Bij het nieuwe jaar: Hoe veel te meer!


Mattheüs 7, 11
”Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoe veel te meer zal uw Vader in de Hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.”

biddend

Als we dit woord van Jezus horen, kunnen we denken aan drie vlakken. Het eerste vlak, het laagste en donkerste, is: “gij, die slecht zijt”. Boven dat donkere vlak zie ik een ander, wat lichter gekleurd, vlak: “Gij weet toch uw kinderen goede gaven te geven”. En daar weer boven uit zien we het derde vlak, helemaal licht: “Uw Vader in de Hemel zal goede gaven geven aan degenen, die Hem daarom bidden.”

Laten we beginnen met een kijkje te nemen in het eerste vlak. Wat klinkt dat somber: “Jullie, die slecht zijn”. ‘t Ergste is, dat Jezus dat tegen ons zeggen moet. Tegen de omstanders in de eerste plaats, maar ook tegen u en mij is dit woord gericht. Als nou een ander dat zegt, och, wat geef ik er om? Er wordt zo veel gezegd! De mensen zijn boos en slecht. Ik zou het nog kunnen beamen ook. De mensen en de wereld zijn inderdaad slecht en verdorven. Daarom is er ook zo veel troep en onrecht in de wereld. Natuurlijk zou ik zeggen: je hebt gelijk! De mens is boos. “Homo homini lupus!” De ene mens is voor de ander een wolf! Egoïsten zijn we, anders niet. De psychologie van onze tijd doet daar nog een schepje boven op. Iedere mens leeft op een beerput, dat is het onbewuste. Een soort van moeras, waaruit allerlei giftige dampen opstijgen. Een donker gebied, waaruit de meest smerige wensen en gedachten omhoog komen. In oude sagen wordt verteld van klokken, die op de bodem van moerassen liggen en nooit naar boven kunnen worden gebracht. Maar vaak, als het ‘s nachts stormt, beginnen die verzonken klokken te luiden. In Zeeland denken we dan aan het verdronken land van Reimerswaal-Saeftinge op Westerschouwen. Zoals het met die klokken is, zo is het ook met verlangens en boze wensen, die we in ons bewustzijn hadden weggestopt. “Weg met jullie, smerige gedachten!” Maar zij komen toch weer ineens naar boven en kunnen zich dan behoorlijk laten gelden! Zo kun je best de stelling verdedigen, dat de mens boos is. Toch is dit ook een stelling, die bestreden kan worden. Ik moet dan denken aan de oude tegenstelling tussen de kerkvaders Augustinus en Pelagius, in de derde eeuw na Christus. Pelagius beweerde, dat de mens een vrije wil heeft en van nature goed is. Augustinus hield vol, dat de mens gebonden is aan het kwaad. Heel veel later heeft de Franse wijsgeer Rousseau ons voorgehouden: “retour á la nature”. We moeten terug naar de natuur, want die is goed. Wat we dan met overstromingen en zo moeten doen, daar praatte hij dan maar niet over! Toch was menig theoloog uit vorige generaties er van overtuigd, dat de mens zo slecht nog niet was. Dat zijn ziel was als een munt, wel met stof bedekt, maar waarvan de beeldenaar toch in tact was gebleven, als het stof er maar vanaf werd geveegd. En vandaag zijn er nog veel mensen – ik denk wel de meesten – die zouden beweren: “Ach kom? De mens slecht? In elk mens zit toch ook iets goeds!”

Op dat punt valt er dus nog heel wat te redeneren. Trouwens, ik heb ook mensen van goed orthodoxe huize de hele avond in zware termen over de absolute verdorvenheid van de mens horen praten en zuchten, terwijl toch niet merkbaar was dat hun kopje koffie, dikke sigaar en borreltje er iets minder om smaakten. Dat is dus allemaal maar de buitenkant. Je praat er over, maar het raakt je niet echt. Maar nu komt Jezus tot ons en zegt het recht op de man af: “JE BENT SLECHT!“ Daar schrik je toch wel even van, u niet? Want als Hij het zegt, dan moet het toch wel waar zijn. Hij, die Zelf geen zonde heeft gekend noch gedaan, Die altijd bezig was met de dingen van Zijn Vader, Die gehoorzaam was tot in de dood en Zich offerde voor de mensen. Als Hij dat tot mij zegt, dan voel ik me staan op een donker hellend vlak. Daar staan we dan met z’n allen!

Maar Jezus Woord brengt ons ook op het tweede vlak: een opgaande lijn ”Jullie, die slecht zijn, weten toch goede gaven te geven aan jullie kinderen.” Onder het puin van de menselijke boosheid ontdekt Jezus toch nog iets goeds in de mens. Hoe slecht we ook zijn, er zijn toch slechte dingen, die we niet kunnen doen. Een vader kan onmogelijk, als zijn hongerige kind hem om brood vraagt, hem een steen geven, en als hij om vis vraagt, hem een slang geven. Een vader zou nog liever het brood uit zijn eigen mond sparen dan zijn kind honger zien lijden, is ‘t niet? Het spreekt toch vanzelf, dat ouders voor hun kinderen het goede zoeken, ja met hen het allerbeste vóór hebben. Heel veel ouders liggen krom voor hun kinderen!

De bekende schrijver Anton Coolen schrijft in één van zijn boeken over een krankzinnige vrouw, die met een groot broodmes de hele dag voor haar huis staat. Niemand waagt het om haar dat mes af te nemen. Dan komt men op het idee om haar jongste kind te halen, dat bij de buurvrouw was ondergebracht. Het kind is wat schuw en angstig bij het zien van al die mensen. Het huilt. Langzaam duwen ze het kind naar voren. Vol spanning wachten allen af wat er gebeuren gaat. Even staat het kind stil, dan holt het op z’n klompjes naar de moeder toe. Dreigend staat daar de vrouw met het mes. Maar dan heeft ze alleen oog voor dat schreiende jongske. Ze laat haar mes vallen en en ze hurkt neer en sluit ‘t kind in haar armen. “Mijn bloeike” zegt ze, “Mijn klein bloeike, ze zullen oe niks doen”. In de donkere nacht van de krankzinnigheid toch nog één lichtstraal!

En nu het derde vlak. Als ‘t bij mensen al zo is, hoe veel te meer bij de Vader in de Hemel. Als zelfs slechte mensen… dan toch zeker God wel, Hij Die zo goed is! HOE VEEL TE MEER! Het klinkt als een juichtoon. Er zit hemelse muziek in. Hoe veel te meer… dat is ALLES MEER! In het derde vlak is alles licht! Het licht, dat heen wijst nar “uw hemelse Vader”. Wat klinkt dat intiem. Jezus was ook intiem met de Vader. Hi zei ”Abba” (Vader) tegen Hem en wij mogen dat ook doen, zegt Hij. Immer zoals Hij uit de Vader is, zo hebben ook wij het leven uit God. Wij zijn van Zijn geslacht. En daarom bidden wij ”Onze Vader”. Dat is eenvoudig nooit uit te wissen! Er is misschien veel tussen ons en God gebeurd. Zoals de verloren zoon uit de gelijkenis hebben wij misschien ook wel eens gezegd: ”geef mij m’n erfdeel, dat mij toekomt”, en hebben we ons losgemaakt van God en het leven in eigen hand genomen. Maar Hij laat ons niet los, verbreekt de band met Zijn kinderen niet. Hij ziet naar ons uit en sluit ons in Zijn vaderlijke armen. Hij is de Zoekende… en blijft Zijn hemelse gaven aan ons geven. Dat, wat we nodig hebben, elke dag!

Wij mensen staan daar hongerend. We hongeren vooral naar de vervulling van ons leven. Dat ‘t maar een beetje zin mag hebben. We hongeren vooral ook naar God, want we voelen best in ons zelf dat we Hem zijn kwijt geraakt en dat daarmee in ons leven alles op losse schroeven is komen te staan. We horen Jezus’ stem: ”de mens leeft niet van brood alleen, maar van alle Woord, dat uit de mond van God uitgaat…” In plaats van brood toch geen steen geven en in plaats van vis toch geen slang?

En nu staat Jezus daar en Hij spreekt ons van Zijn hemelse Vader, alsof Hij voor ons staat en onze handen vastpakt. Zou Hij Zelf niet het Woord zijn, dat uit Gods mond uitgaat? Zou Hij Zelf niet de goede gave zijn, die God ons schenkt? Ja, Hij is de beste gave, die ons hart maar verlangen kan!! Die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Deze goede gave schenkt God, de hemelse Vader, aan de mensen, die tot Hem bidden. Goede gaven kunnen alleen neerdalen in een hart, dat er voor open staat. En wat is bidden anders dan: zijn hart openstellen voor God. Bidden is niet: een verlanglijstje uitspreken van dingen, die we min of meer nodig denken te hebben in ons leven. Bidden is niet God onder druk zetten, ja, soms zelfs chanteren. Wij hebben eenvoudig niets te commanderen tegenover God. Wij mogen, in vertrouwen, afwachten, wat Hij ons schenken wil. Dat is de echte geloofs- en levenshouding, waarvan de dichter van Palm 25 (vs 7) spreekt:

”d’ Ogen houdt mijn stil gemoed
opwaarts om op God te letten.”

Bidden is luisteren, eerbiedig luisteren. Op God letten! Bidden is niet schreeuwen, huilen, jammeren, niet klagen maar dragen en bidden om kracht, en vooral luisteren! Het bidden van heel veel mensen gaat op in het roepen: ”Hoor, Heer, uw dienstknecht (dienstmaagd) spreekt… Maar het diepste bidden is juist andersom: ”Spreek Gij, Heer; uw knecht, uw dienstmaagd hoort!”
Laten we in het jaar dat voor ons ligt, ons hart openstellen voor Hem. Dat Hij Zijn Woord mag spreken en wij mogen luisteren! Dan zullen wij de goede gaven ontvangen van de hemelse vader. Ja, Zijn allerbeste gave aan ons: onze Heer Jezus Christus!

Gez.175:
O wij arme zondaars, bedelaars onrein,
die in zonde ontvangen en geboren zijn,
onze schulden brachten ons in zo grote nood,
dat met lijf en ziel wij vervielen aan de dood.
Kyriëleison, Christe eleison.

Had de Here Jezus ons niet opgezocht,
mens onder de mensen, en ons vrij gekocht,
Hij alleen tot sterven voor anderen bereid,
wij waren verloren in alle euwigheid.
Kyriëleison, Christe eleison, Kyriëleison!

AMEN
gebed

GEBEDEN:

God van barmhartigheid, Vader van onze Heer Jezus Christus, wij danken U dat u zó goed voor ons bent, elke dag opnieuw, zodat we met vertrouwen het nieuwe jaar binnen mogen gaan.
Leer ons ook daarin het goede te doen en leer ons te luisteren naar wat U ons te zeggen heeft. Maak ons tot goede dienaressen en dienaren van u! Heer, wilt U met allen zijn, die het moeilijk hebben en die vol zorgen het nieuwe jaar ingaan. Overal in de wereld zijn zij: de zieken en bezorgden, de stervenden en rouwenden, de gevangenen en verdrevenen, miljoenen vluchtelingen en asielzoekers, allen Heer, die lijden. Wij bidden U ook voor heel uw creatuur: voor de lijdende dieren en mishandelde natuur. Gedenk hen, die ons lief zijn, die wij voor U noemen, in het binnenste van ons hart.

stil gebed –
Waak over Uw kerk, Heer, overal op aarde. Ontferm U over haar nood, genees haar verdeeldheid, drijf uit haar alle vrees en gemakzucht, en sterk haar in het geloof. Schenk moed en vertrouwen aan al die miljoenen Christenen, die over heel de wereld aan vervolging onderhevig zijn. Wilt u vooral de jonge mensen, die zoekend in de wereld staan, Uw Evangelie aanreiken als de kracht van hun behoud en de richtlijn in hun leven. Zo bidden wij U in stilte.

stil gebed –
Heer en Koning der wereld, die de natiën leidt naar Uw raad, sta hen bij, die Ge macht gegeven hebt over mensen en dieren. Geef, dat ze hun taak mogen vervullen in Uw dienst en tot voorspoed van hen, die aan hun zorgen zijn toevertrouwd. Weest U zo met onze koning en koningin en regering.
Geeft U vrede aan de wereld, in t bijzonder bidden wij U om vrede rondom Irak, Afghanistan en Syrië, en tussen de broedervolken in Uw eigen Israël.
Stop de EBOLA-epidemie in Liberië en omliggende landen. Laat de landen, die zo getroffen worden door dood en tegenspoed, weer opbloeien. Moge Uw genade zo met allen zijn, die zich tot hulp geroepen weten.
Bidden wij het “Onze Vader”.
stil gebed –

AMEN

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *