Een huwelijk met een gouden randje


Flip en Tilly KroesMaandag 19 april zijn we 50 jaar getrouwd! Vijftig jaar huwelijk, een moment om bij stil te staan. Het is geen sinecure, al hoewel het gaat vanzelf. Het is in het licht van de huidige echtscheidingsproblematiek wel iets om trots op te zijn. Je hebt vijftig jaar je best gedaan om er iets moois van te maken, met ups en downs. Maar het meeste is je toch toegevallen: een cadeautje uit de hemel!

We zijn elkaar tegen gekomen in 1956, op een uitje van de Jonge Kerk in Apeldoorn. Dat gebeurde in die tijd wel vaker, de Kerk diende toen nog ergens toe, er waren immers nog geen datingsites! We waren op slag verliefd en dat zijn we 50 jaar lang gebleven. Een jaar later hebben we ons verloofd. Wat waren we trots op onze glimmende trouwringen, die nu nog onze handen sieren.

Drie jaar later, in 1960, zijn we getrouwd. Ik was afgestudeerd en keek uit naar een beroep. Dat was nog niet zo eenvoudig. Want zoals nu predikantenopleidingen worden afgestoten omdat er landelijk nog naar 400 theologiestudenten zijn, zo waren er in die tijd zeker een honderd of 5 boventallig. De Kerk had toen een vorm bedacht om al die aanstaande dominees aan het werk te krijgen: ze werden benoemd als vicaris tegen een aanmerkelijk geringer salaris. Zo kwam ik als vicaris in d vacante Gemeente Dongen-Rijen. Op zich was dit een bijzonder geval. Met een aantal vrienden en hun partners waren we te gast in Rotterdam. Toen we daar op zaterdagavond gezellig bijeen waren ging de telefoon. Het was de oudere collega uit Lage Zwaluwe, die onze gastheer vroeg of hij niet zondag voor hem wilde invallen, daar hij ziek was geworden en een Ringbeurt had te vervullen in Dongen. Ja, daar voelde onze gastheer niets voor, hij had het immers veel te druk met een huis vol mensen. Nadat de telefoon was opgehangen zei ik: dat is me toch ook wat, zoveel dominees bij elkaar en morgen een Gemeente zonder dominee. Nou doe jij het dan, zeiden de collega’s. Goed, zei, ik zal het doen, bel maar op. Ik had pas geleden de proefpreek gehouden en die preek zat nog aardig in m’n hoofd. Zo zijn we ’s zondags ’s morgens naar Dongen getogen. In Rijen werd ik door een ouderling van het station afgehaald. Het werd een hele fijne kennismaking, zo goed, dat ze me direct wilden beroepen. Ik was op slag verliefd op de oude ruïnekerk, waar we kerkten in het koorgedeelte, dat nog overeind was blijven staan. In het middenschip liepen de kippen en in één van de zijschepen woonde de kostersfamilie. Zelf betrokken we de riante villa naast de kerk, waar de wind door de enkel-glas ramen gierde. Het nest werd warm gehouden door 4 kachels en na de eerste winter diende zich jong leven aan: Antoinette Lucia, genoemd naar mijn overleden vader. De kleine Lucy speelde met een stoere kater, Brammetje, geërfd van een collega op de vliegbasis in Gilze-Rijen.

AMVJ Hostel in Geleen 1964.Na twee jaar vertrokken we naar Geleen, om onze intrek te nemen in een appartement boven het AMVJ-hostel. De AMVJ was een voor de oorlogse afsplitsing van het CJV. Heette het vroeger het Amsterdamse Jongelingen Verbond, nu is het meer bekend als de Algemene Jongelingen Vereniging. Uitgangspunt was de jonge mensen tot het Evangelie te brengen via gezelligheid en sport. Daartoe waren er in het land hostels opgericht om werkende jonge mensen, stagiaires en zo, een goede huisvesting te bieden. Zo was er een hostel in Geleen om de stagiaires bij de Staatsmijnen in onder te brengen. Vanwege de geestelijke inbreng werd de leiding van zo’n huis overgedragen aan een predikant. Ik functioneerde ook als zodanig: voor het geestelijk welzijn van de bewoners, voor de organisatie in het huis, de bezetting van de kamers, sport en cultuur en nog veel meer. Een soort vaderfiguur dus! Er was ook een moederfiguur in de persoon van het hoofd van de huishouding. We hadden een bloeiende volleybalvereniging, een bekende jazzsociëteit met onze eigen Circus Square Jazzband (zie de website). Pim Jacobs en het Trio Louis va Dijk waren geregeld bij ons te gast. De kleine Lucy, die niet kon slapen werd door Rita Reijs op schoot gewiegd. Afgelopen zondag zag ik haar nog terug  in een programma van de VPRO, the First Lady of Jazz, die met haar 85 jaar nog de sterren van de hemel zingt! Ik was dus een dominee met Verlof-A en veel management. ’s Zondags ging ik uit om te preken in de omgeving, in onze eerste auto: een rode DKW-junior. Tilly haalde haar rijbewijs en daar heb ik, vooral het laatste halve jaar, veel plezier van!

Waalwijk 1967In 1966 wilde ik wel weer eens naar een gewone Gemeente. Die kans bood zich, toen een hoorcommissie uit Waalwijk zich aandiende. In ons gastvrije huis werden ze heerlijk door Tilly verwend. Het klikte gelijk, en zo verhuisden we na enkele maanden naar Waalwijk. Alice was al in 1964 geboren en nu was Philippien onderweg. In het mooie grote huis te Waalwijk was ruimte genoeg voor drie kinderen, met een prachtige tuin om in te spelen. Ook de grote hal werd vaak als speelruimte gebruikt, zeker in januari, als Alice jarig was. Naast de kinderen om voor te zorgen hadden we een hond, een middenslagpoedel, die Philippien van haar oom in Laren (de beroemde Curlfinch=fokkerij) cadeau had gekregen. Hij heette Edgar en is 15 jaar geworden. Toen we naar Haarlem gingen brachten de verhuizers ook nog een rode kater voor ons mee! Toen waren we al weer 7 jaar verder, in 1973. Lucy moest naar de middelbare school en we vonden dat een mooie gelegenheid te verkassen. Haarlem lag dichter bij de familie. Tilly had een zus wonen in Santpoort en een zus in de Willem van de Bergh-Stichting te Noordwijk. Haar moeder, die na het overlijden van vader Hanschke alleen was achtergebleven in Apeldoorn, voelde er ook wel voor om naar Haarlem te verhuizen. Dat was best heel erg gezellig! Elke zaterdag reden we naar Noordwijk om de zus daar op te halen, om ze bij ons thuis lekker te verwennen en te laten schommelen in de achtertuin. Een dag in de week ging ik naar Tilburg, naar de Theologische Universiteit voor de doctoraalstudie. Nadat ik afgestudeerd was ben ik nog twee jaar naar Utrecht gegaan om de Leergang Pastoraal-klinische vorming te gaan doen, waarmee ik evt. geestelijk verzorger in een zieken- of verpleeghuis kon gaan worden.

In 1978 werd er in Goes een pastor voor verpleeghuis Ter Valcke gevraagd, evt. te combineren met een parttime predikantschap in Wilhelminadorp. Dat leek me wel wat! De kinderen hadden er wel moeite mee om uit Haarlem weg te gaan. We kochten een huis in Goes en hadden ’t er goed naar de zin. Alleen met de gezondheid ging het bergafwaarts, omdat ik problemen kreeg met lopen. Eerst werd aan jicht gedacht, maar na nader onderzoek bleek het Reumatoïde artritis (gewrichtsreuma) te zijn. Het begon in de enkels, toen de knieën en de polsen. Gelukkig had ik in het verpleeghuis een elektrische rolstoel tot mijn beschikking. Ondertussen gingen we ook uitkijken naar betere huisvesting, zodat ik geen trappen meer hoefde te lopen.

De gelegenheid deed zich voor om in Wilhelminadorp zelf een aangepaste bungalow te gaan bouwen. We konden de grond van de Gemeente kopen, maar ons huis in Goes kregen we maar niet verkocht. De huizenverkoop stagneerde net als in deze tijd, met dit verschil dat de rente toen 13% was! We hebben toen de makelaar opgezegd en Lucy heeft eigenhandig een prachtig “Te koop” bord gemaakt. En warempel niet gauw daarna verscheen een dame aan de deur, die het huis wilde bekijken. Het bleek nog een oude kennis uit Geleen te zijn ook! Dat klikte dus direct. Het werd de mooiste dag van het jaar, toen we de handtekening onder het koopcontract konden zetten. In Wilhelminadorp kon toen de bouw worden gestart. Het werd een prachtige semibungalow met een grote slaapkamer beneden, daarnaast de badkamer en een studeerkamer. Een huis met drie toiletten, twee badkamers en 800 meter tuin! Van onze buurman uit Goes kregen we het naambord “Pastorale”, dat nu nog ons huis in Barendrecht siert. Wie had kunnen denken dat we daar nog eens vandaan zouden gaan? Het was een huis voor het leven, zoals ze dat tegenwoordig graag gebouwd willen zien: bereikbaar, toegankelijk en levensbestendig! We hebben er 15 jaar gewoond, van 1981-1996. Toen ons eerste kleinkind geboren werd in Rotterdam-Charlois en ik zelf met emeritaat en pensioen ging, gingen we toch denken aan een verhuizing. Dichter bij de kinderen, want alle drie waren ze uit Zeeland vertrokken. Maar voor het zo ver was heeft Salim nog in zijn eerste levensjaren bij Opa op z’n karretje rondgereden door de polder. Het werd Barendrecht, in een stadse twee-onderéén-kapper.

We wonen hier nu al weer veertien jaar, tot groot genoegen. We konden beneden een studeerkamer maken en we kregen een traplift naar boven. Salim heeft er twee broers bij gekregen en ze zijn toen ook hier komen wonen, binnenkort zelfs in het huis tegenover ons. We hebben een gezellige buurt met hele lieve buren. En we zijn nog met ons tweeën! In al die jaren hebben we er trouwens getweeën voorgestaan. Tilly is een echt geliefde predikantsvrouw. Er heeft eens iemand tegen mij gezegd: uw vrouw had dominee moeten zijn in plaats van u! Haar deur stond altijd voor iedereen open. Zij leidde de vrouwenvereniging en ging met mij op geboortebezoek, rouwbezoek en gewoon huisbezoek. Ach, wat deden we allemaal niet samen! De goede zorg van Tilly was onmisbaar en heeft me altijd de nodige stimulansen gegeven tot op de dag van vandaag. En wat had ik dat ook nodig met mijn zwakke gezondheid. De laatste tijd is die behoefte steeds sterker geworden. En het stemt mij tot grote dankbaarheid, dat Tilly nog in staat is mij zo veel zorg te verlenen.

Vijftig jaren huwelijk is een heel lange tijd. Je had nooit kunnen denken, dat je zo iets nog mee mag maken. Het is in al die jaren ook niet altijd zo gelopen, als je gewenst of gedacht had. Wie had kunnen denken, dat je via Dongen naar Geleen en dan naar Waalwijk, Haarlem, Goes, Wilhelminadorp en Barendrecht zou gaan.

We hebben veel mooie reizen kunnen maken, jaren lang met de caravan en met een zus van Tilly en haar familie uit Zwolle, de laatste jaren in aangepaste hotels in Oostenrijk en Duitsland met twee zussen van Tilly. Wij missen vandaag onze zwagers Bertus, Jan en René, en de lieve vrienden die ons ontvallen zijn. Gelukkig zijn er nog enkele van vroeger aanwezig, zoals Trijnie en Arie uit Nieuw-Vennep, Gererad uit Buren, de neven en nichten die ik nog getrouwd heb en natuurlijk de beide zussen Anke en Ans.

Wie had kunnen voorspellen dat wij drie dochters en zeven kleinkinderen zouden krijgen? Dat ik rond m’n 44e reuma zou krijgen en in een verpleeghuis zou gaan werken? Dat ik na veel malaise van een hartinfarct en gebroken heup tenslotte nog aan de nierdialyse zou komen? Het is maar goed, dat je niet alles van te voren weet! Maar terugkijkend geeft ons dit wel een gevoel van grote dankbaarheid, dat we dit alles met vallen en opstaan SAMEN hebben mogen volbrengen.

Tilly en ik hopen, dat we nog vele jaren in liefde en zorg voor elkaar en voor anderen verbonden mogen blijven. SOLI DEO GLORIA!!

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

3 gedachten over “Een huwelijk met een gouden randje

  • fred.

    Van harte gefeliciteerd. Zeker een huwelijk met een gouden randje. Geweldig fijn om zolang bij elkaar te mogen blijven. Vijftig jaar lief en leed met elkaar samen delen. Een geschenk van de HERE GOD, een getuigenis van Trouw en Liefde , tot HEM.”SOLI DEO GLORIA “!! Liefs en GODS ZEGEN. fred.

  • Ien

    Beste dominee Kroes en mevrouw,

    Helaas las ik uw verhaal over uw 50-jarig huwelijksleven pas vandaag. Wilt u alsnog onze hartelijke felicitaties accepteren; wij wensen u nog veel goede en gelukkige jaren samen. Wat hebt u samen veel beleefd in deze 50 jaar, inderdaad, gelukkig maar dat men zoiets niet tevoren weet.
    We hopen, dat het u beiden goed mag blijven gaan en dat u nog veel voor anderen mag betekenen.
    Een heel hartelijke groet en Gods zegen toegewenst.
    Ien

  • Ds.Kroes

    Beste Fred en Ien,
    Mijn vrouw en ik bedanken jullie hartelijk voor jullie felicitaties!Leuk dat jullie gereageerd hebben!
    Zeker hopen wij nog menig jaar van geluk samen te delen, als de gezondheid het toelaat.Wij zijn God dankbaar, fat Hij ons die vele jaren SAMEN gegeven heeft.
    Ds.Kroes.