Ik heb u de macht gegeven


Lukas 10, 19a
Zie, Ik heb u macht gegeven…

Lijdende Maria. Eikenhout, Picardy, 16de eeuw. Abbaye de Royaumond Toen de discipelen, die Jezus had uitgestuurd om het Evangelie uit te dragen, terugkwamen na volbrachte arbeid, waren zij blij. En zo echt menselijk pochten zij op het resultaat ervan: “Here, ook de boze geesten onderwierpen zich aan ons in Uw naam”. Maar hoor, hoe de Heer hen corrigeert: “Verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen.” Kennelijk is het niet zo belangrijk wat wij doen, de successen die wij behalen, zelfs niet de successen die wij behalen in naam van de Heer. Wat dat zijn alleen maar tekenen van iets anders: dat onze namen staan opgetekend in de hemelen. Dat betekent, dat de hemel voor ons geopend is en dat Jezus voor ons is gekomen en Zijn werk volbracht heeft. Hierdoor zijn hemelse dingen op aarde gekomen en kunnen zulke dingen, waar de discipelen het over hebben, gebeuren. Het koninkrijk der hemelen is als ’t ware al aangebroken, en daar gaat het toch om! Dat moeten de mensen weten en wij mogen ze dat laten zien!

“Zie, Ik heb u macht gegeven….”

Macht tot wat? Om het Evangelie, dat is de blijde boodschap van Gods komen naar ons, uit te dragen in woord en werk. In de ervaringswereld van toen komen  boze geesten in het vizier en schorpioenen en slangen, de hele legermacht van de vijand, de machten van het kwaad. We herinneren ons de belofte uit Psalm 91, die we zo net gelezen hebben: “Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen.” Satan was de macht van het kwaad. Aan hem worden dan ook allerlei kwade machten toegeschreven, zoals bezetenheid en andere demonische ziekten, en gevaarlijke dieren. Eens zal het met de macht van satan gedaan zijn, dat is het geloof van de Bijbel. Dat mogen we vandaag ook geloven. Wij kennen nog veel grotere kwade machten, zoals de as van het kwaad, bomaanslagen en vreselijke natuurrampen. Eens zal er een eind komen aan al die kwade machten, die ons nu nog in hun greep hebben. Dat zal fantastisch zijn! Jezus ziet het nu al gebeuren : “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen”, zegt Hij. Als een bliksem, dat wil zeggen: zo snel als een bliksemflits! Hij is van de troon gestoten en daarmee is het begin van het einde van zijn macht gekomen, ook al pruttelt hij tegen en zet hij hier op aarde nog de strijd tegen God voort en werkt hij aan het verderf van alle creatuur. Satan is nog bezig het scheppingswerk van God kapot te maken. Dat ondervinden wij nog dagelijks, persoonlijk en om ons heen. Maar het zijn satans laatste stuiptrekkingen, zijn ondergang is immers bezegeld!

In dat licht moeten we onze tekst bezien. “Zie, Ik heb u macht gegeven…” Wie geen angst meer hoeft te hebben voor satan, omdat hij vertrouwt op God en Zijn macht, die mag het meemaken, dat de belofte van onze tekst vervuld wordt. Die krijgt macht om op schorpioenen en slangen te treden en tegen de hele vijandelijke legermacht van satan te strijden. Niets zal hem of haar meer kwaad berokkenen, zo zegt Jezus het vandaag ook tegen ons.

De machten, die de mens kwaad doen zijn er ook vandaag nog volop. Dan denken we niet zo zeer aan slangen en schorpioenen, maar meer aan ziekten en handicaps, aan vereenzaming en ontmoediging, rouw en verdriet. Dan denken we aan de 94000 suïcidepogingen elke jaar in Nederland. We denken aan de verkeersongelukken en de mensen die omkomen bij branden en zinloos geweld. En als Jezus dan zegt: “Ik heb u macht gegeven…” , dan is dat voor ons een steuntje in de rug om er iets aan te doen, om dat satanische geweld te beteugelen. Dan kunnen we met meer moed en vertrouwen aan het werk gaan in de gezondheidszorg en sociale hulpverlening en aan de beveiliging in Nederland. En dan soms mogen we ook al iets zijn van de macht, die de mens geschonken is over de slangen en schorpioenen van deze tijd. Dan zien we dat het aantal verkeersdoden daalt en de gezondheidszorg ondanks alle bezuinigingen toch tot de top van de wereld behoort. Hetzelfde geldt voor de aandacht, die geschonken wordt aan verstandelijk en lichamelijk gehandicapten.

Wij leven in een land van veel zorg voor elkaar. Dat mag ons tot grote dankbaarheid stemmen. Het is een reden van grote vreugde, net als bij de discipelen, die terugkwamen van hun werk.
 
Natuurlijk weten we ook wel, dat er nog veel aan mankeert en we zouden wel willen, dat het overal in de wereld zó was als hier. Dat we daarin iets konden zien van de hemel, die opengaat. Het zou zo veel gemakkelijker zijn, wanneer de nieuwe wereld, die Jezus belooft, er nu al was. En wij vragen ons steeds weer af: waarom moet het toch zo lang duren? Waarom worden er ondertussen zo veel mensen gepijnigd? God kan er toch wel voor zorgen, dat er geen verpleegtehuizen en zo meer nodig zijn? Ja, dat denk ik ook wel eens. Maar een mens zit nu eenmaal niet op de stoel van God en dat moet hij ook maar niet proberen. Wij mogen weten, dat er eens een nieuwe tijd komt, een nieuwe ongeschonden wereld, en daar mogen we in al ons zorgend bezig zijn al vast een beetje op vooruit lopen.

Ondertussen zitten we met handen en voeten gebonden aan het oude bestel, de gebroken schepping, de wereld waarin satan tiert en woedt. Zo moeten we ook  verder met het lijden in wereld en mens. Het hoort gewoon bij DIT leven. Er is geen mens en geen dier, die niet ook lijdt, in meerdere of mindere mate. Het overkomt ons, zo maar, zonder oorzaak of enige persoonlijke schuld. Soms veroorzaken wij het zelf door roekeloos te leven, en dan zijn wij er wel debet aan. Er is ook het zinloze lijden, waaraan veel mensen te gronde gaan. Meestal kunnen we in lijden geen zin ontdekken. Maar soms is het anders, dan kan lijden zinvol zijn. Dan kijk je achterom en je merkt dat het lijden je heeft gevormd, dat er door bent gegroeid, dat je leven -vooral je innerlijk leven- er rijker van is geworden. Maar meestal gaan mensen er aan kapot en zijn er geen woorden voor, voor al het leed dat een mens soms treft. Er is geen peil op te trekken en het is ook zo onrechtvaardig verdeeld. De één krijgt zoveel meer dan een ander. Zo liggen de feiten. Dat is de harde werkelijkheid van het leven. Je moet er dan ook niet meer achterzoeken. Lijden hoort gewoon (of moet ik zeggen: ongewoon?) bij het leven. Het is niet de schuld van God. Hoe moeten we ons God ook voorstellen, als Hij de mens in de ellende stort? Het zou echt een belediging zijn van Hem! Nee, zó kunnen en mogen we niet over God denken. En het is zeker ook niet de straf van God, zoals sommige mensen soms denken. Hoe kunnen we dat nou denken? Zou God er soms een bedoeling mee hebben, als Hij een mens in het lijden stort? Nee toch? Dat kan toch niet! Ja, misschien om ons op de proef te stellen? Nee, daar heeft God andere middelen voor. Lijden past gewoon niet bij God! We moeten er eens en voorgoed van af om voor alles wat er in de wereld en in ons persoonlijke leven gebeurt God verantwoordelijk te stellen. Lijden hoort gewoon bij dit leven, omdat dit leven een gebroken leven is, omdat satan in het spel is. Die probeert ons er onder te krijgen door ons leven kapot te maken. Meer moeten we er niet achterzoeken!

Maar in die lijdenswerkelijkheid, die het leven is, kunnen we ondertussen wel iets anders doen. In plaats van te piekeren en te zoeken naar de schuldvraag en het voortdurende “Waarom?”. We kunnen doen wat Jezus ons vanmorgen zegt: treden op schorpioenen en slangen, dat wil zeggen het lijden aanpakken, bestrijden, zorgen dat lijdende mensen geholpen worden. Het leed dat zovelen treft mogen we verzachten, de wonden mogen we verbinden, de hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven, de daklozen huisvesten, de naakten kleden. Al deze zaken golden al in de Middeleeuwen als de zeven grote Christelijke deugden. En omdat te beoefenen is bijvoorbeeld de pas in alle Gemeenten ingestelde WMO een uitdaging . Maar ook elk verzorgingstehuis, verpleegtehuis, ziekenhuis. En het werk op het zendingsveld en de hulpverlening aan arme landen. Hierin kun je en mag je laten zien, dat je gelooft in de belofte van de Here Jezus: “Zie, Ik heb u macht gegeven!”
 
Ergens las ik een Joodse legende, die dat zo goed illustreert. Een vrome Jood, die ver weg in het Poolse Lodz woonde, was vreselijk arm. Hij werkte hard, maar wat hij ook deed, hij verdiende het zout in de pap niet. Hij voelde zich dood ongelukkig en vroeg zich af of God wel rechtvaardig was of dat God hem misschien wilde straffen. Zo bracht hij uren door in gebed en hoopte maar, dat de Almachtige – gezegend is Zijn Naam!- hem zou antwoorden. Op een nacht droomde hij. Een engel zei tegen hem: “Ga naar Warschau. Onder de brug moet je gaan graven. Daar zul je een schat vinden, waar je je leven lang gelukkig door kunt leven.” De Jood ging op reis en kwam bij de brug in Warschau. Toen hij druk aan het graven was en niets vond, kwam er een soldaat aanlopen, die zei: “Wat doe je daar?” De Jood vertelde hem zijn droom. “Merkwaardig”, zei de soldaat, “ik heb ook gedroomd. Ik moest naar Lodz gaan en daar in ’t huis van een arme Jood onder diens haard gaan graven. Daar zou ik een schat vinden, waardoor ik mijn leven lang gelukkig zou zijn. Want die Jood is zo dom dat hij zijn geluk overal zoekt behalve in zijn eigen huis.” Toen keerde de vrome Jood naar Lodz terug en begreep dat God hem door die soldaat antwoord had gegeven. God wilde hem niet straffen om zijn schuld. God was ook niet iemand, die hem zo maar een zwaar lot liet d ragen. God wilde, dat hij op de plaats waar hij leefde, zijn geluk zou vinden.

Zou dat met ons zó ook niet het geval zijn? Verheug u! U heeft toch ook een huis om er gelukkig in te zijn? En het allerbelangrijkste is, dat ook uw naam staat opgetekend in de hemel, ons Vaderhuis!

Amen.

Share

Laat een reactie achter op ds.Kroes Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 gedachten over “Ik heb u de macht gegeven

  • Roelie

    Vanmorgen zijn mijn man en ik thuis gebleven van de Kerkdienst. We keken naar Nederland zingt voor de t.v.
    Ik loop al een paar weken met de gedachte om mij aan te melden voor diaken in onze gemeente.
    En na het lezen van deze preek is die drang nog sterker geworden.
    Hoe weet ik of ik die taak aan kan?
    Kunt U mij als buitenstaander raad geven?

  • ds.Kroes

    Geachte Roelie, als u een sterk sociaal gevoel hebt (u wilt andere mensen, en vooral hulpbehoevende mensen, bijstaan), dan moet u zich zeker aanmelden. Het diakonaat is vandaag weer heel actueel, omdat het ook kan meehelpen bij de uitvoering van de WMO. Tot het ambt wordt je tweevoudig geroepen: door God en door de Gemeente. Van beide kanten kunt u ook steun verwachten bij de uitvoering van de ambtswerkzaamheden. Ik zou het dus maar gerust doen! Sterkte en veel groeten, Ds.Kroes.

  • Herman

    Roelie:

    U kent mij niet , maar ik wil u graag vertellen op grond van uw vraag.

    Eens vroeg men mij hetzelfde nl. en het ging over oudste of ouderlingschap.

    De Heer gaf in mijn hart te zeggen, dat als hij zich werkelijk geroepen weet, zoals u dus, de

    Heer zelf zou aanvullen waarin hij eventueel te kort zou schieten. Heb het voorrecht gehad

    de bediening van oudste van deze persoon , jarenlang te mogen volgen. En het is

    inderdaad uitgekomen. Een prachtige staat van dienst en hij heeft mogen ervaren dat Zijn

    Heer er ten allen tijde was om hem terzijde te staan.

    Zegengroet Herman Volkers.

    Ik wens u dan ook heel veel zegen op uw komende taak.

  • Renate Haaring

    tegen mij is gezegd dat ik geen lid ben door een paar dames met een zuur gezicht nadat de voorganger werkers vroeg maar ik heb daar een andere gedachten over ledigheid is des duivels oor kussen als Jezus zei ga heen en zondig niet meer was mijn antwoord; wat moet ik anders doen? En ik ga nu dan koffie schenken in de kerk want als ik thuis koffie kan schenken kan ik t in de kerk ook als ik thuis kan stofzuigen kan ik in de kerk ook want anders als ik moet wachten tot ik goed genoeg ben ga ik nooit wat doen de duivel vind ons nooit goed genoeg maar we zijn niet meer van hem, neem Gods genade aan doe alles uit dankbaarheid Hij wil geen perfecte mensen maar oprechte mensen