Onkruid tussen de tarwe


Mattheüs 13, 24-30 / 36-43

Hand met zaad“Nog een andere gelijkenis vertelde Hij…” Zo begint ons Schriftgedeelte. Het grijpt daarmee terug op de “eerste” gelijkenis, die van de zaaier of -zoals ook wel eens gezegd wordt- die van het zaad. Onze gelijkenis wordt daarom genoemd: de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe. Beide gelijkenissen, die van het zaad en die van het onkruid, horen bij elkaar. Jezus legt ze ook samen uit en dan zie je hoe nauw ze op elkaar betrokken zijn. Het gaat daarbij niet zo zeer om de natuurlijke groei, maar om het geheim, dat daarin verscholen ligt: het wonder van het Koninkrijk van God! Het gaat daarbij om Jezus Zelf: Hij is de zaaier en Hij is tegelijk het goede zaad.

“Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker.” Hier zien we al, dat het niet om een natuurlijk gebeuren gaat, maar om iets dat heel doelbewust door iemand gedaan wordt. Er was iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Een goede boer, die zijn zaad speciaal had uitgezocht voor die ene akker van hem. Dat zal hier ook wel gebeuren. Zo’n boer kent de grond, de structuur ervan, en weet wat die grond nodig heeft. Daar kiest hij z’n zaad speciaal voor uit, zodat hij een optimale oogst krijgt. Zó is het ook met het Koninkrijk van de hemel gesteld, zegt Jezus. Geen natuurlijke ontwikkeling, het komt niet vanzelf, in een soort evolutie. Het komt alleen, omdat de Zoon des mensen gekomen is op deze aarde. Wij, de Kerk en de gelovigen, kunnen het niet uit ons zelf voortbrengen. Hij zendt ons en inspireert ons en zal ons werk afmaken. Het is allemaal in principe Zijn werk: dat de hemel nog eens hier op aarde komt! Hij is het goede zaad! Wij hoeven dit zaad niet meer uit te vinden, het is er gewoon, omdat Hij er is. Wij mogen wel vrucht zijn van dat goede zaad, dat de akker is ingegaan en honderdvoudig opkomt. Maar in Hem ligt het begin en op Hem loopt ook het goede einde uit!

Maar het is nog niet zo ver. Op het goede begin volgt het kwade…

“Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid over heen, midden tussen het koren, en ging weg.” De vijand zaait ook! ’s Nachts, terwijl de mensen slapen, stiekem in het donker. Laten we niet te gemakkelijk zeggen: het kwaad is er nu eenmaal, daar kunnen we niets aan doen. Nee, ook het kwaad is een bewust handelen van de vijand. Zijn vijand, staat er. Zijn persoonlijke vijand, die het echt opzettelijk op die ene akker gemunt heeft. Horen we het goed? De vijand ligt op de loer om Gods zaak in de grond te boren. Satan en zijn trawanten proberen het goede zaad te vernietigen. En dat gebeurt overal, waar dat zaad opkomt: in de Kerk, op het zendingsveld, in het missionaire werk hier in Nederland, in de harten en de levens van gelovigen. Hij doet het in het geheim, heel geniepig, zó dat je het nauwelijks in de gaten hebt. Gods goede zaad ligt voortdurend onder vuur. Satan doet het ook met zaad, Bijbels zaad, zodat je het onderscheid in het begin niet kunt zien. Dat is juist het gemene! We zagen het bij de verzoeking n de woestijn, waar Satan ook woorden uit de Schrift gebruikt. Hij kan het zo mooi zeggen, met z’n zoet gevoosde stem. De duivel strijd met dezelfde wapenen, hij beschikt ook over zaad en werpt het tussen het goede koren heen midden op Gods akkers. Zo ligt juist midden in de Kerk het gevaar van afval op de loer. We moeten er op bedacht zijn, ook in ons persoonlijke leven. Vragen we ons steeds weer zelf af: is het ’t goede zaad of bedrijft de duivel met ons zijn kwalijke spel? Het lijkt zo bedrieglijk op elkaar, in het begin merk je het al helemaal niet.

“Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn.” Jezus legt het zó uit: “Het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk; het onkruid zijn de kinderen van de boze.” (vs.38); en verderop in vers 41: “De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzende en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven…” Het onkruid, zij die ongerechtigheid bedrijven en tot zonde verleiden, midden in de Kerk, misschien hoor ik daar ook wel toe? “Heer, ben ik ‘t?” Het goede en het kwade zaad groeien naast elkaar op, hoe lang zal dit nog duren?

“Toen kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, heeft u niet goed zaad gezaaid in uw akker? Hij komt er dan onkruid in?” Wat een ontdekking! Sjonge, onkruid in de akker! Dat mag en kan toch niet waar zijn! Elke landbouwer schrikt daarvan. Wat moet er nu van mijn akker worden? En nu, wat moet er van ons worden? Wat moet er van de oogst worden, als ’t er zo op onze akkers uitziet? Als ’t er zo met de Kerk voorstaat? Als ’t zo ook met ons persoonlijke geloof gesteld is? Is dat nu het resultaat van de ijver van de goede zaaier, de Zoon des mensen? Wat doen de slaven nu? Verlaten zij het werk: toch onbegonnen werk! Nee, zij lopen niet weg. Zij gaan naar de Heer, zij hebben nog vertrouwen in Hem. Zij vertellen het Hem en bieden Hem hun diensten aan.

“Hij zei tot hen: dat heeft een vijandig mens gedaan! De slaven zeiden tot hem: wilt u dan dat we ’t bijeenhalen?” De Heer zegt kort en bondig: dat heeft een vijand gedaan! Zo moeten wij ook niet te veel filosoferen over de vraag, waar het kwaad vandaan komt. De vijand brengt het! Er is duidelijk een vijandige macht aan ’t werk. Vergis je niet. Ook in de kerk heeft die vijand steeds weer zijn vernietigende spoor getrokken. Kijk de kerkgeschiedenis maar na! Laten we er toch op bedacht zijn en er niet voor weglopen. Ook niet zeggen: het valt allemaal wel mee. Nee, het valt niet mee, het is een ernstige zaak, wij zijn in een hevige strijd betrokken. Er is een vijand, die het op ons gemunt heeft. Zo groot is onze nood, groter dan we zelf vaak denken. We moeten daarom net als de slaven de Heer niet uit het oog verliezen en Hem voortdurend bevragen, in onze problematiek betrekken.

“Heer, wilt u, dat we het onkruid bijeen gaan halen? Hij zei: nee, want bij het bijeenhalen van het onkruid zullen jullie tegelijk het koren kunnen uittrekken”.

De Heer zegt kortweg: nee. De mens moet pas op de plaats maken. Geen onderhandelingen, geen overwegingen van “zal ik ’t doen of laten”. Gewoon: NEE! Mensen zijn soms zo ongeduldig, ze zouden in hun haast heel het werk van de Mensenzoon ongedaan kunnen maken. Bovendien zouden ze op de plaats van de engelen gaan zitten, want aan hen komt volgens psalm 39 toe om de oogst binnen te halen. Ja, de mensen zouden dat wel willen! Mensen denken zo graag, dat zij nodig zijn, dat de Heer niet buiten hen kan. Maar ze zullen moeten leren, dat tegenover de macht van de vijand alleen een hartgrondig “nee” op z’n plaats is. We moeten daarnaast alleen maar op de Heer vertrouwen. Die zal er Zelf wel voor zorgen dat het onkruid tussen de tarwe vernietigd wordt. Het is Gods zaak om de bozen te oordelen en de macht van het kwaad uit te roeien. Wat kunnen wij ondertussen wel doen?

“Laat beide samen opgroeien tot de oogst.” De kinderen van het Koninkrijk en de kinderen van de boze samen tot de oogst! De kinderen van het Koninkrijk moeten het geduldig uithouden, volharden en geduldig zijn, ook wanneer de kinderen van de boze het heft in handen gaan nemen, ook wanneer de wereld in zijn eigen kwaad ten onder dreigt te gaan. Alsmaar wachten en volharden en geduldig uitzien naar de oogst! Het uur komt, dat de Heer zal richten!

“En in de oogsttijd zal Ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.” De Heer Zelf zorgt er voor, dat het onkruid in het vuur komt en het koren in Zijn schuur. Nu wordt het voor de slaven ook begrijpelijk, waarom de Heer eerst “nee” had gezegd. Hij Zelf zorgt er immers voor, beter dan zij het hadden kunnen doen. Wij mensen zouden er maar half werk van maken! Maar de Heer doet het in volkomenheid. Zijn engelen zullen alle kwaad en ongerechtigheid in de wereld, al dat zaad van de vijand bijeenbrengen en in de vurige oven verbranden. Maar de kinderen van het Rijk, zij die door geloof gerechtvaardigd zijn, al die mensen die op de Heer hebben vertrouwd, zij komen nu tot het Licht.

“Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, die hore!”

Zo worden gelovige mensen behouden, niet uit eigen kracht, maar alleen door de macht van Hem, in Wie de heerlijkheid van God is verschenen, de zon der gerechtigheid. De Heer Zelf, Jezus Christus, Hij is onze garantie voor het binnenhalen van de oogst. Wie op Hem vertrouwt, mag er gerust op zijn ook eens zelf geoogst te worden. Tot zo lang moeten we volharden, de ogen gericht op Hem en op Zijn oogst. We mogen te midden van het kwaad opgroeien naar een heerlijke toekomst, naar Jezus toe en achter Hem aan. Daarom: houdt goede moed! Ik heb de wereld overwonnen, zegt de Heiland. Jezus is Overwinnaar! Zijn werk kan niemand stuiten, ook de machtigste vijand niet met zijn giftige onkruid. En u? En wij? Strijdt de goede strijd des geloofs! Er is nog zo veel goeds te doen op Gods akkers.

Wie oren heeft. Die hore!

Amen.

Share

Laat een reactie achter op esmee Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “Onkruid tussen de tarwe

  • esmee

    hoi ik ben esmee en net was ik nog zo erg boos omdat de ontkruid mij steeds maar weer boos maakt en ik doe mijn best om tegen te vechten en tot rust te komen en dat ik gelezen heb voel ik mij een stuk beter en probeer mij steed boos en weer boos te maken soms weet ik mjj geen raad meer :(( dus ik zou graag een reactie willen stuur mij een mail en hoop contact te houden alvast bedank 😆

  • ds.Kroes

    Beste Esmee,
    Eens zul je van het onkruid afkomen, houd dat maar vast! En zo lang het nog woedt in je leven, mag je Hem om hulp vragen, om er tegen te vechten. En dan kom je tot rust. Vertrouw maar op Hem, Hij kan het onkruid wel aan!
    Groetjes, ds.Kroes.