Naäman


2 Koningen 5, 1-15

De rivier de Jordaan, net zuidelijk van het meer van Galilei.Het verhaal, waarvan we uitgaan is heel eenvoudig. Naäman, generaal van de Syrische koning Aram, is melaats. Zijn lichaam was bedekt met zweren en de mensen gingen hem uit de weg. En dat voor een generaal! Sommige gevallen van melaatsheid zijn niet ongeneeslijk. Kennelijk was men ook bij Naäman al jaren bezig geweest hem van zijn ziekte af te helpen.

Op een gegeven dag doet een gevangen genomen Joods dienstmeisje in het huis van Naäman de hoop weer opleven. Haar heer moest maar eens naar de profeet in Samaria gaan! Die wist daar wil raad mee. En als het om zoiets als genezing gaat, worden zelfs allochtone dienstmeisjes serieus genomen! Dus vroeg Naäman aan de koning toestemming om op reis te gaan. Beladen met geschenken komt hij in Israël aan. Een aanbevelingsbrief van de koning van Aram heeft hij in de zak. Maar de koning van Israël vindt het maar een vreemd zaakje. Uit ervaring weet hij, dat die Arameërs niet zo goed te vertrouwen zijn Ook toen waren de verhoudingen in het Midden-Oosten niet al te best. Toen kwam de brief te voorschijn, met een vriendelijk verzoek: “Zie, ik zend mijn dienaar Naäman tot u, opdat gij hem verlost van zijn melaatsheid.” Nou, nou, dat is nog al wat! De koning is er niet gerust op: “Ben ik God om iemand beter te maken?” Natuurlijk, het zal wel een smoes zijn, een aanleiding om oorlog met hem te kunnen beginnen!

Maar er is nog iemand anders in het land, de profeet Elisa. En als die hoort, dat de koning een probleem heeft, en waar het om gaat, zendt hij de koning een boodschap: “Laat die Naäman toch tot mij komen, opdat hij wete dat er een profeet in Israël is.” En Naäman kwam met zijn paarden en wagens en hele gevolg bij het huisje van Elisa. Helaas, de ontvangst werd een teleurstelling. Elisa weigert hem een interview en stuurt alleen maar een persoonlijke boodschap: “Ga heen en baad u zeven maal in de Jordaan , dan zal uw lichaam weer gezond worden en gij zult rein zijn.” Naäman wordt boos, hij vindt dit geen behandeling. En dat de profeet niet eens de moeite neemt zelf bij hem te komen, nota bene een generaal! Hij zou er nog goed voor betalen ook! En dan de behandeling: zich onderdompelen in zo’n zielige beekje! Want dat was de Jordaan en dat is zij nog. Geen wonder dus, dat Naäman uitroept: “Zijn de zuivere en koele rivieren van mijn eigen land, de Abana en de Parpar, die de oase van Damascus tot een paradijs maken, niet beter dan die Jordaan?” Waarom kon die profeet hem niet gewoon de handen opleggen zoals alle dokters in die tijd deden in een soort bezweringsritueel?

Gelukkig liet Naäman zich nog net op tijd door zijn dienaren overhalen het toch maar te doen, onder het motto: “Baat het niet, het schaadt ook niet”. Dus daalde hij af in de Jordaan en dompelde zich tot zeven maal onder, zoals Elisa gezegd had. En zijn lichaam werd weer gezond als het lichaam van een kleine jongen, helemaal blank zonder een enkel zweertje.

Het zijn soms vreemde wegen, die een mens moet gaan. De heilsweg van God voert soms door de rimboe, langs karrensporen in de woestijn, op onbegane wegen. Maar het wonder van die heilsweg is altijd, dat er op het eind van die weg iets moois is : wat God voor je heeft weggelegd. Aan het eind van veel zorg en spanningen wordt je soms man en vrouw, het karrenspoor leidt tot de warmte van een veilige boerderij of een verkwikkende oase. De weg door de rimboe geeft uitzicht op nieuwe nederzettingen en ontginningen. Zo houden Gods wegen altijd een belofte in, iets wat voor je is weggelegd.

Dat is ook het geval met de weg, waarop God ons roept. Het zal een heilsweg zijn, die tenslotte uitkomt in Gods Koninkrijk. Maar vaak beginnen wij ons dan net als Naäman te ergeren. En wel aan twee dingen: in de eerste plaats, dat God niet Zelf tot ons komt om ons te leiden en thuis te brengen. Wij moeten het doen met Zijn boodschap, een boek, de Bijbel. Dat is soms een grote ergernis. God houdt zich op een afstand van ons. Nooit kun je eens persoonlijk bij Hem te rade gaan. Je moet het doen met die vaak onbegrijpelijke preken van de dominee. En je hebt het idee, dat die vaak slappe aftreksels zijn van het eigenlijke Woord. Vaak zou je God wel eens willen toeroepen: “Komt U nou Zelf eens te voorschijn!” Dat is een grote ergernis.

Een tweede ergernis is, net als bij Naäman, de manier waarop God wil dat wij de heilsweg bewandelen. Zou er niet een andere, betere weg bestaan? De Boeddhisten met hun gelatenheid bijvoorbeeld en de humanisten met hun medemenselijkheid. Zou dat niet beter zijn dan die zogenaamde Christelijke activiteit, waar zo weinig uit voortkomt? Natuurlijk, op papier en in theorie is het allemaal waar. Ook vandaag zijn er Abana’s en Parpars genoeg, die beter en prettiger voor ons heil lijken te zijn dan de stroom die God ons wijst in Zijn Woord. Stel je eens voor, wat Jezus zegt: “Wie achter Mij wil komen, die verloochene zich zelf en neme zijn kruis op en volge Mij”. Wat een weg! En het zou misschien nog wel te doen zijn, als er maar eens iemand was, die het ons voordeed. Natuurlijk, dat heeft Jezus gedaan, maar dat is al zo lang geleden en dat was zo’n heel andere tijd. Wat moeten daar nu vandaag mee aan? Dat irriteert ons geweldig! Wij hebben de weg tot ons heil niet in onze handen en ook niet in ons hoofd, we weten er eigenlijk geen raad mee. Waarom doet God het nu zo? Elke keer weer vragen we ons geërgerd af: waarom toch?

Zo zijn we allemaal op onze beurt Naämans. Maar God zij dank blijft het daar niet bij. Wij mogen ook horen, dat het met Naäman op een andere wijze is afgelopen dan hij zich had voorgesteld. Zijn weg mocht toch het doel bereiken! Al zijn ergernis ten spijt ging hij toch kopje onder en werd hij genezen. Hieruit blijkt, dat het niet op onze gedachten en gevoelens aankomt, maar op het doen wat God ons zegt. We moeten de weg gaan, die God ons aanwijst, ook al gaat deze lijnrecht tegen onze gedachten en gevoelens in. Als je dan toch die weg gaat, dan merk je pas, dat de door God gewezen weg de enige weg voor je behoud is.

Dat komt, omdat God aan die weg Zijn heil gebonden heeft. Aan de Jordaan, en nu eenmaal niet aan de Abana of de Parpar. Dat is Gods vrije wil, en daar helpt geen protesteren tegen, ook al is ons protest menselijkerwijs gesproken nog zo gerechtvaardigd! Aan het eind van deze weg gekomen merk je wat God daar voor je heeft weggelegd. Dat was voor Naäman de genezing van zijn melaatsheid. Dat is voor u misschien de vervulling van uw diepste wens. Dat kan van alles zijn. Als we maar Gods weg gaan, zoals die in de Bijbel is beschreven, zoals die ook door Jezus is getoond. Er zijn natuurlijk legio andere wegen, maar die wil God niet. Hij wil alleen die ene weg, die Hij voor ons heeft vastgelegd, zoals Naäman mocht ervaren, zoals ook Jezus die heeft bewandeld. Het is de weg, die Hij Zelf is: “Ik ben de weg, en de waarheid en het leven”. Het is een weg in nederigheid, in zelfverloochening, die tenslotte voerde tot het kruis. Het is bepaald niet glorieus om Gods weg te bewandelen. Voor glorie hoef je geen Christen te worden! Dat laat Jezus ons zien en al die martelaren, die om hun geloof zijn gestorven. Zo heeft Luther het ook beschreven. Vaak heeft hij tegenslag in zijn leven gekend, de strijd met satan en de mensen, hoge heren als de paus, geestelijke en wereldse magistraten. Steeds weer zei hij dan: “Wat kan een mens mij doen? De Here is met mij!” (Psalm 118).

Vandaag is het nog zo. Gods wegen zijn wonderbaar, maar soms heel moeilijk. Kijk naar de mannen en vrouwen in het zendings- en ontwikkelingswerk. Het werk onder de melaatsen vandaag, onder hen die door een epidemie of armoede getroffen zijn, de miljoenen vluchtelingen in de wereld. Kerk in Actie, EO- Metterdaad, Cordaid en die vele andere hulporganisaties hebben handen vol werk om mensen voor de dood weg te halen. Het is steeds weer een weg door vernedering en moeiten heen, de weg die Naäman moest gaan, de weg van Jezus. Maar het is ook onze enige weg tot echt geluk in het leven.

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *