Maar Jezus bleef zwijgen


Mattheüs 26, 62-63a
“En de hogepriester stond op en zei tot Hem:
Geeft Gij geen antwoord, wat getuigen dezen tegen u?
Maar Jezus bleef zwijgen”.

jezus gevangengenomen, 15de eeuw, IerlandJezus is gevangen genomen. Met stokken en zwaarden zijn ze er op uitgetrokken. Judas is naar de Meester toegegaan en kuste Hem. Alle andere discipelen zijn op de vlucht.

Dan brengen de dienstknechten van de overpriesters de gevangene naar het huis van Kajafas, de hogepriester. Daar zaten de schriftgeleerden en oudsten van het volk bij elkaar te vergaderen. Eindelijk hebben ze Hem nu in handen gekregen, die timmermanszoon, die met zijn wonderlijke optreden en godslasterlijke praatjes het gezag van de godsdienst ondermijnt!

Nu moeten ze Hem nog ter dood veroordelen. Voor zo’n proces zijn twee getuigen nodig. Dat was nog niet zo gemakkelijk om die te vinden. Er waren genoeg mensen, die graag wat bij wilden verdienen. Maar twee te vinden die precies hetzelfde betuigden, dat viel nog niet mee. Eindelijk hadden ze er twee te pakken, die zeiden: “Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel van God afbreken en binnen drie dagen weer opbouwen.”

De hogepriester stond op en riep Jezus toe: “Wat heb je daarop te zeggen? Antwoordt gij niets? Wat getuigen deze tegen U?” Maar Jezus zwijgt.

Nu zal het gaan gebeuren. Eindelijk hebben ze een gegronde aanklacht tegen Hem gevonden. De spanning stijgt. Kajafas roept Hem toe: “Nu, wat zeg je er van?” De haast van het slechte geweten klinkt uit zijn woorden. Maar dan gebeurt er dat wonderlijke, wat alleen maar in het Evangelie gebeuren kan: Jezus zwijgt! Jezus, doet wat wij in zulke omstandigheden nooit gedaan zouden hebben; Hij zwijgt! Hij antwoordt z’n beschuldigers met geen woord. Wij zouden kwaad geworden zijn en met veel woorden ons standpunt verdedigd hebben. Misschien hadden we ook uit hoogmoed gezegd: “Op zulke beschuldigingen antwoord ik niet, daar sta ik boven, wat denken jullie wel!” Maar dat zal toch de reden van Jezus’ zwijgen niet geweest zijn, want Jezus kent geen hoogmoed. Hij is zo anders als wij. Hij is de Zoon van God, Die daar staat om in onze plaats het lijden en de dood aan te gaan. En Hij zwijgt. Straks, als Hij voor Pilatus staat gebeurt hetzelfde. Ook daar zwijgt Jezus. Hoe ontroerend klinkt het niet in Bach’s Matteüs Passion: “Aber Jesus schwieg stille”. Pilatus zei ook: “Hoort gij niet hoeveel zaken zij tegen U getuigen?” Maar Hij antwoordde hem niet op enig woord.

En zó is het ook, als Jezus voor koning Herodes staat. Die was zo blij, toen hij Hem zag, want hij had veel over Hem gehoord en wilde Jezus wel eens ontmoeten. En hij bevroeg Hem met veel woorden, maar Jezus antwoordde niets!

Vanwaar dit zwijgen van Jezus tegenover de hogepriester en de Hoge Raad, tegenover Pilatus en Herodes? Als het geen hoogmoed is, waarom doet Jezus dat dan? Dat is heel verwonderlijk. Dat wordt ook van Pilatus gezegd: hij verwonderde zich zeer over dit zwijgen, wat hij niet verwacht had. Jezus, kon toch voor Zijn recht opkomen? Valse beschuldigingen laat je toch niet zo maar over je heengaan? Of zou het zó zijn, dat Jezus met Zijn zwijgen zijn schuld bekent? Wie zwijgt, stemt toe!

Misschien kon Hij wel geen antwoord geven, omdat het waar was waarvan zij Hem beschuldigden. Door Zijn zwijgen verbeterde Jezus Zijn positie bepaald niet! Hij krijgt een kans Zich te verdedigen, maar Hij maakt er geen gebruik van. Wij begrijpen daar niets van.

Of zou Hij uit angst gezwegen hebben? Uit angst? Hoe kunt u dat nou denken, Jezus kan als Zoon van God toch geen angst gehad hebben? Dat past toch niet in het beeld dat wij van Jezus hebben. Toch, denk ik, dat Jezus ook bang geweest is, net als wij dat zijn in zo’n situatie. Stel je dat maar eens voor! Je staat daar tegenover zo’n overmacht van schreeuwende mensen. We denken ook aan Getsemane, hoe het Jezus toen te moede was. Als je staat voor de dood, dan komt doodsangst over je. “Mijn ziel, wat zijt gij onrustig in mij… Laat deze beker toch aan Mij voorbijgaan!” Ja, Jezus heeft ook angst gekend, net als wij. Gelukkig maar, daarin staat Hij zo heel dicht naast ons. Bij ons lijden, in onze angst, dáár mogen we de Heiland naast ons weten. Hij deelt onze angst en pijn.

Toch, denk ik, zal het hier in Jezus’ zwijgen ook geen angst geweest zijn. Want even later spreekt Hij, en hoe! Zou het dan misschien deemoed geweest kunnen zijn? Zoals we lezen in Jesaja 53 ? ” Hij werd verdrukt, doch Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachtbank geleid, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.” Ja, er zal zeker deze deemoed bij Jezus zijn geweest. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Maar of dit het zwijgen van Jezus helemaal verklaart? Ik denk van niet. Want nogmaals: later neemt Hij wel het woord.

Kijken we nog even naar de situatie, waarin Jezus verkeert. Hoe reageert de hogepriester op Jezus’ zwijgen? Hij wordt boos en roept uit: “Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt of Gij zijt de Christus, de Zoon van God.” De beslissing moet vallen. Het is alsof de hogepriester door zijn jagende woorden Jezus dwingen wil Zijn geheim te openbaren. En nu spreekt Jezus!

Nu het zo bedreigend wordt, nu spreekt Jezus. Eigenlijk merkwaardig. Wij zouden eerder nu gezwegen hebben. Want ze konden Hem nu op elk woord pakken dat Hij zou zeggen, dat was heel bedreigend. Wij zouden dichtgeklapt zijn. Maar Jezus zwijgt nú niet. Hij spreekt en zegt dingen, die vlees en bloed Hem niet geopenbaard hebben. Hij spreekt vanuit Zijn goddelijke volmacht: “Ja, hogepriester, gij zegt het. Doch Ik zeg u: van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.” En de hogepriester verscheurt zijn kleren en zegt: “Hij heeft God gelasterd, waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Nu horen jullie ’t toch allemaal zelf?”

“Hij is des doods schuldig!” klinkt het als uit één mond.

Wordt ons nú de tekst wat duidelijker, nú wij de afloop gehoord hebben? “Maar Jezus zwijgt”. We hebben hiervoor verschillende verklaringen gegeven. We zien Jezus vóór ons als d e stoïcijnse held, die zich verheven acht boven de roddelpraatjes. We zien Jezus vóór ons, die in zwijgen lijkt toe te stemmen dat de beschuldiging waar is. We zien Jezus vóór ons als de Deemoedige, die in zijn lot berust, die weet dat alle dingen komen zoals zij moeten komen, zoals God dat beschikt heeft. Wij zeggen dat toch ook wel eens: “Het komt toch zó zoals het moet komen”? En Die daarom zwijgen kan, waar wij wellicht opstandig zouden schreeuwen? Wij zien tenslotte Jezus vóór ons als de Zoon van de Vader, Die Zijn kind heenleidt naar het zo moeilijke einde toe. Die als ’t ware Zijn hand op Zijn schouders legt om Hem moed in te sopreken. En wie zou dan niet zwijgen? Wanneer God ingrijpt in ons leven met vreugde of verdriet, gaat het ons dan anders? Dan hebben wij ook geen woorden!

Dit alles, Gemeente, zien wij in Jezus’ zwijgen. Maar één ding hebben wij er nog niet in gezien. Wij hebben in Jezus’ zwijgen Gods zwijgen nog niet gezien. Wij hebben Jezus’ zwijgen nog niet verstaan als een zwijgen van God, een veroordelend en barmhartig zwijgen, zoals dat alleen vanuit Gods liefde voor ons gebeuren kan. In Jezus’ zwijgen ligt Gods oordeel over alle zogenaamde godsdienstigheid en vroomheid, die de hogepriester hier vertegenwoordigt. Hij droeg het hoogste gezag van de Kerk in Jezus’ dagen. Hij zal het ook best goed bedoeld hebben, toen hij Jezus wilde veroordelen, want alles wat Jezus deed en zei druiste in tegen de toenmalige geloofsregels en geloofstraditie. Jezus zwijgt. Dat betekent, dat God veroordeelt ook onze huichelachtigheid en lauwheid en zelfverzekerdheid, want ook wij hebben iets van die hogepriester en schriftgeleerden. Kijk maar naar de discussie, die in de afgelopen weken ontstaan is over de uitspraken van prof. Harinck, die niet helemaal sporen met de orthodoxe traditie. Zo’n eerlijke en kundige en gelovige man wordt dan toch maar mooi aan de schandpaal genageld! Nee, wij zijn geen haar beter dan Kajafas en zijn collega’s. Wij zouden toen niet anders gehandeld hebben dan zij!

Maar, Goddank, er is ook barmhartigheid in dit zwijgen van God. Het is een voorafspiegeling van wat er aan het kruis zal gebeuren: de vergeving van al onze zonden. Zelfs van valse beschuldigingen en van zoiets verschrikkelijks als het ter dood brengen van een onschuldige aan het kruis. We horen Jezus zeggen: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” Moeten we in die geest ook niet het zwijgen van Jezus verstaan? Een barmhartig zwijgen. Soms is het beter je mond te houden dan te spreken. Uit liefde alleen. Want de liefde is lankmoedig, zij is goedertieren, zij verblijdt zich niet in ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen… Zij verdraagt zelfs menselijk onrecht, valse beschuldigingen, dat mensen op je dood uit zijn…

Wat is het goed, dat God zó ook tegenover ons soms het zwijgen er toe doet, uit barmhartigheid. Horen, zien, zwijgen. Boven het praat-kotje voor de ouderen bij ons in Barendrecht, staan de verstandige woorden: “Spreken is zilver, zwijgen is goud.” Daar moesten de mensen meer aan denken!

Maar toen Jezus sprak, waren dit Zijn woorden: “Van nu aan zult gij zien de Zoon des Mensen, zittende ter rechterhand Gods en komende op de wolken des hemels!”

Amen.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “Maar Jezus bleef zwijgen