Jezus Christus, verrezen uit de doden


Kruis2 Timoteüs 2, 8
“Houd in gedachtenis: Jezus Christus, verrezen uit de doden”

Om dit vers goed te verstaan, moeten we eigenlijk het hele stuk van vs.2 t/m vs.13 lezen. Timoteüs wordt door de apostel Paulus opgeroepen “sterk te zijn”. Niet zo maar uit zich zelf en voor eigen belang, maar “in de genade, die in Christus Jezus is”. De kracht, waar het hier om gaat, is de ons van God gegeven “geest van kracht”, zoals de apostel in hoofdstuk 1 vers 7 al aangeduid had: “Want God heeft ons een geest gegeven niet van vreesachtigheid, maar van kracht, van liefde en zelfbeheersing”. Het is dus de kracht van God Zelf, die Timoteüs sterk zal maken. Waartoe? Om zijn werk als apostel te doen, om het Evangelie door te geven in het onderwijs van anderen en ook om voor het Evangelie te lijden (2, 2 en 3).

Een mens krijgt die kracht, wanneer hij in gedachtenis houdt: Jezus Christus, verrezen uit de doden. “Zoals mijn Evangelie luidt”, zegt Paulus.  Dit is immers de kern van het Christelijk getuigenis: de Paasboodschap, dat Hij verrezen is uit de doden, en dat daarmee het nieuwe leven, de eindtijd, is aangebroken, omdat alle dingen voortaan in het licht staan van de opstanding. Maar de verkondiging van het Evangelie gaat niet zo maar, gladjes, zonder tegenstand. Het is voor velen niet acceptabel en het roept daarom weerstand op. Menigeen heeft het veel verdriet en lijden en zelfs het leven gekost. “Het bloed der martelaren is het zaad van de kerk”  heeft eens een kerkvader gezegd. Ik meen, dat het Origenes was. Hij zag dat de kerk groeide, ondanks alle ellende. De uitkomst is goed, maar het kost heel wat moeite en pijn. Paulus spreekt uit dezelfde ervaring: “Zoals mijn Evangelie luidt, de prediking waarvan ik lijden heb te verduren gehad, zelfs gevangenschap, alsof ik een misdadiger was, maar het Woord van God kent geen gevangenschap. Daarom draag ik alles om der uitverkorenen wil” (vs.9-10).

Gods Woord is niet gevangen te nemen, het gaat boven alle menselijke grenzen uit. Jezus Christus, de drager van het Woord, is toch uit de doden verrezen! En daarom moeten we Hem in gedachtenis houden. Dan krijgen ook wij kracht om in het Evangelie te staan en er ook om te lijden, als ’t moet. “In gedachtenis houden” is meer dan je herinneren. Het is gedenken, er dagelijks bij stil staan, wat Jezus gedaan heeft vóór ons. Zijn dood en opstanding worden zó vlees en bloed in ons eigen, dagelijkse, leven, zij bepalen onze levenshouding, wat we doen en laten moeten, wat we zeggen en juist niet zeggen moeten. In deze zin kan Paulus spreken van “Christus in u” en het “in Christus zijn”. Daarom zingen wij, met Gez.222: Jezus is ons licht en leven!

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *