Ik hef mijn ogen op tot U


Psalm 123, 1
“Ik hef mijn ogen op tot U”

Psalm 123 verplaatst ons in een tijd, waarin het volk Israël in heel moeilijke omstandigheden verkeerde. Het waren met recht “donkere tijden”. Het volk was zijn vrijheid kwijt en werd bovendien hard onderdrukt. Wij hebben zulke tijden ook wel gekend. Vorige week stonden we daar nog bij stil, toen we de oorlogsslachtoffers van de laatste ‘grote’ oorlog herdachten. 

De bloemen op het Oorlogsmonument in elke plaats van ons land getuigen daar nog van. Wat was dat toen toch een zware tijd! Veel oudere mensen hebben het daar in de eerste meidagen nog moeilijk mee! De wonden, die toen geslagen werden, zullen in onze generatie (zelf behoor ik ook tot die generatie van vóór de oorlog) wel nooit genezen.

En dan komt de vraag: wat moeten wij doen?

Uit de psalm, die eigenlijk een bedevaartslied is, blijkt dat de mensen rustig op weg gaan naar Jeruzalem. Of toch niet zo rustig? Horen we dat niet in hun gebed?: Zie, ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemel troont. Zoals een arbeider let op zijn ‘voorman’ en zoals een kind naar vader en moeder opziet, zó zijn onze ogen op de Here, onze God, om Zijn hulp te ontvangen: “Wees ons genadig, Here, wees ons genadig, want wij zijn meer dan verzadigd van verachting; onze ziel is meer dan verzadigd van de spot der overmoedigen, de verachting der hovaardigen.” Nee, bepaald rust spreekt niet uit deze woorden! Daarvoor hebben ze ook te veel meegemaakt en nóg staan ze er midden in. Spot en verachting, dat maken ze dagelijks mee. Daarom zoeken ze God, om bij Hem rust te vinden.

“Ik hef mijn ogen op tot U !”

Wie dat doet, kan gerust verder reizen. Wij hebben dat ook gedaan, in de afgelopen week, en wij doen dat nóg, onze ogen opheffen tot God, Die in de hemel troont. Wij staan voor Hemelvaartsdag en de week daarop is het Pinksteren. Twee feesten, waarop de hemel ons nabij komt. Christus stijgt op naar de hemel om daar Zijn plek in te nemen naast God. Hij opent daarmee ook voor ons de hemel en wij kunnen er een blijk in slaan. “Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemel troont”. En dan, wat zien wij dan? Dan opent God Zijn hand en schenkt ons Zijn Heilige Geest.

Zo kunnen we gerust verder reizen op ónze pelgrimstocht, met de ogen opgeheven tot Hem. Door alle moeilijke omstandigheden heen! Want God op Zijn troon en Christus naast Hem zullen over ons waken!

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *