Het lied van de herder


Psalm 23

Schaap in gras aan het waterDe Heere is mijn herder, ik zal geen gebrek hebben,
Hij doet mij nederliggen in grasrijke weiden.
Hij voert mij aan wateren der rust,
Hij geeft mij verkwikking,
Hij leidt mij in rechte sporen
Ter wille van Zijn naam.
Zelfs wanneer ik ga in een donker dal,
Zal ik geen onheil vrezen,
Omdat Gij bij mij zijt;
Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht
Tegenover mijn tegenstanders;
Gij maakt mijn hoofd vet met olie.
Mijn beker stroomt over.
Voorzeker achtervolgen mij geluk
En goedgunstigheid
Al de dagen van mijn leven.
En ik woon in des Heren huis
Tot in lengte van dagen.

Bekend is deze psalm, bekend is ook het beeld van de Herder: God, Die de mensen hoedt en verzorgt zoals een herder zijn schapen weide geeft. Hij doet ze neerliggen in grazige weiden.

Dit doet heel veel denken aan wat Jezus gezegd heeft over de goede Herder in Johannes 10. En ook aan wat Hij Zelf gedaan heeft: de goede Herder zet Zijn leven in voor zijn schapen. Hij kent zijn schapen bij name, en de schapen horen naar zijn stem en hij voert ze naar buiten. Wanneer hij zijn eigen schapen allemaal naar buiten heeft gebracht, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat zijn zijn stem kennen. (Joh. 10, 3 en 4).

Naast het beeld van de herder, vinden we in onze psalm ook nog de beelden van de gids en de gastheer. “Hij leidt mij in de rechte sporen, ter wille van zijn naam. Zelfs wanneer ik ga in een donker dal, ik vrees geen kwaad, omdat Gij bij mij zijt; Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.” Met dat donkere dal wordt heel concreet het doodsdal bedoeld. De Oude Vertaling spreekt dan ook van “dal der schaduwe des doods”. Hij is een goede Gids, Die mij zelfs door de dood heen bij mijn bestemming brengt! Het leven haat dikwijls langs veel kromme sporen, toch gaat het naar Zijn doel, om Zijns naams wil.

“De Heer is mijn Herder, ‘k heb al wat mij lust…”

Toch ligt hier voor ons een moeilijkheid! Als God onze Herder is, dat heeft men toch niet alles wat men lust! Ik bedoel: dan gaat het toch niet alles van een leien dakje. Dat bewijst het leven van alle dag wel zonneklaar. Maar dat bedoelt de dichter ook niet, denk ik. Als God zijn herder is, dan heeft hij al wat hij nodig heeft. Immers: heeft hij niet eigenlijk maar één ding nodig: GOD? En aan die God mag hij zich volledig toevertrouwen!

Dat geldt ook voor ons. En dan ontvangen we de belofte van het tweede deel van de psalm:

“Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenstanders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker vloeit over.”

God overlaadt ons als een goede Gastheer met weldaden. De Psalmdichter getuigt hier van een rijk leven met zijn God. De grazige weiden, waar de Herder mij brengt, en de maaltijd, waarmee de Gastheer mij verzorgt, getuigen van Gods nimmer aflatende zorg voor ons. Als de mens dat ervaart, dan voelt hij zich gelukkig en vredig en rustig. Hij voert mij aan wateren der rust, Hij geeft mij verkwikking. Heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven! Ik woon in het huis van de Heer tot in lengte van dagen!

Water is heel belangrijk voor het leven van de mens. Voor de dorstige ziel is er water. “Kom tot de bron van het levende water en Ik zal u water putten. Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” (Joh. 7, 38).

In al deze teksten spreekt Jezus van de Geest als het levende water. Water en geest staan borg voor het echte leven uit God en tot God. Is dit ook niet de rijkdom van de Heilige Doop? Rust en verkwikking, waar onze Psalm heenleidt, mogen we nog ervaren in de kerk en de kerkdienst:

“Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot
O Heer der legerscharen, God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen!”

Psalm 84, 1

Wat jammer toch, dat dit vandaag nog door zo weinig mensen beseft wordt! In het jachtige rusteloze leven heeft de mens juist zo’n plekje van rust en vrede nodig, als een soort voorbode van de hemelse zaligheid,. God wil ons daartoe het onderpand geven in Woord en sacrament, als een voorschot. De Psalmdichter kende dat: “Ik zal in het huis van de Heer verblijven tot in lengte van dagen.” Hij hield van zijn kerk (de tempel), waar God woont en Zijn heil toebereidt voor degenen, die Hem liefhebben. “Voorzeker achtervolgen mij geluk en goedgunstigheid”. Het is één en hetzelfde gebeuren: geluk en goedgunstigheid, het één hoort bij het ander. God is trouw aan wat Hij ook aan ons is begonnen. Dat is Zijn goedgunstigheid, waaruit het geluk van de mens voortvloeit.

Ik weet wel, voor veel mensen is dat tegenwoordig anders. Zij verkeren in de waan juist dan gelukkig te zijn, als zij zo min mogelijk merken van Gods bemoeienis. Zij hebben God voor hun leven niet nodig. Nu is het maar de vraag of je dan ook echt gelukkig bent. Je kunt je wel gelukkig voelen natuurlijk. Een mens is al gauw gelukkig, bij een beetje liefde en gezelligheid. Maar als ’t dan tegen zit, raken we de kluts kwijt en is het geluk verdwenen. Is dat dan geluk? Nee toch! Eigenlijk niet. Het heeft geen houvast, geen wortels, het beklijft niet. Maar geluk tegen de druk in, wat we normaliter “ongeluk” zouden noemen, dat is pas echt geluk! Een mens, die gehandicapt is, wordt vaak “ongelukkig” genoemd. “Ze hebben een ongelukkig kind” zeggen we dan, of: “hij loopt ongelukkig”. Maar zit het wel in je gezondheid of materiële welvaart of je gelukkig bent? De dichter weet wel beter: “Heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven…” dat is: in voor- en tegenspoed, in ziekte en gezondheid, in rijkdom en armoede! Wie Gods trouw kent, die heeft geluk. Kennen in de Bijbel betekent: uit ervaring kennen, in de omgang met iemand anders kennis opdoen. Zoals van een jongen en een meisje gezegd wordt, als ze verkering hebben: zij (of hij) heeft kennis. Zo is ook het kennen van God. Hij heeft omgang met ons en wij hebben omgang met Hem. Wie dat beleeft, die heeft geluk! Maar dat betekent ook dat je bedacht moet zijn op het omgekeerde: veel mensen zijn diep ongelukkig, ook al lijken ze van buiten heel voorspoedig en gelukkig.

Daarom: houdt goede moed en bidt of God u in Zijn spoor mag houden en waarachtig geluk mag geven. We zeggen wel eens: “In moeilijkheden en tegenslag leer je je echte vrienden kennen”. Nou, dat geldt zeker voor God en de mens die Hem vertrouwt.

God kent alleen het naaste pad,
Dat uitloopt op de hemelstad;
Hij weet, wanneer in ons gemoed
Of smart of blijdschap voorveel doet.

Komt treên wij dan bemoedigd voort
In vast vertrouwen op Zijn Woord!
Hoe moeilijk ons de weg ook schijnt,
Het eind zal zeker zalig zijn!

Gezang 196, 4 en 9 (Oude Bundel)

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “Het lied van de herder

  • Trijnie

    Prachtig deze overdenking.
    Ik heb iets met deze Psalm.
    Ik kom heem overal tegen, deze psalm achtervolgt mij als het ware.
    Beter gezegd, deze psalm begeleidt mij.
    Dank voor deze woorden!
    Trijnie

  • ds.Kroes

    Beste Trijnie,
    Fijn, dat je iets met deze psalm hebt. Ik ook. Vooral de beginregel van het laatste vers: komt,treên wij dan bemoedigd voort! Je mag moed en troost putten uit Gods liefde. En wat hebben we dat soms nodig! Ik wens je ook heel veel moed toe! Hart.Groet, ds.Kroes.