Gevangen en toch vrij


Galaten 4, 1-11
“Ik bedoel dit: zolang een erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, ook al is hij reeds de eigenaar van de hele erfenis. Hij staat onder voogdij en toezicht tot het door zijn vader vastgestelde tijdstip is gekomen. Op dezelfde manier waren ook wij, toen we nog onmondig waren, onderworpen aan de machten van de wereld. Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden. En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept. U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als zijn kinderen bent u erfgenamen, door de wil van God. Toen u God nog niet kende, was u onderworpen aan goden die helemaal geen goden zijn. Hoe is het dan toch mogelijk dat u die God hebt leren kennen, meer nog, door God gekend bent, u opnieuw tot die zwakke, armzalige machten wendt en u daaraan als slaven onderwerpen wilt? U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen, maanden, seizoenen en jaren? Ik vrees dat al mijn inspanningen voor u volkomen zinloos zijn geweest.”

Jonge Gemeente,

Slaven van onze tijdStel je voor: één van jullie heeft rijke ouders, een mooi landhuis (familiebezit!), een sjees van een auto en zo nog een heleboel meer. Maar wat heb je daar aan, zo lang je nog minderjarig bent? Niets! Als je iets wilt hebben, zul je het netjes aan je vader of moeder moeten vragen. Dat wordt anders, wanneer je 21 bent geworden. Dan krijg je opeens bepaalde rechten. En later, als je ouders zijn overleden, dan krijg je een grote erfenis. Maar zo lang je nog geen 21 bent, verschil je eigenlijk niet zo veel van andere mensen, die niets bezitten.

Zó – zegt Paulus – was het ook met ons, heidenen en Joden. Tijdens de minderjarigheid waren wij als slaven onderworpen aan de elementen van het heelal. Toen waren wij ook nog slaven van de wet. We wisten eigenlijk niets van God af. We wisten ook helemaal niet, wat God van ons wilde. We dienden de elementen van de wereld: de zon, de lente, de dood, allerlei goden en godinnen van zee, water en vuur, de sterren, planeten, de tekenen van de dierenriem en zo.
Trouwens, ook vandaag zijn er nog mensen, die een sterrenbeeld dragen en die daar waarde aan hechten.

Toen – zegt Paulus – vereerden jullie die kosmische machten, sterren en planeten en tekenen van de dierenriem, die het lot van de mens op onze planeet bepalen. We mogen ons aangesproken voelen, ook in deze tijd. Paulus zei dat tegen de heidenen, maar ook tegen de Joden, die deel uitmaakten van de Gemeente in Galatië. Toen waren jullie slaven van de wet omdat jullie dachten, dat je al die wetten van God en die de mensen er bij hadden gemaakt moest houden. Jullie dachten, dat je daardoor als vanzelf in de hemel zou komen. Slaven waren jullie! Maar nu is dat afgelopen. Want, toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw… God had de tijd vol gemaakt! Toen moest het gebeuren!

Paulus ziet de geschiedenis als een ontwikkeling in Gods hand, zoiets als een zandmeter. Het zand blijft lopen, totdat de meter vol is. De oude wereld van de slavernij en de wereldgeesten heeft nu z’n volle maat ontvangen. De maat is vol. Nu brengt God iets nieuws! Het was ook een totaal nieuwe tijd, waarin Paulus leeft. Net zoals wij dat nú ervaren. Nijmegen en Bethlehem behoorden tot één rijk (het grote Romeinse keizerrijk) en men kon zonder grensformaliteiten door een groot deel van de wereld reizen. Men had toen al één munt, net zoiets als onze Euro, en men sprak één taal. Er heerste de “pax romana”, de Romeinse vrede, die alle volken, rassen en standen verbond. Was dit niet een geweldige kans voor het Evangelie om de wereld in te komen? Net zoiets als vandaag de Olympische Spelen in Peking. Veel christelijke gemeenschappen bereiden zich ook daar op voor, om daar present te zijn en de Evangelische boodschap te brengen in een geweldig rijk (1 miljard inwoners!).

Toen zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw. Het staat er zo heel eenvoudig. Paulus zegt niet: Joodse vrouw. Hij noemt ook de naam “Maria” niet. Hij zegt gewoon: vrouw, mens onder de mensen. Het gaat Paulus ook niet om Maria, maar om de Zoon. Hij is onder de wet gekomen, onder de machten van de wereld, de sterrenbeelden en de planeten, de machten van de dood en het verderf en de martelingen. Onder al die machten ging Hij door totdat Hij hing aan het kruis, dat Hij Zelf eerst moest dragen op weg naar Golgota. Om ons vrij te kopen, uit de slavernij, om ons in vrijheid te stellen, om ons van slaven tot zonen te maken, meerderjarige kinderen! Ja, zegt Paulus, nu hebben jullie de Geest gekregen, jullie weten af van God en Zijn wil, jullie kunnen niet meer terug tot de oude toestand van de wereldgeesten, de heidense feesten en symbolen, de lichtboom en de astrologische waarzeggerij. Jullie kunnen nu ook niet meer terug tot de wet: het dit niet doen en dat niet doen alsof de wet je kan redden. Nee, de Zoon alleen heeft jullie vrijgemaakt, Hij alleen is jullie redding, Hij stelt jullie in de echte vrijheid.

Jonge Gemeente, veel mensen zijn vandaag geknecht. Zij worden rechteloos gemaakt en zelfs mishandeld, gemarteld. We denken aan de politieke gevangenen in veel landen, aan hen die ook omwille van hun geloof gevangen zitten. Veel mensen hunkeren naar vrijheid, zoals wij die kennen in het “vrije Westen”. Veel mensen hebben die vrijheid gekregen, ook bij ons, maar zij hebben zich – jammer genoeg – opnieuw laten knechten door die geweldige macht, die ook de wereldgeesten in zijn grip heeft: de macht van het kwaad, de macht van satan, die in elke mens schuilt en elk mens aantast. Wat zijn we allemaal druk bezig als slaven van het materialisme, de zogenaamde vooruitgang, slaven van de Mammon, slaven van de carrière.

Weten we dan niet, dat we geen slaven meer hoeven te zijn? Dat Christus gekomen is om ons vrij te maken? Weten we dan niet, dat al dat jagen en jachten van ons helemaal niet helpt? Dat je er niet gelukkiger door wordt? Integendeel, het mat je af en brengt je verder weg van de echte dingen, waar het in het leven om moet gaan: dat je voor God open komt te staan, dat je je door Hem laat bevrijden. Dat je gaat leven uit de Geest die Hij ons geeft, de geest ook van vrijheid en blijheid, de geest van geloof, hoop en liefde!

Geen mens kon ooit des Heren wet,
Der mensen maat vervullen;
Toen heeft de Zoon zich ingezet
Om God en onzentwille
En kwam tot ons, een mens als wij,
Maar zonder zonde, waarlijk vrij,-
De mens van den beginne

        (Ad den Beste, Gez.344 Liedboek)

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Gevangen en toch vrij

  • Petra

    Geachte lezer,
    Is het mogelijk om in eenvoudige woorden deze uitleg van galaten te geven?!

    De wet kwam dus door Mozes ?! De genade door de heer Jezus ,!?

    In afwachting , vr gr