Rouwverwerking

Artikelen over de pastorale aspecten van verlies- en rouwverwerking


Worstelen met of sámen met God

Op een dag loop je vast. Wij hebben allemaal eens ervaren dat God op een beslissend moment Zijn engelen uitzendt om ons te helpen (Ps.91). Alsof we Hem ná konden rekenen. Net zovaak hebben we meegemaakt dat wij dingen niet op een rijtje krijgen. God verhoort niet of grijpt niet in.


De troost van de levenslooptuin

Op een luisterende novemberdag volgde ik de meanderende beek in de levenslooptuin. Het water was traag in beweging, een neerdwarrelend blad liet zich zoetjes meevoeren. Ik keek naar de handen: de handen in vertwijfeling, de gebalde handen, de gevouwen handen. Nadenkend schoof ik op de bank en keek naar eigen handen; ze leken de gebaren te herkennen.


Glansloos zijn de dagen

Iemand heeft pijn omdat de naam van haar dierbare nooit genoemd wordt. ‘Laten we zelf het initiatief nemen en de naam van onze geliefde noemen’, vindt een deelneemster. Zelf noemt zij regelmatig zijn naam, voor mensen die hem nooit ontmoet hebben, heeft hij een gezicht gekregen. Mensen die open staan voor de naam, zij zijn als graspollen waaraan we ons optrekken om de berg te kunnen beklimmen. Anderen doen niet meer terzake.


Als een droom

Tijdens een herdenkingsbijeenkomst werden de namen van de overledenen werden genoemd en geplaatst in het licht, door het ontsteken van de Paaskaars en de Gedenkkaars. Voor iedere naam was er een roos. Er werd gevoelige muziek gespeeld op dwarsfluit en piano, waarna een verhaal werd verteld. Het verhaal heet ‘de droom’. Het is een bewerking van een stukje uit een kinderboek, waarin een oma een gesprek heeft met haar kleinzoon.


Gebeden in tijden van verdriet

“Wek onze kracht, vuur onze hartstocht aan, heradem ons dat wij in U volharden. Doe lichten over ons Uw lieve naam…”


Oproep televisieprogramma Ik mis je

De makers van ‘Ik mis je’ zijn dit moment het zesde seizoen aan het voorbereiden en doen een omroep aan mensen om zich aan te melden. Ik weet dat deze serie voor veel mensen troostrijk is, zeker voor hen, die iemand verloren hebben…


In Memoriam

Ter afsluiting van de serie over rouw en rouwverwerking wil ik nog een preek toevoegen, die ik 10 jaar geleden gehouden heb bij de begrafenis van mijn overbuurman Piet Brugmans in Wilhelminadorp.


Bezoek op het kerkhof

Voor veel mensen is het kerkhof iets lugubers. Ze durven er geen stap te ztten. Het is dezelfde angst, die de mensen weerhoudt om in een ziekenhuis, een psychiatrische inrichting of verpleeghuis op bezoek te gaan. Ik denk dat je je tegen die angst sterk moet verzetten. Want je kunt je hoofd niet in het zand steken en net doen alsof dat niet bestaat.


Bloemen

Soms staat er op de rouwkaart: “Geen bloemen, geen bezoek”. Waarom men dit doet, kan heel verschillend zijn. Misschien hield de overledene niet van bloemen of vindt met bloemen niet passen bij het grote verdriet, dat in het leven gekomen is. Soms ook heeft men het idee, dat met bloemen de ernst van de dood “verbloemd” wordt.


Crematie

Een crematorium doet wat koud en zakelijk aan. De tijd voor een crematie is ook zeer beperkt. Als predikant krijg je nauwelijks tien minuten om wat te zeggen. Daarna kun je de formule uitspreken onder handoplegging, waarna de kist zakt. De mensen gaan daarbij staan. Dat is wel een plechtig moment.


Gebruiken bij crematie

In principe geldt voor crematie hetzelfde als wat gezegd is over de rouwdienst en de begrafenis. Alleen, bij een crematie gebeuren beide, rouwdienst en begrafenis, ineen. In één ruimte en in één samenkomst, ook de condoleance kun je daarbij betrekken, want die gebeurt direct daarna in hetzelfde gebouw. Het is als ’t ware één vloeiend gebeuren. En daar zit zeker ook iets moois in, het is in ieder geval erg praktisch.


Rouwgebruiken II

Het was vroeger de gewoonte, dat men een bepaalde tijd “in de rouw” liep. In sommige gebieden van ons land doet men dat nog. De rouwtijd bedraagt voor de naaste familieleden een jaar en zes weken. Zo kon het gebeuren, vroeger, toen kinderen jong stierven, dat ouders nooit uit de rouw kwamen.


Rouwgebruiken

In de bijbel wordt verteld, dat men de doden begroef. Dat was niet vanzelfsprekend, want in de omliggende landen werden de doden verbrand. Begraven betekende voor de Joden, dat men tot “zijn vaderen vergaderd” werd. Begraven was daarom een diep gevoelde plicht van piëteit. Men stelde daar een eer in!


De begrafenis II

De klassieke begrafenisformule is: “Daar het dan de almachtige God behaagd heeft…” Er is gezegd, dat we tegenwoordige met dit “behagen” van God veel moeite hebben. Er wordt dan ook gezocht naar andere formuleringen, die beter passen bij het gevoel en de denkwereld van deze tijd.


De begrafenis

Op de begraafplaats bevangt je een gevoel van rust en dankbaarheid. Dat zal wel voor iedereen verschillend zijn, maar ik zelf krijg meestal dat gevoel. Het is de rustplaats van de doden. Zelf mag ik er ook eens rusten van al mijn werken en zorgen. Die rust heeft ook te maken met gerustheid. Dat je er gerust op kunt zijn, dat alles goed met je komt.


Boek: De hemel in mijn hoofd

“Ik weet niet of er een hemel is. Maar mijn moeder leeft voort in mijn herinneringen. Het hiernamaals zit in mijn hoofd.” Dat zegt een van de geïnterviewden in het boek van Kalien Blonden.


De liturgie van de rouwdienst

De rouwdienst is over het algemeen wat korter dan een gewone kerkdienst. Meestal niet langer dan een half uur. We zien de volgende onderdelen: Votum en Groet; Gebed van verootmoediging en schuldbelijdenis; Schriftlezing(en); Overdenking; Gebeden; Zegen.


De rouwdienst

Het is zinvol, wanneer de overledene vanuit het huis van geloof en gebed wordt uitgedragen. Voor de nabestaanden kunnen de geloofsliederen tot steun en troost zijn in hun grote verdriet. Er wordt beleden, dat de dood niet het laatste woord heeft. Dit mag een klein lichtpuntje zijn in de verschrikkingen van de dood. Het wordt er niet minder erg door, maar het is toch goed om te horen dat er een Herder is die met je meegaat door het dal van de verschrikkingen des doods.


In stilte

We houden tegenwoordig veel rekening met elkaar, en dat is goed. Maar soms gaat het te ver. Soms verkeert het goed in zijn tegendeel. Zeker is dat – denk ik – bij sommige hedendaagse gewoonten van begraven en cremeren. Neem bijvoorbeeld het zinnetje, dat je nogal eens tegenkomt in rouwadvertenties: “De begrafenis heeft in stilte plaatsgevonden.” of “Daar wij overtuigd zijn van uw meeleven, is er geen gelegenheid tot condoleren”. Wie heeft nou zoiets bedacht?


Thuis of in het ziekenhuis

We leven thuis, waarom zouden we ook niet thuis sterven? Veel mensen hebben daar moeite mee. Vroeger gebeurde dat wel. Het was een goed gebruik. De overledene werd thuis opgebaard en iedereen kwam afscheid nemen. En uit het huis werd men naar de laatste rustplaats gebracht. Nu hoor je mensen zeggen: “Ja maar, het is bij mij thuis veel te klein en in het ziekenhuis heb je de beste verzorging”.


Cremeren of begraven

Een vraag die dikwijls gesteld wordt. Het antwoord hangt helemaal af van je persoonlijke instelling. Welke waarde je bijv. toekent aan de hygiëne: het lichaam verteert, een onsmakelijke gedachte! Ook speelt het milieu wel eens een rol: begraafplaatsen belasten het milieu, er is eigenlijk geen ruimte meer voor de dodenakkers. En de lichamelijkheid speelt ook wel eens door ons hoofd: als een lichaam begraven wordt, kan het ook gemakkelijker opstaan. Soms denkt men ook aan later. Zal er dan nog een plek zijn om naar de overledene toe te kunnen? Een graf kan nog bezocht en verzorgd worden. Een urn in een wand vol urnen is wat dat betreft veel onpersoonlijker. Dat zijn allemaal gedachten, die door je heengaan en die het antwoord op voornoemde vraag bepalen.


Cremeren

Veel mensen zitten met de vraag: begraven of cremeren? Jongeren hebben daar meestal geen moeite mee. De meesten kiezen uit praktische overwegingen voor cremeren. Bij ouderen ligt dat anders. Wat moet er straks met mij gebeuren? De kinderen vragen er naar. En zelf wil je ook graag de dingen zo goed mogelijk regelen. Maar hoe moet het nu met de begrafenis? Of wordt het een crematie?


Gods voorzienigheid III

In de Bijbel komen we dit woord “voorzienigheid van God” niet tegen. Heel merkwaardig! In Genesis 22, waar Abraham zijn zoon moet offeren, lezen we wel de bekende tekst: “En Abraham noemde die plaats: de Here zal er in voorzien”. Maar deze tekst laat al duidelijk horen, dat waarin God voorziet, niet het kwade is, maar het goede voor de mens!


Gods voorzienigheid II

Hoe komen de schrijvers van de Heidelbergse Catechismus er toch bij om Gods almacht zo sterk te benadrukken, dat Hij zelfs in het kwaad ‘voorziet’? Dat heeft te maken met een bepaalde denkwijze, die al vanaf het ontstaan van het christendom het Christelijk geloof beïnvloed heeft, namelijk de leer van de Stoïcijnse filosofen. Die leer ging uit van het Fatum, je levenslot. Daar kon een mens niets tegen of aan doen. Dat werd door de goden bepaald. Dit “fatalistische” denken heeft zich doorgezet, zelfs tot nu toe. Het Christelijke geloof heeft daar een behoorlijke tik van meegekregen.


Gods voorzienigheid

Ons is vroeger altijd voorgehouden, dat niets zo maar gebeurt. Daar zit een bedoeling achter: van God. Dat komt door Gods voorzienigheid. Wat er gebeurt, is niet toevallig, onverwacht en onvoorspelbaar.


Het leven na de dood

Is er leven ná de dood? Veel mensen vragen zich dat af. En hoe zal dat leven er dan uitzien? Vroeger stelde men zich die vraag niet zo. Men geloofde eenvoudig, dat God de Zijnen bij Zich nam, in Zijn heerlijkheid. Dat gebeurde dan direct na het sterven of later bij de opstanding uit de doden, op de dag van Christus’ wederkomst. Hooguit haalde men de schouders op en zei: “Er is nog nooit iemand na de dood terug gekomen.”


Troostwoorden uit de Bijbel

Troostende bijbelteksten bij ziekte, verdriet en overlijden, o.a. uit de Psalmen. Waar anders halen we de kracht om te troosten vandaan?


Houdt het dan nooit op?

Een mens doet z’n best er over heen te komen, als er verdriet en rouw in zijn leven gekomen is. Maar het is net alsof het steeds erger wordt. Al te gemakkelijk wordt wel eens gezegd, dat tijd alle wonden heelt. Maar de wond, die geslagen is door het verlies van je geliefde, lijkt wel nooit meer te helen.


Het wordt je niet door mensen aangedaan

Hoe vaak hoor je dit niet? Als mensen elkaar willen troosten, wordt gauw zoiets gezegd, alsof daar troost in te vinden is! Wie het je ook aandoet, het blijft altijd even erg. We moeten dan zeker ook niet te gauw met de Bijbel aankomen! Dat kan heel verkeerd vallen.


