Armoedebestrijding


Mattheüs 5, 13

Gij zijt het zout der Aarde.

koptisch vriendschapsicoonJezus gebruikt voor de positie waarin de discipelen en de Kerk zich bevinden twee beelden: zout en licht. Twee voor de hand liggende dingen. Elke dag kom je ze tegen: zout en licht.

Zout werd al lang voor Jezus in het oude Israël veel gebruikt, voor allerlei zaken. Het is dan ook een van de weinige natuurproducten van eigen bodem. We denken aan de Dode Zee, waarin verschillende zoutwaterbronnen uitvloeien waardoor na verdamping onder de felle oosterse zon het zout vanzelf achterblijft. We denken ook aan de vrouw van Lot, die werd tot een zoutpilaar toen zij omkeek naar de verdorven stad Sodom. En we denken aan de befaamde zoutmijnen van koning Salomo. Geen wonder, dat zout een dagelijks gebruiksartikel was in Israël.

In het oude wetboek Leviticus beveelt God de offers te zouten: “Elke offergave van uw spijsoffer zult gij zouten; bij al uw offergaven zult gij zout toevoegen; gij zult het zout van het verbond uws Gods niet laten ontbreken” (Leviticus 2,13). Het wordt dus zelfs iets goddelijks, een teken van het Verbond dat God met Zijn volk gesloten had. Dat heeft -denk ik- te maken met de eigenschap van zout dat het  zuivert en tegen bederf bewaart. Zout wordt dan ook veel in de tempel gebruikt. Je had er speciale plaatsen om de offers te laten zouten. Daarnaast kwam het natuurlijk in elk huis voor, net als bij ons. We herinneren ons nog wel de tijd dat we de boontjes in grote Keulse potten gingen inzouten.
Nog eten we zoute haring en zuurkool uit de pot en zoute ham.

Preekstoel in 'de Stek' te BoskoopZout heeft een zuiverende, kruidende en behoudende kracht. In Jezus’ tijd hadden de mensen daar ook spreekwoorden over. Zoals: “Het zout van het geld is het gebrek”, wat -denk ik- betekent: alleen wie het gebrek, de armoede, gekend heeft, weet het geld te waarderen. Het werd ook wel anders geformuleerd: “Het zout van het geld is de barmhartigheid” wat betekent: alleen wanneer je barmhartig bent en je geld kunt delen met anderen, ben je goed bezig; dan heeft je rijkdom pas echt zin!

En daarmee zitten we midden in ons onderwerp van vanmorgen: armoede-bestrijding. Heeft dat niet alles te maken met ‘barmhartigheid’ en ‘delen’?

Zou Jezus het niet zo bedoeld hebben, toen Hij -ook tot ons vanmorgen- zei: Jullie zijn het zout der aarde? Waarom? Omdat jullie het Evangelie van God in jullie harten hebt, de blijde boodschap van Gods barmhartigheid, die de mensen reinigt en voor bederf bewaart, die mensen gelukkig maakt, niet in de laatste plaats door armoede tegen te gaan en alle mensen een menswaardig bestaan te geven.

Symbolisch bloemwerk SOW 'de Stek' te BoskoopWe moeten oppassen, dat ‘armoede’ niet een ‘hot item’ wordt, waar wel veel over gesproken wordt, in talkshows voor de TV en ook in de Kerken en zelfs in de Tweede Kamer, maar waartegen nog steeds niet veel gedaan wordt. Als ’t er echt om spant, krijgt armoede-bestrijding niet de prioriteit, maar zal ’t altijd in de eerste plaats gaan om economisch gewin. Soms krijg je hoop, wanneer politici laten zien dat zij moeite hebben met de huidige bezuinigingspolitiek, die met name de mensen met lage inkomens treft. De aankondiging van een nieuwe partij die gerechtigheid en opkomen voor de armen propageert, geeft wellicht ook een beetje moed. Laat de aandacht toch niet verslappen!

Heel denigrerend wordt wel gesproken over ‘minima’ en de ‘onderkant van onze samenleving’. Je zou daar maar toe gerekend worden en het stempel van armoede met je mee moeten dragen. Geen wonder dat velen er niet voor uit durven komen dat zij bepaalde uitgaven niet kunnen doen en zich er voor schamen om daarvoor bij de Bijstand aan te kloppen. Ook in ons uiterlijk zo welvarende Nederland is er bij velen een bittere armoede, des te schrijnender omdat anderen zo rijk zijn dat zij hun oodschappenkarretjes overvol kunnen laden en soms aan één niet genoeg hebben.

SOW 'de Stek' te Boskoop“Het zout van het geld is de barmhartigheid”. Daar ligt de kern van armoedebestrijding: barmhartigheid. Dat is in arme landen net zo als in het meer welvarende Nederland. Maar soms is het makkelijker om ver weg wat te doen of te laten doen dan dichtbij. Hoe kun je mensen bij je in de buurt helpen, mensen, die het niet zo breed hebben? Je kunt natuurlijk je schouders ophalen en denken: daar hebben we toch de Bijstand voor, die zullen er wel voor zorgen, dat is mijn pakkie-an niet. Maar misschien weten die het niet? Misschien moet u ze er eens op wijzen? Misschien moet u -op een heel tactvolle manier natuurlijk- de nood van die ander eens hier en daar ter sprake brengen, bij instanties die financieel kunnen bijspringen zoals bij de diakenen in de kerk? Ja, en zelf, wat kunt u er zelf aan doen? ‘Barmhartigheid’, wat houdt dat voor u in? Toch zeker ook dat je naar die ander toe gaat en waar mogelijk hem probeert te helpen. ‘Delen met elkaar’ noemen we dat. Je hebt een kist appels gekregen of een ander meevallertje, geef er van mee. Maar altijd zo, dat het niet kwetsend is. Ik weet wel, we zijn daar een beetje bang van. Vroeger, toen niemand wat had, of iedereen hetzelfde, was het heel gewoon dat je met elkaar deelde en ook van elkaar leende. Nu schaam je je daar voor, zo is het toch vaak?  Laat zien, dat je ’t niet uit de hoogte doet, in de trant van “ik heb meer, dus kan ik weggeven”. Veeleer moet het zijn, dat je uit de laagte komt, uit nederigheid tegenover God, uit dankbaarheid dat Hij je zoveel gegeven heeft, zeg maar uit ‘onverdiende genade’. Uit het van God gekregen ‘rentmeesterschap’. Niets behoort immers onszelf toe, maar alles is van Hem, en wij… wij mogen het gebruiken ten goede, om goede rentmeesters te zijn van Gods genade.

Symbolisch bloemwerk SOW 'de Stek' te BoskoopArmoedebestrijding en rentmeesterschap van Gods genade horen bij elkaar. Een rentmeester is niet de eigenaar zelf die heer en meester is over zijn goed, maar hij is de vertrouwensman aan wie het beheer is toevertrouwd. Een beheer dat zich niet beperkt tot de zorgvuldige bewaring en verzorging van het goed, maar dat ook kan bestaan in het gebruik en zelfs uitdelen van deze goederen, voor zover de dienst aan de eigenaar dit toelaat. Zo is de mens ook niet de volstrekte eigenaar van zijn leven. Hij kan eigenlijk niet spreken van zijn kracht en zijn tijd en zijn geld, want het is alles van God die ons als rentmeesters over dat alles heeft aangesteld. Wij mogen het leven gebruiken en er ook van genieten. En we mogen er anderen mee helpen en ondersteunen. En eens zal er aan ons gevraagd worden: “Wat heb je er mee gedaan? Met je leven, met je gezondheid, met je geld?” Een rentmeester heeft rekenschap te geven van zijn beheer.  Vergeet dat nooit!

Paulus zegt, dat wij rentmeesters zijn van de velerlei genadegaven Gods. Gods genade is velerlei! En wij zijn rentmeesters, een ieder naar de genadegave(n) die hij of zij ontvangen heeft. Misschien denkt u wel: ik een rentmeester? Ik voel me zo arm en ik heb zo weinig, en op geestelijk gebied kan ik niets opbrengen. Toch noemt de apostel het uitdrukkelijk: een ieder naar de genadegave die hij ontvangen heeft. Wij hebben allemaal iets van Gods genade ontvangen! Geestelijke rijkdommen, geloof, hoop en liefde, en aardse rijkdommen, have, geld en goed. Als we dat ons eens goed realiseerden zouden we vast wel meer oog krijgen voor de ‘armoede’ bij anderen en voor de mogelijkheden en middelen ook om daar iets aan te doen. Wie weet van Gods genadegaven in zijn eigen leven verdraagt de armoede van anderen niet, maar doet er iets aan. Dat is het rentmeesterschap, waartoe we geroepen zijn.

Symbolisch bloemwerk SOW 'de Stek' te BoskoopNogmaals: het zout van het geld is de barmhartigheid. En Jezus roept ons toe: Gij zijt het zout der aarde! Hij stelt ons rentmeesterschap in wereldwijd perspectief. We denken vandaag aan die vele vele armen overal in de wereld en we voelen ons schuldig, omdat ze er zijn, terwijl dat niet zou hoeven als de rijken maar wat meer zout waren, als ook wij op onze beurt maar wat meer ons best zouden doen. We worden vandaag door God Zelf aangesproken op ons rentmeesterschap, wat we er van gemaakt hebben en of ‘armen’ daar ook iets van gemerkt hebben. Wij ondersteunen het werelddiaconaat en de hulp aan de slachtoffers van aardbevingen en watersnoodramp, maar mensen dicht bij ons kunnen een beetje hulp van ons ook best gebruiken in hun ‘armoede-bestrijding’.

Kom op, we laten ze toch niet in de steek?!

Gij zijt het zout der aarde!

Amen.    

Deze preek werd gehouden op zondag 6 november 2005 in de SOW ‘de Stek’ te Boskoop.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *