Positie van ouderen


Gastpreek van Rien Heijboer, bij zijn afscheid als directeur van verpleeghuis ”Ter Valcke” te Goes.

Dienst Vrije Evangelische gemeente Goes d.d. 19-10-2014

standbeeld ter valckeToen Dick Gorsse me vroeg of ik in deze themadienst iets wilde vertellen over de positie en de zorg voor ouderen heb ik daar spontaan ja op gezegd. Ik heb aangenomen dat de vraag kwam vanuit onze jarenlange samenwerking in de ouderenzorg. Of zou het toch zijn omdat ik ook ouder begin te worden. Laten we het maar op het eerste houden. Bovendien wordt het zo ook nog een wat interkerkelijk gebeuren.
Even voorstellen: mijn naam is Rien Heijboer. Ik ben zo’n 40 jaar werkzaam geweest in de zorg en daarvan kort geleden afscheid genomen. Maar ik verveel me niet, integendeel. Ik hoop nog een aantal jaren actief te zijn in een aantal bestuurlijke functies o.a. in de zorg en ben actief voor het Leger des Heils in Zeeland, in de dienstverlening, pastorale zorg, en het bestuur in Almere. Ik moet er op letten om mijn belofte na te komen om meer te gaan fietsen met mijn vrouw en leuke dingen te doen met de kleinkinderen.

Als je op hoge leeftijd bent gekomen of gehandicapt bent, soms ook moe en moedeloos bent, komt vaak de vraag naar boven: tel je nog wel mee in deze maatschappij, mag je er nog wel zijn, of kost je alleen maar geld voor de samenleving. En ben je afgeschreven. Ik heb echter in mijn leven vaak gezien dat er een geweldig getuigenis uitging van mensen die in de ogen van de samenleving al lang waren afgeschreven. Toen ik over deze dienst nadacht kwamen er twee ouderen in mijn gedachten. Zij hebben in mijn ontwikkeling een belangrijke rol gespeeld. Luistert u maar:

Het is meer dan 40 jaar geleden en ze woonde in een klein verzorgingshuis aan de Beestenmarkt/Brouwersgang in Goes. Ik was in mijn ‘wildere’ jaren, helaas nu geen gelegenheid om daar iets over te vertellen. Ik was opgegroeid in het Leger des Heils en het geloof was me dus van huis uit meegegeven. Maar in die tijd, zei me dat niet zoveel en ik had heel andere interesses en wilde de wereld verkennen. Toch deed ik mee aan een project van het Jeugd Rode Kruis en het Leger des Heils. Vriendschappelijk contact met ouderen in een verzorgingshuis. Vooral ouderen die niet veel familie, bezoek hadden. Spelletje doen en ik weet nog goed dat een van mijn activiteiten het schoonmaken van een kanariekooi van een van de bewoners was. Als 18/19 jarige jongeman kwam ik zo ook in contact met een oudere mevrouw die daar woonde. Als er iemand was in het leven die te klagen had, dan was volgens mij zij het wel. Ze was ernstig lichamelijk gehandicapt, haar gewrichten waren door reuma ernstig vergroeid, haar man was van haar weggegaan en een zoon van haar was overleden door kanker. Als er iemand reden had om te klagen dan was zij het wel, vond ik.

juffrouw de RidderMaar integendeel dat deed ze niet. Ondanks de pijn en zorgen vertelde ze vooral heel natuurlijk over haar geloof en wat God voor haar betekende. Dat ze kracht putte uit haar geloof. Ze genoot ondanks alles van kleine dingen. Ik vond dat zo bijzonder dat ik mede door haar God opnieuw ben gaan zoeken en heb gevonden.Een andere alleenstaande oudere die ik nooit zal vergeten was een mevrouw met een ernstige vorm van multiple sclerose in Ter Valcke. Ik kwam daar jaren als vrijwilliger op bezoek en nog. Het huis waar ik later een periode directeur mocht zijn. Ze kon echt niets meer. In haar handen deed de verzorging rolletjes omdat anders haar nagels in haar handen drukten, haar hoofd moest in een steun met een band. In de ogen van de maatschappij afgeschreven, kostte alleen maar geld, vele jaren lang. Toch is deze vrouw van grote invloed geweest op het leven van velen. Ze was heel belangstellend naar anderen, leefde met hen mee.

En als er iemand jarig was of bij een andere bijzondere gebeurtenis dan maakte ze vaak een gedicht. Repeteerde dat dan eindeloos in haar hoofd en iemand anders schreef het dan voor haar op. Zo mocht ik vele brieven en kaarten voor haar schrijven. Heel vaak citeerde ze voor aan het eind van een brief het volgende gedicht/ lied (een bewerking van ‘Wat de toekomst brenge moge’). Vele malen heb ik opgeschreven (en ik ben het na meer dan 25 jaar nog niet vergeten). ‘Wat de toekomst houdt verborgen, ligt onwetend in de tijd. Maar zeker is dat God zal zorgen en dat Hij ons leven leidt’. Ja, als je volledig verlamd bent en ogenschijnlijk niets meer kunt doen. Het lied eindigt met de woorden: ‘Eenmaal op de dag der dagen, is vergeten elk gemis. Geen waarom meer, en geen vragen daar God zelf het antwoord is.

Ik heb van haar geleerd dat het in het koninkrijk van God in de eerste plaats gaat om ‘zijn’ en dan pas om ‘doen’. En dat voor iemand die uit een organisatie van doeners komt. Dat bruikbaar zijn in Gods koninkrijk iets heel anders is dan productief in deze maatschappij. Bij God ben je nooit afgeschreven. Ook heb ik van haar geleerd dat het in relaties altijd om twee richtingsverkeer gaat. Je doet iets voor de ander maar krijgt ook vaak zoveel terug. In bijbelse termen: al zegende wordt je gezegend. Zo heeft God ons mensen aan elkaar gegeven om er voor elkaar te zijn. Mede door deze contacten ben ik in de zorg gaan werken.
Op een van onze contactavonden voor bezoekvrijwilligers van het Leger des Heils was een verpleegkundige en vrijwilliger van het Clarahofje onze gast. Aan de vrijwilliger werd de vraag gesteld wat dit werk haar opleverde. Ze antwoordde: de vele levenslessen die ik daar krijg.

Ook als je ouder bent, minder kunt doen dan vroeger, vergeet dan niet. Het gaat in de eerste plaats om je zijn! God wil ons mensen voor elkaar blijven gebruiken.
Vaak wordt tegen ouderen gezegd die aangeven dat ze ‘niets’ meer kunnen doen: maar u kunt toch altijd nog bidden. Voor uw naasten, voor de kerk, het Leger. Ja, het is waar, het gebed van de rechtvaardige vermag veel. Maar laten we het bidden niet tot een troostprijs maken. Laten we niet vergeten dat het in het koninkrijk van God in de eerste plaats om je zijn gaat. En bidden hoort daar zeker bij.

De zorg, ook de zorg voor ouderen is in ons land aan grote veranderingen onderhevig. We moeten veel meer zelf doen, een groter beroep op ons netwerk, familie, vrienden, relaties, de kerk is aangewezen. Op zich is dat niet verkeerd.
Maar de zorgzame samenleving en tegenwoordig spreekt men over de participatie maatschappij, komt vrees ik niet zo gemakkelijk terug als de overheid graag zou willen. De financieel beperkte middelen en het terugdringen van de uitgaven voor de zorg, (we kunnen en willen het met elkaar niet meer betalen), zijn uiteindelijk de belangrijkste redenen voor al deze veranderingen.
Het is een bijbelse opdracht om naar elkaar om te zien. Voor anderen er te zijn en te zorgen. En niet alleen voor je familie maar juist ook voor hen die weinig familie / relaties hebben. Zegt Jezus niet in het Mattheus evangelie (hoofdstuk 25) : ‘Wat je aan een van mijn minste broeders of zusters hebt gedaan dat heb je aan mij gedaan’.

Het tempo van alle veranderingen, ook in de zorg voor ouderen geeft wel heel veel zorgen. Zullen er niet veel mensen, ouderen tussen wal en schip vallen.
In mijn werk in de ouderenzorg en ook in mijn werk voor het Leger des Heils kom ik mensen tegen die vrijwel niemand hebben. Geen netwerk waar ze op terug kunnen vallen. Geen kinderen of kinderen die ver weg wonen. Verbroken relaties, noem maar op. Veel alleen en vaak last van eenzaamheid. Behoefte aan echte ontmoeting met anderen. Geen vluchtige contacten maar iemand die de tijd voor je neemt, echte belangstelling toont en jou in je waarde laat. Die de lange duur volhoudt. Helaas is het zo dat als je ziekte langer duurt dan een paar maanden en het chronisch wordt, er dan veel mensen wegblijven. Vaak blijft alleen een kleine kring van mensen over. En soms ook dat niet. Als je dementeert of door een beroerte niet meer kunt praten. Houden wij het vol om naar die ander toe te blijven gaan.

Zo sprak ik enige tijd geleden een man van net 50 en getroffen door een ernstige hersenbloeding. Hij voelde zich zo aan de kant gezet, zo nutteloos. Ja, de eerste weken stond zijn kamer in het ziekenhuis vol met kaarten, bloemen en fruit. Kwamen zijn vrienden en kennissen, collega’s, mensen van de kerk regelmatig op bezoek. Maar het werd al snel minder. En nu bijna twee jaar later waren er nog een handvol mensen die hem regelmatig kwamen opzoeken. “Ik ben er nog, zei hij, maar mijn leven is over”. En daar sta je dan en weet eigenlijk niets te zeggen.

Het doet me ook denken aan die keer dat ik mocht voorgaan in een uitvaartdienst in een heel grote aula van het crematorium in Rotterdam zuid.
Ze was enkele jaren in een verpleeghuis opgenomen geweest. Lichamelijk en geestelijk was ze achteruit gegaan. Een milde vorm van dementie. Ze had alleen familie die in Duitsland woonde. Tijdens de dienst in de aula zaten op de eerste rij: twee verzorgsters en een vrijwilligster van de afdeling, een maatschappelijk werker die heel lang contact met haar had gehad, de uitvaartleider en dat was het. De familie vond de afstand toch te ver en was niet op komen dagen.
Met veel overtuiging heb ik in mijn overdenking er bij stil gestaan dat: God onze naam altijd blijft herinneren en ons nooit vergeet. Bij mensen raken we soms kwijt maar bij Hem nooit.

De vraag komt op of wij oog hebben voor kwetsbare mensen, voor ouderen in onze omgeving, in de familie, in de kerk. Is dat niet onze opdracht van Godswege?
Men zegt wel dat de kwaliteit van een samenleving kan worden afgemeten aan de wijze hoe men voor de ouderen zorgt. U weet vast dat in veel culturen ouderen een heel andere rol en positie hebben dan bij ons.
Het verzorgingshuis verdwijnt in een fors tempo. Je kunt alleen nog naar een verpleeghuis als het echt niet anders kan en je forse handicaps, lichamelijk of geestelijk (zoals dementie) hebt. De meeste ouderen willen ook niet anders en blijven het liefst thuis. Gelukkig zijn er goede alternatieven in de vorm van woonzorgcentra die bescherming, beschutting, activiteiten en contacten bieden en zorg als het nodig is. Maar het blijft belangrijk voor ouderen, maar eigenlijk voor ons allen om een goed netwerk, relatiekring te hebben. Dat lukt alleen als we daar ook zelf in investeren. Er zijn voor elkaar, beginnen met geven en dan ook ontvangen.
En laten we niet vergeten dat er veel ouderen zijn die tot op hoge leeftijd actief zijn. Oppassen op de kleinkinderen, hun kennis blijven inzetten in de samenleving, veel vrijwilligerswerk drijft op de inzet van senioren. Nog volop actief dus en nodig in de samenleving.

Een laatste ervaring die ik tenslotte met u wil delen. Het is nu bijna drie jaar geleden. Mijn vrouw had een herseninfarct gehad en werd met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Onzekerheid en ik maakte me veel zorgen, wat komt daarvan terecht. De volgende dag moest ik naar een mevrouw, fors lichamelijk gehandicapt en beginnend dementerend. 93 jaar toen! Mijn vrouw zou haar de dag daarna naar het verpleeghuis brengen en kon dus nu niet mee. Dit ging ik haar vertellen. Ze vergat steeds dat ze naar het verpleeghuis moest gaan.
Toen ik het haar vertelde moest ze huilen want het viel haar zwaar om haar huisje en spullen los te moeten laten. En toen vertelde ik dat mijn vrouw niet mee kon en de reden dat ze in het ziekenhuis was opgenomen.
Toen pakte ze mijn handen en zei tegen me: dan is dat van mij niets en dan kunnen we maar een ding toen. Aan onze Grote Vader vragen om bij haar te zijn en haar beter te maken. En zo begon ze te bidden. Dat was een moment dat ik nooit zal vergeten, een moment waarop ik zo heel sterk ervaarde dat God er was en is in mijn leven. En dat Hij er ook in de komende tijd zou zijn. En met mijn vrouw is het gelukkig goed gekomen.
U ziet dat wie wie helpt niet zo simpel is als het lijkt. Ik ging om haar te helpen en kwam er zo gezegend en gesterkt vandaan.

Als wij mensen naar elkaar omzien dan zal God ons zegenen. Jezus zocht juist de kwetsbare mensen op. En wij, volgen wij Hem na?

Amen

Rien Heijboer

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *