Het schip in de storm


Mattheüs 8, 23
“En toen Hij in het schip ging, volgden Zijn discipelen Hem.”

Christus in de storm, 1633, 160 x 127 cm. Isabella Stewart Gardner Museum, BostonDe discipelen volgden Hem! Hebben wij dit wel goed verstaan? Jezus ging in een schip en de discipelen volgden Hem. Het is dus niet zo, dat wij in een schip gaan en Jezus bij ons uitnodigen! Nee, zo is het niet! Jezus gaat voorop en wij hebben maar te volgen!

“Toen Hij in het schip ging, volgden Zijn discipelen Hem.” In de Kerk moet dat niet anders zijn! De Kerk mag niet onze onderneming zijn, maar altijd in de eerste plaats zijn werk. Hij gaat daarin voorop en wij mogen Hem daarin volgen. Wij mogen er bij zijn, daar waar Hij is en waar Hij spreekt en handelt. Hij wil ons er wel bij hebben, om ons te gebruiken in Zijn dienst.

Hij ging in het schip en de discipelen volgden Hem. Dat is de grondregel van de Kerk, eigenlijk van heel onze handel en wandel. God roept mensen om er bij te zijn, in de Kerk. Vaak wordt voor de Kerk de afbeelding van een schip gebruikt. Dat is niet zo verwonderlijk, omdat de Kerk net als een schip altijd onderweg is. De Kerk staat midden in de wereld, hoort eigenlijk nergens thuis, omdat iedereen er zich thuis mag voelen. Mensen van alle rangen en standen, rassen en volken, zij horen allemaal thuis in de Kerk. En daarom is de Kerk als een schip, altijd op reis. Maar het is als de tegeltjeswijsheid: God heeft u geen voorspoedige reis beloofd. De reis kan alle kanten uitgaan: in voorspoed en tegenspoed. Dat zien wij hier ook bij Jezus, “En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee.” Ja, zo iets kan gebeuren, zo iets gebeurt vaak ook in ons leven. Hoe gevaarlijk de wereld is, waarin de Kerk haar opdracht vervult, is niet altijd direct voelbaar. Er zijn ook stormen, die op grote afstand van ons verwijderd woeden: orkanen, aardbevingen, bosbranden, epidemieën enzovoort. En dat is op onze aardbol nooit anders geweest. Het is in onze wereld gevaarlijk. Mensen zijn gevaarlijk. Zij luisteren niet naar God en Zijn geboden. Satan heeft macht over hen en gebruikt mensen voor zijn dodelijke werk. Daarom is onze wereld zo gevaarlijk.

“Zodat de golven over het dek sloegen.” In deze gevaarlijke wereld met zijn grote onstuimigheid leeft ook de Kerk. Zij lijdt er onder, maar is er ook debet aan. We zouden dat graag anders hebben. De Kerk zou eigenlijk te midden van de gevaren en onstuimigheid een eiland van rust moeten zijn, een eiland van zaligheid en van vrede. Maar helaas, zo is het niet! Integendeel, alle dwalingen en leugens, alle goddeloosheid van de wereld treft ook de Kerk. Een dominee heeft daar onlangs een boek over geschreven met de aansprekende titel “Lijden aan de Kerk”. Soms is het zo erg, dat “de golven over het schip sloegen”. Alle nood, die de mensen overkomt en die ze ook zich zelf aanhalen, is ook de nood van Christenen, van de Gemeente van Christus, En dat is niet een nood, die alleen van buiten op haar afkomt, die dus anderen haar aandoen. Het zit ook binnen in de Kerk! De Kerk bestaat uit zondige mensen. Geen zonde is die mensen vreemd. Juist in de Kerk wordt die zonde pas goed duidelijk en zichtbaar. Daar wordt ons de spiegel voorgehouden: zó ben je nou! Geen wonder, dat het kwaad aan de Kerk op bijzondere wijze wordt gestraft. Veel Kerken leven daardoor in de verdrukking. En in ons eigen land: hoe moeten we de leegloop anders verstaan? Wij zijn er schuldig aan! Deemoed en schuldbelijdenis past ons meer dan ooit. Ook met Jezus aan boord kun je in stormen terecht komen, vergeet dat niet!

“Maar Hij sliep”. Dat is misschien wel het moeilijkst te verteren stukje uit de Bijbel: een slapende Jezus, terwijl de discipelen in nood zijn. Hoe velen is dat zelfde al niet overkomen? De roepstem: Waar bent u nu? Waarom slaapt U, terwijl ik U zo nodig heb? Die roepstem wordt overal gehoord. Toch is Hij in Kerk en wereld de enige redding. Alles kan gebeuren met de Kerk. Zij kan klein worden en machteloos, maar ondergaan kan zij niet. Want haar Heer is en blijft in haar midden. Wat de Kerk redt, zal dan ook nooit en te nimmer haar macht zijn, het grote getal van haar leden, hun werkkracht en enthousiasme, haar prachtige kathedralen en krachtige theologie. Wat de Kerk redt, is de hand van God, die in Jezus Christus wordt uitgestrekt naar de mensen. Alleen deze hand redt en behoedt de Kerk. Maar wat is het dan toch merkwaardig, dat daar staat “…en Hij sliep in het schip” ? Zo verborgen is dus Gods handelen, zo onzichtbaar, zo heel anders als het pronkzuchtige van mensen. En toch is Hij machtig bezig, al lijkt het dat Hij niets doet, dat Hij slaapt. Misschien moeten we het zo zien: als mens lijkt Jezus te slapen, maar Zijn godheid in Hem is wakker en waakzaam.

“En de discipelen kwamen tot Hem en maakten Hem wakker en zeiden: Here, help ons, wij vergaan.” Zeg nu niet te gauw: wat laf van ze! Het zou u ook zo maar kunnen overkomen. Als de zee rustig is, kan iedereen sturen, maar als het gaat stormen, staat wel eens de meest ervaren stuurman machteloos. In de Kerk is dat ook altijd zo geweest: in tijden van nood stroomden de Kerken vol. Denk maar aan de laatste oorlog! Juist daar, waar wij niet verder kunnen, begint Gods kracht en heerlijkheid. Ook in ons persoonlijke leven is dat zo. Je moet eerst zelf in een diep dal terecht komen om Gods heerlijkheid pas goed te ervaren. Zeg dan gerust: “Here, help ons, wij vergaan!”

En Jezus werd wakker. Hij laat Zich door ons wakker roepen! Hij zegt: “Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?” Niet bepaald verheffend voor die discipelen, maar wel heel raak. Waar Jezus wakker wordt en opstaat in de Kerk en in ons leven, daar wordt de mens heel erg klein en ook schuldbewust. Daar wordt ons gewezen op ons kleine geloof. Dat wij geen vertrouwen hebben in God, dat is ons grootste gebrek! Daar worden we gewaar, hoe bang we eigenlijk zijn! Waarom zijn we zo gauw uit het veld geslagen en moedeloos? Waarom niet eerder tot Jezus geroepen: “Heer, help me toch”? Jezus wijst ons terecht: “Waarom zijn jullie zo bang, kleingelovige mensen?Ik ben toch in jullie midden, op Mij kun je toch vertrouwen?”

“Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil.” Jezus laat zien Wie Hij is: de Machtige. Aan al het woeden van satan in deze wereld wordt een einde gemaakt! De dood heeft niet meer het laatste woord. Er straalt licht in de duisternis, alle dingen worden nieuw. Jezus staat op en bestraft de winden en de zee! “En het werd volkomen stil.” En van verwondering vroegen de mensen zich af: “Wie is toch Degene, Die dat gedaan heeft?”

Ook vandaag nog kan zo iets gebeuren. Sterker nog: het gebeurt. Het zijn allemaal getuigenissen van Hem, Die met de Kerk en ons persoonlijk bezig is. Het lijkt misschien dat Hij slaapt. We moeten Hem ook niet altijd wakker roepen, We mogen toch weten, dat Hij ons nabij is? Dat mag ons de zekerheid geven, dat we niet verloren gaan! Net als bij de discipelen.

Keren we nu weer terug naar het begin: “Toen Hij in het schip ging, volgden Zijn discipelen Hem.” Dat Hij voorop gaat en dat wij Hem volgen, dat is waar het op aan komt. Volgen is meer dan gewoon meegaan, het is in iemands voetsporen treden. Je komt op de weg, die Hij gegaan is. Niet altijd een gemakkelijke weg, soms ook een lijdensweg. Maar Hij leidt ons er doorheen, elke dag opnieuw. Dat heeft dit prachtige verhaal uit de Bijbel ons willen leren.

Jezus, ga ons voor
Op het levensspoor;
Doe ons als getrouwe leden
Volgen U op al Uw schreden;
Voer ons aan Uw hand
Tot in ’t Vaderland.

Richt ons leven lang,
Jezus, onze gang;
Voert Gij ons op ruwe wegen,
Geef ook daar Uw hulp en zegen;
En aan ’t eind der baan,
Laat ons binnen gaan.

Gezang 222 Herv. Bundel

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “Het schip in de storm