Luther XXII – Lees de geschriften van Maarten Luther


“Ga heen tot Mijn broeders en zeg tot hen: Ik vaar op tot Mijn Vader en tot uw Vader, tot Mijn God en tot uw God’ (Johannes 20:18, weergave 1530).

In deze christelijke broederschap heeft de ene broeder niet meer dan de andere. Het is echter wel waar dat ik en u dit niet zo kunnen vasthouden en geloven als de heilige Petrus, maar toch bezitten wij één en dezelfde schat. Twee mensen kunnen samen één portemonnee met geld hebben, hoewel de ene mens zwak is en de andere sterk. Het maakt evenwel geen verschil of de zwakke hand of de sterke hand de portemonnee vasthoudt. De huichelaars houden het voor hoogmoed als ik zeg dat ik de heilige Petrus gelijk ben en met hem hetzelfde geloof heb. Het is echter de ware nederigheid als ik mijzelf geen en Christus alle eer geef. Wat zij doen, is hoogmoed en ondankbaarheid, namelijk dat zij aan hun werken willen toeschrijven wat zij aan Christus moesten toeschrijven. Het is toch geen hoogmoed als ik aanneem wat mij geschonken wordt? Als ik een geschenk niet aanneem, maar het veracht, dat is veel eerder hoogmoed te noemen! Op die manier is het ook geen hoogmoed als een bedelaar een jas aanneemt van iemand die kleding genoeg heeft. Zo zegt Christus ook: “Vrees niet, gij kleine kudde, want het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven”. (Lukas 12:32). Hij wil het u geven! Houd de zak maar op en ontvang wat Hij u geven wil en graag geeft. Een bedelaar zal vast niet weglopen als men hem een stuk brood wil geven. Loopt hij echter wel weg, dan moet men niet zeggen dat hij dit uit nederigheid gedaan heeft.

Anhang zu den Predigten des Jahres 1530, vgl. WA 32, 550, 31 – 551, 9

Door lijden tot heerlijkheid

Altijd scherp ik u in en herinner u eraan dat de woorden van de Heilige Schrift, woorden van geloof, hoop en liefde zijn. Daardoor worden we in Christus onderwezen, zodat we niet in iedere angst en vrees vallen en ondergaan. Dit Woord immers – zoals de apostel in Romeinen 15:4 zegt – is tot onze lering en troost geschreven, opdat wij door geduld hoop zouden hebben. Het is echter heel moeilijk en een werk van Gods genade dat men gelooft. Dit betekent: dat God ons het hoofd opheft en ons kroont midden in de aanvallen van dood en hel, namelijk dán als de uitkomst verborgen is, en ons niets anders voor ogen staat dan uiterste wanhoop en een God Die niet schijnt te verlossen.

Op die manier worden wij onderwezen om tegen hoop op hoop te geloven (Romeinen 4:18). Deze wijsheid van het kruis is in onze dagen bovenmate zeer verborgen in een diep geheimenis. Toch is er geen andere weg naar de hemel dan door dit kruis van Christus! Daarom moeten wij op onze hoede zijn dat niet het leven van doen en laten, met haar werken, én het beschouwende leven met haar overdenkingen, ons zouden bekoren. Zowel het een als het ander is heel lieflijk en rustig – daarom echter ook gevaarlijk! Dit is dan ook de reden dat dit leven altijd door het kruis ingetoomd en door tegenheden verstoord moet worden. De weg van het kruis echter is aller-pijnlijkst. Zalig de mens die dit verstaat.

Operationes in Psalmos, 1519-1521, vgl. WA 5, 84, 34 – 85, 5, (volgens weergave W 2, 4, 318).

N.B. De afbeelding en de tekst zijn mij ter beschikking gesteld door dhr.H.C.van Woerden.

Hij schreef mij het volgende: “Mag ik mij even voorstellen: ik ben H. C. van Woerden (Lunteren) en besteed veel tijd aan het vertalen van Luther uit het oud-Duits. Bij voorkeur uit geschriften die nooit in het Nederlands verschenen zijn. Verder houd ik een distributielijst bij voor het mailen van Luthercitaten aan belangstellenden. Luther staat nu toch al sterk in de belangstelling wegens het opkomende herdenkingsjaar van de Reformatie in DV 2017.

Wilt u regelmatig een tekst van Luther ontvangen, ga dan naar http://www.maartenluther.com of stuur een bericht naar  info@maartenluther.com

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *