Cremeren


Veel mensen zitten met de vraag: begraven of cremeren? Jongeren hebben daar meestal geen moeite mee. De meesten kiezen uit praktische overwegingen voor cremeren. Bij ouderen ligt dat anders. Wat moet er straks met mij gebeuren? De kinderen vragen er naar. En zelf wil je ook graag de dingen zo goed mogelijk regelen. Maar hoe moet het nu met de begrafenis? Of wordt het een crematie?

AfscheidDat laatste mag wel door veel mensen volkomen geaccepteerd zijn, toch hebben Bijbelgetrouwe Christenen er moeite mee. “Mag dat nou zo maar? In de Bijbel worden de doden toch altijd begraven. En dat moet toch zo!” Ja, dat is zo. In de Bijbel wordt het als een eer gezien de doden te begraven. Abraham kocht voor Sara een stuk grond – tegen veel geld – om er zijn vrouw Sara een laatste rustplaats te geven: de spelonk van Machpela. Je zou zelfs kunnen zeggen: dat is het typische van Gods volk, dat zij haar doden begroef, dit in tegenstelling tot de omliggende heidense volken, die hun doden verbrandden. Het begraven was een soort protestactie tegen het heidendom! Dat ligt vandaag wel anders. Wij weten maar al te goed, dat veel mensen niet tot hun “aardse rustplaats” kunnen komen, omdat zij verdronken zijn of verbrand of vermist. Wij horen van ongelukken in de bergen, waarbij de lichamen nooit meer teruggevonden zijn. En we begrijpen hoe erg het is, wanneer ouders van een vermist kind geen afscheid kunnen nemen. En natuurlijk weten we ook wel, dat in veel Gemeenten de “aardse rustplaats” slechts tijdelijk is, omdat de graven na verloop van een bepaalde tijd worden geruimd.

“Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” (Genesis 3, 29) is een markante tekst. Zij geeft het levensgevoel van gelovigen duidelijk weer. Wij zijn maar kleine mensen en er blijft ons niet veel over. Wij zijn “vergankelijk” en niemand ontkomt daar aan. Ook de Psalmen spreken daarvan: ons leven is als het gras, dat verdort (37,2; 90,5; 102,5 en 103,15).

Maar daartegenover staat de belofte: “Wie in Christus is, is een nieuwe schepping” (2 Kor.5,17). En Paulus legt uit: God geeft er een lichaam aan… (vers 38). En die opgewekte mens is nieuw, met een hemels lichaam (vers 47). “Allen zullen wij veranderd worden, want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen”(vers 51-53).

In dit licht bezien is het eigenlijk niet zo belangrijk meer of we begraven of gecremeerd worden. Beide hebben hun problemen. Bij begraven kun je je afvragen: wat wordt er van het lichaam? Wie kijkt er nog om naar het graf? Moeten de overgebleven beenderen na verloop van jaren bijeengebracht worden in een “knekelput”? En wat is er van het lichaam dan nog over? Hoe moet het dan bij de opstanding? Allemaal niet zulke aanlokkelijke gedachten. En bij cremeren kun je je afvragen: heb ik nu nog een plaats om de geliefde dode te herdenken? Hebben we met de verassing niet eigenmachtig ingegrepen in het “stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”? En speelt eigen belang en gemak hierbij geen te grote rol (geen zorg meer voor het graf)? Vragen te over. Het hangt helemaal af van je eigen instelling.

Wordt vervolgd.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *