Op weg naar pasen

“Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! Verhardt uw hart niet.”
(Heden, indien gij zijn stem hoort, Verhardt uw hart niet!)

Psalm 95, 7b
“Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! Verhardt uw hart niet.”
(Heden, indien gij zijn stem hoort, Verhardt uw hart niet!)

We zijn de Lijdenstijd binnen gegaan. En zoals elk jaar wordt daarin ons geloof op de proef gesteld. Hoe gaan we om met het lijden van Christus? En kunnen we nog wel geloven in de opstanding van Pasen?

“Geloven” schijnt tegenwoordig moeilijker te zijn dan vroeger. Het sprak toen zo vanzelf. Je ging naar de kerk, naar catechisatie, de jeugdvereniging. Je vroeg je toch niet af, waarom Christus zo moest lijden en of God het niet anders had kunnen doen? En met Pasen stelde je niet de vraag: Is er wel een graf geweest en was dat graf wel werkelijk leeg? En hebben de discipelen en andere mensen Hem wel echt ontmoet na de opstanding, als een soort geest?

Wel nee, dat accepteerde je gewoon, op gezag van de dominee, op gezag van je ouders, op gezag van de kerk, op gezag van de meester. Je hield je aan de Christelijke tradities en regels. In die zin geloofde iedereen. Maar tegenwoordig is dat nog uitzondering. Het is alles “vrijheid blijheid” wat de klok slaat! En niets wordt meer voor zoete koek geslikt. Ook de kerk ontkomt niet aan de kritiek van de buitenwacht. En het geloof staat voortdurend onder druk: het moet echt zijn en betrouwbaar en bewijsbaar. Maar dingen, die 2000 jaar geleden gebeurd zijn, ga dat maar eens bewijzen! Je moet het wel aannemen op het gezag van de mensen die toen leefden en het hebben meegemaakt. En wat is daar nu mis mee? Voor veel mensen is er wel wat mis mee, omdat ze wat de ooggetuigen vertellen niet helemaal serieus nemen. Men noemt dat meer “verhalen, legenden”, een soort sprookjes. En zo komt het, dat veel ouders er moeite mee hebben de kinderen in het geloof op te voeden. Die ouderen zelf hebben daar trouwens ook moeite mee, dat geloof vast te houden. Je hebt je leven gehad en daar denk je over na. Wat heb je nog te verwachten? Is er nog iets anders dan de dood? En het huis van de Vader dan? Met de vele woningen? Veel van waar je vroeger aan hechtte is op losse schroeven komen te staan.

Lijdenstijd en Pasen zijn bij uitstek de tijden, waarin we weer vaste grond onder de voeten kunnen krijgen, waarin we het oude vertrouwde geloof weer kunnen voeden! Tijden veranderen, mensen veranderen, maar God verandert niet, en Zijn werk ook niet. En de zegen van dat werk mogen we ook nu weer als gaven uit Zijn hand ontvangen. Daar gaan we ons voor open stellen in de komen de weken.

“Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! Verhardt uw hart niet!”

Heden, dat is nu, vandaag. Niet gisteren, niet morgen, niet vroeger, niet straks. Het is nu de geschikte tijd om tot geloof te komen, voor jonge mensen en ouderen even goed. In welk stadium ons leven ook verkeert, Gods stem komt altijd tot ons en worden we voor de beslissing gesteld: horen we of horen we niet?

Wat moet heden? Ons bekeren? Geloven? Christen worden? Als dat zo maar ging, zouden meer mensen tot geloof zijn gekomen, denk ik. Maar er staat ook nog iets anders bij in onze tekst: verhardt uw hart niet! Verharden is ongevoelig maken en raken, afstompen, verstokken, God maar laten praten en roepen… en zelf niet luisteren. Verharden is ook toesluiten, dat je niet de mogelijkheden gebruikt die God ons nóg geeft, om Zijn stem te horen en te gehoorzamen. Dat alles is “verharden”. Dat je de splinter ziet in andermans ook, maar de balk in eigen oog zie je niet!

Het is gevaarlijker dan je denkt, dat verhardingsproces. Niet voor niets wordt wel eens gezegd, dat je je geestelijke vermogens moet voeden en dat je daarom naar de kerk moet gaan. Geestelijke vermogens: geloof, liefde, nederigheid, onbaatzuchtigheid, opofferingsgezindheid en gaat u zo maar door. Dat alles moet gevoed worden, anders stompt het af en raak je ze kwijt. Dan raak je de antenne naar God kwijt. Ieder mens heeft behoefte aan geborgenheid, een plekje voor God in zijn hart. Dat is hem bij de schepping gegeven. Dat plekje moeten we opzoeken en in stand houden. Doen we dat niet, dan verliezen we het contact met God en met ons diepste zelf. De Bijbel noemt dat “verharding”.

Een voorbeeld hiervan zien we in Israël, toen het zich verhardde in de woestijn. Ook rondom Jezus zien we het: bij Judas. Hij begint met Jezus te volgen en weet zich drie jaar zó staande te houden, dat niemand vermoeden zou dat het volgen van Judas niet gemeend zou zijn. Jezus geeft hem ook nog de belangrijke functie van penningmeester. Toch blijkt uit enkele aanduidingen, dat Judas bij Jezus meer zichzelf zocht dan de Meester. Zei Jezus niet juist ook met het oog op hem: “Gij kunt niet God dienen en de mammon”? Judas hoorde het wel, maar verhardde zijn hart. Dan geeft Jezus hem nog een kans om zich op tijd terug te trekken uit de kring. Als velen Hem geërgerd verlaten, zegt Hij tegen de discipelen: “Willen jullie ook maar niet liever weggaan?”Judas hoorde het wel, maar verhardde zijn hart. En een laatste keer waarschuwde Jezus hem bij het Heilig Avondmaal: “Wie met Mij de hand in de schotel doopt…”Judas begreep het heel goed, maar hij verhardde zijn hart. En even later komt hij als hoofd van een roversbende de Olijvenhof binnen om Jezus gevangen te nemen. Onder de schijn van discipel te zijn (hij kust Hem) geeft hij het verraderlijke teken: dat ze Deze moesten hebben! Nu zegt Jezus het hem recht in zijn gezicht: “Judas, verraad je de Zoon des mensen met een kus?” Maar het proces van de verharding is al zo ver gevorderd, dat zelfs dit woord hem niet meer tot bezinning kan brengen. Zien we Judas wegzinken? Steeds dieper, tot hij helemaal geen uitweg meer weet en zichzelf het leven beneemt. Zó werkt het proces van verharding!

Wanneer was het voor Judas nu de tijd? Het heden, indien gij zijn stem hoort? Dat “heden” was er van ’t ogenblik af dat Jezus hem riep. En het werd met de dag indringender.

Zou het voor ons anders zijn? Ja, maar, zult u zeggen, wij zijn geen Judas, wij zijn toch gelovige mensen? Ja, dat zijn we, maar dat leek Judas ook te zijn, en dat was hij in het begin ook. Hij was een discipel van de Heer. Net als de anderen had hij de woorden van Jezus gehoord, het Onze Vader gebeden, zieken genezen en duivels uitgedreven en met de anderen twee aan twee het Evangelie verkondigd. En toch ging zijn weg naar beneden. Een proces van verharding! En zegt u nu niet: dat met Judas moest zo zijn, dat had God zo bepaald, Judas moest de rol van verrader vervullen. Dat is te gemakkelijk gedacht. Als je zó denkt, kun je alles in de schoenen van God schuiven en alle verantwoordelijkheid bij de mens wegnemen. Nee, zó is het niet. Judas zelf was verantwoordelijk voor wat hij deed. Hij had terug kunnen keren, als hij maar echt gehoord had met zijn hart. Ook voor hem waren er talloze “hedens” geweest, waarop hij Gods stem had kunnen horen.

De weg van de verharding ligt open voor iedereen. Het is een sluipend proces, ook voor gelovige Christenen. Denk niet dat ’t u niet kan gebeuren! Niets is de Christen vreemd. Al de zonden der wereld zijn ook bij hem en haar te vinden. Des te erger, omdat je ’t bij hen niet verwachten zou! Hoevele oorlogen zijn er niet gevoerd door die verharding? Hoevele ruzies tussen mensen, die elkaar eigenlijk na zouden moeten staan? Hoevele families zijn daardoor niet uit elkaar gerukt? Het “heden” is altijd vlak bij, maar we gaan het zo gemakkelijk uit de weg. Want de consequenties van het “indien gij mijn stem hoort” passen ons niet.

We gaan de Lijdenstijd in en Pasen tegemoet. Indringend klinkt Gods Woord: “Heden, indien gij mijn stem hoort, verhardt uw hart niet!” In het lijden van Christus zien we het lijden van de wereld terug. We worden opgeroepen begaan te zijn met al de noodlijdenden in de wereld. Even een pas op de plaats maken, even geen luxe leven, maar leven in eenvoud en denken aan die anderen, die onze hulp gebruiken kunnen. Zó komen we het lijden van Christus nabij en geven we de verharding geen kans. Dan komt echt Pasen in het verschiet: een nieuwe wereld, zonder lijden, zonder dood, de wereld van de opstanding. Laten we met vreugde de weg gaan, die Jezus ons is vóórgegaan.

“Och, of gij heden naar Zijn stem hoordet, verhardt uw harte niet!”

Amen.

Eén gedachte over “Op weg naar pasen”

  1. We worden opgeroepen begaan te zijn met alle noodlijdenden…….Maar waarom worden we niet opgeroepen begaan te zijn met Jezus wiens sterven toch een doel had? Was het doel niet de Verzoening met God, het teniet doen van de afscheiding van God, wat we telkens weer doen als we in eigen kracht ons leven leiden? Ik mis in deze overdenking iets wat wezenlijk is!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *