Waar blijft de tijd XLVIII – Abraham (Rom.4 en Gal.3)


AbrahamZoals de confrontatie met Adam is ook het ten tonele voeren van Abraham in Rom.4 en Gal.3 eigenlijk niet op, het verleden, maar op het heden gericht. Het thema van beide hoofdstukken is immers de rechtvaardiging uit het geloof “voor ons”, aan wie het geloof tot gerechtigheid zal worden toegerekend (Rom.4, 24). Om dit laatste duidelijk te maken blikt Paulus als ’t ware over onze hoofden heen op Abraham, die volgens de Joodse traditie als buitengewoon rechtvaardig gold en ook als DE gelovige bij uitstek. In de laatjoodse literatuur der apocalyptiek is de uitverkiezingstekst Gen.15, 6: “En Hij rekende het hem toe als gerechtigheid” dan ook een centraal gegeven.
Paulus argumenteert in Rom.4 met de rabbinistische methode van de “Gezera Sawa”, waarmee hij aantoont dat Abraham uit geloof gerechtvaardigd werd (Rom.4, 1-8) en dat hij alleen uit GELOOF gerechtvaardigd werd (vs.9-16), zodat Abraham’s geloof gebaseerd is op de belofte. Deze belofte, zo gaat Paulus verder in Gal.3, 17vv wordt door de wet, die 430 jaar later gekomen is, niet krachteloos gemaakt, integendeel: zij is door de wet, die niet levend kan maken (21) doch alleen “de overtredingen kan doen blijken”(19), als het enige levendmakende principe nog nodiger geworden. De rechtvaardiging uit het geloof op grond van Gods belofte is de enige heilsweg ten leven!

Conclusie:
Ook in de terugblik op Abraham blijkt Paulus niet direct in het verleden geïnteresseerd te zijn, maar alleen indirect: voor zover het de triple-relatie God-mens-wereld in het HEDEN verduidelijkt. Paulus is zakelijk bij het verleden betrokken, in theologice, niet in tempore.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *