Oudejaarsavond


“Waarlijk de Here is aan deze plaats,
en ik heb het niet geweten …”
Genesis 28, 16

Op oudejaarsavond zitten we een paar uur bij elkaar en kijken om. Het afgelopen jaar gaat aan ons voorbij. Veel van wat daarin gebeurde zouden we vast willen houden om er blijvend van te genieten. Er zijn ook dingen, waaraan we liever niet meer terugdenken, omdat we ons er voor schamen. We waren ze misschien al vergeten, maar nu komen ze weer boven als een kwade droom. En als we dan terugkijkend al die gebeurtenissen en ervaringen van het afgelopen jaar aan elkaar rijgen, dan zien we dat er een lijn in zit. Opeens zien we ‘t.  Het leek eerst op een rommeltje, maar er is toch iets wat het alles bij elkaar houdt. Een rode draad loopt er doorheen! En dat verwondert ons. Want hoeveel dingen waren er niet, die toch heel anders zijn uitgekomen dan we ze hadden bedoeld? Hoe vaak zijn we niet gekomen op wegen, die we niet zelf zochten? En hoe dikwijls is het heel anders gegaan dan we hadden gedacht? En dan wordt ons bovenal één ding duidelijk: die rode daad in ons leven was niet de lijn, die wij zelf trokken. Er was leiding in, onafhankelijk van onze wil, en die leiding heeft ons leven gemaakt tot wat het geworden is.

Zo terugkijkend zien we, dat kleine dingen, waaraan we eerst nauwelijks aandacht schonken, van grote waarde zijn geweest in ons leven van het afgelopen jaar. En ook omgekeerd: dat grote zaken, waaraan we veel waarde hebben gehecht, nu helemaal niets meer voorstellen, ja toch uiteindelijk niets hebben bijgedragen aan het verloop van onze levenslijn. Hoe zou dat komen? Ik denk voor mij zelf, dat God hier Zijn hand in heeft gehad. Niet anders. Ik dacht wel, dat ik mijn weg bepaalde, maar terugziende merk ik, dat er een hand was, sterker dan de mijne, en dat die hand mijn leven heeft geleid en van al die talloze gebeurtenissen en ervaringen van een heel jaar één geheel, één leven heeft gemaakt.

Ziet u dat ook zo? Kijkt u met mij mee? De wiskundigen leren ons, dat een lijn bestaat uit een oneindig aantal punten, en elk van die punten is een feit in mijn leven geweest. Maar toen dat feit zich voltrok, zag ik het niet als een deel van die lijn, die doorgetrokken ergens uitkomt, maar het was voor mij enkel presente werkelijkheid. Dat het ene feit ook in de toekomst voor mijn levensrichting een rol zou spelen, besefte ik toen niet. Maar nu zie ik het ’t is een puntje op die lijn, die God voor mij getrokken heeft! De mens wikt, maar God beschikt. Hij beschikt onze dingetjes naar Zijn wil, naar Zijn Heilsplan voor mij.

Wat ik allemaal heb meegemaakt, heb mee MOETEN maken, was geen aaneenschakeling van toevalligheden, nee er was leiding in, en zó zijn we geleid en gekomen aan deze plaats op oudejaarsavond 2013. Jacob moest dat ook eens ervaren. De verbazing klinkt nog door in zijn uitroep: “Waarlijk, de Here was aan deze plaats en ik wist het niet!”.  Jacob was ook zo’n mens net als wij. Hoe vaak heeft hij niet gehandeld buiten God om, zijn eigen weg uitgestippeld, zijn eigen plannetjes uitgebroed , en dat waren niet zulke beste! Hij ontfutselde Esau diens eerstgeboorterecht. Hij maakt van zijn vaders blindheid misbruik. Bang voor de woede van zijn broer vlucht hij ver van zijn vaderland om bij ome Laban nieuwe zonden te stapelen op de oude. Toch is Jacob niet Godloos, hoe goddeloos zijn handelen ook wezen mag. Te Bethel droomt hij van God en hoe God  Zich met hem inlaat. Men droomt niet van dingen, waar men geheel buiten staat. God was er wel in Jacobs gedachten, maar Hij drong Zich niet op, Hij was ver weg en bemoeide Zich met Jacobs gedachten niet. Tenminste, dat dacht hij. Heel herkenbaar, ook voor ons. Toen werd het Jacob ineens duidelijk, daar in Bethel, dat God Zich WEL met hem bemoeit! Dat ook als hij denkt zijn eigen weg te kunnen gaan, God met hem meegaat en er bij is, bij al zijn doen en laten. Niet gek, dat Jacob bij deze gedachte even huivert. ’t Was alles zo mooi buiten God omgegaan, dacht ie, het bedrog tegen Esau, tegen zijn arme blinde vader, tegen Laban, zijn voortdurend op de vlucht zijn, al die dingen waarbij hij God niet gebruiken kon … En nu schrikt hij, nu hij merkt, dat God er toch bij was, bij zijn vlucht, hier in Bethel. “O, de Here is aan deze plaats en ik wist het niet!”  Dat is me toch even schrikken! Daar had ik nooit aan gedacht!

Een gewaarwording, die ook over ons komt, vanavond, nu wij met elkaar het afgelopen jaar overdenken en alles wat daarin was de loep laten passeren. Hoogtepunten en dieptepunten. Dat God daarbij is geweest… We hadden het veel te druk met onszelf om dat te merken. Maar nu we terugkijken en het geheel overzien, nu moeten wij net als Jacob bekennen: “Waarlijk, de Here was daar, en ik wist het niet!” Ik heb er niet op gelet. Had ik ’t maar wel gedaan, ik zou dieper geleefd hebben, meer vreugde hebben beleefd aan vreugdevolle momenten, meer troost hebben geput uit Zijn nabijheid in moeilijke ogenblikken. De Heer was daar, en wij wisten ’t niet. Hoe vaak hebben wij ons geen zorgen gemaakt, zijn we angstig geweest, voelden we ons alleen en in de steek gelaten. Veel zorg, die we ons zelf gemaakt hebben!

De mens lijdt dikwijls het meest
Door het lijden dat hij vreest
En dat nooit op komt dagen
Zo heeft hij meer te dragen
Dan God hem (haar) te dragen geeft.

Nee, het was niet God, Die ons een kruis oplegde, maar wij maakten onszelf een kruis van denkbeeldig leed, van wat misschien komen zou. Vooral angst voor de dood speelde ons parten. Hoe ouder je wordt, hoe meer je daarbij bepaald wordt. En wij zuchtten onder dat eigengemaakte juk. Nu zien wij dat alles anders. Nu is ook dat ingevoegd in die lange rij van levenservaringen, die rode draad van God in ons leven. Gelukkig, Hij  was er ook bij, bij dat zelfgemaakte kruis van ons, en Hij integreerde het in Zijn heilsplan.

Het is goed, dat wij nog net op tijd tot dat inzicht komen. Het zal ons bescheiden maken en deemoedig. Wij zullen het afgelopen jaar en ons toekomstige leven daardoor gerust in handen leggen van die God, Die er bij geweest is en erbij zal zijn. Wij hebben vorige week nog de komst van Zijn Zoon herdacht, Die de wonderlijke naam “Immanuël” draagt, wat betekent “God bij ons”. Die naam wijst naar Gods nabijheid bij ons, Zijn omzien naar en zorg voor ons.  Dat overdenkend gaan wij moedig het oude jaar uit en de nieuwe dingen van 2014 tegemoet. Hij, Die ons Zijn eigen Zoon niet heeft onthouden, zal ons met die Zoon ook alle dingen geven, die wij nodig hebben.

Blijft toch de vraag: waar was God in 2013? Kunnen we ook daar, in die storm en vloedgolven, die aan honderdduizenden Filippijnse mensen het leven heeft ontnomen, kunnen we ook daar nog zeggen: “Ja waarlijk, God was aan deze plaats en ik heb het niet geweten!” Soms hoor je, zeker ook in Nederland, stemmen, die zeggen: dit is een straf van God over een goddeloos volk. Maar waarom dan die arme mensen in Azië en niet het rijke Westen, waar zeker zoveel goddeloosheid te vinden is? Zou het niet kunnen zijn, dat we moeten zeggen: Ja zeker, God was aan deze plaats, om ons te verootmoedigen. Dat mogen wij ons allemaal ter harte nemen! Wij hebben ons te verootmoedigen! En dan geldt niet meer de vraag: waar was God in 2013? Maar: waar was IK in 2013? Ik, zoals ik was en ben tegenover mijn medemensen. Het is prachtig, dat we in Nederland zo’n 35 miljoen Euro’s hebben opgebracht om de nood in de Filippijnen te lenigen. Wat zou het ook mooi zijn, wanneer we met elkaar de materiële en geestelijke nood in ons eigen land konden terugdringen! Schuld belijden moeten we en de schouders er onder zetten. We gaan naast elkaar staan, de rijken naast de armen, de gezonden naast de zieken, de sterken naast de zwakken. Om elkaar toe te roepen: “Ja waarlijk, God is aan deze plaats en ik heb dat nooit kunnen denken!”

Het is genoeg hiervoor te weten, dat ons leven en dat van anderen niet in eigen handen ligt, maar in Gods handen. De Griekse filosofen spraken van noodlot of natuurwet, waardoor alle dingen werden geregeerd. Wij mogen beter weten: onze Vader in de hemel heeft het wereldbestuur in handen. Hij weet, tot in de kleinste details, wat goed voor ons is. En Hij laat niet varen de werken van Zijn handen, het grote werk vooral, dat Hij in Christus aan ons volbracht heeft: de verzoening van al onze zonden. Verzoend en wel mogen wij het jaar 2013 uittreden.

Zo wil ik eindigen met een gedicht van mijn Curaçaose vriendin Martie Genger, dat zij na de watersnoodramp op zestienjarige leeftijd in 1953 geschreven heeft:

1-2-3 in Godsnaam

Zeeën vol zielen
zij spoelen aan
kussen de oevers
voor zij weer gaan.
Biljoenen triljoenen
ontelbaar getal
vereend in de golven
zo God het beval.
Nooit meer alleen
want water met water
geen straks meer of later
door alle eeuwigheden een.
Zij stijgen en dalen
van nevel naar mist
in hagel tot regen
en sneeuw vergewist
zich in plassen, rivieren
de meren naar zee
van zielen, de zielen
die tranen van wee.

AMEN

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *