Weest ook gij bereid


Lukas 12, 40
“Weest ook gij bereid” (Nieuwe Bijbelvertaling: “Ook jullie moeten klaarstaan”)

kerktoren haan.De bevestiging van ouderlingen en diakenen heeft alles te maken met het Koninkrijk der Hemelen. Vindt u dat ver gezocht? Ja, soms lijkt het er helemaal niet op, het kerkenwerk, bedoel ik. Het Koninkrijk der Hemelen is toch wel heel anders!

Ik zal u uitleggen, hoe ik dat zie. In de Bijbel wordt al heel lang geprofeteerd, dat het Koninkrijk komt, als de Messias gekomen zal zijn. En de Messias is gekomen, Jezus Christus. Zijn werk op aarde is voorlopig afgesloten, maar Hij komt wéér! Daar is eeuwen lang verlangend naar uitgekeken! Toen de Heiland geboren werd, is de belofte vervuld, gedeeltelijk, nog niet ten volle, want het plan van God met deze wereld is nog niet ten einde. Het grote einde moet nog komen! Zo lang dat nog niet gebeurd is, hebben wij onze plaats hier op aarde. En daarom wordt er in het Evangelie ook zo veel nadruk gelegd op onze verantwoordelijkheid. Wij zijn “kinderen van het Koninkrijk” in afwachting van de dag van Zijn komst. Daarom moeten wij waakzaam zijn! De oproep daartoe keert in het Evangelie telkens terug: “Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de Heer des huizes komt, laat in de avond of te middernacht, bij het hanengekraai of ’s morgens vroeg, opdat Hij niet, als Hij komt, u slapende vinde, Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: waakt!” (Markus 13).

De oude kerkbouwers hebben goed gezien toen zij op de spits van de kerktoren een kraaiende haan plaatsten. Ik heb dat altijd vreemd gevonden. Waarom niet een zingende engel of een kind met een harp? Die kraaiende haan verwijst naar wat wij zojuist gehoord hebben: om waakzaam te zijn ’s morgens vroeg bij het hanengekraai! Als Christus de mensen samenbrengt, moeten zij steeds bedenken dat het voor hen vroeg in de morgen is. Het heet altijd: wakker worden! Opstaan! Beginnen! Aanpakken! Werken zo lang het dag is! En het is altijd dag, want de Heer is opgestaan. De eeuwige dag is al begonnen! De Bruidegom komt, Hij staat al voor de deur! Maar wat duurt het lang, God? Hoe lang nog houdt deze wereld het uit? Hoe lang nog is God lankmoedig met ons? Wat zeggen ons de tekenen van deze tijd? Rampen, overstromingen, aardbevingen en andere natuurrampen, oorlogen en aanslagen, moord en doodslag, ongeloof… Veel mensen horen al de voetstappen van de naderende Heiland hier op aarde. Zij zeggen, dat het niet lang meer duren zal, eer de wereld ten onder gaat aan zijn eigen kwaad. Dat alles ligt opgesloten in het verwachten van en uitzien naar de Dag des Heren, die onherroepelijk komt.

Het is een Bijbelse trek, en toch mogen we niet speculeren. Het einde van de wereld ligt in Gods hand. Maar ondertussen hebben wij hier op aarde een opdracht. Wij hebben te werken en te zorgen. Wij mogen al op de vervulling van Gods belofte vooruitlopen. Heel gebrekkig weliswaar, toch mogen we al iets laten zien van Gods Koninkrijk. We hebben een roeping en een taak te vervullen. Ons leven heeft niet alleen zin in het verlangend uitzien naar de komst van Gods koninkrijk, maar het heeft ook zin in het “er zijn”, op de plaats waar God je gesteld heeft. We hebben te leven voor Gods Aangezicht, soms in de ellende, soms ook in de verlossing, maar toch zeker in de dankbaarheid!

Beide aspecten van het leven hebben wij te bedenken: verlangend uitzien en in dankbaarheid leven. Die twee altijd samen! Want je kunt niet alleen maar werken en zorgen en al je krachten aan het hier en nu geven en daarbij de waakzaamheid vergeten. Dan heb je echt een probleem! Maar ook omgekeerd heb je een probleem: als je leeft alleen maar in verwachting en het huidige leven vergeet. Dan ga je op de vlucht voor de werkelijke problemen, waarvoor God je in het leven nu geplaatst heeft, om die op te lossen. Dat zou ook niet goed zijn.

Daarom heeft God ons een Kerk gegeven, een Gemeente, om elkaar voor die gevaren te behoeden. En in die Gemeente zijn er ambtsdragers, als vingerwijzers van God, om ons op het rechte pad te houden.

Jezus laat ons dat zien in de bekende gelijkenis van de bruiloftsgasten. Hij roept ze op: “Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende.” Daarmee geeft de Heer Zelf aan, hoe wij de gelijkenis moeten verstaan. De oosterse heer, die naar een bruiloft ging en laat naar huis terugkeert en wat er toen gebeurde. Het heeft alles te maken met de waakzaamheid. Die moet geprikkeld worden!. De lendenen omgord, de lampen brandende. De lendenen omgord, want het lange afhangende overkleed van de Oosterling hindert hem bij het lopen, je zou kunnen struikelen. Daarom moet ie omgord worden, met een gordel, die het kleed hoog houdt. Met een gordel om ben je paraat, reisvaardig, dan kan je niets gebeuren. De lampen brandende, dat wil zeggen, ze zijn in goede staat, gevuld met olie, ze verspreiden goed licht. Zo moet het zijn met ieder van ons. “Gij in uw klein hoekje, en ik in ’t mijn”, zoals we vroeger op Zondagsschool zongen.

In het grote huis van de oosterse heer wordt hard gewerkt door iedereen. Huisslaven lopen af en aan. Druk bezig, iedereen met zijn eigen taak. De toestand van het huis, waar de heer niet aanwezig is, wordt aangegeven door de mededeling, dat de lampen zijn aangestoken en de lendenen omgord. Ieder ogenblik kunnen de slaven een lamp pakken en naar de deur gaan om hun meester te ontvangen. Ze weten niet, wanneer hun heer die naar een bruiloft is gegaan, thuis zal komen. Het kan wel diep in de nacht worden. De slaven blijven bezig… zonder ophouden. Zij blijven waakzaam, want de heer kan ieder ogenblik komen. Er is op zijn komst gerekend! Ieder doet zijn eigen werk, de taak waartoe hij is geroepen en aangesteld. En reken maar: er is in zo’n groot huis heel wat te doen! Altijd maar weer opnieuw hetzelfde werk. Poetsen, lampen bijvullen, eten klaarmaken en ga zo maar door. Daar zit iets ambtelijks in, zou prof. van Ruler gezegd hebben, in dat bezig zijn, dat waakzaam zijn. Het is ook iets plechtigs en majesteitelijks. Er zit de grootsheid in van Gods schepping, dat alles volgens bepaalde patronen verloopt. Het is alles één groot raderwerk: werken – wachten – waken – uitrusten. Dat alles wordt samengehouden door de komst van de heer, die alles bepaalt: het waken en het werken en het uitrusten en het opnieuw beginnen. En hierom is regelmaat in het leven ook zo belangrijk, ook in de kerkgang.

En dan komt de heer thuis. Midden onder het werk van de dienaren klopt hij aan de poort. De deur wordt direct opengedaan en de heer is blij, als hij ziet dat alles nog in orde is en dat hij verwacht wordt. Dan wordt het feest! De rollen worden nu omgedraaid: de heer wordt slaaf, hij bedient, en de slaven worden heer, zij worden bediend.

In het vervolg van het verhaal verschuift het toneel van de gelijkenis. Weer gaat het over een heer en slaven, maar hier gaat het heel anders toe. Hier wordt niet gewaakt en niet gewerkt, hier komen andere zaken aan de orde, met name bij de opzichter. Die man denkt alleen aan zich zelf. Het duurt hem dan ook veel te lang, de komst van de heer. Daar blijf je toch niet op wachten? Zonde van de tijd! Hij gaat zelf “meneer” spelen, misbruikt de andere slaven voor zichzelf: om mooi weer te spelen. Lekker eten en drinken en vrolijk zijn!

Hier wordt het beeld getekend van de mens, die niet meer wacht en verwacht. Ja, en dan komt geheel onverwacht de heer thuis! De opzichter verwachtte zijn meester niet meer en juist dan komt hij thuis! Niet meer verwacht. De slaven uit het eerste deel van de gelijkenis mogen ingaan tot het feest van hun heer. Maar de andere slaaf, die opzichter, wordt veroordeeld en gestraft, hij deelt het lot van de trouwelozen.

Lukas 12 tekent ons vandaag heel duidelijk onze positie. Hij stelt ons ook voor de keus.

Ten eerste moeten wij bereid zijn Hem te ontvangen. Als wij het over bereid zijn hebben bedoelen wij meestal het uur van ons sterven. Dat is een ernstige zaak, die zeker bij alles wat we ondernemen meetelt. Want de dood omlijst ons leven. Het kan zo maar gebeuren, dat ons leven wordt afgesneden en we voor Gods Majesteit moeten verschijnen. Zijn wij daartoe bereid? Ik denk: niet ons zelf. Maar Gode zij dank: de heer van de gelijkenis, Jezus Christus, is ook voor ons gekomen en gestorven. Hij dekt ons met het kleed van de verzoening. Zó alleen kunnen wij bereid zijn voor God te verschijnen. Maar, zegt Jezus: “Weest ook gij daartoe bereid!”.

Toch gaat het in het bereid zijn niet alleen om het sterven, het is vooral ook een oproep om te leven! Bereid zijn om te leven! Om zó te kunnen leven, dat Jezus in ons leven kan terugkomen! Altijd bereid zijn om Hem te ontvangen. Blijven waken en uitzien. Stug doorgaan met je werk, met de blik naar voren gericht. Laat de Heer ons altijd bereid vinden om Hem te ontvangen! Wat voor werk je ook doet, waartoe je ook geroepen bent, wees bereid en geduldig en verwacht de komst des Heren. Ook als je ziek bent, langdurig, uitzichtloos. Verwacht de komst des Heren en doe verder gewoon je plicht: de taak waartoe God je geroepen heeft, die Hij je heeft opgedragen. Dat geldt voor iedereen, of je nu groot verantwoordelijk werk mag verrichten of gewoon slavenwerk, dat slecht betaald wordt. Doe het maar en doe het goed, en als Jezus komt, zorg dat je er mee bezig bent. Want het gevaar ligt niet in het plotselinge van Jezus’ wederkomst, niet in het onberekenbare daarvan, maar in het niet-verwachten dat er aan vooraf gaat. Dat de mens te veel met zichzelf bezig is, zijn eigen leventje wil leiden… laten we eten, drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij!

Wij moeten trouw bevonden worden in de arbeid, waartoe God ons roept. Zeker geldt dit voor ambtsdragers, die geroepen worden tot verantwoordelijk werk in de Gemeente. Weest ook gij bereid! De Heer moge uw arbeid zegenen en vruchtbaar maken, in onze tijd, op onze plek, in St. Maartensdijk en omgeving, totdat Hij komt.

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *