Volg Mij


Lukas 9, 59a

Gebaar om te volgenHet lijkt zo gemakkelijk de woorden van Jezus te gehoorzamen: “Volg Mij”. Het zijn twee simpele woorden, die we vaak genoeg horen. Maar als Jezus die woorden spreekt, is het toch niet zo gemakkelijk om daar gehoor aan te geven. Want als voorwaarde voor het volgen van Hem heeft Hij het offer gesteld. Als je Jezus wil volgen, dan moet je rekenen met risico’s, die je gaat lopen. Het gaat je heel wat kosten, in tijd, in geld, in lichamelijke en geestelijke inspanning. Zonder offers te brengen kun je Jezus niet volgen. Jezus Zelf heeft het in het Mattheüs evangelie zó gezegd: “Wie achter Mij wil komen verloochene zichzelf, neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar een ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden.”

Het volgen van Jezus is dus blijkbaar een levenskwestie, waarbij het offer en het zich zelf verloochenen centraal staat. Misschien denkt u: ja maar, dat is toch in elke godsdienst zo? Niets bijzonders, alle godsdiensten kennen offers. Ook het Jodendom had ze. Ja, dat is zo, maar daar gaat het toch niet om. Jezus bedoelt niet, dat je offers brengt, zoals een lammetje of een duif, maar dat je jezelf offert. En dat is toch wel iets heel anders! Het offer van jezelf, zoals Jezus dat ook zelf heeft volbracht, dat vraagt Hij van ons. In plaats van het altaar en de tempel is voor ons het kruis gekomen. Je leven behouden door het te verliezen! Geen gemakkelijke weg! Je wilt nu een keer als mens niet graag iets verliezen, laat staan je zelf! Ook Jezus’ volgelingen hadden daar moeite mee, geloof maar gerust. In onze Schriftlezing uit Lukas 9 komen we verschillende figuren tegen, ieder met hun eigen reactie. De Bijbel laat ons daarmee zien, wat het volgen van Jezus te weeg brengt in ons leven. We zouden die mensen in 4 groepen kunnen verdelen: de opscheppers, de onverdraagzamen, de wraakzuchtigen en de besluitelozen.

Eerst de onverdraagzamen. Onder de discipelen kwam de vraag op, wie van hen de beste was. Een echt menselijke vraag. Jezus weet, dat we allemaal meer willen zijn dan een ander, en daarom neemt Hij een kind en plaatst het naast Zich en zegt: “Een ieder, die dit kind ontvangt in Mijn naam, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft. Wat wie onder u allen de minste is, die is groot.” Een raak antwoord! Wie zich niet schaamt heel klein te zijn, die is groot. Al het kleine moet ons ter harte gaan. Al het zwakke, het noodlijdende, waar de wereld vol van is, daar moeten we aandacht voor hebben! Dat is al het eerste offer, wat we moeten brengen. Al dat kleine in de wereld vraagt Jezus ons op te nemen in ons leven, in ons meeleven, in ons hart, in onze gebeden, en wie dit doet, ontvangt Jezus Zelf. Dit doet me denken aan een schilderij, waarover ik eens gelezen heb. Daarop stonden verschillende personen afgebeeld, je zou kunnen zeggen: het uitschot van de wereld. Ik zag een blinde, iemand in lompen, iemand op krukken, bedekt met wonden, verschillende boeventronies. Maar te midden van die figuren kun je opeens de vage omtrekken ontdekken van een andere figuur, met wonderlijk zachte trekken in zijn gezicht en met een kruis op zijn rug, Jezus Christus, Die Zich te midden van de nood in de wereld ophoudt. Als we Hem volgen willen, zullen we ook daar moeten gaan staan: midden in de nood van de wereld. Dan zal het ons niet kunnen schelen of we klein zijn of groot.

Maar Johannes is met dit antwoord van Jezus niet tevreden. Hij zegt: “Wij hebben iemand in Uw Naam boze geesten zien uitdrijven en wij wilden het hem beletten, omdat hij niet met ons U volgt.” En Jezus zei tot hem: “Belet het niet, want wie niet tegen u is, is vóór u.” Een echt menselijke situatie. We zien het overal om ons heen: in de politiek, in de kerk en in ons persoonlijke leven. Het is plezierig als een soort voortrekker te fungeren, zodat anderen je gaan volgen. En het is niet leuk, wanneer anderen je links laten liggen. Jezus zegt heel eenvoudig: waar maken jullie je druk om? Wie niet tegen je is, is vóór je! Wat is er tegen dit woord van Jezus vaak gezondigd! Ook in de kerken. Het gaat altijd maar weer om vóór en tegen. Hoeveel kerkscheuringen zijn daaruit niet ontstaan? In de politiek is het al niet anders. Dagelijks worden we daarmee geconfronteerd. Wat is het toch moeilijk om die vóórs en tegens nou eens te vergeten en verdraagzaam met elkaar om te gaan!

Naast de opscheppers en onverdraagzamen staan in ons tekstwoord de wraakzuchtigen. Jezus gaat op weg naar Jeruzalem en onderweg komt Hij in een Samaritaans dorp. Hij stuurt mensen vooruit om voor Hem al vast onderdak te bespreken. Maar de Samaritanen nemen Hem niet op, omdat zij hoorden dat Hij op weg was naar Jeruzalem. En dat viel verkeerd, want de Samaritanen lagen overhoop met de Joden. Nee, met Jeruzalem moesten ze niets hebben! Jezus moest Zelf maar zorgen, hoe Hij daar kwam! Jakobus en Johannes waren woest. Was me dat een manier om hun Meester te behandelen? Dat pikten ze niet! Zij zeggen tegen Jezus: “Heer, wilt U dat we zeggen, dat vuur van de hemel zal neerdalen om hen te verteren?” Waarschijnlijk hebben ze daarbij gedacht aan de profeet Elia, die zo de Baälpriesters had vernietigd. Ze zien het al voor zich: die smerige Samaritanen te midden van het vuur. Natuurlijk, ze doen het voor de Heer, ze willen de belediging aan Zijn adres goedmaken. Maar toch… Jezus had ze wel door en daarom bestraft Hij hen, alle goede bedoelingen ten spijt. Hoe kon Hij ook anders? Hij, Die onderweg was naar Jeruzalem om daar het kruis op Zich te nemen en voor de zonden van heel de wereld te gaan boeten. Nee, het zou niet goed zijn de Samaritanen hun eigen straf te laten dragen, al zou het ook hun verdiende loon geweest zijn.

Wraakzucht, onder het mom van schone schijn, het is goed om daar ook bij je zelf eens op te letten! Met schijn alleen kom je er niet, zeker niet bij Jezus. Hem volgen betekent om met Paulus te spreken: “Laat niet het kwade overwinnen, maar overwin het kwade door het goede!” En dat goede is: de liefde.

Dan trekt Jezus naar een ander dorp en onderweg komt Hij weer andere mensen tegen. Een van hen herkent Jezus en zegt: “Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat.” Maar Jezus zegt tot hem: “De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen.” Hier zegt Jezus ook tot ons, hoe moeilijk het is Hem te volgen. Het kost je de rust en je plaats, je hebt geen echt thuis meer, je blijft voortdurend onderweg, altijd bezig, zorgend, vol strijd ook met anderen en met je zelf, tweestrijd  Je bent een avonturier, een zwerver, zoals Abraham was en Mozes en Jezus Zelf en Paulus en Luther en al die andere volgelingen van de Heer. Zouden we zo’n mens kunnen en willen worden?  Dat is heel bedenkelijk. De meeste mensen houden van gemak en rust en hebben een hekel aan moeilijkheden. Hadden we maar een vonkje van dat Heilige Vuur, dat in Jezus is! Werden we maar eens enthousiast zoals Hij. Kwamen we met z’n allen maar eens in beweging! Wat zou er dan een andere wereld ontstaan! Dan zou het niet meer uitmaken, of je een klein holletje hebt of een grote villa. De hele wereld staat immers dan voor je open, ja hemel en aarde, want dan ben je een kind van God.

Jezus trekt verder, komt iemand tegen en zegt tot hem: “volg mij”. Maar die man is wel een beetje beduusd en antwoordt: “Sta me toe eerst mijn vader te begraven”. Maar Jezus vindt dit niet goed. Hij zegt: “Laat de doden hun doden begraven, maar ga heen en verkondig het Evangelie van God.” Een dergelijke discussie ontstaat ook verderop, bij de derde ontmoeting, op reis naar Jeruzalem. De persoon in kwestie wil eerst afscheid nemen van zijn familie. Maar dan zegt Jezus tot hem: “Niemand die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar dat wat achter hem ligt is geschikt voor het Koninkrijk van God.” Deze laatste twee mensen willen Jezus wel volgen, maar zij stellen eerst hun voorwaarden. Dat is hun grote fout. Jezus vraagt absolute gehoorzaamheid en volgzaamheid zonder enig voorbehoud. Misschien dachten die mensen daarmee wel slim gehandeld te hebben. Ze hielden daarmee immers nog een slag om de arm, ze konden nog even hun eigen hang gaan. Laten we bij ons zelf nagaan, hoe vaak wij ons ook aan zulke praktijken schuldig maken. Mensen zijn in dat opzicht erg geraffineerd. Komt er iemand met een collecte, wordt gauw gezegd: wat jammer, we hebben al gegeven, of: ik heb al overgemaakt. Maar Jezus heeft onze smoesjes door! Als Hij zegt: “Volg Mij!”, dan hebben we maar te volgen! Niet: eerst dit en dan dat… Maar: direct en van harte! Stelt u zich eens voor, dat de Heer dat ook bij Zich Zelf gedacht had, toen Hij voor ons de dood in moest? Stel je voor, dat Hij zo over ons zou denken: “Och, laat ze maar, laat ze maar in eigen sop omkomen…” Stel je eens voor, wat een ramp zou dat betekenen. Denkt u ook niet, dat het Jezus veel moeite en pijn gekost heeft, toen Hij Zijn goddelijke opdracht moest vervullen? Hij moest van Zijn familie weg en werd een zwerver, een profeet, in eigen stad niet geëerd, verguisd, en door Zijn familie niet begrepen. Begrijpt u, wat dat voor Hem betekend moet hebben? Maar Jezus wist, dat hij het moest doen om zo de goddelijke opdracht te vervullen. Hij wist dat het Gods wil was, en daarom keek Hij niet achterom. Hij hield geen rekening met Zijn familie en andere mensen. Hij keek alleen maar vooruit, naar het doel, waarheen God Hem riep.

Kijk, zo moet het ook met ons zijn. In dit opzicht is er geen verschil tussen Jezus en ons. Als God roept hebben we maar te gehoorzamen en te volgen, zonder omkijken. Het verleden is dan afgedaan. Als we toch omkijken en om ons heen kijken, dan zijn we niet geschikt voor het Koninkrijk van God. Zo zegt Jezus het. Dan gaat onze “ploeg” scheve sporen trekken. Dan vergaat het ons net als die buschauffeur in Zwitserland, die zich liet afleiden en met bus en al in een ravijn stortte. De chauffeur droeg verantwoordelijkheid voor de inzittenden. Zo zijn ook wij verantwoordelijk voor een groep mensen om ons heen, je gezin en familie, vrienden en collega’s. Blijf daarom staan op je post en versaag niet! En als Jezus bij geval bij jou voorbijkomt, volg Hem dan, in dankbaarheid, niet omdat je meer bent dan een ander, maar omdat Hij meer is dan wij: de Heiland, wiens vrede alle verstand te boven gaat.

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *