Roeping


Efeziërs 4, 1
“Als gevangene in de Heer, vermaan ik u dan te wandelen
Waardig de roeping, waarmee gij geroepen zijt”

Laatste Avondmaal. Dirk Bouts 1464-1468 Leuven.Bij de viering van het heilig avondmaal

Het Heilig Avondmaal is een plicht. Het schenkt ons gemeenschap met God. Wij ontvangen daar de gaven van Zijn heil. Het vraagt wel geloof van ons, maar het verdiept ook ons geloof. Daarom is het een feestelijk gebeuren temidden van de Gemeente! U bent vanmorgen hoopvol gestemd naar de kerk gekomen, denk ik.

Maar er is ook nog een ander aspect, waarop ik u vanmorgen wil wijzen, namelijk roeping. We worden geroepen de maaltijd van de Heer te vieren en we krijgen van daaruit opnieuw roeping om als gelovige en gesterkte Christenmens te leven “te wandelen, waardig de roeping, waarmee wij geroepen zijn.”

Wat is dat eigenlijk “roeping”? In allerlei verbanden hebben we er wel eens van gehoord. Roeping voor de wetenschap, de kunst, liefdewerk, roeping voor God en de godsdienst. Meestal is dit allemaal wat hoogdravend, overdreven gedoe. Het ophemelen van je prestaties, omdat het roeping zou zijn, dat klinkt interessant, maar stelt toch eigenlijk niets voor. En een dominee, die zijn roeping moet volgen door naar een andere Gemeente te gaan, heeft meestal toch ook naar het salaris gekeken en naar de pastorie en de voorzieningen, waar zijn kinderen naar school kunnen gaan. Trouwens, hij moet ook bedenken, dat de Gemeente waar hij nu staat hem ook eens “beroepen” heeft en dat die roeping wellicht nu nog geldt. Zo is er veel kaf onder het koren, als we ’t hebben over roeping.

Maar bij Paulus is het zuiver, echt, gemeend: een opdracht en een dienst. Men moet er zelfs offers voor brengen! Zoals bij de discipelen, die alles moesten verlaten om Jezus te volgen. Ik denk ook aan Mattheüs, de tollenaar. Jezus kwam voorbij en riep hem, en hij stond op en volgde Hem. Hij gaf zo maar een zeker bestaan op!

Bij roeping is er altijd iemand die roept en iemand die geroepen wordt. De discipelen en Mattheüs hoorden die roepstem en zij gehoorzaamden. Zij verstonden dus hun roeping. En dat betekende toch heel wat voor deze mensen. Uit de veiligheid van een verzekerd bestaan moesten zij de diepte in van een onzekere toekomst. Zó kan een mens vandaag nog geroepen worden tot een breuk met het bestaande en een overgave aan een totaal nieuw leven onder het regiem van de Here God, in het voetspoor van Jezus.

Maar het hoeft niet altijd zo’n radicale breuk te zijn, die de roeping van de Heer bij ons te weeg brengt. In de Bijbel wordt ook niet iedereen volgeling van Jezus Veel mensen, die de Heer ontmoet hadden, zijn teruggekeerd naar hun familie en dagelijkse werk. Neem alleen maar al die melaatsen, blinden, kreupelen en de man met de verdorde hand, die Jezus geholpen heeft. Ook zij werden geroepen in het spoor van Jezus te komen en zij zullen ook nog wel vaak aan Hem teruggedacht hebben. Maar zij zijn toch niet toegetreden tot de club van Jezus. Was het zo ook niet met Lazarus en zijn zusters? Er veranderde vast en zeker heel veel in hun leven door de vriendschap met Jezus, maar zij bleven wonen en werken in hun dorpje Betanië. Zo lezen we ook in de Handelingen van de apostelen, hoeveel mensen na hun bekering toch in hun gewone doen blijven: als boer, arbeider, slaaf of handelaar. Paulus laat dat ook horen in 1 Kor.7, 20: “Ieder blijve bij die roeping, waarin hij was, toen hij geroepen werd.”

Zou het zo ook niet moeten zijn met ons, nu we het Heilig Avondmaal gevierd hebben en Paulus ons toeroept: “Als gevangene in de Heer vermaan ik u dan te wandelen, waardig de roeping, waarmee gij geroepen zijt.”

Wij zijn bij de Heiland gekomen en in Zijn spoor gebracht, maar we raken niet op drift zoals dat met Paulus het geval was, die zwerver werd over heel de wereld. Nee, dat hoeft ook niet. We kunnen gewoon blijven zoals we zijn en daar blijven, waar we wonen en werken mogen. Paulus vermaant ons wel om te wandelen. Dat woord komen we vaker tegen in de Bijbel. Je zou het een kernwoord kunnen noemen. Het geeft de houding aan, waarmee Gods kinderen met de Vader omgaan. Zij wandelen! Henoch wandelde met God en de Gemeente wandelt met Christus. “Wandelt in de liefde zoals Christus u heeft liefgehad” zegt Paulus ergens. Wij wandelen met elkaar en met de naaste, die op onze weg komt, dicht bij en ver weg, Wandelen heeft te maken met liefde, soms ook letterlijk als een jongen en meisje met elkaar “lopen” en soms na 50 jaar nog elkaars hand vasthouden. Maar zeker ook overdrachtelijk als het samengaan van mensen, die in Christus geroepen worden om iets voor elkaar te betekenen.

Wandelen is iets rustigs, je neemt er de tijd voor, je kunt ook met elkaar communiceren – en dat is soms méér dan praten, het kan zelfs ook zonder praten. Soms is het stilzwijgen nog sprekender… Je houdt elkaar vast, geeft een ander je arm of hand. Je kunt op elkaar vertrouwen. Wandelen drukt solidariteit uit. De één loopt niet harder dan de ander, je blijft in de pas, je houdt rekening met de ander, die soms wat achterblijft, je helpt elkaar over hobbels en kuilen heen. Zó ziet de apostel onze roeping! Ook voor ons vandaag, na de viering van het Heilig Avondmaal. Wij moeten gaan “wandelen, waardig de roeping, waarmee wij geroepen zijn.”

De Heer riep ons vanmorgen tot Zijn maaltijd. Hij heeft ons gevoed en te drinken gegeven met de wondertekenen van Zijn heil en genade. Nu mogen wij uitgaan de wereld in, ieder naar zijn eigen stekje, om deze genade uit te dragen in een levenswandel achter de Heiland aan . “Wandel maar stillekens achter Hem aan, Hij wijst u Zijn wegen!” Je kunt gewoon blijven wie en zoals je bent. Want roeping valt meestal niet samen met je beroep, maar je kunt je roeping wel in je beroep en levenswijze opnemen. Dat geldt trouwens voor alle aspecten van je leven. Paulus had een beroep als tentenmaker. En toen hij de brief aan de Gemeente te Efeze schreef zat hij in de gevangenis, maar zijn roeping bleef dezelfde. Zo roept God mensen in elke levenskring tot Zijn dienst, u ook vanmorgen. Of je jong bent of oud, werkend of niet meer werkend, misschien wel werkeloos of gehandicapt. Man of vrouw, getrouwd of niet, dat alles maakt voor de roeping geen verschil. Want de Heer had vanmorgen plek voor iedereen aan Zijn tafel. Wie we ook zijn en hoe we ook zijn, we mogen allemaal Gods genade mee naar huis nemen en die uitstralen de wereld in. Leven en handelen en wandelen, waardig de roeping waarmee wij geroepen zijn. De één als leraar, de ander als huisvrouw, een derde als bouwvakker, een vierde als fruitteler, een vijfde als winkelier, een zesde als dominee en zo kunnen we doorgaan. U allen, ik ook, worden door Paulus vermaand te wandelen, waardig de roeping waarmee wij tot het Avondmaal geroepen werden en welke we ook in het Avondmaal ontvangen hebben. Wandelt u mee?

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *