De storm op het meer


Marcus 4, 39-40
“Zwijg, wees stil! …hoe hebt gij geen geloof ?”

Storm op het meerIn de stormen van het leven wordt het geloof beproefd. Dat hebben we zelf wel meegemaakt, niet waar?

Je staat aan het begin van je leven en je gelooft best wel. Misschien heb je belijdenis gedaan, je bent in de kerk getrouwd, zoals het allemaal hoort. Net als de discipelen. Het schip gaat van wal en ze nemen Jezus in hun schip mee. Met Jezus aan boord, wat kan er dan nog gebeuren? Dat wordt een goede reis, daar mag je best wel vertrouwen in hebben. Wie Jezus volgt, is met Hem scheep gegaan. Of moeten we zeggen, dat Jezus met hem of haar scheep gegaan is? De discipelen hadden er best zin in. Na al die drukte op het land, met zo veel mensen die bij Jezus kwamen, was het goed uitrusten op de zee.

Maar ja, het gaat niet altijd zoals je het gedacht en gewild had. Van het concert des levens heeft niemand het program. Plotsklaps zijn daar de stormen Op het meer van Galilea kan het zo maar ineens gaan spoken, als de wind neervalt. Je rekent er niet op, het is er zo maar ineens. En het is zo erg, dat de golven over het schip heenslaan. Het water komt de discipelen aan de mond.

“Als op ’s levens zee de stormwind om u loeit….” dichtte Johannes de Heer, “tel uw zegeningen, tel ze één voor één!” Nou, vergeet dat maar. Daar ben je eerst nog lang niet aan toe! Integendeel, je kunt wel razen en vloeken, en je doet het in je broek van angst.

Zo is het u misschien ook wel eens vergaan. Het is zo heel menselijk. De discipelen laten het ons hier zien, wat er dan gebeurt. Ze staken van wal, ze hadden er echt zin in. Ze lachten elkaar toe. Toen draaide opeens de wind en het kalme water werd een kokende zee. En het gekke was: Jezus lag daar op het stuurmanskussen te slapen, alsof er niets aan de hand was. Om razend van te worden! In plaats van dat Hij het roer grijpt, ligt Hij nog in de weg ook! Zij maar bidden en schreeuwen om hulp, maar Hij hoort het niet eens, Hij slaapt gewoon door.

Het is een ervaring, die veel mensen in hun leven hebben opgedaan, u misschien ook wel. In Psalm 44 overkomt het een heel volk, toen het in de storm terecht was gekomen. De vijand heeft hen vernietigend verslagen, ze zijn verpletterd. En dan brult de Psalmdichter: “Waak op! Waarom slaapt Gij, o Heer? Ontwaak!” Hij klaagt zijn nood: “Waarom verbergt Gij Uw Aangezicht, vergeet Gij onze ellende en verdrukking?” Dat is misschien wel het ergste, als de storm z’n kop op steekt in ons leven, dat het is alsof Jezus slaapt, God ons niet hoort. God ligt van ons niet wakker! Dat is een vreselijke ervaring. Je kunt het niet begrijpen. Toch is het zo, Calvijn had daar ook al moeite mee. Hij schrijft in zijn commentaar op deze plaats: “Het lijkt alsof Jezus slaapt, maar dat is niet zo. Zijn lichaam is in rust, maar Zijn Geest waakt over ons, kijk maar: Hij laat Zich wakker maken en stilt de storm.” Ja, dat klinkt goed. We zouden hem ook heel erg daarin bijvallen: was het maar! Wij zouden hetzelfde zo graag zelf willen meemaken. Maar u weet het: het gaat meestal niet op. Je kunt bidden en schreeuwen, Jezus wordt toch niet wakker. Hij staat niet op in je leven om de storm te bezweren. Je voelt je van God verlaten, eigenlijk: in de steek gelaten. En dat betekent voor ons een enorme ontgoocheling! Je was immers van wal gestoken in je leven in het volste vertrouwen, dat Jezus aan boord was en je altijd zou helpen. Je had toch niet gedacht aan zulke stormen als ernstige ziekte, handicap of rouw?

Maar dan is daar toch die storm plotseling, zo maar. En u kunt er zeker van zijn, dat die storm door de discipelen werd beschouwd als een oordeel van God. Iedereen dacht toen zo, en vandaag denken nog velen zo. Mensen hebben we de neiging God van alles in de schoenen te schuiven. Maar zo is het toch niet. We moeten ons ook zelf eerst eens afvragen, of wij er soms zelf schuld aan hebben.

De discipelen hebben daar natuurlijk helemaal geen tijd voor. Hun leven staat op het spel! Waar blijven ze nu met hun geloof? ’t Is goed aan het wankelen gebracht, zoals meestal, wanneer de nood in het leven komt. Als de mens in nood komt, komt ook het geloof in nood. Reken maar! Ze raken hun vertrouwen in de Heer kwijt. Het water loopt al over het dek, en de Heer slaapt maar door. Wat doet een mens dan, in zijn nood? Hij gaat schreeuwen uit angst: Help mij toch! Waarom trekt U Zich niets van mij aan! Ongeloof en verwijt aan het adres van Jezus. Nog altijd gebeurt dit bij mensen, die de dood in de ogen zien. Wij weten dan niet meer wat te zeggen. Pure paniek. We schudden de Heer wakker en we verwijten Hem dat Hij egoïstisch is! Zeg nu niet, dat ze in Hem geloofden en dat ze wel wisten dat Hij hen zou helpen. Dat ze Hem dus wakker maakten uit puur geloof! Nee, zo is het niet. Ze doen het uit angst en onmacht, ongeloof en wantrouwen, agressie en boosheid. En dat is heel erg, dat we zo met de Heer omgaan. Jezus wakker maken, betekent dat wij geforceerde pogingen doen om Hem in onze nood te betrekken. We trekken Hem binnen in onze levenskring, in onze misère, en maken Hem zelfs daarvoor verantwoordelijk. Wie is er hier nu egoïstisch: de Heer of wij zelf, die zo heftig te keer gaan?

Is het niet een wonder, dat het soms toch nog effect heeft? Ook hier, bij de discipelen. Maar van al die mensen, die zijn omgekomen in een storm, hoor je nooit meer iets. Hooguit, dat ze te weinig geloof hebben gehad! Hier laat Jezus Zich wakker roepen en Hij neemt het de discipelen nog niet eens kwalijk ook. Hij staat op en zegt tegen de wind en de golven: “Zwijgt, weest stil!” En de wind gaat liggen en het water wordt kalm en de discipelen zinken uitgeput neer op de roeibanken. Ja, zeggen we dan, zie je wel: wie maar volhardt in het gebed, krijgt wat hij hebben wil. Wie klopt, wordt opengedaan! Ja, dat is waar, maar ook niet waar. Inderdaad wordt hier de storm gestild, maar tegelijk stelt Jezus ons met de discipelen onder kritiek: “Waarom zijt gij zo bevreesd, hoe hebt gij geen geloof?”

De storm wordt niet gestild, omdat de Heer ons dan maar tegemoet zal komen om van het gezeur af te zijn. Nee, onze Heiland is geen slappe moeder, die het zeurende kind tenslotte maar z’n zin geeft. Het is ook niet de beloning van het geloof van de discipelen. De storm wordt alleen maar gestild als een teken van Jezus’ macht, om te laten zien Wie Hij is: dat Hij de Messias is! Het is beslist geen uitvloeisel van het geloof van de discipelen, eerder het tegendeel: een teken, dat de discipelen nog eens tot geloof zullen komen! ’t Is voor de discipelen geen overwinning, eerder een nederlaag. Wij moeten daarom niet te gauw zeggen: zie je wel, wie gelooft wordt behouden! Jezus behoudt hier juist mensen, die niet geloven! “Hoe hebt gij geen geloof?” Hoe is het mogelijk, dat jullie nog geen geloof hebben? Ik ben al zo lang bij jullie en jullie hebben al zo veel van Mij gezien en gehoord en toch geloven jullie nog steeds niet! Goed, dan zal Ik dit er nog bij doen, misschien dat jullie nu gaan geloven en de mensen later ook, raak dan ook niet zo in paniek, als er een storm in je leven komt!

Wat moeten wij daar nu mee aan? Misschien hebt u het ook wel eens meegemaakt, dat Jezus u door een storm geholpen heeft en u daarmee heeft voorbereid op een volgen de storm? Vast wel. Als dan die andere storm opsteekt in je leven, kun je er beter tegen. Misschien dat we dan Jezus kunnen laten slapen. “Al staat de zee ook hol en hoog en zweept de storm ons voort, Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord……” Dan zal het er om gaan, dat we niet in paniek raken, maar dat we ons herinneren, hoe de Heer wel vaker in ons leven storm heeft gestild, zodat het weer volkomen stil werd. Dat is het geloof, waartoe de Heer ons brengen wil, met vallen en opstaan,. Wij, die met Jezus van wal zijn gestoken, moeten ons niet uit het veld laten slaan door een of andere storm, die opsteekt. “Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord en het veilig strand voor oog”.

De woorden van Psalm 121 laten dit zo duidelijk horen: “Zie, mijn Bewaarder zal niet sluimeren, Hij zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid. Uw voet zal niet wankelen!” De uitgang is “uit de moederschoot”, de in gang is “in de dood”. Het gaat dus om de totaliteit van het leven, waarin God ons bewaren zal. Om dat te bevestigen stilt Jezus de storm. De zee is de macht van de chaos, de macht van satan, de macht van de dood. “Dood, waar is uw prikkel thans?” (1 Kor.15, 55).

Jezus is overwinnaar!

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *