Geroepen tot het licht


Deze keer een preek, gehouden in de Vredeskerk te Amsterdam, van mijn Franciscaanse broeder LEO JACOBS ofs.

Mattheüs 4, 12-23
Schriftteksten: Jes.8: 23b – 9: 3, Ps.27, 1 Kor.1:10 – 13 + 17, Mt.4: 12 – 23.

Visser in bootWaarschijnlijk konden zij niet eens lezen, de vier eerste geroepenen door die heel bijzondere Mens, die zij blijkbaar zonder enige aarzeling volgden en in wie zij de “Massiach”, de Gezalfde hebben herkend. En de tekst uit Jesaja, met die voorspelling van dat heldere licht dat een heel volk, dat in duisternis dwaalt, zal verlichten, die profetie konden zij zeker niet lezen want die werd geschreven in klassiek Hebreeuws en deze eerste vier apostelen spraken waarschijnlijk alleen de taal, die in die tijd het hele midden- Oosten sprak, het Aramees, en dat is een heel andere taal. En het evangelie volgens Matteus, waarin de woorden van Jesaja worden aangehaald  –  dat evangelie moest toen nog geschreven worden. En toch, zo maar, boing, volgden die vier ongeletterde vissers de Zoon des mensen.

Zou iemand van jullie het doen? Zou ik het zelf doen? Je ontmoet hier iemand op het Vredeskerkplein, een wat merkwaardig type, of misschien juist een heel betrouwbaar uitziend persoon, zo iemand als Pierre Valkering, en die zegt tegen je: “geef alles op en volg mij; ik maak je een visser van Amsterdammers”. Ik zou minstens even willen nadenken en er in elk geval met mijn vrouw over moeten praten. Maar ik ben ook geen bezitloze visser. Het zal ons waarschijnlijk vergaan als die rijke jongeling, die zo graag Jezus wilde volgen en zich keurig hield aan alle mitswoth, aan alle geboden, maar helaas ook heel rijk was. Hij werd diep treurig (Mt 19: 21-24). Jullie, en ik ook, ik denk dat wij in materiele zin meer te verliezen hebben dan die vissers. En de meesten van ons zijn ook wat ouder.

Waren die mannen 18 of 21 jaar? Op die leeftijd stort je je gemakkelijker in een avontuur. En toch: wat heeft deze 4 mannen zo snel over de streep getrokken? Het antwoord, dat de schriftteksten geven, Jesaja en Matteus, is, dat zij het Licht zagen, het Licht dat zo mooi verwoord is in de psalm van daarnet. En die teksten over het Licht  –  die deden mij denken aan wat mijzelf overkwam, bijna 14 jaar geleden. Tot die gedenkwaardige dag in maart 1997 had ik mijzelf altijd voor een ongelovige gehouden, actief in de linkse politiek en zonder enig geloof in God. Totdat DAT mij overkwam, ja, NB tijdens een wintersportvakantie in Frankrijk  –  toen mij in een flits duidelijk werd dat God bestaat. Een onbeschrijfelijke mystieke gelukservaring, waarvan ik behoorlijk ondersteboven was.

Ik wist aanvankelijk niet wat ik er mee aan moest en hield het voor mij. Mijn gezin had wel gemerkt dat er wat was, en na enkele maanden heb ik opgebiecht: ik geloof in God. Toen begon het kruisverhoor. Mijn jongste zoon vroeg heel rechtstreeks: “wat is dat dan, concreet, wat is God? Concreet!” Dat was lastig: je weet precies wat je gelooft maar dat beschrijven aan iemand die deze genade niet ontvangen heeft  –  ik kon niet veel meer uitbrengen dan “Licht. God is voor mij Licht.” Voor mijn zoon was het een weinig bevredigende uitleg. Ik vind het nog steeds moeilijk te verwoorden. Die vier vissers daar in het land van Naftali, aan de oever van het meer van Kinnereth, oftewel Galilea, die hadden blijkbaar dus geen beschrijving nodig.

Jezus was voor hen het Licht waarop hun volk al eeuwen wachtte. Zoals God voor mij het Licht was, waarop ik – dat weet ik nu – onbewust ook zat te wachten. Dat is geen tegenstrijdigheid, want God de Vader en Zijn Zoon vormen met de H. Geest een eenheid, zoals de kerk ons leert. Maar laat ik niet afdwalen: waren die vissers de eersten, die in Jezus het Licht der wereld herkenden? Nee: zo zag de zeer bejaarde Simeon het vlak voor zijn dood ook al, toen Maria en Jozef de tempel betraden om de piepjonge eerstgeborene op te dragen aan de Heer (Lc 2: 32). “Een Licht dat voor de heidenen straalt,” zei Simeon; m.a.w.: toen al was bekend dat Jezus er was voor de hele wereld en niet alleen voor het eigen volk van Israël. Dat was a.h.w. al een begin van het nieuwe verbond.

***

Die vier vissers lieten hun broodwinning, en de laatste twee ook hun vader voor wat het was, en volgden Hem, zonder zich af te vragen of er ’s avonds brood op de plank zou zijn. Eigenlijk zou je het hele Nieuwe Testament samen kunnen vatten in die zin: “Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken.” Jezus vraagt in die korte tijd, dat hij de blijde boodschap aan Israël verkondigt, steeds weer Hem te volgen. En alles op te geven. Stel dat je die roeping volgt  –  hoe ritsel je dat in onze moderne consumptiesamenleving? Verlangt Hij werkelijk in alle radicaliteit van ons om alles op te geven?  Ik zou het niet kunnen. Maar er bestaat naast “Licht” nog een andere karakteristiek voor zowel de Vader als voor de Zoon: onvoorwaardelijke liefde.

Dat klinkt vrij abstract, tenzij je het hertaalt in liefde zonder voorwaarden.  Jezus vraagt veel van ons, maar als wij dat niet kunnen opbrengen  –  dan blijft Zijn liefde onvoorwaardelijk. Betekent die onvoorwaardelijkheid dat God niet straft? Onder het oude verbond wordt flink gestraft, zo lezen wij in het oude testament. Maar wij leven nu onder het nieuwe verbond. Jezus kwam om de verstoorde liefdesrelatie tussen God, Zijn Vader en Diens kinderen, de mensen te repareren. De wraakgierige God is in Christus een vergevende God geworden. Dat is een wezenlijk verschil met de God van bijvoorbeeld godsdiensten, welks aanhang afvalligen en andere vermeende zondaars stenigt, vermoordt, die de heilige oorlog predikt, kortom: die geweld stelt boven vrede-lievendheid.

Jezus zegt dat geen tittel of jota uit de wet zal verdwijnen, maar vervolgt: voordat alles geschied is. En Hij zegt ook: wet en profeten golden tot Johannes; sindsdien wordt de Blijde Boodschap van het Rijk Gods verkondigd (Mt 5: 17- 18, Lc 16: 16- 17; zie ook Gal 3: 23-25).  Er zullen er onder u heel wat zijn, die opgroeiden in zo’n ouderwets rooms gezin, waar de kinderen vreesden voor elk klein vergrijp de vlammen van vagevuur of hel te moeten doorstaan. Ongetwijfeld hadden ouders en priesters met die bangmakerij de beste bedoelingen, en uiteraard onthoud ik mij van een oordeel (Mt 7: 1), maar ik ben blij dat de genade van het geloof in de liefdevolle God mij pas is overkomen toen ik niet meer bang voor Hem hoefde te zijn (1 Joh 4: 18).

Jezus weet best dat wij nooit Zijn heiligheid zullen bereiken. Dat begint al met Petrus, wiens geest soms verblind is (Mc 6: 52); die Hem op het laatst maar liefst drie maal verloochent. Toch zal Petrus de hoeksteen van Zijn kerk worden. Wij kunnen wel ons best doen. Kleine zonden, niet bijvoorbeeld seksueel misbruik, maar kleine, helaas weer wel wijdverbreide zonden zijn bijvoorbeeld het geürm over de veronderstelde onveiligheid, en de klaagzang dat het in ons land steeds slechter zou gaan. Die ontevredenheid heeft iets zondigs, ook al omdat alle statistieken uitwijzen dat ons land nooit zo veilig is geweest als heden ten dage, dat Nederland rijker is dan ooit en dat het enige negatieve aspect aan die welvaart is, dat niet iedereen ervan profiteert: de kloof tussen arm en rijk neemt toe.

Formeel staat ontevredenheid niet als zodanig onder de zeven hoofdzonden, maar ik denk dat het heel goed past in het rijtje gierigheid, nijd, gramschap en gulzigheid. Hoe gaan wij om met al onze slechte eigenschappen? Van de Braziliaanse bevrijdingstheoloog en voormalig Franciscaan Leonardo Boff citeer ik:

Als je de roep van de Geest hoort, geef er dan gehoor aan en probeer met heel je ziel, met heel je hart en met al je krachten heilig te worden.

Wanneer wegens menselijke zwakheid het je niet lukt heilig te worden, probeer dan met heel je ziel, met heel je hart en met al je krachten volmaakt te worden.

Maar als je vanwege de ijdelheid van je leven er niet in slaagt volmaakt te worden, probeer dan met heel je ziel en je hart en met al je krachten goed te worden.

Als evenwel door de hinderlagen van de boze het je niet lukt goed te zijn, probeer dan met heel je ziel, met heel je hart en al je krachten verstandig te worden.

Wanneer tenslotte vanwege het gewicht van je zonden je er niet in slaagt heilig, volmaakt, goed of verstandig te worden, probeer dan deze last voor God te dragen en geef je leven over aan de Goddelijke Barmhartigheid.”*

***

Zou het kunnen zijn dat de 4 eerste apostelen dat zo direct herkenden in Jezus: de Goddelijke Barmhartigheid? Drie van hen, Petrus, Andreas en Jakobus, stierven volgens de overlevering niettemin de marteldood; bloedgetuigen dus. Vaak wordt dat in de taal van de kerk beschreven als “zij werden verheerlijkt in God” of woorden van gelijke strekking. Ik heb daar moeite mee. De marteldood zie ik als iets gruwelijks. Hoe het met Johannes afliep  –  dat weten wij niet. Er bestaat een mythe dat hij was aangekomen in de toen bloeiende gemeente van Efeze en daar zou hij voor de voltallige gemeente, omstraald door een oogverblindend licht, met ziel en lichaam zijn verheven in Gods heerlijkheid.

De kerk is niet blij met deze legende. Maria wordt in Efeze vereerd, en dat vindt Rome al moeilijk genoeg. Het schijnt, dat van Johannes geen graf bekend is, en dat van hem evenmin relikwieën worden aangetroffen. En de veronderstelde Hemelvaart lijkt wel erg op de manier waarop bijvoorbeeld Jezus in Joh 12: 32 aanzegt te zullen opstijgen en die ruim zes eeuwen later werd geïmiteerd door Mohammed, die op enigszins vergelijkbare wijze wordt meegenomen naar de hemel vanaf de rots in Jeruzalem. Maar waar of niet waar  –  omstraald door licht, door het Licht te worden opgenomen in Gods koninkrijk  –  is er iets mooiers denkbaar? “Vuur ben ik op aarde komen brengen” zegt Jezus (Lc 12: 49). Vuur geeft warmte en vooral ook: licht. Bidden wij dat het Licht ons blijft verlichten bij onze armzalige pogingen Hem te volgen, Adonai Elohenoe, amen.

* in “Sint Franciscus van Assisi “Tederheid en kracht” p.154

Preek, gehouden in de Vredeskerk te Amsterdam, van mijn Franciscaanse broeder LEO JACOBS ofs.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *