorlopend bezoek en je kunt natuurlijk TV gaan kijken, op de kamer is er kleinbeeld, in de woonhoek superbreedbeeld. En – dat heb ik u al verteld- er staat ook nog een computer voor algemeen gebruik in het “Grand Café”. Dat laatste is trouwens een hele gezellige ruimte, waar je een krantje kunt lezen, eten, drinken en biljarten. Hier komt ook het bejaardenzangkoor repeteren en worden allerlei evenementen gehouden zoals de kerkdienst. Allemaal heel gezellig.

Bij dit alles tenslotte wordt je omringd door de goede zorg van vriendelijke zusters, een jonge verpleeghuisarts, therapeuten en een kapsalon. De namen van de jonge dames zijn net zo mooi als haar aangeboden diensten. Luister maar: Chantal, Virginia, Esther, Debora, Sylvia, Renate, Barbara, Lisette, Bianca, Angela, Nouschka, Florence, Wendy, Iris, Lianne, Suzanne, Danny en Linda. En dan zal ik er nog wel enkele vergeten zijn! Allemaal bloemrijke en ook Bijbelse namen. En dat past goed in de traditie van het huis. Want De Elf Ranken is zo’n 30 jaar geleden gesticht door 11 diaconieën van Gereformeerde Kerken van Rotterdam-Zuid en omgeving. De naam verwijst naar een Bijbeltekst: “Ik ben de wijnstok en gij zijt de ranken” (Johannes 15,5). Iets van dat bloemrijke en sappige van een druiventros vindt men nog terug in de bouw van het nieuwe onderkomen in Barendrecht. En zeker ook in de sfeer die men daar aantreft. Dat is mijn voornaamste indruk na de eerste week van mijn verblijf aldaar. En daar ben ik erg blij om!

Ervaringen in een verpleeghuis

Zoals mijn schoonzoon al geschreven heeft heb ik een heup gebroken. Zo maar. Zulke dingen gebeuren altijd “zo maar”. Je loopt de deur uit en struikelt over een opstaand steentje in het pad. Nou was dat lopen van mij meer een schuifelen en had ik natuurlijk een kruk moeten nemen. Maar ja, het gaat toch altijd goed?

De Elf RankenZoals mijn schoonzoon al geschreven heeft heb ik een heup gebroken. Zo maar. Zulke dingen gebeuren altijd “zo maar”. Je loopt de deur uit en struikelt over een opstaand steentje in het pad. Nou was dat lopen van mij meer een schuifelen en had ik natuurlijk een kruk moeten nemen. Maar ja, het gaat toch altijd goed?

En als het bijna niet goed ging, zei ik tegen mijn vrouw: “Ik heb weer eens een beschermengel gehad”. Helaas, op donderdagavond half elf in Bleiswijk heeft geen beschermengel mij nog kunnen opvangen. Daar lag ik dan. De pijn was zo erg, dat ik me niet meer bewegen kon, laat staan opstaan. De ambulance uit Zoetermeer was gauw ter plekke. “Wat wilt u: naar het ziekenhuis in Zoetermeer of naar het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam?” De keus was snel gemaakt. En een foto ook. Het overbrengen van de brancard naar het ziekenhuisbed was een pijnlijke zaak. Maar ik moest wel geloven dat het een mooie breuk was, in de steel van de heup recht overlangs. Zo lag ik dan op vrijdag twee uur ‘s nachts op m’n kamer 9-hoog. Gelukkig hadden ze die nog voor mij, een éénpersoonskamer. Met veel Paracetamol werd de pijn onderdrukt. Aan een feestelijke dag, waarop de verjaardagen van mijn kleindochter Dieni (10) en schoonzoon Bart, die op dezelfde dag jarig zijn, werden gevierd, kwam zo een abrupt einde! Gelukkig had de heilige Franciscus, wiens naam aan het ziekenhuis verbonden is, nog iets moois voor mij in petto. Diezelfde dag nog werd ik geopereerd en daarna een weekje met veel liefde en barmhartigheid door lieftallige zusters verzorgd. Al gauw werd het feit gesteld, dat het een langdurige revalidatie zou worden, zeker in verband met mijn deplorabele knieën en voeten/enkels. Naar huis gaan zou dus zeker niet kunnen, de beste optie was een verblijf in een verpleeghuis. Nu was er bij ons in Barendrecht enkele jaren geleden een prachtig nieuw verpleeghuis gebouwd. Daar wilde ik wel naar toe. Dat was voor mijn vrouw ook het beste. De aanvrage kon gelukkig worden gehonoreerd. En zo werd ik donderdag 4 januari in “De Elf Ranken” opgenomen.

Ik ben nu geen patiënt meer, maar revalidant. Het klinkt mooi, maar het voelt hetzelfde. Binnen enkele dagen al ben je “gehospitaliseerd”.

Je bent afhankelijk, op je zelf betrokken, de buitenwereld is vervaagd. Gelukkig heb ik ook hier liefdevolle verzorgers aangetroffen en een gezellige omgeving, waar het goed toeven is.

Zeker nu ik de computer heb ontdekt in het huis. Ik kan nu toch nog wat naar buiten treden om u mijn belevenissen te vertellen! En af en toe een preek en een meditatie te maken. Ik verzeker u: het leven neemt wel een andere keer, als je in een zieken- of verpleeghuis moet verblijven. Maar dat wist u natuurlijk al lang!

Met een hartelijke groet, Ds. Kroes.

Verpleeghuis “De Elf Ranken”
Middeldijkerplein 28
2993 DL Barendrecht
Kamer 122 Tel. 0180-555614

Eltheto

Herinneringen aan Wilhelminadorp. Wat Sinterklaas in 1982 aan de vrouwenvereniging schreef.

Herinneringen aan Wilhelminadorp. Wat Sinterklaas in 1982 aan de vrouwenvereniging schreef.

Groepsfoto Eltheto 1987

Voor het fotoalbum “Eltheto”, klik hier.

Spanje, 30 nov. 1982
Geachte dames van “Eltheto”,

De vrouwen van “de Polder” zijn heel wat mans,
Zij raken beslist niet gauw uit balans!
Dat had Sint in ’t schone Spanje reeds vernomen,
Toen hij te kennen gaf ook eens naar De Polder te willen komen.
In ’t bijzonder gold zijn aandacht de dames van Eltheto,
Want bepaald niet elke vereniging heet zó!
De vrouwen met die mooie Griekse naam,
Komen alle veertien dagen in de kerk tesaâm
Om daar te luist’ren naar een geestelijk woord,
Wat de heil’ge Sint best wel bekoort.
Daarna is men bezig allerlei handwerk te doen
Van wol tot leder, van bloemetjes tot katoen.
Ook is daar wel eens een sprekerd met plaatjes en gedichten
En wil men elkander wel eens op an d’re wijze stichten.

Eens per jaar raken ze in vuur en vlam,
Dan slaat letterlijk de vlam in de pan!
Immers, dan wordt de verkoopmiddag georganiseerd
En ’t Wilhelminahuis met een werkbezoek  vereerd.
Rennen, vliegen, draven, niet te kort!
Gauw nog even een draadje breien aan kleed of schort.
Babbelaars bakken, taartjes in de oven!
Je kunt je ogen bijna niet geloven,
zóveel spul wordt er dan gebrouwen
Door de nijv’re handen van Eltheto’s vrouwen.
Een hele middag wordt alles aan de vrouw gebracht
er is vrijwel niemand van het andere geslacht –
En als het verkoopfeest is afgelopen
En er niemand meer is om nog wat te kopen,
Dan worden de centjes en guldens bij elkaar gelegd….
Want rekenen kunnen ze ook, die vrouwtjes van de Polder,
Niemand is er die dan wat zegt,
Totdat het resultaat kan worden bekend gemaakt
En iedereen voor zichzelf een hele diepe zucht slaakt!
“Tjonge, dat is toch weer meegevallen, dat hadden we niet gedacht,
Zo samen werken met z’n allen, dat geeft toch ongekende kracht!”

Sinterklaas en zijn zwarte Pietermannen kunnen dat beamen,
Ook zij bundelen alle jaren hun krachten samen,
En het resultaat mag er dan ook elk jaar weer wezen,
Getuige ook de pakjes, die wij u, dames bij deze geven!
Kijk maar eens onder het papier, maar voorzichtig aan hoor,
Het dient u allen tot vertier, u heeft er vast ook wel oog voor.
Schoon en lichtend in uw huiskamer klein
Mag het vele dagen een herinnering zijn
Aan de komst van de goedheilig man,
Die voor u helemaal uit Spanje kwam.
Hij wil u eren met zijn gedicht en geschenken
En u nu van harte een goede avond toewenken.
Ga zo voort, dames van het zo vruchtbare Zeeland,
Ora et labora, luctor et emergo, houdt samen stand!
Ja, worstel en kom boven, bidt en werk,
Sámen-werken-bidden maakt o zo sterk!

Sint Nicolaas

=====================================

Feestlied ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan in 1989

Daar is al in een dorpje klein een vrouwengroep apart.
Zij is nu vijfendertig jaar en haar behoort mijn hart!
De vrouwen werken heel erg hard
Met naald en ook met draad.
In lief en leed, in vreugd’ en smart
Weten zij wel raad!

Refrein:
Wij vieren feest met onze club,
Want we houden van elkaar,
En roepen dan ook allemaal: Hup,
Het blijv’ zo menig jaar!

Eens in de veertien dagen tijd is er “Vereniging”:
Programma’s vol ernst en jolijt,
Ja, dat is niet gering!
Er worden sprekers ingehuurd,
Ook gedacht aan man en kroost.
Ja, het geheel wordt goed bestuurd
Door ene mevrouw Van Oost.
 
Reeds dertig jaar doet zij dit werk
Met hulp van menigeen,
En vele handen maken sterk,
Dat weet ja iedereen!
Onafgebroken dertig jaar,
Dat is een hele tijd.
De H.V.G. werd het gewaar
In “continuïteit”.

Elk jaar opnieuw werd er gewerkt
Voor ’t spekken van de kas,
Waar ook de Kerk mee werd versterkt,
Als ’t jaar weer omme was!
Een reisje was ook vast pandoer
Door heel ons mooie land.
Soms was het een hele toer,
Als je ergens was gestrand.

Het buitenland werd niet geschuwd,
in Brussel werd gestruind.
Uitgerust werd in de luwt’
Van ’s Konings mooie tuin.
Een keizer werd door ons bezocht,
In Doorn was zijn kasteel.
We voelden ons wel wat bekocht:
Hém zagen we niet veel!

En de positie van de vrouw
Stond ook op het program,
Maar ééns werd men het niet zo gauw
Over de visie op de mán!
De dominee gaf ook wel stoom:
Cornelder – Lindeboom,
En ook liet jonge Vis(sen)beek
De club niet in de steek!

En toen kwam dominee Attema,
Als vrouw stond zij ons ná.
Zij hield een lezing over ’t werk
In de Gemeente en de Kerk.
Veel dia’s werden ons vertoond
Door Van Oost en dominee Kroes,
En niemand werd daarbij verschoond,
Ook niet ons eigen Goes.

De jaren vloden wel snel heen
Als in een trage stroom.
Het lijkt alles zo kort geleên,
Het is als in een droom.
Herinneringen tal van aard,
Zij vullen nu ons hart.
Zij worden trouw door ons bewaard,
Gemengd met een vleugje smart,

Wij denken aan de leden, die
Van ons zijn heengegaan.
Een voorbeeld waren zij voor wie
Zich sloten bij ons aan.
Geslachten komen en zij gaan,
Dat is maar al te waar.
Alleen de liefde maakt ons klaar
Voor wat eeuwig zal bestaan!

Mevrouw Cornelder ging op pad
langs huis en land en stal,
totdat zij heel veel dames had,
wel dertig in getal.
De meesten waren nog in dracht,
Dat was een schoon gezicht:
De consistorie vol van pracht
Zo bij het avondlicht!

Het aantal is gebleven zo
Al vijfendertig jaar.
Dat is gerust een best niveau,
Als is er ook een “maar”.
Veel zijn er aan de oude kant
En de jeugd laat gaan verstek,
Verdwenen is de Zeeuwse kant,
Ook dat is een gebrek!

Maar ons past toch tevredenheid:
Een mijlpaal is bereikt!
Veel dingen hebben ons verrijkt
In al die lange tijd.
Te veel om op te noemen hier,
Er komt geen einde aan,
En nóg zien w’ onze vaandel fier
Aan gindse kimme staan!

En nóg leeft onze HaVéGé
De toekomst tegemoet,
Waar hoop en liefde alle twee
De einder gloren doet.
We hopen, dat zij blijven zal
Een clubje hecht en sterk,
In vriendschap en qua ledental,
Geroepen tot goed werk!

“En ik was jong en o zo schoon
En droeg een gouden kroon.
Toen werd ik oud en ook wat stijf
En kreeg een band om ’t lijf.”
Vrouw van de Velde droeg dit voor,
Toen zij was tachtig jaar.
In ’60 had zij al gehoor,
Maar nú is ’t wel héél waar!

Eltheto is een oude vrouw,
Bejaard en ook wat stijf,
Na zoveel jaar krijg je al gauw
Een bandje om het lijf!
Gelukkig is zij jong van hart,
Van binnen nog vol vuur.
Steeds weer maakt zij een nieuwe start,
Steeds volgt een ander uur!

In vierenzestig vierden wij
Het tienjarig bestaan.
Wat waren wij toen allen blij,
We hieven een feestlied aan:
“We zijn hier bij elkaar,
Onz’ groep bestaat tien jaar.
’t Stemt ons verheugd en maakt ons blij
En  daarom zingen wij!”

In negenenzestig vijftien jaar,
We hielden een bazaar!
Het graanpakhuis was overvol,
Wat hadden we een lol!
Het resultaat was ook niet mis:
Vier duizend bij elkaar:
Een heerlijke gedachtenis,
Een vorstelijk gebaar!

De Fakkel is ons huisorgaan
In heel ons club-bestaan.
“Verdieping” wordt door ons gehoord
Vanuit het godd’lijk Woord.
Wij praten verder met elkaar
Hoe ’t in het leven moet.
De Fakkel lézen is niet naar,
Fakkel-zijn is and’re koek!

De Bondsdagen herinn’ren w’ons
uit de dagen van weleer.
Nu is ’t meer een onder-ons
van enk’len en niet meer!
’t Bestuur doet zeker nog z’n best
Voor regionaal verband,
Want anders – zo klinkt onze les –
Je in isolement belandt!

Wanneer er is “Vereniging”,
Zo na een uur of zes,
Wordt klaargezet zo menig ding
Door koster en kosteres.
We zijn er hen zeer dankbaar voor.
Het is zo’n mooi lokaal,
Fijn en gezellig is het hoor
Door ’s kosters warm onthaal!

De leden doen ook graag wat zelf.
Gezelligheid is troef!
Een fietstocht met een vrouw of elf,
Een etentje in Goes!
Een spelletje kan ook geen kwaad
Of stukjes voor Kerstfeest,
Waar een gevleugeld’ engel op staat,
Dat is heel mooi geweest!

De penningmeester is van belang,
want “zuinig” gaat vóór al
en potverteren duurt niet lang,
dús schrijft zij elk getal!
En als ’t jaarvergadering is,
Leest zij dat alles voor –
Al die getallen is niet mis!
Geen één gaat er teloor!

Wie schrijft, die blijft! Zo wordt gezegd.
De secretaris doet dit ook!
Voor haar is schrijven weggelegd,
Zij raakt nooit van de kook!
Zij maakt verslagen van al wat
Gebeurd is elke dag,
En giet dit alles in het vat
Van een keurig jaarverslag!

Niet altijd zijn we in de sas,
Soms worden we verrast,
Zoals wanneer zoek is een jas,
Nog wel van een lieve gast!
O meisjes, zou die jas nu echt
Gestolen zijn? Ja wel!
Gelukkig kwam die gauw terecht:
’n vergissing was in ’t spel!

Met Kerst zitten we bij elkaar
In ’t Wilhelminahuis,
Tesaâm met wie al is bejaard,
Daar voelen we ons thuis.
We hebben eerst een gezaamlijk maal,
Vereend in liefde-geest.
Betrekken dan de Grote Zaal
Voor ’t grote liefde-feest!

De naam “Eltheto” heeft wel wat,
die klinkt zo mysterieus!
Daar ligt een bede in vervat,
Ja echt, heel serieus!
Een bede, op toekomst gericht:
Dat Jezus wederkeert,
En dat ook ons – in dit gezicht –
Zijn boodschap wordt geleerd!

Totdat Hij komt is er een taak
voor ons hier weggelegd;
dat Zijn liefd’ over ons waak,
zodat ons spoor ga recht!
Met deze uitkomst in ’t verschiet
Besluiten w’ons verhaal,
 En zin gen nu tot slot van ’t lied
Voor d’allerlaatste maal:

Refrein:
Wij vieren feest met onze club,
We blijven bij elkaar!
En roepen dan ook allemaal: “Hup!
Tot over vijftien jaar!”

Inmiddels zijn die vijftien jaar al weer lang voorbij!
Hoe zal ’t er nu met de club voorstaan?? Graag reacties!!

Mannen en vrouwen gescheiden in de kerk

Ik heb u eerder verteld, hoe ik in mijn boekenkast twee boeken tegenkwam, die opnieuw mijn aandacht vroegen. Het eerste was een schitterend werk over de bouw van Franse gotische kathedralen. Het andere handelt over het protestantse kerkinterieur. Al lezend kreeg ik ook een antwoord op een vraag, die ik me weleens heb gesteld, als ik zag hoe in sommige kerken echtparen zich gingen splitsen.

Ik heb u eerder verteld, hoe ik in mijn boekenkast twee boeken tegenkwam, die opnieuw mijn aandacht vroegen. Het eerste was een schitterend werk over de bouw van Franse gotische kathedralen. Het andere handelt over het protestantse kerkinterieur. Al lezend kreeg ik ook een antwoord op een vraag, die ik me weleens heb gesteld, als ik zag hoe in sommige kerken echtparen zich gingen splitsen.

Protestants kerkinterieurOver het boek over Franse gotische kathedralen schreef ik hoe je kunt wegdromen in een wereld apart, ver weg van het jachtige bestaan daarbuiten. Heel veel dia’s die ik destijds op vakantiereizen gemaakt heb getuigen daar nog van. En dat blijven ze doen, ook nu ze gedigitaliseerd zijn en opgeslagen in de computer om straks opnieuw te verschijnen op een dvd. Natuurlijk is het beeld wat vervaagd en zijn de kleuren niet meer zo mooi, maar ze spreken nog volop van de grootsheid van een ver verleden.

Het andere boek is een standaardwerk van prof. C. A. van Swigchem, getiteld: “Een huis voor het Woord”. Het handelt over het protestantse kerkinterieur in Nederland tot 1900. De meeste protestantse kerken zijn weliswaar niet zo oud als de Romaanse en Gotische kathedralen, ook niet zo groot en spectaculair, maar daarom toch niet minder interessant. Het boek vertelt over de grote plaats van “het Woord”. Soms zijn het echte preekkerken. De enige versiering is hier en daar een schild of een bord, het doophek en banken voor de hoge heren. Al lezend kreeg ik ook een antwoord op een vraag, die ik me weleens heb gesteld, als ik zag hoe in sommige kerken echtparen zich gingen splitsen. De vrouwen bijvoorbeeld in het middenvak en de mannen in de banken er om heen.

Van Swigchem schrijft hierover het volgende (blz. 223):

In het begin van de 19e eeuw ontstaat er in de Grote Kerk te Bodegraven gebrek aan ruimte in de mannenbanken, zodat mannen op vrouwenplaatsen gaan zitten. Dit wekt beroering. De Kerkenraad besluit wachters aan te stellen om het te voorkomen. Zo groot is blijkbaar de betekenis, die gehecht wordt aan het apart zitten van mannen en vrouwen. Niet alleen in Bodegraven, in veel kerken waren de zitplaatsen van de vrouwen en die van de mannen gescheiden. De ouderdom en de herkomst van deze -ook buiten Nederland voorkomende – gewoonte valt moeilijk na te gaan. Voor zover uit de bronnen valt op te maken, komt het gescheiden zitten al vroeg voor, maar niet overal en niet overal op dezelfde manier. Er zijn plaatselijke en regionale tradities. Het is denkbaar, dat bij het ontstaan van die gebruiken praktische motieven een rol hebben gespeeld. Wellicht ook fatsoensregels. Is er eenmaal een gewoonte ontstaan, dan wordt daar in een gelijk blijvende, traditioneel ingestelde, samenleving al gauw een bijzondere betekenis aan gehecht, ook al gaat het om zaken die ons bijkomstigheden lijken. De geschiedenis van de kerk verschaft voorbeelden te over.

Een eerste variant, waarvan wij de oorsprong niet weten, is de veel voorkomende gewoonte dat het ruim van de kerk gevuld is met een stoelenperk voor vrouwen, terwijl de mannen hun zitplaatsen hebben in de banken rondom (zoals in Wilhelminadorp, waar de banken “bochten” worden genoemd).

In de periode, toen sommigen stonden en anderen zaten op meegebrachte stoelen, kan het zijn reden hebben gehad dat de ruimte vóór de dooptuin werd vrijgehouden voor stoelen, en dat zij die stonden zich opstelden aan de rand, omdat anders wie op een stoeltje of krukje zaten niet veel te zien kregen. Op die manier zou de gewoonte kunnen zijn ontstaan een perk met stoelen in het midden voornamelijk voor vrouwen te reserveren. De kerkstoel was voor de vrouw een handiger meubel dan de gesloten bank (klederdracht?).

Misschien heeft zelfs een rol gespeeld, dat de bank, die om praktische redenen tegen de muur stond en verhoogd was, een duurder en deftiger meubel was. In het kerkrecht heeft de man een hogere rang dan de vrouw, en het zou dus kunnen zijn, dat daarom de hoge zitplaats langs de muur voor hem bestemd was.

Het verhaal, dat de hier besproken schikking ontstaan is, omdat de mannen bij de hagenpreken gewoon waren zich op te stellen rondom de ongewapende vrouwen in hun midden, is schilderachtig maar niet meer dan dat. In hoeveel Gemeenten heeft men hagenpreken gekend? Was er enige reden om zo’n met de vervolging samenhangende gewoonte over te hevelen naar het kerkgebouw? Bestond het gebruik al niet veel eerder?

Over hemelse huizen

Bij het scannen van oude dia’s kom ik ook veel foto’s van oude kerken tegen. Dit bracht mij er toe weer eens in mijn boekenkast te neuzen. Ik werd direct getroffen door een magistraal werk over “de gotische kathedraal”. Een boek van zo’n twintig jaar geleden. In de tijd, dat goede boeken nog wat deden! Wat zijn zulke boeken nú nog waard? Ze liggen voor een grijpstuiver op de rommelmarkt.

Bij het scannen van oude dia’s kom ik ook veel foto’s van oude kerken tegen. Dit bracht mij er toe weer eens in mijn boekenkast te neuzen. Ik werd direct getroffen door een magistraal werk over “de gotische kathedraal”. Een boek van zo’n twintig jaar geleden. In de tijd, dat goede boeken nog wat deden! Wat zijn zulke boeken nú nog waard? Ze liggen voor een grijpstuiver op de rommelmarkt.

Ik vroeg mijn kleinzoon: wat heb je ’t afgelopen jaar nu gelezen behalve de verplichte schoollectuur? “Harry Potter, Opa!” Gelukkig toch nog een boek, dacht Opa en hij spoedde zich naar de winkel van ECI en bracht het laatste deel van Potter voor hem mee. Toch vindt hij het wel geweldig, als Opa voor een werkstuk van alles en nog wat uit zijn boekenkast tovert. Ik zou graag een deel van mijn opgebouwde bibliotheek aan hem willen slijten, misschien komt dat nog. Evenals al mijn grammofoonplaten, muziekbandjes en Cd’s, inclusief twee top platenspelers uit de zestiger jaren! Gelukkig heb ik zeven kleinkinderen, dus wie weet…Er zal er toch wel eentje bijzitten, die daar belangstelling voor krijgt? Ondertussen Oma maar mopperen over al die “rommel”en de kinderen maar Internetten en rommelen op de computer.

Maar wat ik u eigenlijk wilde vertellen: ik kwam daar dus dat mooie boek over de gotische kathedraal tegen en stond opnieuw perplex, Het boek laat zien, hoe Gods Rijk als ’t ware reeds op aarde kwam in de immens grote kerkgebouwen, die door hoogte (sommigen meer dan 50 meter, de toren niet meegerekend!) en ruimtewerking (“open” muren met hoge gekleurde vensters) een hemels perspectief boden. De beelden en symbolieken in deze kerken rijkelijk aanwezig, zowel buiten als binnen, vertellen de aandachtige betreder van deze heilige ruimte het verhaal van God en mensen: Gods daden uit de Bijbel, maar ook in het leven van martelaren en heiligen. Vandaag ervaar je nog met ontroering de diepe eerbied van de mensen, die toen in de 12e en 13e eeuw, en eerder of later, een hemels huis voor de mensen op aarde gebouwd hebben. Je begint als toeschouwer om bijvoorbeeld de kathedraal van Reims (de bouw begon in 1211) te bezichtigen, maar al gauw wordt je deelnemer. Je krijgt het gevoel, dat jij niet naar de kerk kijkt, maar dat de kerk naar jou kijkt en jou beoordeelt ook. Van buitenstaander wordt je insider. Niet jij neemt de kathedraal in je op, maar de kathedraal neemt jou op! En hij laat je niet meer los. Zouden de Middeleeuwers dat ook niet zo gevoeld hebben? Van de ene straat liep je gewoon door de kerk heen naar de volgende straat. De honden liepen mee en de schapen en koeien. De kerk was een soort hemelse bewaker voor de mensen rondom, een toevluchtsoord ook temidden van de gevaren, waaraan de Middeleeuwen zo rijk was. De gotische kathedraal als het open venster naar de hemel gaf de mensen in die woelige tijd een stuk rust en zekerheid voor tijd en eeuwigheid. Tenslotte werden zij daarin of kort erbij begraven.

Dit alles schoot me te binnen, toen ik naar mijn oude dia’s keek met dat mooie boek in de handen. Weer zag ik me staan in die oneindige ruimte, vol verwondering, met de camera in de aanslag. In al die vakanties vanaf 1970, toen we met de kinderen de cultuurparadijzen van Frankrijk en Italië en ook Duitsland bezochten. De kinderen verzuchtten wel eens, dat ze er een ‘kerkekop’ van kregen… Straks kunnen ze dat opnieuw doen, als ze de dvd gaan bekijken, waarop vele van die beelden terug te vinden zijn!

Ik werd al neuzende in mijn kast ook opnieuw getroffen door een ander boek, waarover ik u de volgende week wil vertellen. Het gaat o.a. over de vreemde gewoonte in veel kerken, waar mannen en vrouwen gescheiden in de banken of op de stoelen zitten. Ach ja, zo kom je nog eens wat tegen! En dat in je eigen boekenkast!

Reacties op deze website

Soms vraagt iemand me wel eens: hoe kan ik nu het best reageren op een stukje in uw site? Ook was er een mevrouw, Elsje, die zich er over verbaast, dat er zo weinig gereageerd wordt. De site wordt best veel en goed gelezen, denk ik (hoop ik!). Maar er zijn maar weinig mensen, die dat ook in een reactie laten blijken.

Soms vraagt iemand me wel eens: hoe kan ik nu het best reageren op een stukje in uw site? Ook was er een mevrouw, Elsje, die zich er over verbaast, dat er zo weinig gereageerd wordt. De site wordt best veel en goed gelezen, denk ik (hoop ik!). Maar er zijn maar weinig mensen, die dat ook in een reactie laten blijken.

Diezelfde Elsje schrijft na de Hemelvaartspreek: “Waar blijven jullie? Ik had graag reacties gehad, of vonden jullie het niet steekhoudend genoeg, dat kan best hoor!

Er zijn twee manieren om te reageren. De eerste is dat je reactie onder het artikel schrijft. Daar is ruimte voor gemaakt. Anderen kunnen het dan lezen en weer daarop reageren. En zo krijg je een gesprek. Dat is tenminste de bedoeling! Een andere manier om te reageren is natuurlijk, dat u mij een mailtje stuurt. Dat is persoonlijker en voorkomt dat iedereen uw woorden kan lezen. Maar zó raak je nooit met anderen aan de praat! Dat is dus een keuze, die u moet maken.

Maar de meeste mensen doen helemaal niets. Zij knikken alleen maar of schudden hun hoofd en laten niet horen hoe ze er over denken. Of het moet zijn in een gesprek met huiskamergenoten. Het gaat eigenlijk in de kerk precies zo: na afloop van de dienst hoor je maar zelden iets terug. Soms zegt iemand, ontroerd: “Het was goed zo dominee!” of: “Het was een fijne dienst!” of kort en krachtig: “Goeie preek!” Dat wordt dan door een flinke handdruk bevestigd. Het hoeft ook niet altijd met woorden gezegd te worden. Maar af en toe is het toch wel fijn, als je iets terughoort. Het mag ook kritiek zijn. Want dat is ook een teken, dat het je raakt, dat het je iets doet.

Schrijven blijkt dan ook nog een moeilijk ding te zijn, al gaat het met de computer heel gemakkelijk! Maar leren we dat nog wel op school? Een brief schrijven? Een stukje in elkaar flansen? Oudere mensen kunnen dat soms nog heel goed, kijk maar naar de 80-jarige Elsje. Zij hebben ook de vrijmoedigheid om te schrijven. Die hebben ook boeken gelezen! Bij jongeren ligt dat heel anders. Ik zie dat bij mijn eigen kleinkinderen. In technische zaken liggen zij mijlenver vóór, computerpuzzels oplossen is voor hen -hoe jong ze ook nog zijn – een peulenschil. Maar een voordracht houden, een artikeltje schrijven… daar hebben ze vaak grote moeite mee. Dan komt al heel gauw Internet er bij te pas! En de boeken in Opa’s kast, die het allemaal veel gemakkelijker en overzichtelijker weergeven, blijven gesloten! Ik probeer nu mijn kleinzoon van 14 mijn “Winkler Prins” uit de jaren 60 tot 80 over te dragen. Dat was vroeger mijn trots! Ik zeg tegen hem: “Kijk daar toch eens in, wat een informatie, wat een schoonheid! Daar kan toch geen Internet tegen op!” Ondertussen maak ik toch ook veel gebruik van Internet. Ja, zo gaat dat in de wereld.

Tenslotte zou ik u, en in ’t bijzonder die lieve schrijfster Elsje, willen toevoegen: rustig doorgaan met schrijven hoor! Wie schrijft die blijft!

Oude kerken

Je kunt maar ergens gek op zijn! Ik heb m’n leven lang grote liefde gehad voor oude kerken. Daaraan herinneren honderden bakken met dia’s van vroegere vakanties. De kinderen zeiden toen al: we krijgen er gewoon een kerkenkop van! Ook nu nog ben ik blij, wanneer ik in een mooie oude kerk mag preken. Want je hebt ze natuurlijk hier ook, vlak bij. Je hoeft er niet voor naar de Provence of Florence!

Je kunt maar ergens gek op zijn! Ik heb m’n leven lang grote liefde gehad voor oude kerken. Daaraan herinneren honderden bakken met dia’s van vroegere vakanties. De kinderen zeiden toen al: we krijgen er gewoon een kerkenkop van! Ook nu nog ben ik blij, wanneer ik in een mooie oude kerk mag preken. Want je hebt ze natuurlijk hier ook, vlak bij. Je hoeft er niet voor naar de Provence of Florence!

HeinenoordBij ons om de hoek vind je ze overal: in de Hoekse Waard, in de Alblasserwaard, op de Zuid-Hollandse eilanden en in Zeeland. Natuurlijk ook in Barendrecht, waar wij wonen, en in en rondom Rotterdam. Allemaal prachtige oude dorpskerken uit de late Middeleeuwen, deels nog romaans, maar meestal laat gotisch. En weet u, wat tegenwoordig zo gemakkelijk is? Die kleine digitale camera’s! Je hebt er één in je tasje, bij je mobiele telefoon en autopapieren, en je kunt zó aan de slag!

Zo waren we met Pinksteren in Heinenoord. Ik wist helemaal niet, dat daar zo’n mooi kerkje stond! “Heinenoord” is in onze omgeving natuurlijk best bekend vanwege de tunnel. Enkele jaren geleden is deze nog uitgebreid en gemoderniseerd. Wanneer er veel regenwater naar beneden komt, lopen de tunnelbuizen wel eens onder en dan heb je daar grote opstoppingen. Vroeger was er een brug: de beruchte Barendrechtse brug, die altijd open stond, wanneer je haast had!

Maar goed, wij dus met Pinksteren naar Heinenoord. Het was een gecombineerde Hervormde – Gereformeerde dienst, een volle kerk. De zon straalde ons aan alle kanten tegen, buiten de kerk en binnen de kerk. Alles stond te glimmen van Pinkstergloed! De kronen, het orgel, de oude fresco’s en de mensen in zomertenue. Wat mijn cameraatje daarvan heeft opgepikt, laat ik u hier zien. Rondom de preekstoel is de “tuin” nog aanwezig. Daarmee wordt het vaak kunstig gesneden hekwerk bedoeld, dat de ruimte onder de preekstoel afschermt. Nu konden zich daar mooi alle kinderen van de nevendienst opstellen om tezamen nog een mooi Pinksterlied te zingen. Ik zat daar op mijn kruk midden tussen! Zoiets heb ik nog nooit eerder meegemaakt!

Heinenoord

Heinenoord

Heinenoord

Heinenoord

Heinenoord

Heinenoord

Heinenoord

Heinenoord

Een week later, op zondag Trinitatis, mocht ik voorgaan in de oude dorpskerk van Capelle a/d IJssel. De premier kerkt daar niet. Ik heb hem dus ook net gemist. Trouwens, hij was niet thuis, want ’s middags zag ik hem op de buis in Leipzig. Wat mij opviel was, dat er veel jonge mensen met kinderen in de kerk waren. Ook hier weer op z’n zomers! De kerk ligt verscholen achter een eeuwenoude boom. Hier zijn de oude kroonluchters nog wel aanwezig, prachtig oud en heel zwaar koper, glanzend in de zon. In Heinenoord waren ook mooie luchters, maar de koster daar vertelde dat het “neppers” waren. De oude luchters waren – denk ik – in de oorlog geroofd. Een machtig oud barok orgel siert de ene wand van de kerk, terwijl de aan de andere kant een prachtig koorhek het koor met schitterende grafstenen afzondert. Werkelijk een schilderachtige kerk met oud gebodenbord en mooi modern gebrandschilderd raam. Kijkt u maar naar de foto’s!

Capelle a/d IJssel

Capelle a/d IJssel

Capelle a/d IJssel

Capelle a/d IJssel

Capelle a/d IJssel

Capelle a/d IJssel

Een eigen plekje

Ongeveer een jaar geleden zei mijn schoonzoon, die werkzaam is in de computerwereld: “Pa, zou u zo langzamerhand niet eens een nieuwe computer aanschaffen? Die machine van u lijkt wel van vóór de oorlog!” Nou, ik moest wel even wennen aan het idee (en de grote uitgave!), want zelf ben ik namelijk nog van vóór de oorlog.

Ongeveer een jaar geleden zei mijn schoonzoon, die werkzaam is in de computerwereld: “Pa, zou u zo langzamerhand niet eens een nieuwe computer aanschaffen? Die machine van u lijkt wel van vóór de oorlog!” Nou, ik moest wel even wennen aan het idee (en de grote uitgave!), want zelf ben ik namelijk nog van vóór de oorlog.

Ik behoor tot de generatie, die niet zo makkelijk iets weg doet, zeker niet wanneer het nog goed functioneert! Maar ja, het idee iets meer mogelijkheden uit de computer te halen, stond me eigenlijk best aan. Dus ging ik op zoek naar een geschikte, niet al te dure computer. Al spoedig stond hij glimmend en fonkelnieuw te pronken op mijn bureau. Een mooi schermpje erbij, alles overgezet en ge-update en ik kon aan het werk!

Komt diezelfde schoonzoon weer langs: “Pa, waarom gaat u niet over op ADSL? Dat is veel gemakkelijker, vooral veel sneller en per saldo ook goedkoper”. Ik dacht: “Wat moet ik daar nu mee? Ik ga toch niet dagelijks Internet op? Wat heb ik daar te zoeken?” Toch hield ik de ogen open en las eens wat foldertjes door. Zo is het gekomen dat ik overstag ging en na een paar weken de ADSL monteur binnenliet. Het was een heel gedoe. Uiteindelijk is de monteur drie keer langs gekomen, voordat ik de digitale snelweg op kon. Maar uiteindelijk was het allemaal voor elkaar en kon ik naar hartenlust surfen op Internet.

Weer een poosje later fluisterde – u raadt het al – die schoonzoon mij in: “Pa, waarom maakt u geen eigen website? Dan kunt u mooi uw preken elke zondag publiceren.” Ik mag ’s zondags namelijk nog voorgaan in diverse kerken. Natuurlijk voelde ik me niet in staat zo maar een website te gaan maken, maar mijn schoonzoon nam de technische kant voor zijn rekening. Ik hoefde alleen maar te schrijven. Zo is mijn website www.pastoralekroes.nl van start gegaan. Ik kan er van alles op kwijt. Niet dat het allemaal gelezen wordt natuurlijk, maar ik geef mijn herinneringen en ervaringen toch een plekje, en dat is leuk! Als je ouder wordt, krijg je daar ook behoefte aan. Je wilt graag nog eens over vroeger nadenken en daarover herinneringen ophalen. Maar ik schrijf ook over het heden: over de kleinkinderen, over ons huwelijk, wat het betekent om 46 jaar samen te zijn en over mijn hopen en angsten, over ons vrijwilligerswerk en natuurlijk over die zondagse preken.

Ik heb ergens mijn eigen plekje in die enorme digitale smeltkroes, die internet heet. Op dit plekje ben ik in gesprek met mezelf en met anderen! Want er zijn mensen die in mijn Gastenboek schrijven en ik ontvang e-mails. Soms verleen ik op afstand geestelijke bijstand. Het voelt als Internet-Pastoraat. En dan denk ik: wat een zegen, dat ik dit nog doen mag. Ja, die schoonzoon van mij had het goed bekeken!

Ds. Ph. Kroes
Voorzitter PCOB
Barendrecht

Verschenen als column in “Perspectief” van de PCOB als “gastspreker” (april 2006)

Wie oren heeft

Wie doof is of slechthorend weet wat je er aan verliest, als je oren niet meer goed functioneren. Wie niet meer spreken kan, weet ook wat het betekent, als je geen stem meer hebt. Horen en praten zijn elementaire functies in ons leven. Omgang met elkaar vraagt, dat je naar elkaar luisteren en met elkaar spreken kunt.

Wie doof is of slechthorend weet wat je er aan verliest, als je oren niet meer goed functioneren. Wie niet meer spreken kan, weet ook wat het betekent, als je geen stem meer hebt. Horen en praten zijn elementaire functies in ons leven. Omgang met elkaar vraagt, dat je naar elkaar luisteren en met elkaar spreken kunt.

Wie oren heeft, die hore… wie een mond heeft, die spreke…

Wat een geluk, als je nog kúnt luisteren en kúnt spreken! En wat een geluk, als je iemand hebt, die naar jou luistert en met jou spreekt! Wie heeft aan zo iemand geen behoefte? Als na een lang huwelijk je maatje wegvalt, is dat, wat je ’t ergst zeer doet: je bent je gesprekspartner kwijt. Niet dat je de hele dag met elkaar aan ’t praten bent… ook zonder veel te zeggen kun je met elkaar communiceren. En dat mis je, daardoor voel je je eenzaam en alleen.

Wat hebben we een behoefte aan mensen om ons heen, die wat aandacht voor ons hebben. Iemand die naar je luistert en met je spreken wil. Je wilt je gevoelens en gedachten wel eens kwijt, ja toch? Menigeen verzucht:”Was er maar eens iemand, met wie ik mijn gevoel delen kon!”

Zelf heb ik dat ook een paar jaar geleden mogen ervaren, hoe belangrijk zo’n partner is. Je komt thuis uit het ziekenhuis en je moet heel wat kwijt. Na een hartinfarct slaat de onzekerheid toe. Weet u, aan wie ik toen veel gehad heb? Natuurlijk, in de eerste plaats aan mijn vrouw. Maar ook aan vader en zoon Schuller, u weet wel die dominees van Hour of Power, zondags ’s morgens om 9 uur op RTL-5. Die weten met hun “peptalk” mensen echt een hart onder de riem te steken (of moet ik in mijn geval liever zeggen: een riem onder het hart?). Iemand, die naar je luistert en je zwakheden kent en met je spreekt en je bemoedigt.

In de dagen rond Pinksteren denken we er aan, hoe mensen een geopend oor hebben gevonden bij God door de kracht van de Heilige Geest. Immers: de hemel ging open, God ontsloot ons Zijn hart. Hij luistert naar ons en heeft zorg voor ons. Hij spreekt met ons. Voor Hem is niets verborgen en niets van ons gaat aan Hem voorbij… In Exodus 3 vers 7 zegt de Heer: “Ik heb terdege gezien op de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten.”

Van meet af aan heeft God zich aan mensen geopenbaard als Degene, Die naar hen luistert en met hen spreekt. Daarop konden de mensen gerust zijn en dat gaf hen steeds weer nieuwe moed en hoop en kracht om vol te houden in het leven, dat dikwijls zo hard is en moedeloos maakt.

Ook als wij mensen echt naar elkaar luisteren, komt er zo’n stukje leven van moed en hoop en kracht vrij. Maar dan moet je wel echt elkaar in het hart proberen te zien. Ik bedoel: je moet echt je best doen om te hóren, wat de ander je zeggen wil. En dat valt niet altijd mee…Vaak schieten woorden te kort. Kijk daarom de ander aan, niet alleen in het hart, maar ook in ’t gelaat. De gezichtsuitdrukking, de sprekende ogen, tranen en de gebarende handen, dat alles spreekt mee, vaak duidelijker dan de woorden .

Laten we daarop letten!

Luisteren naar de ander heeft ook veel te maken met moed: moed om met die ander mee te gaan in de donkerheid, zelfs tot in het dal der schaduw des doods (Ps.23). Daar is Jezus geweest, in dat dal… Goede Vrijdag, Stille Zaterdag… Daar vinden we Hem terug. Dat mag ons moed geven en sterken er met die ander in noodnaar toe te gaan!

Wie oren heeft, die hore… wie een mond heeft, die spreke!

In het land van koningin Emma

We waren rondom Pasen op vakantie in Waldeck-Pyrmont, waar koningin Emma geboren is. Het slot in Bad Arolsen, waar zij het levenslicht aanschouwde, is nu nog te bewonderen. Er is een prachtige barokke tuin bij. Helaas kon ik er met m’n rolstoel niet in!

We waren rondom Pasen op vakantie in Waldeck-Pyrmont, waar koningin Emma geboren is. Het slot in Bad Arolsen, waar zij het levenslicht aanschouwde, is nu nog te bewonderen. Er is een prachtige barokke tuin bij. Helaas kon ik er met m’n rolstoel niet in!

Edersee Stern von Waldeck
 Maar ze gaan het renoveren en dan wordt het helemaal toegankelijk, hebben ze toegezegd. Dit brengt me op het punt van toegankelijkheid in Duitsland. Daar is nog heel wat aan te doen! Als ik zie, hoe je bijvoorbeeld hier in Barendrecht als gehandicapte overal binnen kunt en binnen handbereik op- en afritjes hebt, in alle openbare gebouwen invaliden-WC’s enz., dan kom je in Duitsland heel wat tekort, als je in een rolstoel rijdt.

In tien dagen hebben we dan ook slechts twee mensen in elektrische rolstoelen zien rijden en enkelen in gewone duwrolstoelen. Je vraagt je af: zouden ze in Duitsland geen WVG hebben, een Wet Voorzieningen Gehandicapten, zoals bij ons? Als ik hier op de Middenbaan (de Dorpsstraat) rijd, kom ik altijd wel lotgenoten tegen. We hebben hier ook een actief Platform voor Gehandicapten en in alle opzichten toegang tot en aandacht van het Gemeentehuis (en de politiek). Maar wat ze in Duitsland wel hebben, is rust en ruimte en mooie oude stadjes! We reden soms kilometers zonder een auto te zien en ook geen mensen op straat, gewoon een weldaad als je uit het drukke Nederland komt met de overvolle wegen. Fritzlar Paasversiering
 We moesten wel naar een café zoeken, waar een toegankelijk toilet was (en niet beneden of boven!), maar in elk stadje was wel een openbaar toilet te vinden met vaak een invalidentoilet er naast. En in al die stadjes mooie raadhuizen en kerken en vooral veel vakwerkhuizen! We hebben gewandeld langs de stadsmuren en de verdedigingstorens uit de Middeleeuwen bewonderd. En we zijn in grote warenhuizen geweest, allemaal op z’n Paasbest getooid met bloeiende takken, waaraan gekleurde eieren en Paashazen. Een lust voor het oog, dat allemaal, alleen het weer had beter (=warmer!) mogen zijn! Maar het onderkomen in Waldeck maakte veel goed. Daar was het lekker warm en gezellig, in Landhotel Edersee. Na in Frankenberg, Hallenberg, Winterberg (en nog meer bergen!), in Bad Wildungen, Bad Arolsen (en nog meer Bäder!), in Fritzlar, Warburg, Melsungen, Hannoversch Münden en Kassel geweest te zijn, konden we op de laatste dag, toen het eindelijk zonnig werd, nog een boottocht maken op de Edersee. Onze oude koningin Emma kwam werkelijk uit een prachtige landstreek! Als Hollander hoef je niet ver te reizen om dat te ontdekken!

Geverfde eieren

Wie is Pieter? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat hij gereageerd heeft op mijn stukje over Paasgebruiken, de vorige week, met een vraag: “Maar waarom eieren zoeken? Waarom geverfde eieren?”

Wie is Pieter? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat hij gereageerd heeft op mijn stukje over Paasgebruiken, de vorige week, met een vraag:

“Maar waarom eieren zoeken? Waarom geverfde eieren?”

Welnu, op die vraag kreeg ik een antwoord, toen we met Pasen in de kerk waren in Waldeck (Duitsland). Het was een zogenaamde Familiengottesdienst met Doopsbediening. Een preek hebben we niet gehoord, maar wel een verhaaltje voor de kinderen. De vrouwelijke predikant legde uit, waarom we met Pasen eieren zoeken. Ze vertelde, dat sinds mensenheugenis het ei de mensen had geboeid, omdat uit het ei een kuiken tevoorschijn kwam. Zo werd het ei symbool voor vruchtbaarheid en een nieuw begin. Precies wat Pasen ook betekent! Ik denk wel, dat het eieren zoeken in het voorjaar ouder is dan Pasen. Het zal wel een heidense vruchtbaarheidsrite geweest zijn, die in de Christelijke tijd met Pasen is overgenomen. Waarom ze geverfd worden? Ik denk, omdat het feestelijk staat. In het Waldeckerland hingen overal gekleurde eieren in struiken en aan deurknoppen. Heel gezellig en feestelijk! Dat waren natuurlijk geen echte eieren. Die kregen we wel ’s morgens op ons bord bij het ontbijt: in alle kleuren!

Die dominee vertelde de kinderen ook nog, dat een ei iets met eeuwigheid te maken heeft, omdat het geen begin en geen einde heeft. Je kunt je ook afvragen: wat was er eerder? De kip of het ei? Zo is het ei eigenlijk een groot mysterie, net als Pasen! En dan denk ik tenslotte aan het woord van Jezus: “Zoekt en gij zult vinden.” Eieren zoeken heeft alles te maken met die zoektocht! Zoals ook de mensen laten zien in het gelijkluidende programma van Klaas Drupsteen op de zondagavond. Wie zoekt, die vindt…

Misschien kan Pieter daar iets mee. En u ook!

Paasgebruiken

Mensen zoeken met Pasen eieren of ontsteken Paasvuren. Waar zou die gewoonte toch vandaan komen?

Mensen zoeken met Pasen eieren of ontsteken Paasvuren. Waar zou die gewoonte toch vandaan komen?

Als kleine kinderen hielden we ons met die dingen bezig. En dat is nog zo. Hoe leuk is het niet wanneer kinderen aan ’t zoeken gaan. Waar zouden ze nu toch liggen, die eieren? En hoe leuk is het, wanneer er lichten worden ontstoken? Bijvoorbeeld kaarsjes voor het raam of een houtvuurtje buiten in de tuin.

Maar waar komen die gewoonten toch vandaan? Dat heeft te maken met de oorsprong van Pasen. Wij denken met Pasen aan wat de Bijbel er over vertelt en hoe het in de kerken wordt gevierd. Maar Pasen heeft ook een heidense wortel. Het is ook een feest geweest bij de Germanen en de Romeinen, een feest van het licht en van het nieuwe leven. Het heidense geloof was een natuurgeloof. Daarin werden de goden en godinnen vereerd, die zorgden voor de groei en het nieuwe leven in de natuur. De zon speelde daarin een hoofdrol. Vandaar licht en vuur, wat we in vele vormen bij Pasen tegenkomen. Ook het gedoe met eieren heeft daarmee te maken. Het ei is dan symbool geworden van vruchtbaarheid en nieuw leven. Eieren zoeken, eierslaan, eitje tikken, eilopen, eidansen enz. Het zijn allemaal gebruiken, die bedoelen het leven en de vruchtbaarheid te bevorderen.

Dan hebben we ook nog het Paasbrood. Men heeft wel gedacht, dat dit teruggaat op een oud offerritueel. Bij het brengen van offers werd er flink gegeten. Misschien komt het broodjes eten na een begrafenis daar ook wel vandaan.

Wat is het toch gezellig om Pasen te vieren!

Een dagje op school

We hebben vandaag weer ons dagje gehad op een lagere school, in het kader van het scholenproject van ons Platform voor Gehandicaptenbeleid in Barendrecht. We waren in een prachtige gloednieuwe school in Carnisselande. Dat is de zogenaamde Vinexwijk, die aan het dorp Barendrecht is vastgebouwd, met zo’n achtenhalf duizend woningen.

We hebben vandaag weer ons dagje gehad op een lagere school, in het kader van het scholenproject van ons Platform voor Gehandicaptenbeleid in Barendrecht. We waren in een prachtige gloednieuwe school in Carnisselande. Dat is de zogenaamde Vinexwijk, die aan het dorp Barendrecht is vastgebouwd, met zo’n achtenhalf duizend woningen. Zo’n nieuwe school is een lusthof voor de kinderen en ik denk ook voor het onderwijzende personeel. Er is een grote openheid. In het midden heb je een grote ruimte, die gedeeld kan worden door vouwwanden en wat lager ligt dan de rest. De kinderen hollen via de trapjes naar beneden. In die trapjes hebben ze lichtjes gefabriceerd, voor de veiligheid! Een gehandicapte kan via een hellingbaan naar beneden. Er is zelfs een gehandicaptentoilet. De kinderen van de groepen 7 en 8 konden van ons wat opsteken wat het betekent om gehandicapt te zijn. Daarvoor hebben we een Ganzenbordspel met zo’n 60 opdrachten, o.a. met de blindenstok lopen, met aangepast bestek eten, braille schrijven en ook rolstoel rijden. Dat laatste vinden ze allemaal heel leuk. Daar mag ik een beetje leiding aan geven. We hebben een gewone duwrolstoel, een sportrolstoel (voor volleybal en zo) en een rolstoel, specifiek voor tafeltennissen en badminton. Vraagt zo’n kind aan me: “Waarom zit u in een rolstoel?” Zeg ik: “Nou, omdat ik niet meer zo goed kan lopen.” Vraagt dat kind weer, met verwondering kijkend naar m’n mooie scootmobiel (een Solo!): “Is dat leuk om daarin te rijden?” Zeg ik: “Natuurlijk niet, ik zou liever fietsen en lopen! Maar als je dat niet meer kunt, is het natuurlijk wel leuk als je een mooie en sterke en snelle scootmobiel hebt!” Kinderen zijn nog zo spontaan en eerlijk, denk ik dan. Ze kijken alleen maar naar de buitenkant en beseffen nog niet wat een handicap in het leven kan betekenen. Gelukkig maar! Want de tijd zal het hun wel leren. ’s Middags hebben we dan een vragenuurtje, met een hulphond er bij en een blindengeleide hond en verschillende mensen in elektrische rolstoelen, mensen ook met verschillende aandoeningen. Dan wordt er ook een filmpje getoond over wat een gehandicapte bijvoorbeeld in Barendrecht aan obstakels tegenkomt. En gelooft u me: Barendrecht is een voorbeeldige Gemeente, waar de gehandicapten best veel inspraak hebben. In een grote stad is het nog wel wat anders! We delen hier ook gele kaarten uit, als fietsen in de weg staan of een auto geparkeerd staat precies voor een oprit, waar een rolstoeler het stoepje op moet rijden. Dat laten we de kinderen zien, in de hoop, dat zij er nu en later rekening mee gaan houden! Het was weer een feest om met de kinderen samen te zijn.

Wel en wee

Soms heb je een week met een begrafenis en een bruiloft. Je beseft dan hoe blijdschap en droefenis dicht bij elkaar kunnen liggen. Een rouwkaart en een trouwkaart, naast elkaar op het Tv-meubel. Je kunt het daar best moeilijk mee hebben. Soms is het leven dan een raadsel. Wel en wee zijn nauw op elkaar betrokken en we vinden er geen uitweg in. Het één gaat in het ander over, zó zit het leven in elkaar. Dood en leven, blijdschap en verdriet, wel en wee.

Soms heb je een week met een begrafenis en een bruiloft. Je beseft dan hoe blijdschap en droefenis dicht bij elkaar kunnen liggen. Een rouwkaart en een trouwkaart, naast elkaar op het Tv-meubel. Je kunt het daar best moeilijk mee hebben. Soms is het leven dan een raadsel. Wel en wee zijn nauw op elkaar betrokken en we vinden er geen uitweg in. Het één gaat in het ander over, zó zit het leven in elkaar. Dood en leven, blijdschap en verdriet, wel en wee.

Ook in de Bijbel horen leven en dood bij elkaar. Maar tegelijk horen ze ook niet bij elkaar en sluiten zij elkaar zelfs uit. Denk maar aan Openbaring 21 vers 4: “De dood zal er niet meer zijn, en rouw en verdriet zullen er niet meer zijn”. In de Bijbel heeft het leven de boventoon. Komt de dood ter sprake, dan is het, omdat het verkeerd is gegaan met de mens, die ging zondigen en daardoor niet meer beantwoordde aan Gods bedoeling. Zonde en schuld zijn er tussen gekomen en hebben de dood gebracht. Maar Christus zegt: “Ik ben de opstanding en het leven, wie in Mij gelooft zal leven!” Daarom staat er in de Geloofsbelijdenis niet: “Ik geloof de zonden en de dood”, maar “Ik geloof de vergeving en een eeuwig leven”.

Ook wie in Christus gelooft, zal moeten sterven. Maar de dood is dan alleen nog maar de begrenzing van het aardse leven. Het verschrikkelijke (de zonde in de dood) is er af. Er straalt zelfs iets verblijdends uit: “Ik zie een poort wijd openstaan…” Dood waar is uw overwinning? Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heer, Jezus Christus (1 Kor.15, 57-58). Dus gaan we moedig voorwaarts, van wel naar wee, van begrafenis naar bruiloft, van dood naar leven! Het is immers alles genade.

Een druk weekje

Soms komen een aantal dingen bij elkaar en dan heb je ’t druk!

Dat was deze week met mij het geval. Het begon ’s maandags met een zogenaamd GIPS project op het Johannes Calvijn College hier in Barendrecht. Dit project gaat uit van het Gehandicapten Platform in onze plaats (het PGB) en bedoelt de scholieren vertrouwd te maken met alle mogelijke handicaps die een mens kan overkomen. Zo laten we ze rijden in rolstoelen, lopen met een blindenstok, eten met aangepast bestek enzovoort. We doen dit ook met de leerlingen van groepen 7 en 8 op de Basisschool.

Soms komen een aantal dingen bij elkaar en dan heb je ’t druk!

Dat was deze week met mij het geval. Het begon ’s maandags met een zogenaamd GIPS project op het Johannes Calvijn College hier in Barendrecht. Dit project gaat uit van het Gehandicapten Platform in onze plaats (het PGB) en bedoelt de scholieren vertrouwd te maken met alle mogelijke handicaps die een mens kan overkomen. Zo laten we ze rijden in rolstoelen, lopen met een blindenstok, eten met aangepast bestek enzovoort. We doen dit ook met de leerlingen van groepen 7 en 8 op de Basisschool. Het is altijd een geweldige belevenis om te zien hoe enthousiast en belangstellend (leergierig!) de kinderen zijn. Deze keer waren we dus op een Scholengemeenschap voor Voortgezet Onderwijs, jongens en meisjes van 14 à 15 jaar. Eén van de lesvakken is daar “verzorging”. Daar konden we dus mooi op inspelen: de “patiënt” in de rolstoel zetten, met hem of haar naar de WC enzovoort. Het werd lachen, maar met een serieuze ondertoon! Al met al een kostelijke dag.

Dan moest ik me bezig houden met de voorbereiding van de Nationale Reuma collecte, die van 12-19 maart gehouden wordt. Jarenlang ben ik één van de wijkhoofden in het zich als maar uitbreidende Barendrecht. Ik regel de collecte in 3 wijken, onderverdeeld in 26 wijkjes, waar m’n collectanten lopen. Het is elk jaar weer een grote zorg om de wijkjes bemand (bevrouwd!) te krijgen. Maar ook nu is het weer gelukt, dank zij een groot aantal trouwe medewerkers, op wie je altijd kunt rekenen. Dan worden de bussen van zolder gehaald en klaar gemaakt met legitimatiebewijs, routebeschrijving en wat spulletjes van het Reuma Fonds, zoals ballonnen voor de kinderen. Alles gaat in een Reuma-zak om eind van de week afgeleverd te worden bij de mensen. Als u dit leest, wordt er dus in Barendrecht druk gelopen! En nu maar hopen, dat het flink wat oplevert!

Tenslotte had ik op woensdagmiddag de maandelijkse PCOB-middag, die ik mocht leiden. Onze afdeling is behoorlijk gegroeid, zeker ook door de collectieve ziekteverzekering, die de PCOB aanbiedt. Wij tellen op dit moment 403 leden. Enkele jaren geleden waren dat er nog maar goed 200! Ons dorp is rijk aan “ouderen”. Die willen ook allemaal graag hier blijven, dicht bij het winkelcentrum. De Gemeente is nu een woonvisie aan ’t ontwikkelen om dat mogelijk te maken. Dan moet Barendrecht wel “de hoogte in”. En daarover wordt flink gediscussieerd, want tot nog toe kenmerkt ons dorp zich door uitsluitend laagbouw. Enfin, vol op werk voor de nieuwe Gemeenteraad! Op de PCOB-bijeenkomst kwam een notaris ons vertellen over het nieuwe erfrecht. En de meditatie stond uiteraard in het teken van de Lijdenstijd. ’s Avonds nam ik nog deel aan een groot huisbezoek van onze kerk. Het ging over de vraag: “Wat geloof je nog?” Die vraag bleek heel wat moeilijker te beantwoorden dan vroeger. Waar kun je je tegenwoordig nog aan vast houden?

Al met al een druk weekje. Tussen de bedrijven door ben ik ook bezig geweest met de website, ben ik naar de tandarts geweest en heb ik de preek voor zondag geschreven. En dan zeggen ze dat ik reuma heb en een beetje rust moet houden…

Caravanverdriet

Hebt u dat ook wel eens, dat je verdriet hebt om iets wat je moet afstaan?

Ik heb dat deze dagen, omdat ik afscheid moet nemen van de caravan!

“Caravan” betekende voor mij: leuke vakanties, vrijheid blijheid, avontuur, gezelligheid met mijn lieve vrouw, interessante mensen ontmoeten, mooie streken bereizen, vertoeven in de bergen en nog zo veel meer. Hoeveel dierbare herinneringen bewaren wij niet aan “vroeger”, toen de kinderen nog mee gingen en de hond… Naar Italië en Oostenrijk en Frankrijk, met z’n allen, en dat minstens vier weken!

Hebt u dat ook wel eens, dat je verdriet hebt om iets wat je moet afstaan?

Onze caravan

Ik heb dat deze dagen, omdat ik afscheid moet nemen van de caravan!

“Caravan” betekende voor mij: leuke vakanties, vrijheid blijheid, avontuur, gezelligheid met mijn lieve vrouw, interessante mensen ontmoeten, mooie streken bereizen, vertoeven in de bergen en nog zo veel meer. Hoeveel dierbare herinneringen bewaren wij niet aan “vroeger”, toen de kinderen nog mee gingen en de hond… Naar Italië en Oostenrijk en Frankrijk, met z’n allen, en dat minstens vier weken! De mooiste kerken hebben we gezien, vooral kathedralen en oude kloosters. We kregen er gewoon een “kerkenkop” van, zuchten de kinderen nu, als we ’t daar over hebben. In 2002 hebben we een herstart gemaakt. Mooie caravan, alles er opnieuw bijgekocht, schitterend Mepal servies en een nieuwe voortent met scheidingswand en kidscabine. Enfin: toppie! Maar ja, wat wil het geval. De gezondheid van het lichaam houdt niet altijd gelijke tred met die van de geest. Ik kon nog wel m’n scootmobiel meenemen en lekker rondrijden op de camping…maar op den duur kon ik niet meer de caravan in, ik kon gewoon het trapje niet meer op. Dus hebben we nu maar besloten het hele spul van de hand te doen. Hopelijk heeft een ander, een jong gezinnetje of zo, er nog jaren plezier aan. Maar het kost wel moeite! Marktplaats op Internet is wel geduldig, maar zelf heb je er veel verdriet van. Zo is ’t leven, je bouwt wat op en je moet er even zo “vrolijk” weer afstand van doen! Bij het ouder worden is het laatste meestal het geval. Enfin, we kunnen nog wel in vrolijkheid omzien! En dat is ook wat waard.

Onze caravan

Kleinkinderen in huis

Ouderen prijzen zich gelukkig als de kleinkinderen op bezoek komen. Als ze komen logeren, dan is dat heel bijzonder. Het zet de hele boel op z’n kop!

Ouderen prijzen zich gelukkig als de kleinkinderen op bezoek komen.

Als ze komen logeren, dan is dat heel bijzonder. Het zet de hele boel op z’n kop!

Bij ons is dat regelmatig het geval, vooral in de schoolvakanties. Alles wordt daarop ingesteld. Je agenda wordt aangepast: geen vergaderingen en vaste afspraken, alle ruimte voor de kids! Opeens verandert er van alles. De TV is bezet, net als jij wilt kijken, behalve dan wanneer er schaatsen is of ijshockey (kleindochter is een enthousiast hockeyster!). De computer is in gebruik, net als jij hem nodig hebt. En  ga zo maar door! Het eten is anders dan jij gewend bent (pasta’s, gekruld, pijpjes, sliertjes enz.). Bij de boodschappen wordt er rekening gehouden met de kinderen. Liefst zijn zij er zelf bij om uit te kiezen. Ja, alles draait om die kleine gasten! En dat hoort ook zo. Althans, dat vindt Oma! Opa sputtert nogal eens tegen, maar dat helpt natuurlijk helemaal niets.

En als de kleinste van de zeven kleinkinderen komt, een manneke van nauwelijks twee, dan staat binnen de kortste keren de hele tent op z’n kop! Het is alsof zijne Majesteit binnenkomt! Alle speelgoed wordt uit de studeerkamer gehaald en op de vloer van de huiskamer uitgestald. Daar wordt nauwelijks mee gespeeld en ’t moet straks allemaal weer worden opgeruimd. Maar dat geeft allemaal niets. Het is een gekoesterd ritueel! Wat ben je niet gelukkig met zo’n lief klein manneke?

Het kindergenot vindt niet alleen binnen plaats, maar strekt zich ook uit tot buiten. Opa – op z’n scootmobiel- heeft ze allemaal wel mee gehad, totdat ze te groot en te zwaar werden. Het was altijd feest om met zo’n kind door Barendrecht of Bleiswijk of Amersfoort en de contreien te rijden. Naar de ezeltjes kijken of kastanjes rapen of een speeltuin bezoeken. Bij ons in Barendrecht is een speeltuin met een kabelbaan en een huisje, dat vonden ze wel het mooiste plekje in de wereld! Tegenover ons huis stond ook een grote gele wereldbol, waar de kinderen in konden hangen. Maar op een gegeven moment heeft de Gemeente die weggehaald (te gevaarlijk) en in geruild voor een  klim-gedrocht, waar geen kind meer plezier aan beleeft!

En oma en Opa maar zorgen! Vooral Oma natuurlijk. Hadden ze slecht gedroomd, dan kropen ze bij ons in bed, midden in de nacht. Het is één groot feest, de kleinkinderen in huis! Nu is de voorjaarsvakantie weer voorbij en hebben we even rust. Maar we zien al weer uit naar de volgende vakantie. Dan is het vast weer feest!

Bijkomen in de Achterhoek

Mijn vrouw en ik zijn enkele dagen in de Achterhoek geweest, in Laren, bij mijn broer Wim, die daar met zijn vrouw Corrie riant woont aan het “Pieterpad”. Zij bewonen “De Oude School” naast de vroegere pastorie. Natuurlijk is dat gebouw destijds helemaal aangepast om er een geriefelijke woning van te maken en een -niet minder geriefelijke- kennel voor hun poedels.

Hond AlexanderMijn vrouw en ik zijn enkele dagen in de Achterhoek geweest, in Laren, bij mijn broer Wim, die daar met zijn vrouw Corrie riant woont aan het “Pieterpad”. Zij bewonen “De Oude School” naast de vroegere pastorie. Natuurlijk is dat gebouw destijds helemaal aangepast om er een geriefelijke woning van te maken en een -niet minder geriefelijke- kennel voor hun poedels. Want Wim en Corrie houden en houden van poedels! U weet wel: die zwarte roetmoppen! Zij fokken ze zelf en staan daarmee aan de top van het poedelras, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd! Vroeger woonden ze in Apeldoorn en daar werd, meer dan veertig jaar geleden, de “Curlfinch” kennel al een begrip. Nu ze wat ouder zijn geworden delen ze de kennel met alle verplichtingen die daar bij horen (zoals tentoonstellingen bezoeken) met hun dochter Carla, die verderop woont, midden in het land, in een mooie boerderij. Carla fokt grote poedels, oftewel “koningspoedels”, terwijl Corrie en Wim het altijd gehouden hebben bij de zogenaamde “middenslag” poedels. Als u meer van hen wilt weten, moet u hun website http://www.curlfinch.nl/ eens bezoeken.

Kind met hondEnfin, wij gingen daar dus op bezoek. Van het drukke Barendrecht naar het stille Laren. Van de auto’s en de huizen naar de bomen en landweggetjes. Van de mensen naar de paarden en honden… Dat is een hele overgang! Niet voor niets is de Achterhoek zo in trek bij mensen, die het wat rustiger aan willen doen. De gepensioneerden vind je niet alleen in Spanje (de pensionado’s!), maar ook daar, meer en meer. En ze hebben gelijk! Het is een eldorado van rust en ruimte. Het geval wil, dat het huis van mijn broer, omdat het vroeger een school was, ook helemaal is aangepast voor rolstoelgebruik. En dat is voor mij natuurlijk heel plezierig, ik rijd er zo naar binnen in mijn rolstoel en het is daar zo ruim, dat je er naar alle kanten toe kunt bewegen, al rollend… Dat is een bijkomend iets, waar ze vroeger ook niet aan gedacht hadden, toen ze daar gingen wonen! Maar nu blijkt, hoe goed het was, want mijn broer is twee jaar geleden na een rugoperatie verlamd geraakt en totaal rolstoelafhankelijk geworden. Wij reden daar dus “in file” rond met twee rolstoelen! Tot groot plezier van de poedelschare, die tegen ons opklommen en een graag een rondje meereden. Ja, het is goed toeven in onze Achterhoek! Ook voor rolstoelers. En vanzelfsprekend voor fietsers en wandelaars! Nederland kan trots zijn op zo’n mooi stukje ongerepte natuur met hartelijke gastvrije mensen. Wij komen beslist gauw eens terug. U ook?

Zomaar een pakje

Laatst ontving ik een pakje over de post. Het bleek een boekje te zijn met de intrigerende naam “Nederlandse Wind”. Het was mij toegezonden door onze ex-schoonzoon. Nieuwsgierig als ik ben, ging ik lezen. En ik viel van de ene verbazing in de andere!

Laatst ontving ik een pakje over de post. Het bleek een boekje te zijn met de intrigerende naam “Nederlandse Wind”. Het was mij toegezonden door onze ex-schoonzoon. Nieuwsgierig als ik ben, ging ik lezen. En ik viel van de ene verbazing in de andere!

Het boekje beschreef de werking van zogenaamde ‘opstellingen’ in ‘systemisch werk’. Ik had daar eigenlijk nog nooit van gehoord. Alhoewel, de achtergrond waar het over gaat was mij natuurlijk al lang bekend: dat de mens niet alleen staat, dat hij in zekere zin een product is van zijn genen, sociale ontwikkeling en plek in de maatschappij. Ieder mens behoort tot een systeem. Velen willen daar ook inzicht in krijgen, in dat systeem. Dat verklaart, waarom mensen op zoek zijn naar hun voorouders (genealogisch onderzoek) en hun ‘roots’ (programma’s als ‘opsporing verzocht’). De Duitse psychotherapeut Bert Hellinger gebruikt dit gegeven om mensen met persoonlijke problemen te helpen. Hij spreekt dan van “Systemische Familietherapie” oftewel “systemisch werk”. Het is een methode om verstoorde verhoudingen binnen de familie op te sporen. Zoals wij nu zijn heeft immers alles te maken met wie wij vroeger waren, waar we vandaan komen enzovoort. En waren er in het verleden verstoringen, dan werken die door naar het heden. En dat kan soms verklaren, waarom iemand niet goed in zijn vel zit of ergens een probleem mee heeft. Men maakt dan gebruik van zogenaamde “opstellingen”. Om te laten zien wat daarmee bedoeld wordt, laat ik het boekje aan het woord:

Opstellingen, een opmerkelijk verschijnsel.

Veel mensen in Nederland hebben de afgelopen jaren kennis gemaakt met familie- en organisatieopstellingen. Ze zijn naar seminars gekomen.
Via mond op mond reclame. Omdat iets hen daar bracht, soms onbenoembaar. En daar is dan een kring van mensen (de cursisten), en een begeleider of soms twee.
En terwijl in de kring van deelnemers de een na de ander kort zegt wat hem of haar hier brengt, wat hij of zij meer wil van het leven, bouwt de energie zich op. Wat is hier aan de hand? Soms is het net alsof, wanneer iemand spreekt, de mensen in de buurt de wind kunnen voelen die er waait in het systeem van de ander. En dan ontrolt zich een opstelling.
Degene die zijn of haar vraagstuk inbrengt kiest uit de overige deelnemers mensen die zijn familieleden representeren. “Wil jij mijn vader zijn?” “Wil jij mijn oudste zus zijn?”
En vervolgens worden de representanten door de cliënt (de vraagsteller) opgesteld, in de ruimte, naar een innerlijk beeld (zoals hij/zij ze ziet). En na enige momenten gebeurt er iets bijzonders: de representanten krijgen toegang, lijkt het, tot wat er werkelijk in het systeem van de cliënt speelt.
Ze voelen dingen die ze niet eerder hebben gevoeld: warmte, een koude arm, kracht, achterover getrokken worden, soms trillen. Ze voelen zich soms groot of hebben meer de neiging om te verdwijnen. En dat terwijl de representanten niets weten over het systeem en degene, die zij representeren. Wat is hier aan de hand? We kunnen dit fenomeen niet verklaren… Men spreekt wel van “wetende velden”, of “morfische velden”, “energievelden” of “systemische velden”. Wat het ook is, en hoe het ook werkt, het heeft er veel van weg  dat met behulp van deze velden naar voren kan komen wat er in het familiesysteem speelt.
Een dieper begrip van hoe we ingebonden zijn in ons familiesysteem, van de krachten die daar werken, buiten ons om, of we dat nu leuk vinden of niet. En voor deelnemers aan seminars is het idee alleen al een bevrijding, dat de worsteling in hun leven of relatie niet alleen te maken heeft met hun karakter of persoonlijk onvermogen, maar wellicht met iets dat ze overgenomen hebben uit hun familiesysteem. Uit liefde, vanuit een diepe verbondenheid met de familie en een behoefte het systeem in evenwicht te houden.

Aldus het boekje.

Toen ik dat zo las, dacht ik: zouden er in de Kerken ook zulke morfische velden liggen? Zou het zinvol zijn om ook eens een opstelling te maken tussen representanten van de vroegere Hervormde, de Gereformeerde, de Rooms-Katholieke, de Christelijk Gereformeerde, de Vrijgemaakten, de Evangelischen, de Luthersen, de Dopersen en gaat u maar door! Wat gaat er dan gebeuren? Welke gevoelens komen dan los? En hoe kunnen begeleiders de representanten zó neerzetten, dat spanningen minder worden? Iedere gelovige zit ook vast in zijn eigen systeem en reageert op andere gelovigen vanuit dat systeem. Wat zou het goed zijn, wanneer we daar wat meer inzicht in zouden krijgen! Veel problemen tussen Christenen onderling zouden dan tot een “oecumenische” oplossing komen. Wie weet? Ik wil mijn ex-schoonzoon dan ook van harte bedanken voor deze eye-opener!

Vasthouden

Als je ouder wordt heb je de neiging om steeds meer over vroeger te gaan nadenken. En als je nog een partner hebt, kun je met haar of hem oude herinneringen ophalen. Ik betrap me er ook zelf op. Noem het een “hang naar het oude”. Wat is het een zegen, wanneer je dat nog met iemand kan delen! Wat heb je elkaar daarbij ook nodig!

Als je ouder wordt heb je de neiging om steeds meer over vroeger te gaan nadenken. En als je nog een partner hebt, kun je met haar of hem oude herinneringen ophalen. Ik betrap me er ook zelf op. Noem het een “hang naar het oude”. Wat is het een zegen, wanneer je dat nog met iemand kan delen! Wat heb je elkaar daarbij ook nodig!

Laatst hoorde ik van iemand een stukje levensverhaal, waarin we zeker ook iets van onze eigen ervaringen kunnen herkennen.Wanneer je in de put zit of verdriet hebt, heb je behoefte aan mensen bij wie je kunt uitpraten, schelden misschien of uithuilen. Je beseft dan des te beter dat je het niet alleen kunt, dat je mensen nodig hebt die je kunt vertrouwen en bij wie je je kunt laten gaan. Vaak is het moeilijk om dat toe te geven. Je wilt niet afhankelijk zijn. Maar als je zo iemand gevonden hebt, wat is het dan fijn dat je je aan hem (haar) kunt optrekken! Na verloop van tijd ga je dan ook merken, dat je het weer zelf kunt en die ander gelukkig niet meer zo nodig hebt. Maar je weet, dat je altijd bij iemand terecht kunt. Want leven blijft altijd “leven met vallen en opstaan”.

In het geloof vinden we die IEMAND bij God en de Heer Jezus. En wie HEM gevonden heeft, mag zich gelukkig prijzen. Maar veel mensen hebben Hem nog niet gevonden of zijn Hem kwijt geraakt. God is vaak zo ver weg, en je verdriet is zo heel dicht bij. Wat is het dan fijn, wanneer je iemand hebt, die je daarbij helpt, om Hem te vinden. Het kan een buurman zijn of een vriendin of een familielid of misschien wel de dominee.

Elkaar vasthouden en op weg helpen. Mensen hebben elkaar zo nodig. Ook u mag worden gebruikt en ook u mag op een ander een beroep doen. U hoeft zich daarvoor niet te schamen.

Soms kan het ook anoniem, met iemand die je op een website ontmoet hebt b.v. Zo heb ik verschillende contacten gekregen via de e-mail, naar aanleiding van deze site.

Zie ook de artikelen over rouw en troost in de rubriek ‘rouw en rouwverwerking’.

De laatste appelflappen

Heeft u dat nou ook? Dat ze steeds lekkerder gaan smaken? Die bollen en flappen? Wij zijn er bijna doorheen. Enkelen liggen er nog te wachten op onze jongste dochter met gezin, maar dan in de vriezer.

Heeft u dat nou ook? Dat ze steeds lekkerder gaan smaken? Die bollen en flappen? Wij zijn er bijna doorheen. Enkelen liggen er nog te wachten op onze jongste dochter met gezin, maar dan in de vriezer. Het was weer feest in huize ‘Pastorale’. Donderdag vóór Oud & Nieuw. We hadden al een paar dagen tegen elkaar gezegd, mijn vrouw en ik: “Zullen we ’t dit jaar nog wel doen? Het is toch een heel gedoe!” Maar ja, de kinderen en de buren, ze rekenen er toch eigenlijk een beetje op. En het is altijd weer een feest, als je de kleinkinderen ziet smullen. Dus toch maar weer overstag gegaan. Voor de 45e keer in ons ‘prille’ huwelijk!

De benodigde ingrediënten hadden  we al uitgerekend, met behulp van een briefje dat we al jaren lang in het kookboek hebben liggen. Met de scootmobiel was alles snel in huis gehaald bij onze buurtsuper en de plaatselijke warme bakker (gist). Toen brak het moment aan voor het klaar maken van het beslag. Gauw werden nog enkele citroenen geperst en de schillen in de vriezer gedaan om die later te gaan raspen (voor de appelflappen). Meestal hebben we citroenschillen voorradig, maar om de een of andere reden waren die nu op. Gelukkig kwamen de flappen pas ’s middags aan de beurt, dus hadden de verse schillen nog even tijd om hard te worden. Na enkele uren rijzen kon de eerste emmer gebakken worden. De auto hadden we buiten laten staan, zodat er in de garage ruimte was. Maar het was daar wel verschrikkelijk koud! Toen Tilly bijna bevroren was kwam er redding opdagen. Onze oudste kleinzoon Salim, een flinke gozer van 13, kwam vragen of die kon helpen. Nou, hij kwam als geroepen. Eerst de kunst van Oma afgekeken en toen aan de gang! En hij bleef aan de gang tot beide emmers beslag leeg waren. Hij had veel bekijks, want twee andere kleinkinderen, Loïs en Robin uit De Bilt, die bij ons in de Kerstvakantie logeerden, vonden het natuurlijk geweldig hun grote neef zo bezig te zien. Elke oliebol werd geteld. En als zij niet aan het smullen geslagen waren, waren het er precies honderd geweest!

 

Inmiddels had Opa al zo’n 25 Jonagolds geschild, uitgeboord en op maat in de rondte gesneden. Het beslag was klaar, citroenrasp erin en rozijnen en krenten en sukade. Toen kon er gebakken worden, een heel werk, 4 á
5 in de oliepan, wentelen en kijken of de kleur goed wordt. Uithalen, laten uitlekken op keukenpapier en keurig in slagorde leggen op een grote schaal. Eindelijk, het was al half vijf, waren we klaar. Bij de dierenwinkel, waar ik nog wat pindanetjes en vetbollen ging halen voor de vogeltjes, opdat die ook een gelukkig Kerstfeest zouden hebben, vroeg één van de klanten: “Bah, wie stinkt er zo naar oliebollen!” Dat was ik dus (zonder dat ik dat in de gaten had!). Al met al was het toch nog een groot succes geworden, en dat niet alleen voor de kleinkinderen. Het zal morgen wel gedaan zijn met de flappen, want de schaal begint onheilspellend leeg te worden!

Kerstkaart maken

Al in oktober wordt je voor de keuze gesteld: zal ik dit jaar de Kerstkaarten gaan kopen of zal ik er zelf eentje maken. De winkels beginnen al vol te lopen met stapels kerstkaarten en je weet dat je er vroeg bij moet zijn want dan heb je nog de eerste keus. Onze jongste dochter had net besloten een eigen kaart te maken. Ze had de verschillende mogelijkheden van een fotokaart bekeken en de aanbieders met elkaar vergeleken. Ze was zo enthousiast dat ze mij ook heeft overgehaald.

Verdwaald? Op zoek naar een pagina over zelf kerstkaarten maken? Probeer eens https://nl.pinterest.com/engelsrita/kerstkaarten-maken/

Al in oktober wordt je voor de keuze gesteld: zal ik dit jaar de Kerstkaarten gaan kopen of zal ik er zelf eentje maken. De winkels beginnen al vol te lopen met stapels kerstkaarten en je weet dat je er vroeg bij moet zijn want dan heb je nog de eerste keus. Onze jongste dochter had net besloten een eigen kaart te maken. Ze had de verschillende mogelijkheden van een fotokaart bekeken en de aanbieders met elkaar vergeleken. Ze was zo enthousiast dat ze mij ook heeft overgehaald. Een bijkomend voordeel: dan zou de pas aangeschafte digitale camera ook eens zijn nut bewijzen! Nou dat moest dan maar. Dus ik op zoek naar mijn foto’s op de computer. Welke zou ik nemen? Echte winterse foto’s had ik nog niet. Dus: wat dan wel?

Toen viel mijn oog op een tweetal moedereendjes met een hele schare kroost. Ik had die foto genomen op het erf van een oude boerderij die in het voorjaar was afgebrand. Dat gaf veel commotie hier in Barendrecht want het was niet alleen één van de oudste boerderijen maar er werden ook paarden gestald die allemaal zijn omgekomen. Alleen een schuur en een bungalowtje waar de boerenfamilie in woonde was gespaard gebleven. Toen ik daar deze zomer langs snorde (op mijn scootmobiel) zag ik een bordje met ‘uien te koop’. Die hadden we net nodig. Dus ik er op af. De boerin kwam aanlopen en om haar heen een gekrioel van allemaal kleine eendjes met enkele volwassen eenden die de boel bij elkaar hielden. Het was zo’n leuk gezicht en tegelijk ook gaf het zo’n warm gevoel om juist hier op deze plek, waar de dood zo huis gehouden had, weer zo veel nieuw leven te ontmoeten. Ik pakte mijn cameraatje die ik altijd bij me heb in m’n tasje en maakte enkele foto’s. Wel, dat leek me wel wat voor de Kerstkaart: nieuw leven op oude grond… De tijd vergaat, maar God blijft zorgen. Ook in het nieuwe jaar. Zoiets, ja, dat zou goed zijn. Dat heb ik toen maar gedaan en zie hier het resultaat:

Sterren op glas

Je kunt ook in huis zien dat Kerst nadert. De kleuren rood en groen nemen toe in het interieur. Mijn vrouw Tilly heeft alle Kerstspullen van zolder naar beneden gehaald, behalve dan de boom en het optuigsel, dat komt volgende week. Daar zijn veel dingetjes bij waar je kaarsen in kunt doen. Tilly houdt van rood. En zij maakt van de restanten van vroegere stukjes weer een leuk geheel. Zo kwamen er vandaag…

Je kunt ook in huis zien dat Kerst nadert. De kleuren rood en groen nemen toe in het interieur. Mijn vrouw Tilly heeft alle Kerstspullen van zolder naar beneden gehaald, behalve dan de boom en het optuigsel, dat komt volgende week. Daar zijn veel dingetjes bij waar je kaarsen in kunt doen. Tilly houdt van rood. En zij maakt van de restanten van vroegere stukjes weer een leuk geheel.

Zo kwamen er vandaag twee kleine Kerststerren op onze glazen tafel, ingepakt in mooie zilveren houdertjes op een gedecoreerde glazen schaal met ‘robijntjes’. Dat had ze nog ergens van over gehouden vorig jaar. En die Kertststerretjes kon ze nog te pakken krijgen op de Middenbaan. Zo heet de winkelstraat hier in Barendrecht. Raar toch dat het aankomende Kerstfeest mensen zo in beweging brengt! Het huis wordt gezellig gemaakt, de feestdagen worden al vast ingevuld met kinderen en kleinkinderen en feestelijke hapjes. Maar ook gemeenschappen van mensen buitenshuis krijgen de kriebels om iets gezelligs te gaan doen, bijvoorbeeld de vrouwenverenigingen (HVD en zo) en de ouderenbonden en niet te vergeten de Kerken. Een mens kan het er maar druk mee hebben. Toch blijft het mooiste: die sterren op glas.

Herinneringen aan de Julianakerk in Haarlem

De Julianakerk in Haarlem – Schoten functioneert al lang niet meer. Al in 1978 was er sprake van dat de kerk moest worden afgestoten. Jaren later heb ik wel eens gedacht: als ik in Haarlem was gebleven, was het misschien niet gebeurd. Toch denk ik dat ook ik het niet had kunnen tegenhouden: de financiële noodzaak was te groot. Het gebouw is toen opgekocht door een projectontwikkelaar die er woningen in heeft gemaakt. Zelf heb ik dat nooit meer gezien.

JulianakerkDe Julianakerk in Haarlem – Schoten functioneert al lang niet meer. Al bij mijn afscheid in 1978 was er sprake van dat de kerk moest worden afgestoten. Jaren later heb ik wel eens gedacht: als ik in Haarlem was gebleven, was het misschien niet gebeurd. Toch denk ik dat ook ik het niet had kunnen tegenhouden: de financiële noodzaak was te groot. Het gebouw is toen opgekocht door een projectontwikkelaar die er woningen in heeft gemaakt. Zelf heb ik dat nooit meer gezien.

Toch mag hij – vind ik – niet in vergetelheid geraken! Vele Haarlemmers en oud-Haarlemmers zijn met de Julianakerk opgegroeid. Zij zijn daar gedoopt en hebben er Belijdenis gedaan en zijn misschien ook wel van daaruit begraven. Zelf heb ik er ook 5 mooie jaren in beleefd: van 1973 tot 1978. Daarom ga ik nu een aantal prachtig gedichten weergeven die ouderling Bergsma heeft gemaakt. Een aantal daarvan heeft hij bij mijn afscheid voorgedragen.

De Julianakerk
De tijd gaat snel;
dat weet u wel.

Zo is ’t al weer tien jaar geleden
dat we hier het jubileum deden
van ’t ons vertrouwde kerkgebouw,
gesticht door onze pastor Blauw
in jaren van een wereldbrand,
toen hij als Schotens predikant
met anderen van mening was,
dat op de plaats van ’t groene gras
een plaats van vrede mocht gesticht,
opdat ook hier Gods aangezicht
zou zichtbaar worden door het Woord
voor heel het volk van Haarlem-Noord.

De luidklok
Nu al sinds zestig lange jaren,
of wij er wel of nee niet waren,
werd elke zondag hallef tien,
men kon dat op d’eigen klok wel zien,
het bim-bam, kom-dan, fors onttrokken
aan ’t klinkende metaal der klokken,
die boven in de toren hangen.
heel vroeger kon men niet verlangen
dat ’t klokgelui vanzelf ging komen.
Men greep het touw en ging maar dromen
van neer en op en op en neer.
zo hoorde ieder telkens weer:
bim-bam, kom-dan, toef toch niet langer,
zeg eind’lijk ja tot deze zanger.

Dit geldt nog elke men en vrouw,
al is ’t niet meer een klokketouw
waaraan getrokken worden moet;
’t Is nu de koster, die het doet
doormiddel van een schakelaar:
’t Is in een oogwenk voor mekaar;
hij draait de knop slechts even om,
het bim-bam, kom-dan, bim-bam, kom
gaat bei’ren over daken heen,
’t Slaat niemand over, echt, geen één.

De honden
Het lijkt wel of de lieve hondjes
Het spul bewaren in hun kontjes
Tot daar is onze zondagmorgen,
Om er dan hoopvol voor te zorgen,
Dat prompt voor beide kerkdeuren,
Verzeild van fijne hondengeuren,
de hoop er mooi wordt neergelegd:
Misschien bedoeld als voorgerecht?
Zo moet dan op de zondagmorgen
De koster met een bezem zorgen,
Dat onze kerkgangers niet lopen
In andermans hondenhopen.

Nóg beter zou het zeker wezen,
Als de hondekens het konden lezen:
“Mijdt alstublieft de kerkenstoep,
Als je kwijt moet je hondenpoep;
Doe ’t liever, als ’t dan tóch moet,
Maar thuis, in de baas z’n hoed.”

En tóch, het is maar van de honden,
Stel je voor, dat w’eens wat anders vonden!

Solisten
We hebben hier ook wel genoten
Van veel geroemde tijdgenoten.
‘k Herinner u aan Wim Ravelli,
Die naast het orgel de rebellie
Van ’t eerste mensenpaar bezong,
Omdat het tussen hen al wrong.

’t Was op een avond, drie november,
In zevenenzestig, vóór december,
Dat Aafje Heynis ons vergastte
Op schone zang, onder de vaste
Begeleiding van de organist,
Die met zijn spel van wanten wist.
En deze kerk, van vloer tot piek,
Herbergt een fijne akoestiek.

Het kerkkoor
Het is beslist ’t vermelden waard,
Dat ’t koor, al werd het wel bejaard,
Geboren is in oorlog-twee,
Om samen, ondanks wereldwee,
Gods grote goedheid te bezingen,
Te danken voor Zijn zegeningen.

Het koor zong beurt’lings ginds en hier,
Meestal eens in de week of vier.
Ook treedt het op in ’t ziekenhuis,
Maar ’t kwam tot nu toe niet op de buis.
Dat zal nog wel eens gaan gebeuren,
Als we er maar niet te veel om zeuren.

Van Mech’len was de sterke man
Tot Harmen Klaver ’t overnam.
’t Koor is nu aan verjonging toe:
Wanneer zal dochter met haar moe
En zoonlief met z’n flinke pa
Zich melden in de school-aula
In d’Overtonstraat bij het koor,
Dat ’s woensdagsavonds, altijd door
De liederen goed instudeert?
Bij Harmen Klaver wordt geléérd!

Het orgel

Het uiterlijk van ’t instrument?
We zijn er nu wel aan gewend.
Maar wat ons altijd erg bekoort
Is de muziek die je er uit hoort.
’t Maakt wel verschil wie ’t moet bespelen
Ter begeleiding van ons kwelen;
Maar één ding moeten we niet vergeten:
Dit orgel is nog niet versleten.

De organisten doen hun best;
Elk één van hen komt uit een nest
Van meer of minder maatgevoel,
Maar dienen allen ’t zelfde doel:
“Laat iedereen Gods goedheid prijzen,
Zijn lof gestaag ten hemel rijzen.”

Wat kan het ons dan verder schelen
Wie op dit orgel zit te spelen.
De één zal ’t hevig laten kreunen,
De ander laat het liever steunen,
De derde lust het te doen zingen
Als was het één der hemelingen.

Ze dienen allen ’t groot bedoelen,
Als wij dat ook maar willen voelen.

De gesloopte spits van de Julianakerk in Haarlem
De gesloopte spits van de Julianakerk in Haarlem

Het haantje van de toren
Het wachten is op hem of haar
Die, als ’t even kan , nog in dit jaar
De haan bij ieder ochtendgloren
Kan horen kraaien van de toren:
“Ku-klu, heb dank voor ’t gulle geven
Van zoveel poen voor draaiend leven.”

Als u wilt weten van de kosten,
Die wij destijds betalen mosten
Voor ’t van de toren af te halen
Van haan en de verrotte palen:
Ruim drie en twintig honderd gulden,
Die eens de kerkekas nog vulden.

En zal de haan weer koning kraaien,
Dan moet u maar eens gaan rajen,
Wat u mag geven voor dat werk.
Wat let u toch? ’t Is voor de kerk.

Eén stille wens heeft haan nog wel,
’t Geeft u misschien wel kippevel:
“Zet naast mij, boven op de stip,
’n Vergulde en goedlegse kip.
Die legt dan na het klokkebeieren
Uw kerkvoogdij vergulde eieren.”

De banken en de stoelen
’t Is zowat zestig jaar geleden,
Dat Blauw en wie het met hem deden
De kerk voorzagen van de banken,
Waarop voortaan de mens zou danken
Voor vele véle zegeningen,
En ook Gods lof er op zou zingen
Met tien-, met twintig-, honderdtallen
Van hen die kwamen binnenvallen.

Maar toen de banken niet voldeden
Aan wensen van de overheden
Van deze kerk, werd tijdens Scheers
De zaag gezet in iets heel teers.
De lange banken in het midden
Werden gekortwiekt, want het bidden
En zingen en luist’ren en danken
Kon net zo goed in korte banken.

’t Werd allemaal wel veel gemakker,
En eind’lijk was het voor de bakker.
Er kwam zo véél verandering,
Maar ’t was voor velen een goed ding,
Dat de korte banken links en rechts
Hun stand verlieten, zodat slechts
Maar weinig mensen bleven klagen ,
Dat men ze niet had moeten zagen.

Het zat nóg Veenendaal niet goed:
Hij wil wel zeggen hoe het moet.
“Als we de banken doen verdwijnen,
Verdwijnen ook die nare pijnen
Van ’t zitten op de harde bank,
Een uur na ’t opstaan van die plank”.
Hij had een plan: “we kopen stoelen,
Die trouwens ook naar mijn gevoelen
Kans geven tot meer moog’lijkheden
En….dán is alle leed geleden”.

Zo sprak dominee Veenendaal;
Maar hij ging heerlijk aan de haal
Naar Vorden in de Achterhoek,
Dus raakte ’t stoelenplan weer zoek.
Tot na de komst van pastor Kroes
De werkgroep na gekonk’lefoes
Naar plan van Veenendaal’s bedoelen
Aanschafte honderdzestig stoelen.

We hebben nu een ratjetoe,
Maar niemand zeggen: “ik word moe
Van ’t zitten op een bank of stoel”.
We zijn hier immers met een doel?
Het toeven in de kerk is fijn,
De stoel of bank doet ons geen pijn,
Als van de kansel klinkt de stem
Van dominee die namens Hem
Die in de hoge hemel troont
Tot u die hier de aard bewoont
Zegt: “zoek Mij, omdat Mijn groot geduld
U zoekt tot gij Mij vinden zult”.

De klok
Een toren zonder klok is kreupel,
een onding voor het gans gepeupel.
Wat is een klok, die niet de tijd
vertelt aan hem, die loopt of rijdt?
Op zondag of ook in de week
Rond deze straat of in de streek?

Het was niet immer zo gesteld;
de klok heeft steeds de tijd vermeld.
Maar sinds de kerkvoogdij is blut,
is ’t klokkewerk maar ingedut.

Wie brengt de wijzers weer op gang?
Wie voelt van binnen zware drang
z’n geld te off’ren voor de kerk:
’t herstel van ’t mooie klokkenwerk?

Intussen is de fout gevonden:
De klok moest worden opgewonden!

De oude tijd
Tracht u eens voor de geest te halen,
u hoeft niet zo ver af te dalen,
dat Schoten als een randgemeente
misschien wel rust op het gebeente
van vriend en vijand uit de tijd
van tachtig jaren haat en nijd.

’t Was toch wel drie vier eeuwen later,
dat tot de rand van ’t Spaarnewater
het vee van talloos vele boeren
het groene gras zich hier liet voeren.

Ook kwam een tijd van and’re aard:
de tram, getrokken door een paard,
moest van de rails, omdat de stoom
haar intree deed en niet zo loom
als eens het paard met de koetsier,
de wagens trok van ginds naar hier.

En nog veel later kwam de bus,
de tram was toen al zestig plus.
De bussen zie je overal
behalve langs de Spaarnewal.

De dominee
Een maand na pastor Veenendaal
Kwam uit een Wijk, diet aan de Waal,
De dominee met zijn gezin
Van man en vrouw en hun gewin.
Hoewel in Waalwijk goed geboerd
En in ’t rayon flink rondgetoerd
In een mooi’ en snelle wagen,
Kwam Schoten het beroep aandragen,
Nadat acht man in tweemaal vier
Hun licht verstrekten in ’t vizier
Van pastor Kroes en ook zijn vrouw,
Die na beraad, het was al gauw,
Liet weten, dat ze zouden komen
Van Brabant naar de Spaarnezomen.

En dat ging zo:

Het was, nog geen vier jaar geleden,
Dat vier van ons naar Baardwijk reden.
Wat zegt u? Waalwijk? Ja, dat dacht ge,
Maar die Zondagmorgen bracht ge
De Boodschap in de kleine kerk
Van Baardwijk, waar uw kerk’lijk werk
Ook lag, naar ‘k meen, als consulent,
Dat weet ik niet zo pertinent.
U zou daar een’ge kind’ren dopen;
Dat moest ons vieren dus wel nopen
Een plaats te zoeken in een bank,
Waarin we, tegen wil en dank,
Wel nauw en zeer verlegen zaten,
Maar… we hielden u goed in de gaten.
We waren immers hier gekomen
Om u, vergeef, te horen bomen.

Er kwam aan deze dienst een einde,
Wij zelf kwamen van ver en heinde.
Dus togen wij door ’t hek naar buiten
Om daar wat later af te stuiten
Op dominee, die met zijn koffer
Toen wel al dacht: ik word een boffer;
Al bijna zeven jaren hier,
’t wil ook wel eens wat meer plezier.
Ik hoop maar, dat ze mij gaan roepen,
Waarom toch anders die hoorgroepen?

“Bent u ’t gespuis uit Haarlem-Schoten?
En… hebt u van mijn preek genoten?
Zo ja, rij mij dan achterna,
Misschien zeg ik meteen wel “ja”.

Enfin,’t was niet zo heel veel later,
Dat dominee, zo vlug als water,
In Schoten al kwam kennismaken,
Om goed met ons bekend te raken.
Hij heeft het toen wel goed bekeken,
’t hier met een circus vergeleken,
Want zei hij (’t klonk niet zo vroom):
De kerk lijkt wel een hippodroom!

’t Is sedertdien wel uitgekomen:
’t Is hier geen kerk alleen voor vromen.
Dit klonk niet erg serieus,
We namen u maar bij de neus.

De predikanten
‘K Wil u nog wel de namen geven
Van hen, die met hun werk verweven,
Hier van de hoge ruime kansel,
Uitpakten wat eerst in hun ransel
Tevoren goed was ingepakt,
Opdat, wie waren ingezakt,
Door ’t prediken van Gods genade
Hun accu weer óp konden laden.

Dat was dan eerst met pastor Blauw,
Ja, Van der Voet, die hier al gauw
Bemind was in de hele wijk;
Dan volgde Drost, de rederijk;
Al mocht u hem ook nog zo graag,
Hij was op doorreis naar Den Haag.
In de oorlog kwam Henk van der Loos,
Hij had figúúr als destijds Moos.
Een luttel aantal jaren later
Kwam Gradus Koch, belust op water,
Want hij was dol op hengelvissen,
Maar kon z’n kerkvolk toch niet missen.
We kregen ook hier doctor Scheers;
’t Beginsel van verdeel en heers
Was verre van z’n aards bestaan;
Hij had het ook niet graag gedaan.
Jan Veenendaal kwam op de proppen,
Om hier z’n boontjes te gaan doppen.
Na tien jaar trok hij weg naar Vorden,
Om daar de toga aan te gorden.
We hadden ook nog Bas Vermaat
Daar ginds in de Van Egmondstraat.
Na hem trok Monshouwer hier heen;
Of hem dat nu al spijt? Welneen!
Tenslotte kregen we Philip Kroes
Met vrouw en kind’ren, hond en poes.

Zo daad’lijk ziet u ze allemaal:
Dit is het slot van het verhaal.

En nu?
Ondanks ’t bestaan van zestig jaren,
Die niet altijd zo vruchtbaar waren,
Is Schoten op het punt gekomen
(besluiten zijn nog niet genomen),
Dat binnen niet te lange tijd,
Tenzij de kerk opnieuw gedijt,
Een kerkgebouw moet zijn gesloten,
Ook wel genoemd: werd afgestoten.

Welk kerkgebouw zal dat dan zijn?
Denk er goed om, dit is geen gein!
De Gemeente heeft twee Godsgebouwen,
Maar ’t zou ons werkelijk benauwen,
Als hier of in de Egmondstraat,
Een kerkgebouw verloren gaat.
De Kerkvoogdij doet goed haar best:
De wal; keert toch ’t schip op ’t lest!

Tenslotte
En nu, na al deez’ referaten
(erg flauw, hebt u dat in de gaten),
Zou ik nog wel iets willen zeggen,
Om dat voor állen neer te leggen:

“Met krant en kauwgum, rommelmarkten,
Waar we veel geld mee samenharkten,
Blijft onze kerk nog niet in stand.
Dát doet de grote Commandant,
Die wil, dat wij met allen samen
Hem eren, dienen, ik zeg: Amen.”

In het archief vond ik nog enkele krantenknipsels die ik u bij deze graag wil doorgeven:

julianakerk_haarlem_10_th

img486 - kopie

img488 - kopie

 

Mijn herinneringen aan de Noorderkerk in Haarlem – Noord

Mijn contact met en dus ook herinnering aan de Noorderkerk begon in 1959 toen ik daar als leervicaris stage mocht lopen van januari tot april. Mentor was de wijkpredikant ds. Bijl. In de eerste week van mijn stage heb ik zelfs nog gelogeerd in de pastorie aan de Verspronckweg. Er was een plaatsje voor me gemaakt op de gang. Want het was druk in het huis, er was een grote dochter die mooi zingen kon en de bekende organist Klaas Bolt woonde er toen ook.

NoorderkerkMijn contact met en dus ook herinnering aan de Noorderkerk begon in 1959 toen ik daar als leervicaris stage mocht lopen van januari tot april. Mentor was de wijkpredikant ds. Bijl. In de eerste week van mijn stage heb ik zelfs nog gelogeerd in de pastorie aan de Verspronckweg. Er was een plaatsje voor me gemaakt op de gang. Want het was druk in het huis, er was een grote dochter die mooi zingen kon en de bekende organist Klaas Bolt woonde er toen ook. Ik kan me nog goed herinneren wat een indruk ’t op me gemaakt heeft toen Klaas mij het orgel in de St. Bavo liet zien en een fuga van Bach ten gehore bracht. Ik was toen al een groot bewonderaar van Bach! Allemaal heel gezellig. Toch was ik blij dat er na een week een allerliefste dame gevonden werd op de Engelszstraat die zich over mij wilde ontfermen. Bij deze mevr. Fredriks ben ik 3 maanden gebleven. Als afscheid kreeg ik een schilderij van haar man, een bekende schilder, die in de oorlogstijd is omgekomen. Het hangt nog als pronkstuk bij ons aan de muur: een prachtig stilleven. Aan die tijd bewaar ik -bewaren wij, want mijn vrouw is er ook vaak geweest- dierbare herinneringen. Mevr. Fredriks kon geweldig koken en was zo gastvrij dat we er vergaderingen van jonge lidmaten en catechisanten konden houden, uiteraard met koffie en zelf gebakken cake of appeltaart. We hadden toen een jonge lidmatenkring opgericht met de veelzeggende naam KLINK = Kring LIdmaten Noorder Kerk. Je kon daarbij natuurlijk ook denken aan een deurklink waarmee (kerkelijke!) deuren geopend werden. Vooral de deur tot geloof en de Kerk had onze belangstelling. Maandelijks gaven we een eigen contactblad uit, eigenhandig gedrukt op zo’n ouderwetse stencildoos waarop ik beslag had weten te leggen. De Noorderkerk was toen een florerende wijkgemeente met stijl. Je voelde het als een eer als je daar mocht preken! Vaak gingen er beroemde predikers voor zoals Professor Rasker. Zelf mocht ik er de Openbare Belijdenisdienst leiden.

In 1973 kwam ik weer in aanraking met de Noorderkerk omdat ik toen predikant werd in de aangrenzende wijkgemeente van de Julianakerk. Dat was een wereld van verschil! Kon je de Noorderkerk nog in zekere zin een deftige wijk noemen (het Kleverpark!) en ook een beetje elitair met zijn liturgische stijl van viering, de Julianakerk was maar heel gewoontjes. Die stond ook in het midden van de Indische buurt, waar het ‘gewone’ volk woonde. Dat had best nog wat voeten in de aarde toen in 1976 het plan ontstond beide wijken samen te voegen, uit financiële noodzaak. Er was ook een verschil in mentaliteit. In de Julianakerk werd kauwgom gepeld om het hoofd boven water te kunnen houden. Maandelijks werden daar ook zgn. Allemansdiensten gehouden met Teke Bijlsma, de organist en prachtige koren en solisten. Ik noem enkele namen: Marco Bakker, Gerrit van Slooten, Wim Sevinga, Anton Kiel en Harmen Klaver. Na afloop ruimde de kosteres dan op blote voeten de rommel op. Zoiets kon je je in de Noorderkerk gewoon niet voorstellen! Toch hadden we van meet af aan een goede samenwerking. In de jaren 1977/8 mocht ik zo’n veertig maal voorgaan in de diensten.

Het was voor mij ook gedeeltelijk oude herinneringen ophalen. We hadden een actieve kring medewerkers, waaronder het kosterspaar, kerkenraadsleden en de organist Anton Kiel.

Het was ook een tijd dat er openheid kwam naar andere kerken . Zo bewaar ik goede herinneringen aan de machtige ‘Klopper’ die enkele jaren geleden zo dramatisch is afgebrand waarbij enkele brandweermensen zijn omgekomen. Door kanselruil ging ik daar wel eens voor. Ik denk ook aan die ene keer dat wij in de wijk bij onze katholieke zusters en broeders te gast waren om samen het Heilige Avondmaal (de Eucharistie) te vieren. Laat bisschop Punt ’t maar niet horen! Het leek wel de gelijkenis van Jezus: de wijn raakte op. Toen ik dat zag aankomen zei ik tegen de koster: “Toe, vul nog eens bij!” Waarop de koster verschrikt antwoordde: “Maar dat gaat zo maar niet, dominee.” Ik weer: “ja wel, want ik heb nog zeker 10 flessen in de consistorie zien staan.” De koster: “Ja, dat is waar, maar die zijn niet geconsacreerd.” We hebben het toen maar verder zonder wijn gedaan.

De laatste keer dat ik in de Noorderkerk voorging, was in 1999.

Nu kerken er andere mensen, van de Pinkstergemeente, gelukkig maar.