Het groene en het dorre hout


Huilende vrouwLukas 23, 26
“En Jezus wendde Zich tot haar en zeide: Dochters te Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over u zelf en over uw kinderen, want zie, er komen dagen, waarop men zeggen zal: Zalig de onvruchtbaren, en de schoot, die niet heeft gebaard, en de borsten, die niet hebben gezoogd. Dan zal men beginnen te zeggen  tot de bergen: Valt op ons, en tot de heuvelen: Bedekt ons. Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal met het dorre geschieden?”

Hoewel Pasen reeds achter ons ligt, kom ik toch nog even terug op een aspect in de lijdensgeschiedenis, wat over ’t algemeen niet zo veel aandacht krijgt. Ik werd daarop opmerkzaam gemaakt door mijn schoonzoon, die naar aanleiding van mijn stukjes de laatste tijd het lijdensverhaal nog eens had doorgelezen. Zo was hij ook in Lukas 23 terecht gekomen en had daar gelezen, hoe Jezus sprak over het groene en het dorre hout. Hij vroeg zich af: wat zou Hij daar nu mee bedoeld hebben? Bij nadere beschouwing is het inderdaad een markante tekst, die een bestudering waard is. Ik kon het antwoord ook zo direct niet geven, maar heb beloofd er m’n commentaren op na te slaan.

Dat heb ik dus gedaan en zie hier het resultaat!

We moeten de tekst in het verband lezen. Wat is hier aan de hand? Boven het stukje (we noemen dat in vakjargon “de pericoop”) staat: “Jezus naar het kruis geleid”. Er wordt verteld, hoe een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, het kruis op zijn schouders werd gelegd om het achter Jezus aan te dragen. “En Hem volgde een grote menigte van volk en van vrouwen, die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.” Opmerkelijk zijn de vrouwen, die hier met nadruk genoemd worden. Ook hier weer blijkt Lukas de meest vrouwvriendelijke Evangelist te zijn. Sommige Joodse vrouwen deden dat, de veroordeelden beklagen en bewenen. Zij stonden aan de kant van de weg van Jeruzalem naar Golgota, de “Via Dolorosa”.

Dr. J. Koopmans zegt het zo mooi in zijn “Nieuwe Postille”:

“Men moet wel een hart van steen hebben om niet met Hem bewogen te zijn, wanneer Simon van Cyrene het kruishout van Hem overneemt. Het zijn echter juist zulke gedachten, die de Here Christus zacht maar ernstig afweert. Hij denkt aan de tranen, waarmee de lijdensgeschiedenis is begonnen, toen Hij weende over het Jeruzalem dat de profeten doodt en de gezondenen stenigt. Ten laatste kwam de Zoon, maar zij hebben Hem niet ontzien. Integendeel, het heilige Jeruzalem werpt Hem buiten de poort.

Nu verheffen op de Via Dolorosa de dochters van Jeruzalem haar wenende stem. Het klinkt als de tegenstem van het geroep harer mannen voor het rechthuis van Pilatus. Zullen de stille krachten van het vrouwelijk en moederlijk hart het winnen van het geweld van de mannelijke haat? Zullen de dochters van Jeruzalem goed maken, wat de vaders in Israël hebben misdreven? Wordt hier de schuld van Gods volk geboet?”

Hadden zij niet nog allemaal geroepen, voor het huis van Pilatus: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen?” Misschien verwijst Jezus daar wel naar, als hij tot de vrouwen zegt: “Weent niet over Mij, maar weent over u zelf en uw kinderen.” Wat erg dat ook de kinderen in dit grote drama betrokken worden! Wat voorheen een zegen was van het huwelijk, wordt nu als een vloek aangezien. Want je bent beter af, als je geen kinderen hebt, als het ongeluk zich over Jeruzalem zal gaan voltrekken. Dit slaat op de profetie van Hosea over Israël, omdat het volk zich overgegeven had aan de afgodendienst. “Verdelgd wordt Samaria… en verwoest de hoogten van Awen  …En zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons, en tot de heuvelen: Valt op ons!” (Hosea 10, 7-8).

Daarom dus moeten de vrouwen wenen om haar zelf en haar kinderen, omdat Gods gericht over Jeruzalem zal komen. En dat is ook gekomen: in het jaar 70 hebben de Romeinen Jeruzalem met de grond gelijk gemaakt. Jezus waarschuwt de verdrietige vrouwen, dat dit grote verdriet over haar en haar kinderen zal komen. De komst van dit oordeel van God bevestigt Hij met ons tekstwoord: “Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal met het dorre geschieden?” Groen en dor hout zijn bekende beelden van de rechtvaardige en de goddeloze. Ook hier is weer een verwijzing naar één van de profeten: Ezechiël. In Ez.21 wordt gezegd dat het zwaard van God de rechtvaardige en de goddeloze zal uitroeien. “De staf van mijn zoon veracht alle hout” (vs.10, zowel het groene als het dorre hout). Jezus, die als een verachtelijke misdadiger aan het kruishout wordt gehangen, vergelijkt Zich Zelf met groen hout. De bevolking van Jeruzalem, misleid door de leiders van het volk, lijkt steeds meer op het dorre hout, waarmee de oven wordt aangemaakt en het vuur van het oordeel wordt gestookt.

Zo legt de Wuppertaler Studienbibel (Rienecker) het uit. Onze tekst heeft dus alles te maken met het oordeel van God, dat over de wereld gaat. Als het al de rechtvaardige (Jezus) treft, wat hebben de goddelozen dan nog te verwachten? Een sombere voorspelling!

Misschien heeft iemand, die dit leest, nog een ander idee hoe deze woorden uitgelegd moeten worden? Ik hoor het graag van u. Schrijf het alstublieft onder dit stukje als uw reactie. Wie weet, worden we met elkaar wijzer!

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *