De erfenis


Lukas 12, 15-21

Jezus staat tussen een groepje mensen, en dan komt iemand naar Hem toe, die zegt: “Meester, kunt u mijn broer niet bevelen, dat hij de erfenis met mij deelt?”

Jezus antwoordt: “Man, wie heeft Mij als rechter of notaris over jullie aangesteld?”

En tegen de toehoorders zegt Hij: “Pas er goed voor op, dat je niet steeds meer wilt hebben, de hebzucht! Want het leven van een mens bestaat niet uit zijn bezittingen, ook al heeft hij van alles nog zo veel.”

En toen vertelde Jezus die gelijkenis van de rijke dwaas. U weet wel: die man die zulke grote stukken land had, dat hij met de oogst geen raad wist. Hoe moest hij dat allemaal opslaan? Het graan en de aardappels, de appels en de druiven en alles wat de akkers hadden opgebracht? De boeren bij ons in de omgeving en in de Hoekse Waard weten daar wel raad mee. Zij hebben hele grote schuren en kunnen ook alles brengen naar de veiling, de Greenery in Barendrecht. Maar die boer in de gelijkenis had zulke grote bergruimten nog niet. Daarom zei hij bij zichzelf: “Weet je wat, ik laat mijn oude schuren afbreken en dan ga ik veel grotere bouwen, loodsen zo groot dat je bijna het einde er van niet zien kunt. Dan hoef ik me geen zorgen meer te maken, want alles kan er in, en dan wachten we wel op goede prijzen… intussen kunnen we eten en drinken en het er eens lekker van nemen!”

Niet zo gek bekeken, zouden u en ik zeggen. Wij doen immers niets anders?

Randschrift Munt

Toch noemt Jezus deze boer een dwaas, weliswaar een rijke dwaas, maar toch een… dwaas. Hoe kan dat nou? Is Jezus dan geen realist? Ja zeker wel, een hele echte zelfs! Luister maar!

Die man was zo rijk, dat hij dacht dat niets hem kon gebeuren. Nou, dat is natuurlijk niet zo realistisch! Want als je dood gaat… En voor iedereen komt toch die tijd, dat is harde werkelijkheid. Dat bedoelt Jezus nou. De dood is voor iedereen gelijk, voor arm en rijk. Al heb je nog zo veel spullen en grote schuren vol… Toen sprak God in diezelfde nacht tot de boer: “Jij dwaas, nog in deze nacht komen ze je halen, nog vannacht ga je dood, en waar blijf je dan met al die mooie spullen van je? Die onafzienbare loodsen vol aardappelen en graan en fruit? Dat mooie huis van je en die slee van een wagen voor de deur?”

“Kijk”, zegt de Heer, “zó is het met iedereen, die voor zichzelf rijkdommen vergaart, maar niet rijk is in God.”

Wat is dat dan, rijk zijn in God? Daar hebben we ’t de volgende keer over!

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *