Herinnering aan Jakob Willemstein


Preek n.a.v. het overlijden van Jakob Willemstein, die 45 jaar organist was in Wilhelminadorp.

1 Thessalonicenzen 5: 24
Hij, die u roept is getrouw,
Hij zal het ook doen.

Jakob Willemstein aan het orgel in de kerk van WilhelminadorpAan het begin van een nieuw jaar moeten we al weer afscheid nemen van een van onze geliefden, en straks staan we aan de geopende groeve in Kapelle, voor de tweede keer in nauwelijks veertien dagen. Dat is harde en bittere werkelijkheid. De dood stopt niet bij de drempel van Oud naar Nieuw.

Maar Gode zij dank: God stopt ook niet! En ook dat is levenswerkelijkheid. “Hij, die u roept, is getrouw. Hij zal het ook doen!” Zo heeft Jacob zijn God bevonden: als een steun en toeverlaat, die met je meegaat door de tijd, ja, die met je mee trekt dwars door de woestijn van het leven. En dat leven van Jacob was soms een woestijn. Wat moest die man veel meemaken, voordat ie echt aartsvader werd! Het wonderlijke is, dat God bij hem bleef, ook als Jacob het helemaal fout deed, ja, zelfs grote zonden beging. God is getrouw, hoe duidelijk blijkt dat niet in het leven van de aartsvader. Hij bleef bij hem, door dik en dun, behulpzaam en troostend. Daarom zegt de Psalmdichter van Psalm 146, zoals we daarnet gezongen hebben: “Welzalig hij, die de God van Jacob tot zijn hulpe heeft, wiens verwachting is op de Here zijn God… die trouwe houdt tot in eeuwigheid.”  (vs.4-5) Dit Oudtestamentische woord wordt overgenomen door de apostel Paulus in onze tekst uit de eerste Thessalonicenzenbrief: “Hij, die u roept, is getrouw,
Die het ook doen zal.”
En daarom kan Simeon bij het zien van het kindje Jezus de lofzang zingen: “Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in  vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil gezien…” (Luk.2:29) Wie de God van Jacob tot zijn hulpe heeft, mag rekenen op troost van Boven, zelfs in de meest uitzichtsloze situaties. En welke situatie is uitzichtlozer dan juist de dood? Maar zo zingen wij: “Hij kan en wil en zal in nood,zelfs bij het naad’ren van de dood  volkomen uitkomst geven.”

De God van Jacob, de aartsvader, was en is ook de God van die andere Jakob, Jakob Willemstein, van wie wij vandaag afscheid nemen. In de hoogten en diepten van zijn leven heeft hij de trouw en vaderlijke zorg van zijn God mogen ervaren en uitspelen op het orgel van de kerk in Wilhelminadorp, zoals Simeon dat deed in zijn lofzang. “Het orgel speelt Gods lof”. Zo mooi geschilderd daar onder het orgelfront… het was zijn persoonlijke wens en getuigenis… daar onder zijn orgel, waarop hij vijfenveertig jaar de Gemeentezang heeft mogen begeleiden.

Vader kende de trouw en hulp van God op de hoogtepunten van zijn leven, in zijn 62-jarige huwelijk, toen de dochters geboren werden en de kleinkinderen -o wat een zegen-, toen hij twee jaar geleden nog samen met Moeder het diamanten huwelijksfeest mocht vieren in de Cederhof (‘s-morgens, ‘s-middags en ‘s-avonds!). Vader ervoer ook de trouw en troost van God tijdens de diepten, die hij door moest maken in zijn lange leven: het verlies van kleindochter Corientje, nog maar een jaar oud, en daarna de slopende ziekte en dood van schoonzoon Rinus de Waard en zo kort geleden nog de ziekte en het overlijden van schoonzoon Kees van Liere. De laatste jaren waren heel verdrietig door de teruggang van Moeder en de toenemende zwakte van Vader. Gelukkig zijn ze goed opgevangen in de Cederhof.

In al deze hoogte- en dieptepunten van zijn leven heeft Jakob Willemstein net als die andere Jacob, de aartsvader, Gods roepstem en trouw mogen ervaren: “Hij, die u roept, is getrouw, Hij zal het ook doen.” En trouw verplicht! Trouw moet blijken, zeggen we wel eens. Nou, dat heeft hij aan alle kanten laten blijken. Trouw in zijn werk: bij de Wed. P. de Jong in Goes; trouw aan zijn vrienden: zijn beste vriend Cor Ceulemans kan dat na een levenslange vriendschap betuigen; trouw aan zijn muzikale roeping: 45 jaar organist in deze kerk en 40 jaar lid van de Fanfare in Kattendijke, een rijke staat van dienst. Maar bovenal trouw aan zijn lieve vrouw, de beide dochters Ank en Rie, en de kleinkinderen. Wat hield hij veel van ze! Wat was hij een fantastische Opa! Eigenlijk was hij meer dan een opa: hij was als een vader voor zijn kleinkinderen.

En nu, nu gaan wij van hem afscheid nemen. Nu komt het aan op onze trouw! Dat wij voor Oma blijven zorgen en veel aan Opa blijven denken, in herinnering terugroepend al die goede zorgen, waarmee hij ons al die jaren omringde. “Hij, die ons roept, Hij is getrouw om het ook aan ons te doen!”

Wat zal Hij doen, aan ons? Goeds, alleen maar goeds. Daar kunnen we op rekenen, nu en voor de toekomst. Veel mensen zitten met de vraag: Hoe moet het nu verder? Wat zal de toekomst ons brengen, aan verschrikking en ellende, aan verdriet en dood? Daar dachten de mensen in Thessalonika ook aan. Maar Paulus schrijft hen een brief. Dwars tegen hun sombere toekomstverwachting in komt hij met een opwekkend woord: “Die u roept, is getrouw; Die het ook doen zal!” Het gaat in dit stukje over de praktijk van het dagelijkse leven. Paulus stelt ons dagelijkse leven in het licht van de wederkomst van de Here Jezus. Hij zegt: zorg er voor, als de Heer terugkomt, dat jullie er dan klaar voor zijn.

De komst van de Heer is het grote en heerlijke vooruitzicht, dat de mens op de been houdt. Alleen wanneer je gelooft, dat de Heer eens terug zal komen om ons persoonlijk tot Zich te roepen, en dat de aarde dan mooi en nieuw zal zijn, een herboren paradijs, pas dan weet je ook wat je roeping vandaag-aan-de-dag is: wat God met jouw leven bedoelt, wat Hij er mee voor heeft, en welke opdrachten jij in je leven te vervullen hebt. In het leven, dat ons wacht -zonder Vader, zonder Opa. Ziende op Jezus, wiens geboorte wij pas nog gevierd hebben, kan Gods opdracht aan ons niet anders zijn dan deze: dat we op elkaar toezien, elkaar opbeuren, voor elkaar opkomen, juist op die momenten wanneer de ander het zo moeilijk heeft. Jullie, Rie en Ank, gaan weer door een diep dal, voor de zoveelste keer. Maar jullie gaan niet alleen. De kinderen en kleinkinderen zullen jullie bijstaan, zoals jullie dat ook aan hen zult doen. Dat is Gods opdracht aan ons, die we mee naar huis nemen, een nieuwe tijd tegemoet. Een opdracht, die de trouw van God weerspiegelt en waarin we Zijn trouw en helpende hand beslist ook ervaren zullen.

Ik weet wel: het zal niet gemakkelijk zijn. Soms zal ’t jullie somber te moede worden. Heel mense¬lijk. Ook de Christenen van Thessalonika waren niet volmaakt. Daar zaten twijfelaars en kleingelovigen onder. Ze konden struikelen, kleinmoedig zijn en bang, precies zoals wij. Daarom roept Paulus de Gemeente op tot gebed. Dat doe ik vandaag naar jullie toe ook: bidt en u zal gegeven worden… En als de apostel aan het eind van zijn brief gekomen is, heeft hij nog een hartenwens: “De God des vredes heilige en beware u!”

Maar dit is tegelijkertijd meer dan een wens. ’t Is al zekerheid. Want “Hij die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen!” Hij zal het goed met ons maken. Hij zal onze levens Zelf tot een goed einde brengen, zoals Hij dat bij Vader ook gedaan heeft. En eens zal er vrede zijn, en de dood zal niet meer zijn, geen ziekte en geen pijn meer, en God Zelf zal al onze tranen afdrogen – dat doet Hij nu al.

Amen.

Wilhelminadorp, 8.1.1997

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *