Als een droom


EchtpaarOnlangs sprak ik mijn schoonzuster uit Santpoort, die dit jaar haar man verloren heeft. Zij vertelde, dat in het verpleeghuis Velserduin te Driehuis, waar mijn zwager verpleegd was, een herdenkingsbijeenkomst was gehouden. De namen van de overledenen werden genoemd en geplaatst in het licht, door het ontsteken van de Paaskaars en de Gedenkkaars. Voor iedere naam was er een roos. Er werd gevoelige muziek gespeeld op dwarsfluit en piano, waarna een verhaal werd verteld.

Het verhaal heet ‘de droom’. Het is een bewerking van een stukje uit een kinderboek, waarin een oma een gesprek heeft met haar kleinzoon.

De droom

“Oma”, vroeg Jacob, “mist u opa heel erg?”
“Ja”.
“Heeft u gehuild toen hij dood was?” “Ja”.
“Lang?”
“Ja”.
“En nu?”
“Nu is het over en ben ik alleen nog verschrikkelijk blij, dat ik opa gekend heb. Ik heb geluk gehad.”
“O…” zei Jacob. Want zo kon je het natuurlijk ook bekijken.
“Heel lang geleden”, zei oma, heb ik eens bedacht dat het leven een droom was. Niet mijn eigen leven, maar het even van de mensen om mij heen. Dat ik al die mensen droomde. Sommige mensen waren nachtmerries, andere mensen grauwe dromen, en er waren natuurlijk ook een paar mensen van wie ik zo veel hield – dat waren mijn verrukkelijke dromen. Snap je dat?”
Jacob knikte. Hij dacht van wel.
“Als je een verrukkelijke droom hebt gehad”, zei oma, “wordt je vrolijk wakker. Je bent blij, dat je die droom gedroomd hebt. Toch? Ik heb tenminste nooit meegemaakt, dat iemand woedend met zijn vuisten op de ontbijttafel zat te beuken, omdat zijn mooie droom zo maar was opgehouden, toen hij wakker werd. Nee, je kijkt met plezier en dankbaarheid terug op zo’n droom. En zo is het ook met de mensen, die je kent. Je houdt van ze en dan gaan ze dood. Het is dan net alsof je wakker wordt uit die mensen. Je wrijft aan de ontbijttafel de slaap uit je ogen en iedereen denkt dat je huilt. En dat is natuurlijk ook zo. Je huilt. Ik bedoel,bij mensen is het toch wat anders dan bij dromen… En dan kun je met je vuisten alle ruiten stukslaan van verdriet en woede, maar je kunt ook denken: Wat een verrukkelijke droom!
En als je geluk hebt gehad denk je: wat duurde die droom lekker lang – bijna vijftig jaar. Zo lang heeft mijn droom van opa geduurd, Jacob.

Vijftig jaar! Dan mag je toch niet mopperen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *