Paasvreugde


1 Petrus 1, 8
“Gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde.”

Gele tulpDe apostel Petrus begint zijn eerste brief met een lofprijzing op God vanuit de Paasvreugde:

“Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, Die ons naar Zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop… verheugt u daarin… Hem hebt gij lief, in Hem gelooft gij… en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen.”

Een hele mond vol! De apostel struikelt bijna over zijn woorden om maar aan te geven hoe vreugdevol en hoopvol Pasen is.

Petrus begint met de hoop: wij zijn wedergeboren tot een levende hoop! Een Christen is geen zwartkijker, met een beperkte blik, omringd door allerlei muurtjes, nee, hij mag een open visie hebben, een open wereld, een open toekomst. Achter alle soms zo bedreigende en zorgwekkende zaken om ons heen mogen wij de wereld van God, Zijn koninkrijk van liefde en gerechtigheid en saamhorigheid in actie weten. Dat is onze hoop! God komt naar ons toe door alle benauwdheid en bekrompenheid heen. Hij breekt er doorheen, niets kan Hem weerhouden. Onze horizonten zijn niet het einde, je mag er doorheen zien naar daarachter, omdat God ze voor ons heeft opengebroken: Jezus is opgestaan, Hij gaat ons voor!

Hoop is uitzien, hoop is daardoor ook uitkomst. Daarom hoeven wij de moed niet te laten zakken. Een Paasmens is een optimist, een stugge volhouder. Hoop op hoop, hoop tegen hoop, zelfs wanneer de dood in het vizier komt. Bent u ook zo’n enthousiast mens geworden? Enthousiast in het Grieks is “en theos”: in de Heer. Niet meer “in je zelf”, maar “in de Heer”. Je bent wedergeboren tot een levende hoop! Wedergeboren betekent, dat je een ander mens bent geworden. Het oude is voorbij, zie, het is alles nieuw: mijn leven, mijn toekomstverwachting, mijn omgang met God, met de andere mensen, met me zelf, de hoop voor de wereld… alles is nieuw! Dat mag Pasen voor ons zijn, daartoe worden wij wédergeboren tot een levende hoop. Geen dode hoop, die in elkaar geslagen is (hoeveel mensen hebben de hoop al niet opgegeven?), maar lévende hoop, dat is hoop, op ’t leven gericht, het echte leven, dat van God is en door God aan ons geschonken wordt, het héérlijke leven, ongeschonden, eeuwig. Daarop mag onze hoop ook vandaag gericht zijn!

Die hoop is het fundament van ons geloof en van de liefde. Want de apostel noemt die hoop: “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is voor u, die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, welke gereed ligt om geopenbaard te worden, in de laatste tijd.” Wij zijn wedergeboren tot een erfenis, die voor ons bewaard wordt voor later. De erfenis van Christus, in de hemel voor ons weggelegd. Dat is wat Jezus voor ons volbracht heeft door Zijn lijden en sterven en opstaan uit de dood: vergeving van al onze zonden en eeuwig nieuw leven in Gods heerlijkheid. Láter zal het geopenbaard worden, zo is het meestal met erfenissen. Maar voor nú heeft het toch ook al grote waarde om te mogen weten: je staat in het testament! Je wordt erfgenaam van iets geweldigs, iets ongelofelijks, moois en groots.

Het zekere onderpand daarvan is ons met Pasen gegeven. Dat onderpand moeten we vasthouden, het is het vaste fundament van ons geloof voor de wereld, de mensen, heel de schepping. Dat dit alles vanzelf ook betekent, dat we er naar gaan leven, is logisch. Petrus noemt met name de liefde. “Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben…” Hoe zullen wij dan niet liefhebben de mensen, die we wél zien? Niet zien en toch geloven, niet zien en toch liefhebben, dat is de vreugde van ons Paasfeest. Zo ziet Petrus het. Te meer het geloof in dat wat we wél zien, te meer de liefde voor hen die we wél zien! We zien Gods goedertierenheid en lankmoedigheid door alles heen. Zijn geduld met ons. Hoop, geloof en liefde! Verheugt u met Pasen met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde!

Misschien kunnen we deze vreugde bezingen met een prachtig lied van Jochen Klepper, Het staat ook in de canon van het Protestantse Kerklied, no.7. Eigenlijk is het een adventslied, maar ik denk dat het met Pasen ook heel goed past. Zo duidelijk straalt het Licht ons tegemoet vanuit onze duisternis! De dichter heeft dat zelf ook maar al te zeer ervaren. Zijn levensbeschrijving kunt U nalezen bij Kerklied.net op de pagina http://www.kerklied.net/node/44.

De nacht is haast ten einde,
de morgen niet meer ver.
Bezing nu met verblijden
de held’re morgenster.
Wie schreide in het duister
begroet zijn klare schijn
als hij met al zijn luister
straalt over angst en pijn.

Zo is ons God verschenen
in onze lange nacht.
Hij die de eng’len dienen
die eeuwen is verwacht,
is als een kind gekomen
en heeft der wereld schuld
nu zelf op zich genomen
en draagt ze met geduld.

Hoevele zwarte nachten
van bitterheid en pijn
en smartelijk verwachten
ons deel nog zullen zijn
op deze donk’re aarde,
toch staat in stille pracht
de ster van Gods genade
aan ’t einde van de nacht.

God lijkt wel diep verborgen
in onze duisternis
maar schenkt ons toch een morgen
die vol van luister is.
Hij komt ons toch te stade
ook in het strengst gericht.
Zijn oordeel is genade,
zijn duisternis is licht.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *