Luther

Artikelen over het leven en de geschriften van Luther


Luther XXII – Lees de geschriften van Maarten Luther

In 2017 is het 500 jaar geleden dat Luther zijn plakkaat aan de kerkdeur van Wittenberg bevestigde. H. C. van Woerden (Lunteren) besteedt veel tijd aan het vertalen van Luther uit het oud-Duits, bij voorkeur uit geschriften die nooit in het Nederlands verschenen zijn.


Luther XXI – Viva vox

Das “Neue Testament Deutsch” gaat in het voorjaar van 1522 naar de pers en het verschijnt dan in september, in een eerste oplage van 3000 stuks. Een exemplaar koste anderhalve gulden, best een groot bedrag voor die tijd. Je kon er twee geslachte kalveren voor kopen, het was het jaarloon voor een dienstbode. Maar vergeleken met de Gutenbergbijbel, die in 1454 was uitgekomen, was het een schijntje. Die kostte 42 gulden.


Luther XX – Strijd met Rome

Toen de 60 dagen bedenktijd om waren, riep hij zijn collega’s en studenten bijeen en wierp de bul met enkele boeken in een groot vuur. Hij sprak ook nog de banvloek uit over Rome: “Wie sie mich exkommunizieren nach ihren gotteslästerlichen Häresie, so exkommuniziere ich sie nach der heiligen Wahrheit Gottes. Christus wird als der Richter sehen, welche Exkommunikation bei Ihm gilt.” Toen was de breuk definitief.


Luther XIX – De Boerenopstand

Het jaar 1525 was voor Luther aan de ene kant een mooi jaar, vanwege zijn huwelijk met Katarina van Bora, aan de andere kant een rampjaar, vanwege de Boerenopstand. Om zijn houding in die boerenkwestie is Luther later vaak verguisd. Hij heeft de boeren te weinig support gegeven, hij heeft ze eigenlijk laten vallen. Toch moeten we ons afvragen: kon hij wel anders?


Luther XVIII – Prediker-dichter

Toen Luther predikant in Wittenberg was, zag hij de grote behoefte van het kerkvolk. Als God met ons spreekt in de kerkdienst, dan moeten de mensen antwoorden in gebed en lofgezang. Maar er waren nauwelijks zingbare liederen voorhanden in de toenmalige kerk. Want in de godsdienst van de Middeleeuwse Kerk zong de priester, de monniken, het koor. Maar niet de Gemeente! Daarom vroeg hij zijn vrienden nieuwe liederen te dichten, die het Evangelie zouden verkondigen.


Luther XVII – Conflict met Zwingli

Luther verwijt Zwingli, dat hij beide naturen van Christus uit elkaar haalt en meer met zijn verstand te werk gaat dan te luisteren naar de Schrift. Er zijn zo veel wonderen, die we niet kunnen begrijpen, zegt hij. Bovendien, juist omdat Christus in de hemel is opgenomen, kan Hij overal hier op aarde aanwezig zijn.


Luther XVI – De kerkelijke organisatie

De ambtsdrager wordt volgens Luther innerlijk door God, uiterlijk door de Gemeente beroepen. De Gemeente stelt vast, wie de hoogste gave tot de verkondiging van het Evangelie bezit. Die gave is er namelijk al. Zij komt niet plots uit de lucht vallen doordat de Gemeente iemand beroept en in het ambt stelt. Nee, door haar keuze bevestigt de Gemeente alleen wat al aanwezig is: het van God ontvangen charisma (=genadegave).


Luther XV – Ambtsopvatting

Luther ziet dit ambt in de vorm van een dienstpriesterschap: ministerium, en niet zoals in de toenmalige kerk een heerschappelijk ambt. Elke ambtsdrager is in feite alleen maar geroepen om boodschapper te zijn: niet om te heersen, maar om te dienen!


Luther XIV – Geloof en goede werken

Elke goede boom draagt goede vruchten, maar een slechte (luie) boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Dat wil dus zeggen, dat de daden van een mens corresponderen met zijn aard, zijn wezen, zijn persoon. De werking gaat van binnen naar buiten. “Waar het hart vol van is, daar vloeit de mond van over”.


Luther XIII – Het heilig avondmaal

Wat heeft zulk eten en drinken voor zin? “Dat laten ons de woorden zien: voor u gegeven en vergoten tot vergeving van zonden; namelijk dat ons in het sacrament vergeving van zonden, leven en zaligheid door zulke woorden gegeven wordt; want waar vergeving van de zonden is, daar is ook leven en zaligheid.”


Luther XII – De heilige doop

Doop en geloof horen wel bij elkaar, natuurlijk, maar toch niet zó, dat het geloof van de mens de doop pas echt en waar maakt. Dan zou de doop afhankelijk worden van de mens. Dat riekt naar werkheiligheid! De doop wordt dan een prestatie van de mens! Nee, zegt Luther, de doop draagt wel het geloof van de mens, maar niet andersom, dat het geloof van de mens de doop pas waar maakt.


Luther XI – Persoonlijk heil

Een mens wil gelukkig worden. Daar gaat het dan ook om bij Luther: om zijn persoonlijke heil. En dat krijgt hij alleen, wanneer hij in de goede verhouding tot God staat. Hoe komt een mens in die verhouding? Door Christus te kennen en lief te hebben en te volgen! Daarom is de verkondiging van het Evangelie zo belangrijk: het maakt mensen gelukkig, omdat ze Gods genade mogen ontvangen.


Luther X – Geloofszekerheid

Een vaste burcht is onze God,
Een wal, die ’t kwaad zal keren;
Zijn sterke arm houdt buiten schot
Wie zich niet kan verweren.


Luther IX – De onzichtbare kerk

De uiterlijke orde van de kerk is onontbeerlijk ter wille van de ware kerk. Je hebt de buitenkant nodig ter wille van de binnenkant! Want, zegt Luther: koren wordt alleen op een akker aangetroffen, waar ook onkruid groeit. Zo is ook de ware kerk alleen dáár te vinden, waar de uiterlijke kerkgemeenschap goed en kwaad beide in zich bergt.


Luther VIII – Het huwelijk

Het lukte niet Katharina aan de man te brengen. Ze had wel al een relatie gekregen met een student uit Neurenberg, maar -nadat diens vader bezwaar had gemaakt- liet die het afweten. Toen Luther daarover klaagde, moet Katharina gezegd hebben, dat zij zich wel kon voorstellen met hem zelf getrouwd te zijn. Luther was sprakeloos, maar nam het voorstel met beide handen aan!


Luther VII – Rumoerige jaren (1517-1521)

Toen er overal veel ophef kwam over de stellingen, besloot Luther een verhandeling te schrijven om een en ander nog nader uit te leggen: “Sermoen over de aflaat en de genade” (1518). Toen is de strijd pas goed begonnen.


Luther VI – Het humanisme

Erasmus is niet meegegaan met de Reformatie. Hij vond het optreden van Luther veel te drastisch. Hij heeft nog wel geprobeerd te bemiddelen, maar tenslotte kon hij zich toch niet van de oude kerk losmaken. Veel van zijn gedachtegoed vinden we wel bij Luther terug. Wat Erasmus bijvoorbeeld zegt over het wezen van de Heilige Schrift, over haar betekenis voor het tijdelijke en eeuwige leven, is echt Luthers.


Luther V – Het politiek klimaat

De pausen gedroegen zich meer als wereldlijke heersers dan als geestelijke leidslieden. Eén voordeel is, dat zij wel vaak veel oog hadden voor mooie kunst. Daardoor werden beroemde kunstenaars aan het werk gehouden en kunnen we nu nog genieten van hun kunstwerken.


Luther IV – Gevolgen van de stellingen

Ook in Rome had men natuurlijk al lang over die professor uit Wittenberg gehoord, die zo veel kritiek had op de aflaatverkoop. En de paus, Leo X, kan dat zeker niet zo maar laten gebeuren. Daar moest een onderzoek komen. Het beste zou zijn om Luther zelf naar Rome te laten komen, dan konden ze hem daar als ketter veroordelen. En dan zou het kwaad in de kiem gesmoord zijn!


Luther III – Wittenberg

Tetzel vertelde de mensen, dat een “aflaat” niet alleen vrijspraak van de kerkelijke straf (de boetedoening) betekende, maar zelfs vergeving van al hun zonden. Dit ging in tegen de kerkelijke regels. Luther merkte dit al gauw, want de mensen, die bij hem kwamen biechten wilden geen boete meer doen en hadden ook helemaal geen berouw meer over hun zonden. Ze hadden immers een aflaat!


Luther II – Genade van God

Hoe komt Luther er toe de Heilige Schrift als enige autoriteit voor het geloof en de kerk te beschouwen? Omdat hij door Bijbelstudie zijn persoonlijke heil ervaren heeft, toen hij antwoord kreeg op de prangende vraag die hem jaren lang bezig hield: Hoe krijg ik een genadige God? Antwoord uit de Bijbel: Door te geloven in Jezus Christus en Die gekruisigd!


Luther I – Monnik

Luther studeerde aan de universiteit van Erfurt. Hij was geleerd in de rechten (magister artium) en ging een mooie toekomst tegemoet. Maar opeens besloot hij in de orde van de Augustijner Eremieten te worden opgenomen. Waarom doet een mens zo iets? Waarom deed Luther dat, tegen de wil van zijn vader en al zijn vrienden?