Gedichtjes voor mijn kleinkinderen


Sinterklaas, goed, heilig man,
Trek je beste tabberd an,
Rijd er mee naar Amsterdam,
Van Amsterdam naar Spanje,
Appeltjes van Oranje,
Pruimpjes van de bomen,
Sinterklaas zal komen !

+++++++++++++++++++++++++++

Sinterklaas Kapoentje

Sinterklaas, die goeie heer,
Die komt alle jaren weer,
Met zijn paard en wagen
Komt hij aangejagen.

Sinterklaas, kapoentje,
Gooi wat in mijn schoentje,
Gooi wat in mijn laarsje,
Dank U, Sinterklaasje!

+++++++++++++++++++++++++++

Sinterklaas van Tolentin

Sinterklaas van Tolentin
Breng voor mij een lekker ding:
Lekker dingen met saffraan,
Zal wel in mijn koffertje gaan.
’t Koffertje is te verkopen,
Tien pond en half,
Een koeie en een kalf,
Een kallef is geen zwijn,
Morgen zal Sintniklaas zijn

+++++++++++++++++++++++++++

Sinterklaas houdt van jongens die hun best doen op school,
Maar soms is jouw leven best wel wat frivool.
Als je achter de computer zit voel je je in je nopjes
En je bedient met vaardigheid al die computerknopjes.
Dan is het spelletjes doen en leve de jool,
Dat is wel wat anders dan  huiswerk voor school.

Maar Sint moet zeggen, dat je de meeste keren
Het allemaal goed weet te combineren.
Soms trek je zelfs je voetbalschoenen aan
Om met je broertjes er tegen aan te gaan.
Een balletje trappen kan ook geen kwaad,
Het houdt de bovenkamer in goede staat!

Vrienden heb je ook in overvloed.
Soms vindt je moeder het wel genoeg
En dan gaat de deur resoluut op slot,
“Naar boven jij, naar je studie-kot”.
Ja, het leven valt soms niet mee,
Maar je doet het allemaal gedwee.

Daarom heeft Sint voor jou iets extra’s meegebracht,
Ik denk niet, dat je dat had verwacht.
Het zal je spelvreugde nog meer verhogen
En hopelijk ook je vrienden gedogen.
Moge het niet schaden je vorderingen op VWO,
M’n beste jongen, wees maar blij, houden zo!

+++++++++++++++++++++++++++

Jij bent een bijzonder kind, want wat wil het geval:
Je bent helemaal verslingerd aan het voetbal!
Je voetbalt op straat en op het voetbalveld,
Al is het met het weer ook nog zo slecht gesteld.
Sint kan dat alles heel goed waarderen
en zou best eens van jou wat voetbal willen leren!

Voetbalpakjes niet te kort, blazers, broekjes en jassen,
Het hele huis hangt vol, je hoeft ze maar te passen.
En dan wegwezen achterop de fiets bij Oma,
Vroeger op de scootmobiel bij Opa.
Op naar Barendrechts groene grasmatten
Om daar gezellig tegen de bal aan te trappen!

‘s-Zaterdags moet Pa vroeg uit de veren,
Want zoonlief moet een wedstrijdje spelen.
Een thuiswedstrijd, die begint om negen uur,
Maar als het “uit” is ben je zuur!
Dan moet je om acht uur al klaar staan
Om gezamenlijk op weg te gaan.

Soms is dat alles wel wat veel,
Omdat ook veel huiswerk jou valt ten deel.
Kaarten leren uit de kop,
Zo raakt je energie wel gauw op!
Wekstukje zus en werkstukje zó,
Nooit zegt er eens iemand: HO!

Maar met verve sla je er doorheen,
Missen doe je er gewoon geen!
Twee jaar geleden kwam er een broertje bij,
Nu zijn er drie stoere knapen in de rij.
Dat is een gezellige boel bij jullie thuis,
Daarom speel je ook graag in huis.

Met het manneke kruipen over de vloer
En samen op de bank aan de TV-toer.
O o wat hebben we samen een lol,
Niets is voor jullie ooit te dol.
Daarom zegt Sint nu tot besluit:
Volhouden hoor! Het verhaal is uit.

+++++++++++++++++++++++++++

Jij bent een meisje uit één stuk, sterk en lang,
Voor niets ben je -denk ik – bang.
Je bent elf, maar zit toch al in groep acht,
Van jou had Sint dat ook wel verwacht!
Want je bent gezegend met een gezond verstand
En zal nooit eens springen uit de band!

Chatten met je Opa kun je ook heel goed.
De symbolentaal zit in je bloed.
Net als de liefde voor de Panda-beer,
Want zijn naam gebruik je in het heen-en-weer.
Zo wordt de Panda voor uitsterven behoed
En heb jij op Internet een leuke groet.

Pas geleden ben je in De Bilt gaan wonen,
Nauwelijks ben je daar al van bekomen!
Want verhuizen is een heel gedoe
En het maakt je wel een beetje moe.
Op school kreeg je gauw nieuwe vriendinnen
En zo kon je met nieuwe moed beginnen.

Hockey is het liefste wat je doet
En je speelt het ook al goed,
Zo heeft Sint vernomen.
In je nieuwe club ben je al gekomen
Op je nieuwe hockeyschoenen
Tot het team van kampioenen!

Met puntjes schrijf je je naam voluit,
In de puntjes zie je er ook altijd uit.
Met tekenpotlood en papier
Heb je ook veel plezier.
Met je broertje kun je ’t goed vinden,
Gelukkig zijn jullie dikke vrinden.

Dat was het dan, m’n lieve kind,
De hartelijke groeten van de Sint.
Blijf zoals je bent en doe je best,
Dan komt vast en zeker ook de rest!
Sint komt je nog wel eens opzoeken,
Als je zit te studeren tussen de boeken.

+++++++++++++++++++++++++++

Een meisje als jij maakt Sint o zo blij!
Altijd in de weer voor anderen,
Zelf hoef je nooit te veranderen,
Je staat altijd achteraan in de rij!

Toch moet je nu en dan ook voor je zelf opkomen,
Anders komt er niets terecht van al je dromen.
Je bent al een kei in het pianospelen;
Je weet ernst en luim goed te verdelen.

Met je broertje ga je naar schaakles
En ook dat lukt je opperbest.
En op de computer hoef je niets meer te leren,
Je weet alle ins en outs goed te hanteren

Met je ouders heb je ’t goed getroffen,
En zeg maar gerust: dat is boffen!
Want de één leert je schaken en piano,
Van de ander krijg je ‘t  huishouden cadeau!

Zó wordt je een allround vrouw met moderne snit:
Met stofdoek en keukengerei altijd paraat,
Maar ook de cultuur is bij jou gebaat.
Sint vindt, dat het bij jou best goed zit!

Alleen de tuin, daar moet je nog eens naar kijken.
Gelukkig heb je een Oma, die van haar belangstelling laat blijken.
Geregeld is zij met hark en schaar in de weer.
Ga maar gerust bij haar in de leer!

Jij bent nu een meisje van bijna  tien
En bij al je vriendinnen zeer gezien.
Op school heb je ’t ook erg naar je zin,
Al heb je er ook wel eens geen zin in.

Sint wenst jou alle goeds toe, lieve schat,
Geniet van het leven, van wat er zit in het vat,
Want je weet: wat in het vat zit gaat niet verloren,
Maar wordt elke keer weer opnieuw geboren!

++++++++++++++++++++++++++

Sint ziet voor zich een grote man,
Die van alles kan.
Achter de computer is niets hem te kwaad,
Op alle problemen weet hij wel raad.
Soms is hij bij het ondeugende af
En dan krijgt hij van zijn vader computerstraf.

Dat is het ergste, wat hem kan gebeuren.
Z’n moeder zegt dan: je moet niet zeuren,
Eigen schuld, dikke bult!
Maar ja, de man heeft niet zo veel geduld.
Met schaken is hij ook zo klaar
En nog altijd winnen ook, zo waar!

Spelletjes doen is zijn favoriete bezigheid.
Of het nu achter de computer is of in werkelijkheid.
Hij heeft er altijd veel aardigheid in,
Maar in buiten spelen heeft hij nooit zin.
Hij kan zich binnen zo goed vermaken
Met al de zaken, die hem raken.

Zo is er het pianospel, dat zijn aandacht vraagt
En de poes, die hem behaagt.
En zijn zusje niet te vergeten
En haar vriendin, die blijft eten.
Met zeven jaar is hij heel wat mans,
Maar met meisjes heeft hij nog geen sjans!

Daar heeft hij ook nog beslist geen tijd voor.
Andere dingen gaan nog even voor.
Zo moet hij zwemmen, naar pianoles en gaan schaken
En ook nog over zijn gezondheid waken
In de therapie voor al zijn lichaamsonderdelen.
Nee, de man hoeft zich werkelijk nooit te vervelen!

Op de skelter bij Oma is hij zo vlug als een rat.
Dan klimt hij met zijn zusje op de hoogste lat
Van de speeltuin met de kabelbaan
En komen ze doodmoed thuis, welvoldaan.
Logeren bij Oma en Opa is een must,
Dan hebben zijn ouders ook even rust!

+++++++++++++++++++++++++++

Er is nog een man, die van alles kan.
Hij is net als zijn TV-maatje, Bob de bouwer:
Af en toe slaat de vlam in de pan
En dan is ook hij een echte sjouwer.
Met schop en hark , niets is hem te veel,
De tuin komt door hem steeds weer in ’t gareel.

Hij is een beetje net als Robin Hood,
het avontuur zit ‘m in het bloed.
Zijn haar is ook een beetje rood,
Voor de rest geeft hij zich niet bloot.
Hij is een man van temperament
En beslist helemaal niet verwend (?!).

Hij gaat graag met zijn zus logeren in Barendrecht
Daar vinden zij zich met de skelter goed terecht.
Oma bakt dan pannekoeken of een groot stuk vlees,
Van bloemkoolstronken houden zij het meest.
Smikkelen en smullen, ’t is een lieve lust,
Daarna komen de maagjes snel te rust.

Dan kruipen zij in hun lekkere bedden
Met spikkeltjes of streepjes-overtrekken.
Natuurlijk wordt er eerst nog een  verhaaltje gelezen ,
Maar daarna gaan de oogjes dicht en is het wegwezen
In de krochten van mooie en soms ook angstige dromen
Om de andere ochtend weer vrolijk beneden te komen.

Vroeger trok hij er altijd met Opa op uit
Veel kastanjes was dan soms de buit.
Toen woonde hij nog in Amersfoort
En gingen we ook wel eens naar de koppelpoort.
Of naar de stad om te winkelen en te eten
In een kindereetsalon, om nooit te vergeten!

Nu is hij negen jaartjes oud, die robbedoes,
Echt een man die weet wat hij wil en dat ook doet.
Sint kan dat wel behagen, hij mag dat wel:
Een jongen, die goed steekt in zijn vel.
Daarom wenst hij jou nog vele mooie jaren
Recht over land en zee te mogen varen!

+++++++++++++++++++++++++++

De jongste van het zevental komt pas kijken.
Maar dat wil hij geenszins laten blijken!
Hij doet met zijn broers even hard mee
Alsof hij niet nog maar is twee!
Hij rent en vliegt en rijdt op z’n kar
En brengt soms alles in de war.

Een paar dagen gaat hij naar de peuterklas.
Ook daar voelt hij zich best in zijn sas.
Als Oma hem dan komt halen
Is het wel eens balen!
Meneer zit op zijn kar te racen
En heeft geen zin om weg te wezen!

Maar Oma weet hem dan altijd wel mee te lokken
En zo vertrekken die twee dan zonder mokken.
“Naar Oma’s huisje??”  vraagt hij dan,
Want dat doet hij graag, die kleine man.
Bij Oma wordt hij lekker verwend
Met Yacult en Cola, snoepjes zonder end.

Ook gaat hij graag een rondje rijden, in de auto wel te verstaan.
Hij kijkt dan naar buiten en geniet van het komen en het gaan
Van  al die mooie auto’s en dieren langs de weg.
En als we dan weer thuis zijn, heeft hij pech!
Met Opa op de scootmobiel is ook naar zijn zin,
Met grote behendigheid kruipt hij er in.

Dan gaan we naar de schaapjes en de kippen in de buurt.
De kippen zijn wel opgehokt, zo lang als het duurt.
Het mannetje vindt dat maar niks.
“Ze zijn nog opgehokt hé Opa?” zegt hij bits.
“Ja, m’n kind, het duurt nog even
En dan valt er weer wat te beleven!”

Kleintjes worden groot, dat weten we allemaal,
Toch hoopt Sint dat er mensjes blijven op kleine schaal.
Want die mensjes , daar houdt Sint het meeste van.
Een manneke in de dop, daar kun je je lol niet van op!
Moge hij zo blijven, spontaan en vrolijk als hij is,
Dan ligt er een mooie toekomst voor hem open,

+++++++++++++++++++++

ROBIN is de kleine man,
die alles maken kan.
Zijn fijne handjes halen alles uit elkaar,
en soms neemt hij daarbij een mes of schaar.
Met schroevendraaier en nijptang kan hij ook goed overweg,
en zo worden hele bouwwerken in elkaar gezet
of gesloopt… net als staat zijn pet!

Ook in de tuin staat Robin zijn man,
hij doet er alles wat ie maar kan.
Harken, trekken, plukken, vegen en schoppen,
soms gebruikt hij ook zijn gevonden stokken.
En als Oma de tuin ingaat,
staat Robin direkt paraat!
Het is een lust
-geloof het gerust-
om dat manneke bezig te zien,
voor tuinwerk krijgt hij beslist een tien!

Robin is pas geleden naar school gegaan.
Heel flink en dapper heeft hij dat gedaan!
Niet mopperen, zeuren of klagen,
maar gewoon al dat nieuwe verdragen.
Sint vindt dat heel goed van hem
en prijst hem daarvoor met luider stem:
heel goed gedaan, je bent een grote man,
echt een man, die alles maken kan.
Hij heeft voor jou een mooi kado gekocht,
iets waaraan jij vast zult raken zeer verknocht.
Je kunt er mee sleutelen en knutselen een hele tijd,
alleen pas op, dat je niet raakt een onderdeeltje kwijt!

Jouw sint

+++++++++++++++++++++++++++

LUCY heeft het vreselijk druk met zorgen
voor elke nieuwe dag en morgen.
Voor de kinderen, het huis en het werk,
gelukkig maar is Lucy heel erg sterk.
Een ander had het al lang begeven,
maar die Lucy weet er mee te leven.
Hopelijk zal het kado van Sint
haar nog wat vreugde geven.
 
Sint

+++++++++++++++++++++++++++

 

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Gedichtjes voor mijn kleinkinderen