Voorbereiding Heilig Avondmaal


Hebreeën 4, 16

Wijn en brood“En daarom, laten wij met vertrouwen naderen tot de troon der genade, opdat wij ontferming verkrijgen en genade vinden tot tijdige hulp.”

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

De schrijver van de Hebreeënbrief wijst ons een week voor de viering van het Heilig Avondmaal hier in de kerk nog op drie dingen:

1) hij roept ons toe: laten we aan de belijdenis vasthouden
2) hij geeft ons de verzekering, dat de Heer Jezus in alle opzichten met ons meevoelt
3) hij wekt ons op met vertrouwen te naderen tot de troon der genade om tijdige hulp te verkrijgen.

Ten eerste: vasthouden aan de belijdenis. Dat is het eerste wat we moeten doen. Daarom belijden wij ook straks na de preek met de apostolische geloofsbelijdenis ons geloof. De oudste belijdenis in de vroeg-christelijke Kerk staat in de Philippenzenbrief: “Jezus Christus is Heer”. Wanneer men toen gedoopt werd, werd deze korte belijdenis van de dopelingen gevraagd. Dat waren toen nog allemaal volwassenen, dus wisten zij wat zij zeiden, als zij getuigden van hun geloof in Jezus Christus als hun Heer. Later is deze korte belijdenis aangevuld en uitgewerkt tot de apostolische geloofsbelijdenis. Maar het belangrijkste was en is nu nog de kennis dat Jezus onze Heer is en dat wij Zijn dienstknechten en dienstmaagden zijn.

En als ik kennis zeg, dan bedoel ik niet het weten van je verstand, maar de kennis van je hart. Kennis in de Bijbel is altijd ervaringskennis, de kennis die je opdoet door het omgaan met iemand. Zo staat in Genesis dat Adam Eva bekende, en we weten precies wat daarmee bedoeld werd: zij hadden omgang en gemeenschap met elkaar. Zo moet ook onze Godskennis zijn: dat we Hem bekennen en erkennen door gemeenschap met Hem te hebben, door met Hem te wandelen zoals eens Henoch wandelde met God. De Heer belijden is een kwestie van gezindheid, van normen en waarden, zouden we vandaag zeggen. Het is ook -denk ik- ook daarom dat het oude Avondmaalsformulier ons oproept dat wij onze consciëntie, dat is gezindheid, moeten onderzoeken om voortaan ons ganse leven waarachtige dankbaarheid jegens God de Here te bewijzen en voor Gods Aangezicht oprecht te wandelen. “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Jezus Christus was!” zegt Paulus in Philippenzen 2. En we hebben gehoord in Mattheüs 11, dat het daarbij vooral gaat om zachtmoedigheid: “Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.” “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.” (Matth.5,5). Talrijk zijn de voorbeelden van zachtmoedige mensen in de Bijbel. Denk aan Stefanus en aan Abraham en aan Jozef. Ook van Mozes wordt in Numeri 12 gezegd, dat hij een zeer zachtmoedig man was. Paulus noemt zachtmoedigheid ook verschillende keren daar waar hij het heeft over de vruchten van de geest. Leest u Galaten 5 maar eens.

Deze zachtmoedigheid, deze gezindheid van de Heer, moet zeker aan het Heilig Avondmaal voorafgaan. Daarin moeten wij ons oefenen. Als we dat doen, als we de Heer zo navolgen, dan mogen we ook met Hem maaltijd houden. Maar als we dat niet doen en blijven volharden in hardheid en kwade gezindheid, blijft dan alstublieft weg.

Dan komen we bij het tweede punt: dat we ervan verzekerd mogen zijn, dat Jezus in alle opzichten met ons meevoelt, omdat Hij ook in alle opzichten net zo beproefd is als wij. Dat is een geweldig getuigenis en troost voor ons. Want ik zou me kunnen voorstellen, dat wij de Heer wel kennen, en ook de Vader en de Heilige Geest belijden, maar toch huiver hebben om aan het Avondmaal aan te gaan. Waarom? Omdat we zoveel zwakheden hebben, zoveel verkeerd hebben gedaan, zo belast zijn met al onze vele zonden, zo erg dat we niet voor Gods Aangezicht durven te verschijnen. Het is ook heel goed, dat je je van je zonden bewust bent. Het Avondmaalsformulier wijst daar ook op: “ten eerste bedenke een ieder bij zich zelf zijn zonden…” Maar daar staat ook: “Ten andere onderzoeke een ieder zijn hart of hij ook deze gewisse belofte van God gelooft, dat hem al zijn zonden vergeven zijn…” Ik weet dat verschillende van u vanmorgen met huiver in de kerk zitten. Dan wil ik u dit zeggen en dat mag ik doen omdat het hier zo in de Schrift staat: we hebben niet een God, voor Wie we bang hoeven zijn, maar de Heer is onze Hogepriester, Die met ons meevoelt, Die ons kent door en door en Die dezelfde beproevingen als u ondergaan heeft, hoewel Hij zonder zonde was. Het is deze zekerheid, waardoor we ondanks alles toch naar het Heilig Avondmaal mogen komen. Het is deze Heer, Die ons daarheen roept. En Zijn uitnodiging is vriendelijk: “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt.” Het Avondmaal is o zo’ n heilige maaltijd, maar wel voor zondige mensen. Dat moeten we altijd voor ogen houden.

En daarom roept de schrijver van de Hebreeënbrief -we weten het niet zeker of het Paulus geweest is- ons toe, en dat is ons derde en laatste punt: “Laten we met vertrouwen naderen tot de troon der genade, opdat wij ontferming krijgen en genade vinden tot tijdige hulp.”

Als wij de Heer belijden en zekerheid hebben dat Hij in alles met ons meevoelt… dan mogen we ook vol vertrouwen aan tafel gaan. Vertrouwen op Hem, niet op onszelf. In de zekerheid, dat onze situatie in geen geval uitzichtloos is, omdat de Heer met ons meevoelt, ja, in alle opzichten! Zo kunnen en mogen we ons tot God keren, Wiens troon voor ons vanwege Jezus die de Hogepriester is niet meer zetel van verschrikking, maar oorsprong van genade geworden is. Wij verkrijgen ontferming, wij vinden genade, twee uitdrukkingen die hetzelfde betekenen. Gemeente, als je dit weet -ik zei het al: uit ervaring weet- dan wordt je een ander mens: was je tevoren bedrukt en als ’t ware terneergeslagen door de schrikwekkende macht van God en de uitzichtloze put van al je zonden, nu vind je nieuwe vrijheid, nu mag je opademen, omdat je er zeker van bent, dat God je verder helpen zal, en wel tijdig, dat is vandaag nog, zo lang je leven mag. Daarom -nogmaals- laten wij met vertrouwen naderen tot de troon der genade… Het griekse woord “parrhesia”, dat met “vertrouwen” is vertaald, duidt oorspronkelijk aan het recht van spreken van de volwaardige burger in de Griekse democratie. In tegenstelling tot de slaaf had de burger het recht om alles te zeggen. Zo wordt hier in de Hebreeënbrief waarschijnlijk ook gedacht wat betreft de houding van de Christenen voor de tronende en heersende God. God is de Heer, de mens is slechts slaaf, die als zodanig geen rechten bezit. Maar God geeft ons rechten, Hij verlost ons uit de slavernij. We worden vrije burgers, omdat we in Christus zijn. Zou dat niet de gedachte van de schrijver van de Hebreeënbrief zijn? Als we de Heer kennen, met Hem omgaan, met Hem wandelen en dan ook met elkaar omgaan in zachtmoedigheid, dan zijn we van slaven burgers geworden en hebben we de vrijheid gekregen, dat we nu bij God toegang en gehoor vinden. Laten we daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, tot de maaltijd des Heren , om daar ieder persoonlijk genade en hulp te verkrijgen door de Heer Zelf, die met ons meevoelt.

Tenslotte: de weg er naar toe, naar het Heilig Avondmaal. Ik noemde al de zachtmoedigheid: dat je vergevingsgezind bent en de ander een goed hart toedraagt. We moeten het niet verwarren met slapte en laksheid. Integendeel, er schuilt juist moed in en kracht. In de Kerkgeschiedenis hebben veel martelaren en heilige mensen die zachtmoedigheid getoond. Ik denk aan de vele Joden, die in de Middeleeuwen door Christenen zijn vervolgd en gedood, wat we van de jongste geschiedenis ook maar al te goed kennen. Maar ik denk ook aan de vele voorbeeldige Christenen, die Jezus’ voorbeeld volgden en zachtmoedig waren jegens hun vijanden. Een voorbeeld wil ik u vertellen. Er was eens een edelman, die met zijn gevolg de moordenaar van zijn broer tegenkwam. Hij greep hem beet, maar de man knielde neer en smeekte om genade. De edelman werd ontroerd en liet de moordenaar los. Maar zoals het gaat, de anderen waren er niet blij mee. Ze zeiden zelfs, dat de edelman laf was. Nou, dat liet ie zich niet zeggen en weer pakte hij de moordenaar vast om hem te doden. Die knielde opnieuw neer en zei: “Heb toch medelijden met mij, edele heer, terwille van Hem, die medelijden had met u en met alle mensen, toen Hij de wereld door zijn dood verloste.” En weer kreeg de edelman medelijden… en opnieuw beschuldigden ze hem van lafheid en toen wilde hij alsnog zijn vijand doden. Toen voor de derde maal bad de man om genade, en de edelman vergaf de moordenaar van z’n broer nu helemaal en voor goed.

’s Avonds diezelfde dag kwamen ze in een kerk, en daar zag een man geknield voor het heilige kruis, opeens hoe Christus aan het kruis met zijn hoofd naar iemand knikte. Hij vroeg aan de edelman, wie hij toch was en wat voor barmhartigheid hij gedaan had, dat Christus naar hem knikte. Toen vertelde de edelman, dat hij een krijgsman was in z’n land, maar vandaag voor ’t eerst zachtmoedig was geweest…

Kijk, Gemeente, daar worden we nu bij bepaald aan het Heilig Avondmaal. Daar is ons voorbeeld: Jezus Christus, voor ons gekruisigd, omdat Hij zich zo over zondige mensen ontfermde. Daar ligt ook onze opdracht: zachtmoedig te zijn. Vergeet je eigen eer en je eigen trotse hart en wees vergevingsgezind en veroordeel je naaste niet zo streng, maar begeleidt hem in liefde. Een zachtmoedig mens bereikt ook meer dan iemand die met wrok vervuld is.

“Wat ziet gij de splinter in andermans oog, maar de balk in eigen oog ziet gij niet?” “Leert toch van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.”

Zal Christus volgende week u ook toeknikken?

Amen.

Heilig Avondmaal

Leg, Heer, Uw hand op mijn gevouwen handen
en buig U vol van liefde over mij;
Ontsteek Uw vuur in mij en laat het branden,
opdat ’t een bron van licht en warmte zij.
Toon mij het teken van Uw diepe wonden,
wanneer ik U herken in ’t breken van het brood.
Denk aan Uw liefde, denk niet aan mijn zonden,
en wees voortaan mijn gast, mijn disgenoot.
Reik mij de beker, ook al zult Gij weten
dat ik U in mijn angst verlooch’nen zal,
en dat ik mijn belofte zal vergeten
dat ik U zeker nooit verlaten zal.
Blijf bij mij, Heer, de avond is gekomen,
kom in mijn huis en sluit de deuren dicht;
want Gij alleen kunt mij doen veilig wonen,
en waar Gij zijt is zelfs de nacht nog licht.

Nel Benschop

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

4 gedachten over “Voorbereiding Heilig Avondmaal

  • Ds.Kroes

    Beste Quintus,
    Ik heb geprobeerd uit te leggen, dat de “troon der genade” Jezus Christus is en alles wat Hij voor ons heeft volbracht. Bij het Avondmaal komt dit duidelijk naar voren, in de tekenen van brood en wijn. Dat betekent: onze verzoening, dat we in genade zijn aangekomen. Dus denk je al gauw bij de “troon van de genade” aan de viering van het Avondmaal. Als wed ergens bij die “troon” terecht willen komen, dan toch in het Avondmaal! Vandaar de link. Groeten en Gode bevolen, Ds.Kroes.

  • Bert Loedeman

    Beste ds. Kroes, hartelijk dank voor de inhoud van deze pagina. Wij vieren morgen het Heilig Avondmaal en ik heb genoten van deze extra ‘voorbereidingspreek’. Van harte wens ik u Gods zegen toe in uw werk.