Het stervensproces

Mensen sterven zeer verschillend. Ten eerste maakt het verschil of je na een lang ziekbed sterft of plotseling door een acute hartstilstand. Ook is de situatie totaal anders, als een jong iemand sterft of iemand, die na een lang en vruchtbaar leven zijn moede hoofd neerlegt. Wij weten allen, dat de dood volkomen onverwacht kan komen, zó, dat er geen enkele voorbereiding op mogelijk is. Veel mensen zeggen dan, dat dát de mooiste dood is, die men zich wensen kan, maar anderen zouden er toch liever wat voorbereid op willen zijn.


De angst voor de dood

Ik vraag me wel eens af of er één mens bestaat, die niet vroeg of laat door angst voor de dood getroffen wordt. Het blijkt wel alsof deze uit ons eigen lichaam opkomt. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het ingeboren verlangen om te leven.


Hoe moet het nu verder?

Enkele weken geleden hebben we gesproken over de rouwdienst en de laatste weken stonden we stil bij rouw, wat het betekent in iemands leven. We spraken over de troost van het laatste afscheid. Nu moeten we echt van elkaar afscheid nemen.


In de rouw (vervolg)

Je weet eigenlijk niet goed, wat je doen moet, als je in de rouw bent. Doe je gewoon, dan zeggen de mensen: “Nou moet je eens zien, je kunt helemaal niet merken dat zij (hij) iemand verloren heeft.” Blijf je thuis en ben je verdrietig, dan zeggen de mensen: “Kom op, je moet er eens uitgaan, dat is goed voor je!” Je voelt je zo vreselijk alleen staan, zeker als je geen kinderen of vertrouwde mensen om je heen hebt staan.


In de rouw

Rouw betekent een crisis in je leven. Er wordt iets van je afgenomen, wat tot nu toe bij je hoorde. Je raakt daardoor je ‘identiteit’ kwijt. Ik bedoel: zoals je was en zoals men je zag. En je vraagt je af: wie ben ik nu nog? En wat heeft het leven nou nog voor zin?


De troost van het laatste afscheid

Van een begrafenis of crematie kan ondanks de pijn van het definitieve afscheid toch troost uitgaan. Soms is dat niet het geval. Dan hoor je mensen zeggen: “Het was zo kil… gewoon akelig.” Maar ook is wel eens de reactie van mensen: “Het was goed zo, het heeft me goed gedaan.” Ieder zal dat ook op eigen wijze beleven.


Helpende handen

Ik heb al eens geschreven, hoe belangrijk het is om in je verdriet niet alleen te staan.


Een leeg huis

In de afgelopen week hebben velen verdriet gehad, terugdenkend aan hen die nu niet meer onder ons zijn. In de eerste plaats natuurlijk dachten we aan de vele oorlogsslachtoffers en de vaak jonge mensen die hun leven ook daarna gegeven hebben voor een goede zaak. Tegelijk ook moesten we denken aan anderen, die ons lief en dierbaar waren en die er nu niet meer zijn. Misschien ouders of broers of zussen of een kind, een kleinkind, een lieve vriend of vriendin.


Samen is niet alleen

Als je wilt troosten, is het heel belangrijk, dat je de ander niet alleen laat. Het franse woord “consolation” laat dat ook heel goed zien. Het betekent zoiets als “zorgen, dat iemand niet alleen is”. Iemand, die in de rouw is of ander leed met zich mee draagt, voelt zich vaak zo alleen, zo verlaten en verworpen, uitgesloten, helemaal op jezelf teruggeworpen. “Je staat er toch eigenlijk helemaal alleen voor, je moet ’t toch allemaal zelf verwerken”, hoor je dan iemand zeggen. Natuurlijk, er komen best veel mensen bij je op bezoek, maar je kunt je dan toch nog erg alleen voelen. Al heb je een hele kamer vol mensen… is er wel één bij die echt naar je luistert, die invoelt wat jij moet doormaken? Hoeveel mensen laten we eigenlijk niet in de steek? Ook als je zeggen kunt: “Ik ben er toch geweest?” Echt bij iemand zijn is een moeilijke opgave. Je moet je zelf wegcijferen, oor en oog hebben voor die ander, mee-huilen, mee-lijden. Ook gewoon samen stil zijn hoort daarbij. En zeker niet komen met je eigen verhaal! Dat kan altijd nog, als de ander er naar vraagt. Eerst moeten we bij die ander blijven en luisteren naar zijn of haar verhaal. Vaak gebeurt dit niet, is men te druk bezig met zichzelf, met eigen problemen. Is het dan een wonder, dat die ander zich niet gehoord en begrepen voelt? Een  echt gesprek komt dan niet tot stand, integendeel: het gesprek strandt en je gaat met […]


Troost van God

1 Tessalonicenzen 4, 13 Rouwen is een proces waarin de emoties los komen. Verlies roept heel diepe gevoelens op: pijn, woede, teleurstelling, verlatenheid. Die gevoelens moet je leren kennen en onder ogen durven te zien. Je mag ze ook uiten. Pas dan leer je je verlies te aanvaarden. Je kunt er verder mee leven. Pas dan kun je ook weer aan  de toekomst denken en nieuwe relaties aangaan. De Kerk heeft daar niet altijd oog voor. Misschien wordt al te gemakkelijk gesuggereerd, dat je niet zo verdrietig hoeft te zijn, vanuit je geloof. We hebben toch Gods belofte van het eeuwige leven? De doden hebben ’t nu toch beter, in Gods paradijs? Waarom dan zo getreurd? En dan wordt wel eens bovengenoemde tekst aangehaald: “Jullie moeten niet bedroefd zijn als andere mensen die geen hoop hebben.” Alsof je in het geloof geen verdriet hoeft te hebben! Een heel ongelukkige tegenstelling. Rouw en geloof kun je zo niet tegenover elkaar plaatsen. Dat bedoelt onze tekst ook helemaal niet. Het gaat daar niet om rouwen en niet rouwen (=geloven). Maar de schrijver spreekt over “rouwen in de hoop en rouwen zonder hoop”. Als wij rouwen, dan doen wij dat in de hoop op de opstanding! ’t Is niet hopeloos, maar daarom niet minder erg. Je lijdt er net zo onder, het is hartverscheurend. Dat dát zo is, wordt in de Bijbel ook nergens ontkend. Integendeel. Jezus rouwde om zijn vriend Lazarus en Hij weende over Jeruzalem. En hoor hoe Job bitter klaagt […]


Lijden aan een verlies

Het meeste leed in de mens komt voort uit het afstand moeten doen van allerlei dingen in je leven, waaraan je gehecht bent. Vooral het moeten verliezen van mensen, die je lief en dierbaar zijn, veroorzaakt veel verdriet. Het verlies van een huwelijkspartner, met wie je zovele jaren lief en leed hebt mogen delen, of het verlies van je ouders of van een kind… Het veroorzaakt schrijnende wonden, die wellicht nooit meer zullen helen. In het verpleeghuis te Goes, waar ik 16 jaar als geestelijk verzorger gewerkt heb, heb ik het vaak van bewoners, die een kind verloren hebben, gehoord: “Waarom mijn kind, waarom niet ik?” Een mens hecht zich aan mensen en dingen. Een mens is geboren om lief te hebben en te verzorgen en samen bezig te zijn. Dat zie je bij kinderen, die de dingen naar zich toe halen en koesteren. Mijn kleinzoon, die net twee jaar geworden is, sjouwt de hele dag met zijn Pandy (een Pandabeertje) en Lala (van Teletubbies). Je ziet het ook bij volwassenen, die scheppend, zorgend en ordenend bezig zijn. Het verlangen om lief te hebben en datgene, wat je lief hebt, te koesteren en vast te houden is de mens zó eigen. Trouwens, het omgekeerde is ook het geval: je wilt ook gekoesterd worden. En dat brengt altijd verlies met zich mee. De dreiging om iets te moeten afstaan is altijd aanwezig. En dat brengt mensen in paniek, maakt mensen boos en verdrietig. Precies datgene, wat gebeurt, als mensen in de […]