De Kartuizers


In de franse Alpen bij Grenoble licht het dal van de Chartreuse, te midden van een bergketen, die ook Chartreuse wordt genoemd. Daar diep in het dal ligt een groot klooster: la grande Chartreuse. Van dit woord “Chartreuse” komt ons “Kartuizer”. De monniken van dit klooster woorden dan ook “Kartuizers” genoemd.

Zurbaran; La Virgen de las CuevasIn 1084 kwam hier een Benedictijner monnik Bruno van Keulen, met zes vrienden. Zij zochten de “verlatenheid”, op z’n Frans: le desert, om zich geheel aan God te kunnen wijden. Hun ideaal en levenswijze bezaten een enorme aantrekkingskracht. In de komende eeuwen zouden honderden kartuizer kloosters ontstaan, overal in Europa, ook hier in de Nederlanden. Maar in de laatste eeuw is het ene na het andere verdwenen. Men doet pogingen om hier in Nederland weer zo’n klooster te vestigen.

De kartuizer- gemeenschappen bestaan uit monniken en broeders. De broeders wonen apart. Zij doen mee met de diensten en gebeden, maar hebben verder niet zo’n contemplatief leven als de monniken, die de eigenlijk de hele dag bidden. De broeders zorgen voor de tuin en het schoonhouden en het eten, enfin de hele huishouding. De monniken leven in hun cellen, dat zijn eigenlijk kluizen zoals bij een kluizenaar, in totale afzondering van de wereld. Zo’n kluis zou je een klein woninkje kunnen noemen met een boven- en benedenverdieping. Het belangrijkste vertrek is het kubikulum, waar de monnik bidt en studeert en mediteert. Er is een voorportaal, het zogenaamde Ave Maria, omdat er een beeld van Maria staat, waarvoor iedereen die er binnen komt moet knielen en Ave Maria moet zeggen. Beneden is er dan nog een werkvertrek, waar de monnik zich wat kan ontspannen  met hout te zagen voor zijn kacheltje en creatieve bezigheden zoals houtdraai- en snijwerk, alles natuurlijk met de hand. De monnik heeft ook nog een eigen tuintje.

Kartuizer monnikenHoewel de kluizen naast elkaar liggen, zijn ze zo gebouwd, dat je de buurman niet ziet of hoort. Horen zul je trouwens toch wel niet veel, want de monnik lijdt een zwijgzaam leven. Met elkaar praten is er niet bij. Alleen een keer in de week, op zondagmiddag, is er een gezamenlijke wandeling, waarbij de monniken twee aan twee met elkaar mogen converseren. Voor de rest is het zwijgen, ook bij de gezamenlijke maaltijden, alleen op zon- en feestdagen: een stille pantomime, waarbij alleen het monotone geluid van de voorlezer, die gedeelten uit de Schrift voorleest, gehoord wordt.

Er is in de kluis, ook wel cel genoemd, een schuifluikje, waardoor de monnik elke dag zijn eten krijgt bediend door de broeders van de keuken. Het eten is heel matig, helemaal geen vlees en een keer in de week op water en brood. De monniken worden daardoor veelal heel oud: 80, 90 jaar. Drie maal per dag gaan zij gezamenlijk naar de kerk:

s’-Morgens voor de kloostermis, ‘s-avonds voor het vesper en ’s nachts voor de metten. Deze laatsten beginnen om middernacht en duren twee a drie uur. De monnik moet het dus met een gedeelde slaap doen, eigenlijk twee hazenslaapjes.

De monniken zijn gekleed in een wit habijt met witte gordel, scapulier en kap.

Tenslotte: waarom kiezen zij dit leven? Zij worden gedreven zich geheel aan God te wijden, en daarom niet de wereld te zoeken, maar de woestijn van hun eigen ziel. Vanuit de Bijbelse gedachte, dat God gevonden wordt in de eenzaamheid, in de woestijn… Denk aan Johannes de Doper en Elia en aan Jezus Zelf, die ook bij tijd en wijle de eenzaamheid opzocht om daar te bidden. Laatst hebben we dit nog herdacht op Goede Vrijdag: de hof van Getsemane.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “De Kartuizers

  • Jan Veltman

    Afgelopen zomer ben ik vanuit Zuid Frankrijk via Chartreuse naar Nederland gefietst. Het klooster, gelegen in een fantastisch mooie en rustige omgeving, straalt niet alleen stilte maar ook zingeving uit. Heel bijzonder om hier geweest te zijn