Wie weet?


Jona 3

Hervormde Kerk YersekeDe mensen in Ninivé zijn opgevoed in de leer dat er een noodlot bestaat waarvoor zij maar te bukken hebben. Het staat in de sterren geschreven – wat zou je er dan nog aan veranderen? Toen Jona met zijn onheilsboodschap kwam, was dat dan ook voor de Ninivieten een duidelijke zaak: zo was dat van hogerhand over hen beslist. Over 40 dagen wordt de stad verwoest, verschrikkelijk, maar niets aan te doen: ” ’t Staat in de agenda van de hemel, we moeten er maar in berusten! ’t Wordt ons niet door mensen aangedaan.”

Maar nu is het verrassende in deze geschiedenis, dat zij hun oude gewoonten doorbreken en de sprong wagen naar iets totaal nieuws: naar een God, Die berouw zou kunnen hebben, Die een streep zou kunnen halen door Zijn eigen plan, Die een blaadje uit Zijn agenda zou kunnen scheuren. Ze zeggen: wie weet? God zou zich kunnen omkeren, tot andere gedachten komen, het lot van Ninivé veranderen! Dat was een hele gewaagde gedachte. Daar was best wel moed voor nodig. En een  sterk vertrouwen in God, Die niet laat varen het werk van Zijn handen. Dat je niet kunt geloven, dat God op de verwoesting van de wereld en  op dat van een mens persoonlijk  uit is. Heeft u daar ook zo’n moeite mee? De heidense Ninivieten gingen u daarin voor, zo’n tweeëneenhalf duizend jaar geleden!

Gemeente, twee levenshoudingen worden ons hier getekend: de houding van de mens, die zijn handen in de schoot legt en gelaten zegt: “We moeten maar afwachten, wat God over ons beschikt heeft.” En de houding van de mens, die heen en weer loopt, handenwringend, en zegt: “Wie weet? Misschien komt het toch anders, want God kon nog wel eens op andere gedachten komen!” Twee soorten mensen: de mensen van het vraagteken, “Och, wat weten wij ervan?”,  en  de mensen van het uitroepteken, “Wie weet?” Het scheelt maar één  kronkeltje, maar ’t is een hemelsbreed verschil, want de hemel ligt er tussen…

Wat moeten wij daar nu mee?

Als u met ziekte te maken krijgt of teleurstelling en tegenslag te verwerken hebt, hoe gaat u daar dan mee om? Hebt u zich daar bij neergelegd, met het hoofd in de schoot, weggekropen in de berusting: er is toch niets aan te doen? Het vraagteken. Of trekt u zich op aan  het uitroepteken: wie weet?! Het heeft veel te maken met uw Godsgeloof: welke kijk heeft u op God? Is God voor u een starre Persoon, die onbeweeglijk voltrekt wat in Zijn eeuwig besluit vaststaat? Zoals Jona geloofde? Die ging er immers van uit, dat het oordeel over Ninivé moest losbreken, omdat hij het nu eenmaal namens God heeft aangekondigd.

Interieur Hervormde Kerk YersekeOf is God voor u zó, zoals de mensen in Ninevé plotseling wagen te denken: dat God Zijn besluit terugneemt en de stad genadig zal zijn? Zoals een mens ook wel eens heeft, als hij een hard oordeel geveld heeft: daarover nadenkend ziet hij opeens de verschrikkelijke gevolgen ervan en hij keert op zijn schreden terug, het kwaad zou erger zijn dan het recht. Daar hopen de mensen in Ninevé op: “Wie weet, God mocht toch nog tot andere gedachten komen!” Dat mensen zó over God kunnen denken, is eigenlijk een groot wonder. In de eerste plaats al dat je iets met God hebt. Zelfs de Ninivieten hadden dat. Het geloof in God is oeroud. Een persoonlijke God, bedoel ik. Het is daarom zo erg, dat een bekend theoloog als Kuitert in zijn laatste boek verklaart niets meer met een persoonlijke God te kunnen hebben en zodoende God niet meer met een hoofdletter, maar met een kleine letter schrijft. Het geloven in een persoonlijke God is de mens van ’t begin af aan gegeven, het is als ’t ware ingebakken toen de mens geschapen werd. De mens draagt het stempel van zijn Schepper. En dan ook nog dat de Bijbel zo echt menselijk over God spreekt, ik vind het een wonder.

Dat mensen God kunnen zien als iemand die niet star en onbeweeglijk is, maar bewogen kan worden door andermans verdriet. “Wie weet, God mocht Zich omkeren?” Dat dat bestaat bij God! Dat is het wonder van de Bijbel. Daar wordt niet alleen gesproken van mensen die zich moeten bekeren – maar ook van een God, Die Zich omkeert! Ja, werkelijk hetzelfde woord waarmee de profeten roepen: “Bekeert u!”, roept Mozes naar God: “Bekeert U en kom tot inkeer! Heb toch berouw!” En God zegt: “Mozes, je hebt gelijk”. En Hij gaat staan met Zijn rug naar Zijn eigen plan, het plan om Israël uit te roeien. Precies zoals Hij lang geleden berouw had gekregen om de zondvloed.

Laten we daarom toch ook oppassen met één twee drie te zeggen “Het is Gods wil” Wat weten wij daar immers van? En als ’t Gods wil is, wie weet? God mocht Zich eens omkeren! God laat Zijn plan wel eens varen omwille van de mensen, om hun gebeden, hun angsten en zorgen. Gods plan is nooit een gesloten systeem, want Hij opent Zich voor onze gebeden en noden. Daarom bidden wij ook “door Christus, onze Heer. Amen”, want Hij is onze opening, onze toegang tot God.

Flentrop-orgel Hervormde Kerk YersekeGemeente, de God van de Bijbel is allereerst de God, Die Zich laat verbidden. Die heidenen van Ninivé hadden dat beter begrepen dan Gods eigen profeet Jona. God is een God van verrassingen, van nieuwe wegen. Je kunt nooit zeggen waar Gods weg met u uitkomt, want wie weet? Vandaag gaat God deze kant met u op, morgen misschien een andere, wellicht keert Hij Zich zelfs om! En ook u! Dat geeft ons de moed om ‘ja’ te zeggen tegen het leven, onder alle omstandigheden, al zijn nog zo belabberd. Niet berusten, maar positief ‘ja’ zeggen met de gedachte “wie weet, morgen is het anders! Want God is er bij, bij mij in dit leven. Hij is met mij begaan en hoort mijn gebeden.” We moeten dus niet berusten, want dat is “ja” met een diepe zucht, we komen ook niet in opstand, want dat is “ja” met een gebalde vuist en misschien wel vloek, maar we hebben het geloof dat Hij bij ons is, en daarom “wie weet”.

Er wordt veel gediscussieerd over de vraag van het “waarom ?” Wil God al die ellende in de wereld? Zoals nu weer die verschrikkelijke aardbeving in Pakistan en omgeving? Nadat we dit jaar al die Tsunami en verwoestende orkanen hebben gehad. Ja, zegt de één, anders zou het er niet zijn. Zo staat het toch ook in  de Heidelberger: dat alles ons uit Zijn vaderlijke hand toekomt. Nee, zegt de ander, God wil onze ellende niet, Jezus bestraft de koorts en de demonen en Hij geneest de zieken en maakt de mensen gelukkig en gezond. Wie heeft er nou gelijk?

Koorzijde Hervormde Kerk YersekeZe kunnen allebei gelijk hebben of allebei ongelijk. God ziet “met andere ogen”. Als wij bidden “Uw wil geschiede”, zou dat dan niet betekenen: “Heer, laat ons die ziekte en zorg van ons toch zien zoals U ze ziet”? En dus niet: “Laten we ons er maar bij neerleggen zoals wij ze zien en ervaren.” Zou het niet veeleer betekenen: laat deze ziekte en nood van ons iets anders zijn dan wij er van gemaakt hebben! Laten we in opstand komen tegen deze ellende, zoals die in onze agenda staat. Maar laten wij het aanvaarden zoals die in Uw boek geschreven staat. En wie weet? God kan straks die bladzijde wel omslaan, misschien wel overslaan om helemaal opnieuw met ons te beginnen!

Misschien kunt u dit moeilijk voor uzelf geloven, omdat u net als Jona vastzit aan een God die vastzit… Jona werd boos omdat God anders was dan hij gedacht had. God is niet consequent, dacht Jona – Jona zelf was dat wel. Hij was zó consequent dat hij God niet meer wilde zien. Misschien is dat bij Kuitert en de zijnen ook wel het geval. Wat heb je immers aan een God Die niet doet wat Hij gezegd heeft? Denkt u dat ook wel eens? Een God Die zo anders is dan wij gedacht hadden! Anders dan de God die wij van Hem gemaakt hadden! Gelukkig maar, dat God zo heel anders is!

Daarom: zeg altijd “wie weet?” Houdt dat maar vast! God moge ons de ogen openen net als bij de mensen in Ninivé.

Amen.

Deze preek werd gehouden op zondag 23 oktober 2005 in de Hervormde Kerk te Yerseke.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *