De begrafenis II


De klassieke begrafenisformule is: “Daar het dan de almachtige God behaagd heeft…” Er is gezegd, dat we tegenwoordige met dit “behagen” van God veel moeite hebben. Er wordt dan ook gezocht naar andere formuleringen, die beter passen bij het gevoel en de denkwereld van deze tijd.

Daarin zal uitgegaan worden van het beeld dat de mens vandaag de dag van God heeft: niet meer de God; Die alles kan en alles doet; Die de mensen doet leven en sterven; Die alles bestuurt, maar de God; Die als de Vader van Jezus Christus met mensen begaan is, die machtig is in Zijn machteloosheid; Die overwint door de nederlaag; Die met het kwade in de wereld soms ook geen raad weet. Deze God staat heel dicht bij ons, meer als een vertrouwensman en vriend. Als je zó aan God denkt, krijg je vanzelf een andere begrafenisformule. Dr. Klink heeft indertijd de volgende formulering voorgesteld:

“Aangezien onze zuster/broeder (naam) dit aardse leven heeft verlaten, zo leggen wij hem/haar in de aarde, in de handen van de levende God, want hetzij wij leven hetzij wij sterven Hem behoren wij toe.”

Hier kan ook een andere Bijbeltekst genomen worden, eventueel toegevoegd, een tekst die heenwijst bijvoorbeeld op Christus’ nabijheid juist ook in de dood. “Ik ben de alpha en de omega, het begin en het einde.” “Ik ben de opstanding en het Leven.” “Ik ben het Licht der wereld; wie in Mij geloofd, zal nimmer in de duisternis wandelen.”

Zelf heb ik altijd de overledene in de aarde gelegd met handoplegging onder het uitspreken van één der genoemde begrafenisformules en eindigend met de zegenbede “De Heer zegene u en Hij behoede u, de Heer doe Zijn Aangezicht over u lichten en zij u genadig, de Heer verheffe Zijn Aangezicht over u en schenke u Zijn eeuwige vrede.” Hierna wordt het Onze Vader gebeden, waarbij iedereen wordt uitgenodigd hardop mee te bidden.

Er was ook nog een tweede punt, wat onze aandacht vroeg: het zakken van de kist. Tegenwoordig wordt dat niet altijd meer gedaan. Vaak fluistert de uitvaartleider je dan in het oor: “Kist zakt tot aan het maaiveld”.  Ik heb er wel naar gevraagd, waarom men dit zo doet. Ik kreeg ten antwoord: “De familie wil dit liever niet om te grote emotie te vermijden.” Ik heb wel eens gedacht dat het meer een idee is van de begrafenisondernemer dan van de familie. “Het is zo’n naar gezicht, die kist die zo helemaal wegzakt, je wordt er zo verdrietig van. Zouden we maar liever niet…” Echt iets van deze tijd! Verdriet moet vermeden worden. Maar, verdriet hoort er nu eenmaal bij! Alsof je niet mag huilen of schreeuwen, als het liefste je wordt afgenomen? Nee, je moet je goed houden, flink zijn. Ik kan dit niet begrijpen! Ik denk veeleer, dat het juist heel goed is, wanneer mensen hun verdriet kunnen uiten. En ook, dat het goed is, wanneer de familie de laatste gang van de overledene tot het laatste toe (het zakken van de kist) mee maakt en niet vlak voor het einde afhaakt. Daarom begrijp ik ook niet, waarom het in Brabant bijvoorbeeld gewoonte is om de kist naar de begraafplaats te brengen en daar op een centrale plaats neer te zetten, waarna afscheid genomen wordt en men naar huis gaat. Later wordt dan in alle stilte door grafdelvers de kist “begraven”.

We moeten niet proberen het verdriet te ontlopen. Het kan dan later in verhevigde vormen bij u terug komen. Het verdriet moet er “uit”, anders blijft het zitten en breekt het je later op. Het bittere afscheid onder veel tranen op de begraafplaats of in het crematorium is een stukje rouwverwerking, dat eigenlijk onmisbaar is. Niet voor niets lees je in de Bijbel, dat er klaagvrouwen zijn en dat die veel misbaar maken. En kijk naar de beelden, als er ergens in Bagdad of elders een aanslag is gepleegd.

Laat de kist maar gerust zakken en kijk er naar en gooi er een bloemetje op of een schepje zand ten afscheid. Daar gaat hij, uw geliefde man, vrouw, kind…, eens zult u daar misschien ook bij komen liggen. Dan is hij of zij niet meer alleen. Die gedachte is troostrijk en verlicht het afscheid. Het wordt een “tot ziens”.

Nadat het Onze Vader is gebeden neemt de uitvaartleider het woord over. Meestal bedankt hij/zij namens de familie, waarna de aanwezigen worden uitgenodigd hem weer te volgen naar de plaats, waar de condoleance zal plaatsvinden.

Volgende week hoop ik iets te zeggen over de condoleance, de nazorg, en de rouwverwerking. Ook kunnen we ’t nog hebben over sommige gebruiken bij de begrafenis als het klok luiden, het stilstaan als de stoet voorbij komt en andere oude gewoonten.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *