Bij de mensen is dit onmogelijk…


…maar bij God zijn alle dingen mogelijk!

O grote God,
Ik weet niet hoe U er uit ziet,
Ik weet ook niet waar U bent.
Maar toch weet ik heel zeker,
Dat U bij mij bent.
En dat ik alles tegen U kan zeggen.
Ik weet ook heel zeker
Dat U van me houdt
En alles voor  mij over hebt.
En daar ben ik zo blij om, God,
Want ik voel me vaak zo slecht
En ik ben ook vaak zo bang.
Er gebeuren zulke erge dingen in de wereld
En de mensen zijn vaak zo gemeen
Tegen elkaar en  tegen U!
En er zijn zo veel mensen en dieren
Die pijn moeten lijden.
O God, helpt U ze toch
En maak deze wereld weer heel mooi
Zoals hij vroeger geweest moet zijn
In het paradijs.
God, geeft U ons een goede dienst
Met elkaar
En laat ons alstublieft merken
Dat U bij ons bent.

Amen.

Schriftlezing Mattheüs 19, 26

Kerk DongenIemand, die Jezus als schriftgeleerde beschouwt, vraagt wat voor goeds hij moet doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven. Voor een Jood klonk deze vraag heel gewoon. Het eeuwige leven was immers voor hem een werkelijkheid, waar je naar toe leefde. God had het beloofd aan alle mensen, die goed en rechtvaardig waren. En dat waren dus de mensen, die Gods geboden nauwgezet onderhielden. Zij zouden vast en zeker de “olaam habba” ontvangen, dat is het leven van de toekomende eeuw, het heerlijke leven van Gods Koninkrijk. Het zou komen, wanneer de Messias Zijn werk op aarde volbracht zou hebben. Elke rechtgeaarde Jood keek daar naar uit!

Zo gek was die vraag dus nog niet van die man die Jezus vroeg: “Wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?”  Welke maatstaf moet ik daarbij aanleggen? Wat moet ik minstens doen? De man dacht, dat hij daar zelf voor moest zorgen, een soort optelsom van goed en kwaad. Maar zo is het niet, wij weten dat wel. “Het is voor een mens moeilijker uit zichzelf het Koninkrijk binnen te gaan dan het voor een kameel is om door het oog van een naald heen te gaan!” Zo heeft Jezus ons ergens anders voorgehouden. Hij zal de man dan ook wel meewarig aangekeken hebben. “Tjonge, wat praat je toch over goeds, over je eigen goede daden! Er is er maar EEN, die werkelijk goed  en rechtvaardig is, en die ENE is God Zelf!”

En dan gaat Jezus verder. Hij is toch wel begaan met die man, die zo z’n best doet om bij God in een goed blaadje te komen. “Kom, laten we nu niet praten over het goede in een mens, want u weet toch wel dat u de geboden van God moet onderhouden om het leven in te gaan?”

Gebod is in het Hebreeuws “Mitswah” en het aardige is dat dit woord hetzelfde betekent als wat de vraagsteller met het “goede” aanduidde: aalmoezen geven en zo. Jezus gebruikt hier dus een woordspeling. De man vroeg naar het goede van de mens, Jezus wijst op het gebod van God, het goede van God. Voelt u de fijne nuance? Alsof de Heer er de man heel fijntjes op ,wil wijzen dat het niet gaat om eigen werk, maar om dat van God. Doe gewoon wat God van je vraagt!

Hiermee kon het gesprek afgelopen zijn. Maar de man in kwestie voelt zich natuurlijk een beetje neergezet door zo’n terechtwijzing van Jezus. Daarom reageert hij kortaf: “Welke? Welke geboden?” Alsof ie dat nog niet wist! Jezus houdt hem dan natuurlijk de tien geboden voor, vooral de laatste, die gaan over de intermenselijke verhoudingen. Hoe je als mensen met elkaar om dient te gaan: je ouders eren, niet stelen, niet liegen en geen overspel plegen, kortom je naaste liefhebben als jezelf. “Ja maar, natuurlijk, dat heb ik allemaal gedaan, wat denkt u wel? Wat ontbreekt er dan nog aan om het eeuwige leven binnen te gaan?”

Hierop gaat Jezus een beetje ironisch in: “Nou, dan  is ’t dus allemaal in orde met u, maar uw wilt nog meer? U wilt volmaakt zijn net als God? U meent het dus werkelijk, als u spreekt over het “goede”, u wilt even goed zijn als God? Welnu, dan ontbreekt u nog maar één ding: alles ter verkopen en het geld aan de armen te geven en Mij te volgen!”

Gemeente, dat is nogal wat! De man moet alles er aan geven. Heel z’n hebben en houden, zijn zo zorgvuldig opgebouwde status. Al z’n zekerheden ook! En dan –arm en naakt- Jezus volgen. “Volgen” heeft hier een bijzondere betekenis. Het is niet –zoals wij zeggen- met iemand meegaan, iemand volgen. Nee, het betekent veelmeer letterlijk “in iemands voetstappen treden”. Je identificeren met de persoon, achter wie je aangaat. Begrijpt u? Een mens die Jezus volgt doet net als Hij, lijdt ook net als Hij en wordt verheerlijkt net als Hij. Dat laatste willen we wel. Die rijke man ook, hij wilde graag het eeuwige leven beërven. Maar wat daaraan voorafgaat…dat je jezelf ten offer geeft en lijden moet voor God en de mensen en van alles afstand moet doen, dat is heel moeilijk, dat is wel erg veel gevraagd!

Onze rijke man gaat verdrietig weg, Want hij was rijk. Zou Jezus dat geweten hebben? Vast wel, het was de man aan te zien: goed verzorgd, rijk in de kleren, gouden ringen, u kent dat wel. Hij gaat weg. Het offer, dat Jezus van hem vraagt, kan hij niet opbrengen. Het is een te grote opgave. En toch eigenlijk ook zo gemakkelijk: weg die boel en achter Jezus aan! Maar ja, zouden wij dat kunnen? Als je net als die man was: jong, gezond en rijk? De opoffering is voor hem die veel bezit het grootst. Daarom is het ook voor een rijke zo moeilijk het Koninkrijk van God binnen te gaan, net zo moeilijk als voor een kameel om door het oog van een naald heen te kruipen, zo heeft Jezus gezegd.

Dan slaat de discipelen de schrik om het hart. Ze hadden altijd gedacht, dat de rijke het gemakkelijk had. Die kon immers veel geven, veel goeds doen, liefdadigheid en aalmoezen en zo. Zo’n rijke hoefde ook niet te werken en had daardoor alle tijd om te gaan bidden en over Gods Woord na te denken. Als ’t voor een rijke al zo moeilijk was, wie kon er dan behouden worden?

Jezus zag hen aan en sprak: “Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk!”  Mensen kunnen dit niet, het blijft allemaal stukwerk, al doe je nog zo goed je best. Maar gelukkig, wat bij mensen niet kan, kan gelukkig nog wel bij God! Bij God zijn alle dingen mogelijk! Wij denken zo gauw veel te menselijk, maar we moeten meer onze harten opheffen tot God, Die zo veel hoger en zoveel anders is dan wij mensen. Prof. v. d. Beek heeft deze week in het Nederlands Dagblad ook uitgelegd, dat het daar precies om gaat, waarom hij niet aanvaarden kan dat de mens letterlijk “naar het beeld Gods” geschapen is. De mens zou dan te gauw goddelijke trekken krijgen! Maar dat is de mens niet, een godje. De mens is mens en God is God, en dat is een wereld van verschil!

Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

De Heer kijkt naar de mens vanuit het perspectief van God. Bij God zijn alle dingen mogelijk, daarom is ook jullie zaligheid bij Hem in goede handen. Zelf kan de mens dat niet, zorgen voor z’n redding, Maar God kan dat wel en doet het voor hem. Het eeuwige leven beërven is pure genade, een geschenk van God. God schenkt  ‘t  aan Zijn mensen, niet omdat ze zoveel goeds gedaan hebben, maar omdat Hij zo goed is en zoveel van ons houdt.

“Ja”, zegt Petrus, “dat begrijp ik”. Welnee, hij begreep er nog niets van! Hoor maar: “Wij hebben toch alles prijs gegeven, wat staat óns nu te wachten?” Tjonge, Petrus, heb je ’t nou nog niet begrepen? Hij draait nog rond in het kringetje van het ikke ikke en  nog eens ikke. Wat zijn zij toch goed geweest, die discipelen! Zij hebben tenminste alles losgelaten en zijn Jezus gevolgd, terwijl die rijke jonge man… “Niet omdat je alles prijsgegeven hebt, Petrus, niet om het offer dat jij gebracht hebt, zul je zalig worden, maar alleen omdat je Mij gevolgd bent… breng Ik Mijn levensoffer voor jou en daarin zul je behouden worden!” Niet de daad van het eigen prijsgeven geldt, maar de daad van Gods prijsgeven van Zijn Zoon. Wat Petrus en de anderen prijsgegeven hadden was niet meer dan het opruimen van wat hindernissen!

“Voorwaar, Ik zeg u, jullie die Mij gevolgd zijn, zullen in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten…”

En zo krijgen de discipelen toch nog een heerlijk vooruitzicht. En dat valt ook ons ten deel, als wij Hem maar volgen!

Kerk DongenDe rijke jongeling is iemand die we zo goed kunnen begrijpen, in wie we best ons zelf kunnen herkennen. Ook wij vragen ons zo dikwijls af: wat moet ik toch doen om een goed Christen te zijn? Hoe kom ik in de hemel? E daarom is het zo fijn dat we vandaag deze boodschap mochten horen. Dat we niet ongerust hoeven te zijn, als ons leven soms een puinhoop leek. Dat ons behoud gelukkig niet in onze handen ligt, in wat wij gedaan hebben, maar in Gods handen. Waar wij struikelen of vallen, daar richt Hij ons weer op. Waar wij niet een offer kunnen brengen, daar brengt God Zijn offer. Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.

Wie kan dan behouden worden? U, ik? Ook wij horen Jezus’ stem vandaag en Hij ziet ons daarbij aan: “Bij de mensen is dit onmogelijk, maar wees gerust: bij God zijn alle dingen mogelijk, ook het behoud van uw leven!”

Tenslotte: alles weggeven? Ik denk niet, dat God dit van ons vraagt. Maar we moeten wel met alles wat we hebben zó leven, dat we er afstand van kunnen doen, als het nodig mocht zijn om God te dienen of er de naaste mee te helpen. En dat is al moeilijk genoeg! Rijkdom op zichzelf is niet kwaad, maar dat mensen het verkeerd gebruiken, alleen maar voor zichzelf. De rijke jonge man kon ik er niet los van komen. U en ik wel?

Amen.

Heer, onze God, dank U wel
Dat we hier mochten zijn
In de kerk
Om te zingen en te bidden
En te luisteren
Naar wat U ons te zeggen had.
Dank U wel, God,
Voor ons leven en
Voor alles fijne dingen
Die we mogen beleven
En ook  mogen bezitten.
Geef, Heer,dat we ’t niet
voor ons zelf houden,
maar het kunnen delen met anderen
die niet zo veel hebben als wij.
Wij bidden U om Uw hulp
Voor al die mensen in de wereld
Die arm zijn:
Dat zij door U getroost mogen worden.
Ook voor de rijken bidden wij U:
Dat zij hun rijkdom zo beheren
En gebruiken,
Dat anderen er door geholpen worden.
Wij weten het, o God,
Dat U alles kunt
En dat tenslotte alle dingen
In Uw handen liggen.
Dank U!

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Bij de mensen is dit onmogelijk…