Jezus


Mattheüs 1, 21

“Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven.”

Kindje JezusDe profeet Jesaja heeft er in de 6e eeuw vóór Christus al van gesproken, dat er een kind geboren zou worden, een bijzonder kind. Daarom schrijven we het met een hoofdletter: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst” (9, 5). Met Kerstmis vieren wij, dat dit bijzondere Kind geboren is. “Van alzo hoge”. De geboorte van ieder kind is een wonder, zegt men wel eens. Maar als Mattheüs de geboorte van Jezus beschrijft, is het nog wonderlijker. Het heeft namelijk iets, wat bij een gewoon kind niet voorkomt. Ten eerste dat het een kind van het volk is. Niet alleen de moeder was in blijde verwachting, maar heel het volk Israël heeft al eeuwen lang naar dit Kind uitgekeken. Ten tweede: dat dit Kind Gods verbond met het volk zou vervullen.

Verder moeten we ook bedenken, dat Mattheüs zijn Evangelie geschreven heeft ná de opstanding van Christus. Het is dus een boek, dat getuigt van het opstandingsgeloof van de oer-Gemeente. Toen de Geest hen alles, wat er gebeurd en door Jezus gezegd was, in herinnering had gebracht. De apostelen moesten wel daaruit begrijpen, dat dit Kind met goddelijke macht bekleed was. De geschiedenis van Jezus getuigde daar zelf van. Het was pure heilsgeschiedenis, geschiedenis van mensen met God. Geen wonder, dat er heel wonderlijke dingen in voorkomen. Dingen, die je in het gewone leven zo niet ziet. Dingen van God. Dat zien we ook bij de aankondiging van de geboorte en bij de geboorte zelf. Het zou ook vreemd geweest zijn, wanneer dat wonderlijke er niet bij geweest was! Zonder engelen zou het niet de geboorte van de Heiland zijn geweest en zouden wij geen kerstfeest hoeven te vieren! De wonderen van Kerst laten ons zien, dat hier een goddelijk Kind geboren is. Of Maria nog echt maagd was, is dan ook niet zo belangrijk. En of de herders echt de engelen hebben gezien en gehoord, dat is ook niet belangrijk. En of Jezus geboren is in een huis, of in een stal of ergens anders, speelt ook geen rol. Of er een os en een ezel bij zijn geweest, het is leuk voor de dierenliefhebbers, maar het doet er allemaal niet zo toe. Het is er allemaal om het wonder aan te geven, dat God hier bezig is met ons mensen en dat de hele creatuur meedoet: het buitengebeuren in de herdersnacht, het binnengebeuren in huis of stal en de dieren die er mee getuigen van mogen zijn. Allemaal goddelijke aankleding.

Mattheüs laat ons hiermee duidelijk zien net als Lukas dat doet in Lukas 2, hoe de verwachting van Israël op spectaculaire manier vervuld wordt. “Van alzo hoge!” Het is Gods plan, dat in vervulling gaat. En dan krijgt het Kind ook een naam. Natuurlijk, zeggen wij dan, als het kind maar een naam heeft. Maar zó is het in de Bijbel niet. Een naam is niet zo maar iets! Niet zo maar een mooie naam uit het namenboekje! Nee, in de Bijbel geeft de naam betekenis aan een mens. Zoals je heet zul je ook zijn. Zoals je “geroepen” wordt, zo wordt je ook. Met de naamgeving wordt de geboorte, de nieuwe schepping, voltooid. Zo heeft God dat ons ook voorgedaan in Genesis 1. Hij riep tot het licht “dag” en het werd dag, en Hij roep tot de duisternis “nacht” en het werd nacht. En zo is het gegaan met alle vogels in de lucht, de vissen in het water en de dieren op het land tot en met de mensen. De mens mocht hier nog een bemiddelende rol in spelen, want toen God de dieren bij de mens had gebracht, mocht die ze “roepen”, ze een passende naam geven. Zoals de mens ze “roepen” zou, zo zouden ze voortaan heten.

De naam heeft dus alles te maken met het wezen van dier en mens. Als je iemands naam kent, dan heb je kennis aan hem. In de oude culturen gelooft men, dat men dan macht over iemand heeft. Door de naam krijgt men op iemand vat. En zo is het ook met de mens gesteld. Als God hem een naam geeft, dan wordt die mens als ’t ware aan Hem uitgeleverd. Daarom vond van oudsher de naamgeving ook plaats bij de Doop, waar God Zijn kind bij name roept, bij de Doopnamen. In Zuidelijke landen viert men op die manier niet zo zeer de verjaardag, maar meer de dag van de naamgeving, dus de Doopdag. Het elkaar bij name kennen en roepen is dus eigenlijk iets heel bijzonders. Ouderen hebben er moeite mee om zich zo maar bij de voornaam te laten aanspreken. Dan moet je toch al goede bekenden van elkaar zijn. Maar voor jongeren geldt dat tegenwoordig niet meer. Ze noemen hun meester gewoon Flip of Jochem.

In de Bijbel staat een prachtig verhaal over de betekenis van de naam. Het is het verhaal van Mozes bij het brandende braambos. “Maar Mozes sprak opnieuw tot God: Als ik nu bij de Israëlieten in Egypte kom en hun zeg: de God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen: hoe is zijn naam? Wat moet ik antwoorden? Toen sprak God tot Mozes: Jahwe, Ik ben Die Ik ben.” Hij is de Eeuwige, op Wie je rekenen kunt. De Israëlieten hoefden niet bang te zijn met zo’n God! Een God, Die zo’n Naam heeft! En dus ook zó is!

Doordat God hier Zijn naam openbaart, geeft Hij Zichzelf te kennen. Hij geeft Zich bloot. En als wij mensen Hem bij deze Naam aanroepen, hebben wij toegang tot Hem. Voor elke rechtgeaarde Jood betekende dit (en betekent het nog!), dat God hem zou horen en verhoren. De Heer bij name aanroepen, daar komt het op aan. Dat deed Jezus ook, toen Hij bad: Abba, Vader…

Nou begrijpen we misschien beter, hoe belangrijk het is, dat Jezus zijn naam krijgt, zoals de engel het aan Jozef gezegd had: “Jezus moet gij Hem noemen, want Hij zal Zijn volk redden uit hun zonden.” Die Naam zegt nog meer, wie Jezus is en wat we van Hem mogen verwachten, dan de hele wonderlijke geboorte! Jezus, dat wil zeggen: God helpt, God redt. Iedereen mocht nu weten, dat God Zijn volk trouw is en met het volk een nieuw verbond opricht. Voortaan zal iedereen, die deze Naam kent en aanroept, in dat verbond worden opgenomen. Daarom bidden wij ook in de Naam van Jezus en worden wij in Zijn naam gedoopt. Leven en werken en tenslotte sterven “in Jezus’ Naam”  maakt alles goed.

Heel het Evangelie van Mattheüs laat ons dat zien, hoe goed het is om te leven en te sterven in Jezus’ Naam. Het is één grote uitwerking van de Naamgeving!

Laten zien, hoe waar het is, dat Hij de Verlosser is, die de zonden van mensen vergeeft. De Zaligmaker, die redt en zalig maakt wat verloren dreigt te gaan. Ook Zijn “tweede” Naam “Immanuël”, die Jesaja heeft genoemd en de engel aan Maria had meegegeven, is daar een getuigenis van. “God met ons” betekent die naam. Wie Jezus kent en aanroept, ervaart dat God met hem of haar is. Zou het daar in het leven ook niet op aankomen?

Toch moeten we bij dit alles niet vergeten, dat Jezus ook maar een gewoon mensenkind is. Hij heeft beslist geen stralenkrans op z’n hoofdje! Nee, het Evangelie vertelt ons, dat er een mens geboren wordt. “Jozef, uw vrouw zal een zoon baren.” Een kind, “en gij zult hem de naam Jezus geven”. Wel een bijzonder kind, want Hij moet Jezus heten, dat wil zeggen; God redt, Verlosser. Het bijzondere aan Hem is Zijn naam. Verder is Hij een gewoon mens. Hij verschijnt ook zo menselijk, dat de Evangeliën vol staan over de ergernis Die Hij oproept, als Hij God Zijn Vader noemt en mensen de zonden vergeeft. Van de Messias hadden ze iets heel anders verwacht, dat Hij er anders uit zou zien en zich anders zou gedragen. Juist door die ergernis aan dat al te menselijke van Jezus hebben ze Hem aan het kruis gebracht! Ook wij ondervinden vaak die ergernis, als mensen zo overdreven Christelijk doen of praten. Ook is het een ergernis, als wij geen raad weten met onze machteloosheid tegenover ziekten, kwaad en dood. Waar is die Jezus nu? Waarom doet Hij er niets aan? Waarom laat Hij niet eens een teken zien van Zijn almacht? Maar het is zoals Gezang 160 zegt: Geen ander teken ons gegeven, geen licht in onze duisternis, dan deze mens om mee te leven, een God die onze broed er is. Ons wordt geen ander teken gegeven dan dat aan de herders: gij zult een kind vinden, een machteloos kind, in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.

Wij vieren met Kerst de geboorte van het kind uit de hoge, maar ook van het machteloze kind van gewone menselijke ouders. Laten we er voor oppassen, dat we het niet mooier maken dan het is. We moeten niet bij voorbaat dit menselijke kind omkleden met goddelijke majesteit. Door de eeuwen heen is dit wel gebeurd. Kijk maar in de oude middeleeuwse kerken! Het had tot gevolg, dat Jezus werd vergoddelijkt en ver van de mensen af kwam te staan. Maar is het niet juist heel fijn, dat Jezus ook maar een mens is als wij zelf? En dat Hij daarom ook alles van ons begrijpt? Al ons verdriet, onze emoties, onze pijn, maar ook onze agressie en haatgevoelens, onze eenzaamheid en teleurstellingen?

Alles heeft Hij net als wij moeten ondergaan. Laten we Hem daarom koesteren, dit Kind. Geen ander teken ons gegeven dan dit mensenkind, met de naam Jezus. Maar met die Naam wordt Hij ook onze Verlosser.

Paulus zegt het zó in 2 Korintiërs 4: “Wij worden vervolgd, desondanks worden wij niet verlaten. Steeds dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijke vlees zou openbaren.” Hij bedoelt er mee, dat het pas in de ellende, in kruis en ergernis, ziekte en pijn, openbaar wordt, hoe waar Zijn Naam is: dat Hij een Verlosser is, een Helper groot van kracht. In de diepten van het menselijke bestaan wordt Jezus geboren. Maar dat maakt het echt! Dan heb je er ook wat aan! Dan ervaar je het wonder: Dat God naar je omziet en ons het geschenk van Zijn hart aanbiedt: Zijn eigen Zoon! Een mooier Kerstgeschenk is toch niet denkbaar?

Wat heerlijk zou het zijn, wanneer dit Kerstgeschenk ook ons ten deel zou vallen dit jaar. Zou het niet dan gebeuren, wanneer een mens Jezus aanneemt als zijn Verlosser? Ondanks Zijn uiterlijke menselijkheid en zwakte? Ondanks Zijn weerloosheid aan het kruis? Of moet ik zeggen: juist om Zijn weerloosheid en menselijkheid, die wij ook zo goed van ons zelf kennen? Zegt Paulus ons niet, dat geloofskracht juist in zwakte openbaar wordt?

Pas wie de zwakke machteloosheid van het kind ontdekt, zal ervaren dat Zijn naam Jezus is, Immanuël, God met ons. Moge u daaruit de kracht putten om in uw zwakte getroost en blij te kunnen leven en echt Kerstfeest te kunnen vieren.

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *