Het leven na de dood


Is er leven ná de dood? Veel mensen vragen zich dat af. En hoe zal dat leven er dan uitzien? Vroeger stelde men zich die vraag niet zo. Men geloofde eenvoudig, dat God de Zijnen bij Zich nam, in Zijn heerlijkheid. Dat gebeurde dan direct na het sterven of later bij de opstanding uit de doden, op de dag van Christus’ wederkomst. Hooguit haalde men de schouders op en zei: “Er is nog nooit iemand na de dood terug gekomen.”

Nou is dat het punt, waarop in onze tijd verandering is opgetreden: er zijn wel mensen na de dood in het leven teruggekeerd! Mensen, die een hartstilstand hebben gehad (dus klinisch dood waren) en zelfs hersendood waren (het duurt na stilstand van het hart even – zo’n vier á vijf minuten – totdat de hersenen beginnen af te sterven). Wij denken aan de slachtoffers van auto-ongelukken en natuurrampen, die onder andere door hartmassage geanimeerd werden. Na terugkeer in het leven vertellen zij soms, wat zij “aan de overkant” beleefd hebben.

Elisabeth Kübler-Ross, een Amerikaanse psychiater, heeft destijds tijdens haar werk (stervensbegeleiding) veel mensen gesproken, die ervaringen na de dood hebben gehad. Zij heeft er een boekje over geschreven: “Over de dood en het leven daarna”. Zij vertelt in dat boekje, wat veel mensen beleefd hebben. Niet iedereen kon het nog navertellen. Slechts één op de tien patiënten met een hartstilstand kon zich volledig herinneren wat hij in de tijd toen zijn hart niet klopte had beleefd. De eerste ervaring is, dat men zijn lichaam verliet als een vlinder zijn cocon en nog geruime tijd bleef op dezelfde plek en alles meemaakte wat daar gebeurde en dus ook alles hoorde wat daar gezegd werd. Men bevindt zich dan in een soort “etherisch” lichaam: ijl, licht en ongrijpbaar, geestelijk. Zou de Heer ook zo’n etherische gedaan te gehad hebben, toen Hij na Pasen door gesloten deuren aan de discipelen verscheen?

Een tweede geweldige ervaring is, dat men zich in dat nieuwe lichaam helemaal gaaf en gezond voelt. Wie doofstom was, kan nu weer horen en spreken en zingen! Iemand, die bij een auto-ongeluk beide benen had verloren, kon nu weer lopen op beide benen.

Een derde belevenis is heel troostvol: niemand hoeft alléén te sterven, want de geliefden staan op je te wachten! Er zijn altijd “wezens”, die de gestorvene liefdevol omringen en begeleiden. Kinderen noemen hen vaak hun “speelvriendjes”, ouderen spreken van “beschermengelen”. Vaak zijn het de geliefden, die ons voorgingen: een gestorven kind of de echtegenoot. Na een auto-ongeluk zei een jongetje: “Alles is nu in orde. Mama en Peter wachten al op me.” Mevr. Kübler-Ross wist al, dat zijn moeder bij het ongeluk was omgekomen, maar pas later hoorde zij dat ook Peter, het broertje, tien minuten geleden was gestorven.

Tenslotte horen we ook over de ruimte, die we na de dood betreden. Meestal wordt deze omschreven als een tunnel, die toegang geeft tot een heerlijk licht. Ook kan het een poort zijn of een rivier of een bergpad met wilde bloemen, die naar dat licht leiden. Het licht is zo mooi en warm en liefdevol, dat velen verdrietig zijn, als ze weer tot het aardse leven zijn teruggehaald. De discipelen, die met Pasen keken in het lege graf, zagen ook dat wonderlijke licht. En menig gelaat van een stervende straalt datzelfde licht uit.

Zeker, we weten niet veel over het leven ná de dood. Maar wat wij weten mogen is toch heel hoopgevend! Licht en liefde en aandacht spelen daarin een grote rol. En dat is toch ook, wat mensen zo nodig hebben?

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *