Galblaas


Skelet duifOp gezette tijden geef ik mezelf een cadeautje. Na moeilijke klussen is dat verdiend. Zo ging ik onlangs over tot de aanschaf van het lijvige boek Ikonen – Lexicon van Karen Braamhorst.

Vooraf was ik bevangen door twijfel over de inhoud van het boek. Op een stil moment had ik het boek in het Ikonenmuseum te Kampen uit de kast genomen voor wat zelfstudie. Dat is vrijwilligers toegestaan. Tot mijn grote verbazing las ik bij het woordje ‘Duif’: ‘Christelijk symbool van de Heilige Geest, door de woorden van Johannes de Doper: Ik zag dat de Geest van God als een duif uit de hemel neerkwam en op hem bleef (Joh. 1:32).’ Tot zover was het voor mij te vatten. Ik las verder. ‘Een reden dat een duif het symbool is van de Heilige Geest ligt in het biologische feit dat de vogel geen galblaas heeft. Gal wordt gezien als het kwaad (gal spuwen); een duif is dus een vogel zonder Kwaad.’

Ik verbaasde me hardop over deze wonderlijke ‘nalatigheid’ van de natuur. Maar een collega achter de balie wist zeker dat de vogel wel degelijk een galblaas had. Zij kan het weten, haar man geeft biologieles. Wat wantrouwig stelde ik de voorgenomen aanschaf uit en raadpleegde eerst internet. Genoeg informatie over de duif, maar over het ontbreken van een galblaas werd niet gerept.

Nu staat er in onze boekenkast een twintigdelige encyclopedie, die zelden meer wordt geraadpleegd. De anatomie van de duif is niet aan mode onderhevig, bedacht ik, een reden om hier in te snuffelen. En wat las ik? Ja juist: Karin Braamhorst had het bij het rechte eind! ‘Galblaas, een bij vele gewervelde dieren voorkomend orgaan, dat is aangesloten op de galwegen. Echter niet bij een aantal vogels (duiven, papegaaien, struisvogels) en zoogdieren (sommige knaagdieren, walvisachtigen, olifanten, paarden, kamelen).’ En al verontrust me het feit dat ook olifanten, paarden en kamelen het zonder galblaas moeten stellen, mijn vertrouwen in Braamhorst steeg per minuut. Diezelfde dag nog liep ik in versnelde pas naar de kleine boekhandel schuin tegenover het museum en vroeg buiten adem naar het geesteskind van genoemde schrijfster. De eigenaar had het boek in voorraad, het was zo begreep ik, nauwelijks aan te slepen. Zielsvergenoegd liep ik even later op straat. Maar eerst bracht ik nog een bezoekje aan het museum. En daar heb ik de collega, die mij zo deed twijfelen, verheugd toegeroepen: ‘Het is allemaal dik in orde hoor met Karin Braamhorst. De duif moet het stellen zonder galblaas!’

Aly Brug

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *