Doctoraalscriptie

Tijdens mijn doctoraalstudie aan de pas opgerichte Theologische Faculteit te Tilburg werd ik getroffen door het opstandingsgeloof van de apostel Paulus. Ik besloot er de doctoraalscriptie aan te wijden. Zeker ook door de actualiteit van onze huidige tijd leek het mij van belang te weten te komen, hoe Paulus stond in zijn tijd. Hoe hij dacht over de toekomst, maar ook over het heden en het verleden. Ik heb de scriptie de welluidende naam “Temporalia Paulina” meegegeven, maar voor gewone mensen als wij lijkt me de alledaagse verzuchting “Waar blijft de tijd?” meer op zijn plaats. Waar nodig heb ik de scriptie aangepast, zodat hij leesbaarder wordt. Rest mij nog te vertellen, dat ik mede dankzij de scriptie een “cum laude” voor het doctoraal gescoord heb.


Waar blijft de tijd LIII – Het heden als contrast met het verleden

De afgrenzing van het heden tegenover het verleden geschiedt bij Paulus in een menigte van contrast-paren zoals Oude- en Nieuwe verbond, 2 Kor.3, 6-13; Adam-Christus, Rom.5 en 1 Kor.15. Zeer duidelijk is het contrast in Rom.5, 15vv: overtreding-genadegave; veroordeling-rechtvaardiging; dood-leven; ongehoorzaamheid-gehoorzaamheid.


Waar blijft de tijd LII – Het eschatologische heden

Paulus was er zich sterk van bewust, dat over zijn generatie “het einde der tijden” gekomen was (1 Kor.10, 11). Het is voor hem dan ook vanzelfsprekend, dat de betekenis van het heden op zijn betrokkenheid tot “het einde de tijden” berust, dus eschatologisch geladen is.


Waar blijft de tijd LI – Paulinische toekomst-uitspraken

Toekomst-uitspraken zijn in al deze pericopen niet anders dan soteriologische uitspraken. Uiteraard wordt daarin het tijdsaspect niet uitgesloten, maar gerelativeerd, doordat het door het hoofdaspect van het “heil in Christus” secundair wordt gemaakt.


Waar blijft de tijd L – Het Paulinische toekomst-perspectief

Bij de bespreking van de tijdsterminologie in Paulus’ brieven zagen we reeds, hoe zeer Paulus’ denken op de toekomst is gericht, waardoor ook het heden door hem benadrukt kan worden als de tijd, waarin de toekomst reeds werkelijkheid geworden is, als eschatologische heilstijd.


Waar blijft de tijd XLVII – Adam en Christus

Hier ontmoeten we het typisch Joodse corporatieve denken. In beide tegenover elkaar gestelde figuren gaat het immers niet om individuen, maar om de hele mensheid, en wel onder twee verschillende aspecten.


Waar blijft de tijd XLII – Praesentische of futurische eschatologie?

Er zijn soms kleine verschillen in de benaderingswijze, zoals we in de vorige paragraaf reeds zagen. De verschillende eschatologische opvattingen zijn dan ook meer een kwestie van accentlegging. De accenten, die het zwaarst wegen, kunnen ondergebracht worden in tweeërlei vraagstelling: praesentisch of futurisch? Existentiëel of Heilsgeschichtlich?


Waar blijft de tijd XL – Het centrum van Paulus’ theologie in beweging

Met de “Geschichte der Paulinischen Forschung” van Albert Schweitzer uit 1911 begint pas goed een geheel nieuw inzicht in de betekenis van Paulus door te breken. Duchtig wordt eerst afgerekend met de individualistische en ook hellenistische verklaringen van de Paulinische theologie: er is voor de leer van Paulus slechts één legitiem uitgangspunt: het Joods-oerchristelijke met daarin centraal de Joodse eschatologie.


Waar blijft de tijd XXXV – Hoop en verwachting

Het gaat in de hoop om het vertrouwensvolle geduldige afwachten van wat God ons brengen zal. Juist dit hopende vertrouwen ligt ten grondslag aan het veelvuldige spreken van Paulus in termen van hoop en verwachting.


Waar blijft de tijd XXXIV – Het tijdsaspect in Paulus’ omgang met de Tenach

Hier rijzen een aantal vragen: hoe ziet Paulus het Oude testament? Waarom haalt hij Oudtestamentische teksten aan, en hoe bepaalt hij de keus? Ligt hier een bepaalde visie op het verleden aan ten grondslag? Zo niet, welke bedoelingen heeft Paulus dan met Schriftaanhalingen? Tenslotte, hoe interpreteert hij deze teksten en waarom interpreteert hij ze zo?


Waar blijft de tijd XXXI – De brief aan de Romeinen

Een actuele aanleiding, zoals bij de Galaten en de twee Korinthe-brieven gevonden werd, is voor de Romeinenbrief niet te ontdekken, althans niet “in theologicis”, wel “in practicis”: met het oog op de reis, die hij van plan was te gaan maken naar de andere helft van de wereld met als einddoel Spanje.


Waar blijft de tijd XXX – Het tijdsbeeld van Paulus in de hoofdbrieven en de hoofdbrieven in hun eigen tijdsbeeld

Paulus geeft in zijn brieven aan de Gemeenten door, wat hij zelf ontvangen heeft: het oerkerugma, in de specifieke door hem op kruis en opstanding toegespitste vorm: “Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat”(1 Kor.15, 3-4).


Waar blijft de tijd XXII – De Farizeïsche invloed op Paulus (deel 2)

De mens heeft de mogelijkheid mee te werken bij de totstandkoming van het Rijk. Deze gedachte hangt samen met de gangbare opvattingen over beloning en vergelding. De rechtvaardige, dat is de Wetsgetrouwe mens, zal worden beloond met de opstanding in de toekomende wereld, waarin God op de mens toekomt en Zijn Rijk sticht.


Waar blijft de tijd XX – De tijdsbeleving van Paulus

Bepalend hiervoor zijn de verschillende invloedssferen in Paulus’ leven. Een mens is immers volgens een oude wijsheid’s spreuk het “beeld van zijn tijd”, maar hij bepaalt ook zelf voor een stukje het tijdsbeeld, waarin hij leeft.


Waar blijft de tijd XIX – De Pannenberg-groep

Een opheffing van de tegenstelling tussen Bultmann en Cullmann tracht Pannenberg te bereiken met zijn programma “Offenbarung als Geschichte”, naar de gelijknamige bundel, in 1961 uitgegeven door W.Pannenberg, met bijdragen o.a. van Ulrich Wilckens “Das Offenbarungsverständnis der Geschichte des Urchristentums”.


Waar blijft de tijd XVIII – De confrontatie Cullmann-Bultmann

In zijn antwoord zegt Cullmann, dat zijn critici niet begrepen hebben, dat hij niet een dogmatisch, en nog minder een filosofisch werk over het tijdsbegrip, maar een exegetisch-historisch onderzoek over heel precieze vragen van de Nieuwtestamentische theologie geschreven had.


Waar blijft de tijd XIII – De verschijning van Christus

Hoewel het begrip zelf, de verschijning (parousia) van Christus slechts enkele malen in de oerchristelijke geschriften voorkomt heeft de (weder)komst van Christus toch een centrale plaats ingenomen in de prediking en het leven en denken van de eerste Christenen.


Waar blijft de tijd XII – De Oudchristelijke verkondiging deel 2

In de oerchristelijke verkondiging vinden we geen theorie over de tijd, maar er wordt, precies zoals wij dat zagen in het Oude Testament, vanuit de levenservaring over gesproken. De ervaring bij uitstek is deze: dat de tijd in Gods hand ligt. Hij heeft de tijden gemaakt vanaf het begin aan, en Hij zal aan die tijden ook het einde geven.


Waar blijft de tijd XI – De Oudchristelijke verkondiging deel 1

Bij Jezus staat de komst van het Koninkrijk centraal. Heel de prediking van de apostelen is daar een nadere uitwerking van. We gaan nu bekijken, hoe het daarmee samenhangende tijdsaspect zich afgrenst tegen het Oudtestamentische en Griekse denken en welke invloed van de Oudchristelijke verkondiging toegeschreven moet worden aan de eschatologische visie in verband met Christus’ (weder)komst.


Waar blijft de tijd X – De gnostische tijds- en geschiedsbeschouwing

De gnostiek is een stroming in het begin van het Christendom, die uitging van “gnosis” (=kennis), waarmee bedoeld wordt de mystieke kennis over de aard en het wezen van mens en wereld. In 1945 werden, bij Nag Hammadi in Egypte 52 gnostische geschriften gevonden uit de begintijd van het christendom, waardoor we over die stroming veel te weten zijn gekomen.


Waar blijft de tijd IX – Tijdsbegrip en geschiedenisbeschouwing in Qumran

De levensbeschouwing van Qumran wordt gedragen door de centrale gedachte, dat het einde van de wereld met de daarmee samenhangende “apocalyptische” gebeurtenissen ieder ogenblik verwacht kan worden. Er zijn zelfs tekstgedeelten, waarin zo sterk in het einde van de wereld geloofd wordt, dat het als ’t ware als reeds aangebroken wordt gezien.


Waar blijft de tijd VIII – Apocalyptische tijdsvoorstellingen

Apocalyptiek is een verzamelnaam voor joodse en christelijke literatuur met onthullingen over de verborgen dingen, d.w.z. over het einde van de wereld en het komende eeuwige rijk Gods. De zgn “apocalypsen” ontstaan in de 2e eeuw v.C tot de 2e eeuw n.C. In de Bijbel heb je alleen de “Openbaring van Johannes”. Centraal thema is “Het einde der tijden is nabij”.


Waar blijft de tijd VII – Hoe beleven de profeten de tijd?

De profeten gaan uit van de toekomst. Verleden en heden zijn daarbij vergeleken maar bijzaak! Ook de geschiedenis buiten Israël wordt in het goddelijke heilshandelen opgenomen. Hoe kwamen de profeten tot deze ommekeer, die van zo grote invloed geweest is op de Nieuw-Testamentische theologie? Het is de zekerheid, dat volk Zijn volk niet zou loslaten, sterker nog: dat Hij iets geheel nieuws zou brengen!


Waar blijft de tijd VI – De tijdsbeleving in het OudeTestament

De ritmische oerbeleving van de tijd. Hiermee wordt de subjectieve tijdservaring bedoeld, als ’t ware op de polsslag van de tijd, in de twee tempora van voltooide en onvoltooide handeling. In het Oude Testament wordt niet nagedacht over wat tijd eigenlijk is. Men is alleen aan de tijd geïnteresseerd, voor zover daarin iets gebeurt.


Waar blijft de tijd V – Het tijdsprobleem in de Griekse filosofie

Typerend voor het Griekse denken is niet zo zeer het tijds- als wel het ruimte-aspect. Het Griekse denken is immers niet zo zeer op het “worden” gericht, maar op het “zijn”. Het gaat daarbij niet om de “geschiedenis” van de dingen, maar om de logica van de eeuwige dingen.


Waar blijft de tijd IV – Objectieve en subjectieve tijd

Objectieve tijdsvoorstellingen, zoals we die kennen uit de klok en de kalender, de levensjaren en jaargetijden in de natuur, corresponderen met ruimtelijke begrippen. Zo spreken we over een “lange” en een “korte” tijd.


Waar blijft de tijd III – Tijd en taal

Taal is het middel om tijd uit te drukken. Maar gezien de ongrijpbaarheid van de tijd is niets moeilijker dan de uitdrukking ervan, ook in de taal. Of de tijd nu gebonden wordt aan ruimtelijke of aan psychische voorstellingen, zij blijft een meerdimensionaal gegeven.


Waar blijft de tijd II – Tijd en ruimte

De betrekkelijkheid van de ruimtelijke voorstellingen zoals “lange tijd”, “korte tijd”, verleden, heden en toekomst doet Augustinus tenslotte besluiten, dat verleden, heden en toekomst geen ander bestaan hebben dan als praesent (aanwezigheid) in de herinnering of de verwachting (“memoria” en “expectatio”). Het bestaan van het heden is dan dat van de aanschouwing (de “contuïtus”).


Waar blijft de tijd I – Waar blijft de tijd

Wij weten allemaal, dat de tijd “vliegt”, en toch ook hebben we het gevoel, dat het moment dat we NU beleven, er werkelijk is, en dat we het ook even vast kunnen houden. Uit ervaring hebben we ons de werkelijkheid van het heden eigen gemaakt, zo eigen, dat ook verleden en toekomst daarin opgenomen worden. Wij houden het verleden vast in het heden en wij grijpen in dat heden vooruit op de toekomst!