Leonardo


Leo JacobsLeonardo. Zo noemt hij zich: Leonardo ofs (Orde van Franciscaanse Seculieren (O.F.S.), voorheen bekend als de Franciscaanse Lekenorde F.L.O., mijn vriend Leo Jacobs.

Leo Feijen schreef over hem naar aanleiding van zijn “geloofsgesprek” op zondag 6 mei 2012:

Zonder geloof
Leo Jacobs hield zichzelf jarenlang voor ongelovige, was actief in de linkse politiek en leefde zonder enig geloof in God. Dat was het beeld dat iedereen van hem had, dat was het imago dat hij ook graag koesterde.

Tot die gedenkwaardige dag in maart 1997, op een wintersportvakantie in Frankrijk. Daar werd hem in een flits duidelijk dat God wel bestaat. Hij mocht een onbeschrijflijke mystieke gelukservaring meemaken en was er behoorlijk van ondersteboven. Hij hield het aanvankelijk voor zichzelf. Het duurde een paar maanden voordat hij het opbiechtte aan zijn gezin.

Licht voor mij
‘Ik geloof in God’, zei hij tegen zijn gezin. En toen begon het kruisverhoor. ‘Wat is dat eigenlijk, God’, vroeg zijn zoon. Leo Jacobs, de linkse actievoerder van weleer in Amsterdam, kwam eigenlijk woorden tekort en kon niet meer opbrengen dan: ‘Licht, God is voor mij Licht’. Geen woorden, maar wel een diep weten. Dat was genoeg om zich verder op dat licht te richten. En zo kon het gebeuren dat Leo Jacobs op 65-jarige leeftijd gedoopt en gevormd werd. Bloednerveus was hij op de bewuste dag, nu al ruim tien jaar geleden. En tegen zijn gewoonte in droeg hij een formeel pak. Op de plaats van de stropdas hing een prachtig kruis.

Dat zei genoeg over de betekenis van dit plechtige moment: Leo Jacobs  koos voor Christus, voor de katholieke kerk en voor een ander leven. In het teken van het licht, in het teken van gebed. Van linkse actievoerder tot katholiek, van atheïst tot christen, van rebelse Amsterdammer tot gelovige parochiaan. Dat verhaal vertelt hij in het geloofsgesprek.”

Leo Jacobs: van provo tot gelovige Rooms Katholiek, heel bijzonder.

Hij woont in Amsterdam en in Frankrijk:. Zo komt hij aan de naam van zijn column in het Centraal Weekblad (Christelijk Weekblad): God in Frankrijk. Door het lezen van zijn interessante verhalen ben ik met mijn broeder in contact gekomen.

Wij hebben elkaar nooit mogen ontmoeten, toch is er contact. Hoe is dat mogelijk? Omdat onze innerlijke zielen afgestemd zijn op God, zo stel ik me dat voor, en ik denk dat het met Leo hetzelfde geval is. Het is ook daarom, dat ik drie van zijn columns, waarin hij schrijft over zijn hartoperatie, overneem op mijn website. Vele van mijn lezers zullen het Christelijk Weekblad niet lezen en er toch baat bij hebben kennis te nemen van Leo’s bevindingen.

HARTKLEP

“Was het toeval of een signaal van Hem?” Dat vroeg ik mij af toen ik na een sprintje van nog geen 10 meter om de metro lijn 51 te halen plotseling een gillende pijn op mijn borst kreeg.

Vanaf halte A.J. Ernststraat tot voorbij station Over-Amstel zat ik krimpend van de pijn te snakken naar adem. Om mij heen mede- passagiers, die zich wellicht afvroegen wanneer de reanimatie kon beginnen. Pas toen de halte Centraal Station naderde, was ik dermate hersteld, dat ik redelijk opgewekt de Sint Nicolaaskerk kon binnen stappen alwaar de Avond van de Martelaren plaatsvond. Niet de martelaren uit vervlogen tijden, maar christenen die in onze tijd hun geloof met de marteldood bekopen, maar dit terzijde. Ik wilde niet te laat komen want ik verwachtte een zeer volle kerk, en dat bleek juist. Bisschop Punt ging voor en begint altijd stipt op tijd. Goede redenen om even te sprinten.

De volgende dag toch maar het cardiologie centrum gebeld, waar ik al enige tijd onder controle ben voor nogal vage klachten. Tot nu toe was er nooit iets om zorgen over te maken en dus evenmin enige noodzaak tot een ingreep, afgezien van een licht pilletje tegen een verkeerd cholesterol. Nu, na een echo en een fietsproef bleek inmiddels een hartklep dermate verkalkt dat de cardioloog een open hartoperatie onvermijdelijk achtte. Ook reizen, zelfs per vliegtuig, werd ten stelligste ontraden. Reuze ongelegen, maar zo iets komt ALTIJD ongelegen. Zo moest ik zaken regelen met de verzekering vanwege een inbraak, maaien, dat soort dingen.

Materieel loopt er nu veel in het honderd en op die operatie verheug ik mij natuurlijk ook niet in het minst. Intussen ben ik geen urgent geval en is het dus lang wachten op een oproep door mijn buren, het VU- medisch centrum. Aanvankelijk baalde ik als een stekker, maar langzamerhand begin ik aan dat tergend lange wachten ook positieve aspecten te ontdekken. En nu doel ik niet op kleine maar bijzonder leuke bijkomstigheden, zoals de viering van Sacramentsdag in mijn parochiekerk, de Vredeskerk in de Amsterdamse Pijp. Tijdens die eucharistieviering gingen elf schattige kindertjes voor het eerst ter communie, merendeels in ouderwets witte jurkjes met bloemenkroontjes.

Dat had ik nooit eerder meegemaakt. Mijn eigen eerste communie beleefde ik toen ik al 63 jaar was, en die was anders. Maar ook dit terzijde. De goed gevulde kerk was versierd met ballonnetjes en na afloop vond een kleine processie plaats rondom kerk en aanpalende bebouwing*. Dolle pret hadden ook krijgertje spelende broertjes en zusjes van de prille communicantjes. Ik wist niet dat dit alles nog bestaat en ik had het niet graag willen missen. Zonder die naderende operatie had ik deze dag in Frankrijk gezeten en in mijn agrarische regio is de in de Pijp zo feestelijk overgeleverde traditie al lang uitgestorven. Every cloud has a silver lining, dacht ik dankbaar. Tohda raba, Abba !

Misschien mag die dankbaarheid zich trouwens uitstrekken tot alles wat mij overkomt, ook dat falen van die hartklep, die nu vervangen gaat worden door een stukje varken, koe of zelfs van een dode medemens. Eindelijk kan ik eens op een andere manier bezinnen op de vraag hoe helend, hoe louterend zachtaardig lijden kan zijn. Hoe goed het is in een alternatieve situatie geconfronteerd te mogen worden met onze sterfelijkheid. De betrekkelijkheid van het aardse bestaan krijgt een andere en nogal schokkende dimensie. Straks lig ik machteloos aan allerlei apparatuur, niet in staat tot praten of bewegen; overgeleverd aan een medisch team en hun gereedschap. Machteloos als een pasgeboren kind.

Is dat soms de kern van onze existentie? Zijn wij op vergelijkbare wijze overgeleverd aan Gods almacht? Maar hoe anders was de machteloosheid van de Verlosser, toen Hij aan dat kruis gespijkerd was; het lijkt een schaamteloze vergelijking maar ik bedoel het respectvol. Ook ik zal een tijd weg zijn van de wereld totdat de narcose is uitgewerkt, en dan ben ik weer terug, zij het dodelijk vermoeid en onder de pijnstillers. Maar met een nieuw leven. Met hernieuwde energie beginnen aan de eindsprint op dit ondermaanse. Is deze overweging nu te oneerbiedig? Had ik deze laatste twee alineae beter kunnen skippen? Is het verkeerd om ook maar in de verste verte een vergelijking te trekken tussen het vreselijk lijden door de Mensenzoon en mijn onbetekenende ongemakken?

NA DE OPERATIE

“Ga je nu straks loeien?” vragen sommige grappenmakers, wanneer zij horen dat op de plaats van mijn verkalkte aortaklep nu 23 mm koosjere koe zit. Die grap maak ik zelf trouwens ook wel eens.

Geloeid heb ik, toen ik ontwaakte uit de narcose want de pijn was hels ondanks de morfine; daarover later. Al maanden wist ik dat de open hartoperatie in het VU- medisch centrum er aan kwam en toen was het toch nog totaal onverwachts: op een donderdagachternamiddag omstreeks half vier werd ik gebeld of ik binnen een uur in het ziekenhuis kon arriveren. Dan zou ik de volgende dag om half acht ’s ochtends behandeld worden. Er was een patiënt uitgevallen wegens een plotselinge koortsaanval, en ik stond als invalpatiënt boven aan de urgentielijst. Ik was zelfs eerste keus; en ik mocht nee zeggen.

De verleiding was groot om dat te doen, ook al omdat ik juist die dagen een heel programma had van dingen die gedaan moesten worden. Hoe relatief dat “moesten” is, heb ik inmiddels onderkend. Eigenlijk denk ik dat ik werd gestuurd om te gaan, de afspraken de afspraken te laten en mij over te geven, aan God, het Lot, of de Geest, wat dan ook, en in elk geval aan de mensen van het VUmc, met vertrouwen in wat komen ging. Dit in flagrante tegenstelling tot mijn eerdere idee dat ik voor zo’n dure ingreep eigenlijk al wat oud was en nog steeds ben. Hoewel: is 77 jaar oud?

Het is weer actueel: moet de samenleving nog zo veel geld uitgeven om oudere medemensen langer te laten leven of de kwaliteit van hun bestaan op te leuken? Die vraag heb ik mijzelf gesteld en met anderen besproken. Nu weet ik: het is een absurde vraag. Dat zulks in onze samenleving aan de orde gesteld wordt geeft haarscherp aan hoezeer de moraal dreigt te verloederen. Niet in het minst door het verschrompelen van onze christelijke wortels. Afgezien van allerlei premies die ik al vele decennia afdraag (ik hoop dat Lans Bovenberg dit leest) – medische zorg mag nooit afhankelijk zijn van de kosten.

Ondanks die overval op donderdag was ik goed voorbereid op wat ging gebeuren, mede dank zij uitleg door mijn lieve cardioloog, mijn gave huisarts, de fantastische mensen van het VU-mc en zeker ook door de voorlichting van de Nederlandse Hartstichting, die op internet en in uiterst leesbare brochures precies vertelt wat er gebeurt bij de vervanging van een hartklep.

Van de operatie herinner ik mij gelukkig helemaal niets. Wel van wat daarna gebeurde: de pijn. Ondanks alle pijnstillers, die de schatten van het VUmc mij toedienden, heb ik even gedacht: “als ik dit had geweten – dan was ik misschien liever een paar jaar eerder dood gegaan en had ik het tot dat moment wel rustig aan gedaan”. Nu weet ik dat dit een heel verkeerde gedachte was en dat ik dankbaar moet zijn dat mij dit is overkomen. Dat geldt zelfs voor de helse pijn, die ik ondanks de morfine leed toen ik wakker werd uit de narcose.

Na een zware ingreep als een open hartoperatie ligt ook je emotionele huishouding volledig overhoop. Ook daarop was ik voorbereid door artsen en de Hartstichting maar zo iets wordt pas echt duidelijk wanneer je het zelf meemaakt. Het had iets van een bipolaire stoornis: plotselinge huilbuien zonder duidelijke reden en bot daar bovenop momenten van onmetelijke blijdschap. Beetje manisch depressief als het ware. Ook mijn Godsbesef kreeg een andere dimensie: Hij was dichterbij dan ooit. Veel van wat mij overkwam was geen pretje; noem het gerust lijden, maar achteraf vervulde en vervult juist dat lijden mij met dankbaarheid.

Na die donderdag, een week na de oproep, ontslagen te zijn wilde ik de zondag daarop eigenlijk graag weer naar de kerk, maar dat bleek een stukje zelfoverschatting, een eigenschap waar ik altijd al last van heb. De zondag daarop lukte het wel en na de eucharistieviering voelde ik mij zowel fysiek als spiritueel opnieuw weer een stuk beter. Een hostie heeft meer effect dan 100 pillen, leek het wel. Op de retorische vragen, waarmee ik mijn vorige column afsloot, heb ik terecht van geen van de 249.000 lezers van het CW antwoord gekregen. Ik eindig met een andere vraag: is het gek dat ik deze open hartoperatie heb ervaren als een Godsgeschenk?

TEKEN?

“Was ook dit een teken van God de Vader?” vroeg ik mij af op de avond van onze aankomst in Monviel. Want nog diezelfde avond belandde Tini in het ziekenhuis van Villeneuve-sur-Lot.

Wat is het eerste, wat je doet bij aankomst in de Aquitaine? Je gooit ramen en luiken open en dat deed Tini dus. Zij had niet gezien dat tijdens onze langdurige afwezigheid tussen een van die combinaties luiken- ramen een gigantisch nest frelons, hoornaars in het Nederlands, was gevestigd. Agressieve wezens, die de aanval onmiddellijk openden, zodat Tini een steek of tien opliep. Sterke vrouw, die zij is, had zij de tegenwoordigheid van geest het raam direct te sluiten, maar toen had zij al zo’n tien steken opgelopen, en zij voelde zich absoluut niet bien, heel beroerd dus.

Op het Franse boerenland ben je geneigd de pompiers, de brandweer te bellen. Niet doen, want die mogen alleen bloeddruk en saturatie, zuurstofgehalte meten en brengen je dan naar het ziekenhuis, bijna 40 kilometer verderop, waar de urgence, de eerste hulp nog beroerder functioneert dan in Nederland. Gewoon naar de dokter, ook niet naast de deur, en misschien ruk je hem weg van achter de TV, maar dat moet dan maar. Geluk bij een ongeluk: Tini bleek niet allergisch. Zij zag er enkele dagen niet uit, en moest wat pillen slikken, maar spoedig was zij weer de oude.

Wanneer het mij was overkomen, wel allergisch voor dit soort enge schepselen Gods en nog opgezadeld met een nauwelijks hersteld hartfunctioneren, dan was ik nu dood. Al twee keer ben ik na zo’n steek kantje boord geweest. Maar God laat mij nog even op het ondermaanse; mijn taak zit er nog niet op. Tot die taak behoorde ook de installatie van een nieuwe modem; de oude werkte niet meer waardoor wij verstoken waren van telefoon en internet. Dat is heel lastig op het Franse platteland. De installatie mislukte. Geen telefoon, geen internet.

De schoteltelevisie kon daardoor ook niet geactiveerd worden. Het leven wordt wel heel rustig zonder al deze communicatiemiddelen. Ik kreeg visioenen van een verblijf in een klooster van de Kartuizers, eigenlijk niet echt onaangenaam. Anderzijds is het problematisch, wanneer je voor een eenvoudig telefoongesprek bent aangewezen op de buurman, die bijna een kilometer verderop woont. En bij die buurman kregen wij na onmatig veel bellen de toezegging van de telefoonmaatschappij, dat een technicus zou komen om de verbinding te herstellen.

Dit is Frankrijk, en die technicus kwam weken later. Na zijn interventie deed internet het en de schoteltelevisie was inmiddels geactiveerd; de laatste afleveringen van Zomergasten met Jolanda Withuis en die over de Borgiafamilie hoefden wij niet te missen. De telefoon is echter nog steeds dood, nu al vier weken, en onze Nederlandse mobiele telefoon geeft geen toegang tot viercijferige alarm- en service- nummers. Daarvoor moeten wij de best ver weg wonende buren nog steeds lastig vallen. Is dit een klaagzang? Dat is niet de bedoeling; integendeel.

Het leven zonder TV, en dan vooral zonder de Nederlandse, onmatig op de verkiezingen gerichte televisie bleek heel verrijkend. En zonder telefoon grijpt men eerder naar een boek of naar een (Franse) krant. Die van heden, de dag dat ik dit stukje schrijf, opende niet met de crisis of de arbeidsconflicten in dit land of met Europa of met de topless foto’s van een prinses , maar met de klappen, die een 18-jarige Marokkaanse leerling van een technische school in Bordeaux zijn 36-jarige geschiedenisleraar toediende.

De les van de leraar ging over religie en democratie, o.m. in Marokko, maar dat schijnt niet eens de reden van de boosheid des tieners geweest te zijn. Deze heeft inmiddels zijn excuses aangeboden maar moet toch in februari volgend jaar voor de rechtbank verschijnen wegens openlijke geweldpleging tegen iemand in een publieke functie, bedreiging met doodslag en aantasting van persoonlijke integriteit. Het incident heeft veel commotie veroorzaakt, tot in regeringskringen, hoewel het niet uniek is. Een teken aan de wand?

Leo Jacobs

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “Leonardo