|
||||||||||||||||
|
Pinksteren, een mooi beginHandelingen 2, 41-47 en 4, 32-37
Hoe zag het er dan uit in die eerste dagen? Om te beginnen was men elke dag eensgezind in de tempel. Er was dus gemeenschap. Niet een lotsgemeenschap zoals soldaten in de kazerne of patiƫnten in een verpleeghuis of leerlingen in een klas, niet een belangengemeenschap zoals werknemers in een bedrijf, maar een geloofsgemeenschap. De eerste christenen werden samengebracht en bijeengehouden door het geloof en de overtuiging, dat zij zonder Christus en zonder elkaar niet echt konden leven en mens konden zijn. Natuurlijk hadden deze mensen allemaal ook hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden net als wij, zij waren beslist geen heiligen! Maar dat stoorde niet, omdat iedereen dezelfde kant uitkeek naar Christus, met wie zij zich verbonden voelden doordat zij de gave van de heilige geest hadden ontvangen. Zij hadden ook het onderwijs van de apostelen, levend onderricht, omdat de apostelen wisten waarover zij spraken en waarvan zij getuigden. zij hadden immers de Heer zelf nog gekend, zij waren ooggetuigen geweest, en een ooggetuige relaas klinkt wel wat anders dan een preek uit een boekje! De eerste gemeenteleden lieten het niet alleen bij woorden: zij waren ook mensen van de daad. Alles was gemeenschappelijk bezit, niemand hoefde gebrek te lijden. Een prima begin! Die ideale samenleving had twee uitgangspunten: men had de gewoonte om samen te eten en om samen te bidden. Bij het eten kwam niemand wat te kort... En bij het bidden werd aan elkaar gedacht. Dat zijn dingen, die we vandaag nog kunnen doen, ook in de gemeenschap van een verpleeghuis. Samen eten en samen bidden. Dat schept een geweldige band. Dat deed Christus ook met de zijnen, toen zij het laatste avondmaal hielden en toen hij ze opnieuw ontmoette na de opstanding. Samen eten en samen bidden, een prima begin! |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||