Onkruid tussen de tarwe (III)


Mattheüs 13, 29
“Heer, wilt Gij, dat wij het onkruid bijeenhalen?”

Tarwe oogstHij zei: nee, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken.

De Heer zegt kortweg: nee. Mensen willen wel actief worden, als ’t er om gaat de Heer een handje te helpen. Maar ze zijn soms zo ongeduldig! Ze willen het te vlug. En dan moet een mens soms pas op de plaats maken, als de Heer heel beslist zegt: Nee, nu nog niet, want anders zou er meer schade berokkend worden dan dat er goed gedaan werd. Bovendien: er zijn dingen, waar God Zelf voor zal zorgen. Dat het onkruid tussen de tarwe vernietigd wordt bijvoorbeeld. Het is Gods zaak om de bozen te oordelen en de macht van het kwaad uit te roeien. Wij moeten daar maar op vertrouwen en het gerust aan Hem overlaten.

Maar wat moeten wij dan ondertussen doen?

“Laat beiden samen opgroeien tot de oogst”.

De kinderen van het Koninkrijk en de kinderen van de boze… Samen groeien zij op tot de oogst! De kinderen van het Koninkrijk moeten het geduldig uithouden. Zij moeten wachten, pas op de plaats maken. “Wacht op de Heer en wees sterk; ja, wacht op de Heer” (Ps.27, 14) Volharden en geduldig zijn, ook wanneer de kinderen van  de boze het heft in handen gaan nemen, ook wanneer de wereld in zijn eigen kwaad ten onder dreigt te gaan. Alsmaar wachten en gespannen uitzien naar de oogst. Het uur komt zeker, dat de Heer zal oordelen!

“En in de oogsttijd zal Ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.”

De Heer zorgt er voor, dat het onkruid in het vuur komt en het koren in Zijn schuur. Nu wordt het voor de knechten ook begrijpelijk, waarom de Heer aanvankelijk eerst nee had gezegd. Hij Zelf zal er voor zorgen, beter dan mensen het kunnen. Wij mensen zouden er misschien maar half werk van gemaakt hebben! Maar de Heer doet het radicaal, volkomen. Zijn engelen zullen alle kwaad en alle ongerechtigheid in de wereld, heel dat zaad van de vijand en wat daaruit voortgekomen is, bijeenbrengen en in de vurige oven verbranden. Maar de kinderen van het Rijk, die door geloof zijn gerechtvaardigd, al die mensen die hun vertrouwen hadden gesteld op de Heer van de oogst, zij komen nu tot het licht! Zó lichtend, zó heerlijk zal hun weg zijn naar de Koninklijke schuur, dat Jezus van hen zegt: “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, die hore!”

Zó worden gelovige mensen behouden. Niet uit eigen kracht, maar alleen door de zegenrijke macht van Hem, die het Licht is, de zonne der gerechtigheid. Het zal dan geen schuur meer zijn, maar een stad: het hemelse Jeruzalem, waar de zon en de maan niet meer nodig zijn om haar te verlichten, want de heerlijkheid van God verlicht haar en het Lam  (Openb.21).

Laten we op die heerlijke toekomst ons oog gericht houden, dan kunnen we ook volharden tot het einde. Te midden van het opgroeiende kwaad in de wereld, in ons zelf, opgroeien naar Jezus toe, naar Zijn oogst. Hij is de zaaier, Hij is het goede zaad, en tegelijk ook Degene die de oogst gaat binnenhalen omdat Hij als het zaad de akker is ingegaan om af te sterven en daaruit op te staan. Hij is onze garantie, dat ook wij eens geoogst zullen worden.

Daarom: houdt goede moed. Jezus zegt: “Ik heb de wereld overwonnen”. Jezus is overwinnaar! Zijn werk kan niemand stuiten, ook de machtigste vijand en het giftigste onkruid niet.

“Wie oren heeft, die hore! “

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Onkruid tussen de tarwe (III)

  • Mariejanne en Albert

    Beste Ds. Ph. Kroes,
    n.a.v. de tekst: “Laat beiden samen opgroeien tot de oogst”

    De Here Jezus zegt dat we het gewas met het onkruid moeten laten opgroeien en dat God uiteindelijk zal oordelen. Wordt hier de gemeente van christus bedoeld of de totale wereld?

    M.vr.gr. Mariejanne en Albert