Een brief van Christus


2 Korintiërs 3, 3

De apostel Paulus noem zijn Gemeente in Korinthe “een brief van Christus”.

“Daar gij toont een brief van Christus te zijn.” (2 Korintiërs 3, 3).

Dat is me nogal wat. Zo positief kunnen wij van onszelf en van onze Gemeente, denk ik, niet spreken. Daarvoor is er te veel wat niet goed is, wat niet “van Christus” is. We doen natuurlijk wel ons best. Tenminste dat mag ik hopen!

Preekstoel ColijnsplaatWe worstelen om het te pakken te krijgen: dat leven “in Christus”, in vallen en opstaan. Met de vele twijfels, die het geloof vandaag met zich meebrengt. We houden ook krampachtig vast aan de ‘oude’ zekerheden. Vooral aan onszelf, want je wilt je zelf niet verliezen. Maar dan merk je, dat je toch je zelf uit handen moet geven, wil je Christus toebehoren. Dan kun je gelukkig weer opademen uit al dat krampachtige gedoe. Dat is bevrijding. Ik behoor niet mezelf toe, gelukkig maar, want dan zou het er slecht voor me uitzien. Ik ben van de Heer en ik mag in alle dingen op Hem vertrouwen. En Hij zal mijn leven maken en richten naar Zijn wil, als ik me maar op Hem verlaat. Zo word ik “brief van Christus”.

Die gedachten moet Paulus gehad hebben, toen hij zo optimistisch aan de Korinthiërs schreef: “daar gij toont een brief van Christus te zijn”. Hij heeft het daarbij ook over zichzelf. Hoor maar:

“Gaan wij onszelf aanprijzen? Of hebben wij soms aanbevelingsbrieven bij u of van u nodig? Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten.”

De Gemeente is een brief van Christus. Daarom houdt Paulus ook zo van zijn Gemeenten. Herhaaldelijk lezen we, dat hij naar hen verlangt. Bijvoorbeeld in Philippenzen 3, waar hij zo hard de wereldse gezindheid van de Gemeente aan de kaak stelt, zegt hij tenslotte:

“mijn geliefde broeders, naar wie mijn verlangen uitgaat, mijn blijdschap en kroon!”

Hoe kan de apostel die Gemeente van Korinthe, waarin zoveel onchristelijke dingen gebeuren, toch nog zo positief waarderen als “brief van Christus”? Een Gemeente, waarin zoals we horen de liefde en nederigheid nogal eens ontbreken, waar veel losbandigheid en egoïsme de boventoon voeren…

Orgel ColijnsplaatJa, zegt Paulus, dat is zo, maar toch ondanks het zo gebrekkige vlees is de Geest van de levende God in de Gemeente aanwezig. En dat is bepalend dat de Geest in de Gemeente z’n werk doet! De Gemeente is niet “brief van Christus” omdat zij Christelijk heet of Protestants Christelijk en een dikke Kerkorde heeft en een ingewikkelde landelijke structuur en de opgeschreven geboden van God in de Bijbel, maar omdat de Geest van de levende God daar in de harten van Gemeenteleden aanwezig is: niet met inkt geschreven op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten. Wat is het fijn, dat de apostel dit onderscheid maakt. Wat hebben we ’t ook nodig ons zo te laten bemoedigen: jullie zijn net als de Korinthiërs een brief van Christus! Ja, Hijzelf schrijft in jullie harten. Hijzelf maakt jullie bekwaam om God te dienen. Hijzelf brengt jullie steeds weer samen om Gemeente te zijn. Een brief van Christus, geschreven met de Geest van de levende God in de harten, precies zoals de oude Jeremia het geprofeteerd had, toen hij zei: “Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven” (31,33).

Gemeente, wat betekent het nu vandaag voor ons, dat we brief van Christus mogen zijn?
Ten eerste: Christus heeft aan Zijn Gemeente het leven toegezegd. En Hij is vandaag in die Gemeente aan het werk om het nieuwe leven te brengen, ook hier. En dan mag ik denken aan alles wat er gedaan wordt om elkaar te helpen. Ik denk aan de zieken en eenzamen, stervenden en ongelukkigen, die troost mogen ontvangen en een helpende hand. Ik denk ook aan het diaconaat, waardoor wereldwijd mensen de liefde van Christus mogen ervaren, Kerk in aktie – zoals dat tegenwoordig genoemd wordt. We horen van voedselbanken en weggeefwinkels in de grote steden en hul-acties voor de aardbevingsslachtoffers in Pakistan. Ik denk aan de vele jonge mensen, die in hun moderne muziek en praise-liederen het Evangelie uitdragen. En zo kan ik wel doorgaan. Allemaal letters in die brief van Christus, geschreven door de levende Geest Zelf.

Dat is het eerste, waaraan we moeten denken: dat de Geest in de Gemeente aan het werk is en dat wij Hem de ruimte moeten geven, door onszelf in dienst te laten stellen van die Geest en ons door Hem te laten aanwakkeren!

Een tweede ding, wat opvalt in de tekst van Paulus is dit: het tot leven brengen van de Gemeente gebeurt niet door het geschrevene of voorgeschrevene. Al te lang is de kerk een instituut van voorschriften geweest. Dit mag je niet en dat moet je wel. Regels te over, allemaal goed bedoeld, maar het heeft velen de Kerk uitgejaagd. Het Levende Woord is achter die regels verdwenen. Daarin schuilt een groot gevaar, als Gods Woord wordt ingeblikt… Het Leven wordt er aan ontnomen, het wordt eigenlijk dood gemaakt. Velen, die de Kerk verlaten hebben, spreken daarvan, hoe ’t vroeger bij hen thuis was en in de Kerk. In heel veel boeken kom je dit ook tegen. Die verstarring in het kerkelijke leven. Soms zie je dat nog om je heen, hopelijk niet hier. In ieder geval moeten we daar op bedacht zijn. De Gemeente komt niet tot leven door wat er geschreven is, op tafelen van steen, maar alleen door de Geest van God, Die werkt in ons hart.

Kerk ColijnsplaatTenslotte nog dit: ondanks het gevaar van de verstarring en het zo gebrekkige functioneren van de Gemeente heeft het werken van de levende Heer toch nooit opgehouden. Jullie zijn mijn brief, zegt Paulus, ja zelfs brief van Christus. Hij is de afzender van de Gemeente. En daarom komt een Gemeente pas echt tot leven, als zij bereid is te luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft. Als zij, zeg maar, in Zijn spoor komt. Als de woorden van Jezus, en dat zijn woorden van God Zelf, in ons leven tot levende werkelijkheid worden. Daar hebben we Zijn Geest ook bij nodig, anders blijft het alleen maar mensen werk. We hebben dus altijd te luisteren naar wat de Geest ons in Jezus’ woord te zeggen heeft, niet wat wij er zelf in menen te horen of wat wij er zelf van gemaakt hebben ! Dat betekent ook, Gemeente, dat we bereid moeten zijn van dode platgetreden paden terug te keren en nieuwe wegen te begaan. Het is ten enenmale onvoldoende je alleen tevreden te stellen met het bewaren van het oude, zonder uit te zien naar en oog te hebben voor nieuwe en grotere wonderen, die we van de Heer mogen verwachten. Zo zal er ook plaats gegeven moeten aan de jonge generatie, die vaak op een andere eigentijdse manier het Evangelie willen uitdragen. Geef ze een kans om op hun manier een levende bouwsteen van de Gemeente te zijn, letters van de brief van Christus.

Jullie zijn een brief van Christus, zegt Paulus. Een brief zegt iets over de Afzender, een brief laat ook iets horen van degene(n), tot wie hij gericht is. Willen we zo’n brief zijn? Getuigend van de Schrijver, de lévende Heer? En willen we zo’n brief zijn: echt gericht op de ontvanger, wij zelf, oud en jong, gericht ook op de wereld met zijn angstige hopen en zuchten en grote verdeeldheden? Een brief van Christus, voor de wereld, want Hij is gekomen om de wereld te redden. Waar blijft U met uw wonderen? Brief van Christus!

Amen.                             

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “Een brief van Christus

  • Ruud

    De Gemeente komt niet tot leven door wat er geschreven is,

    Waarom wordt het woord dan het levende woord genoemd?
    En waarom is het geloof dan uit het gehoor?

  • Ds.Kroes

    Juist wel! De Gemeente hoort het Woord en doet het! Horen is doen en zo komt de Gemeente tot leven. Zodoende is het Woord “levend”, omdat het tot leven wekt. Het levende Woord hoor je niet alleen, maar het wordt ook in je hart gelegd. Zo komt een mens tot geloof. De Heilige Geest speelt bij dit alles natuurlijk een onmisbare rol. Zonder die Geest zou een mens misschien wel “horen”, maar niet tot het “doen”komen.