|
||||||||||||||||
|
Einde van het kerkelijk jaar
"Ik kan gaan slapen zonder zorgen, Hier vind je het hart van het Evangelie: dat de doden mogen opstaan! Aan de dood is geen ontkomen, maar een mens mag weer opnieuw tot leven komen! Dat is toch wel heel bijzonder. Midden in het leven zijn we door de dood omvangen, maar midden in de dood zijn we ook door het leven omvangen! Dat is de heerlijke boodschap van het kerkelijke oude jaar. Misschien vindt u het wat vreemd om met doodsgedachten het jaar af te sluiten. Toch moeten we daar over spreken. We moeten er niet omheen lopen, het is dagelijkse realiteit. We weten toch allemaal wel, dat het actueelste in het leven de dood is. De persfotografen zijn daar al lang achter. De kranten staan er vol van en kijk maar naar het journaal op de televisie. Dood en verschrikking en ellende van mens en dier zijn altijd actueel. Geen vlees, geen lichaam komt er ongeschonden af. En als laatste wacht ons de dood. Het is ons aller leven. Daarvan nu belijden we op het eind van het kerkelijk jaar, dat het mag opstaan om nieuw te worden. Het was ook het leven van die Ander, dat verbrijzeld werd door slagen en verscheurd door spijkers, gehangen aan een kruis. "Ave verum corpus", wees gegroet, waarachtig lichaam, vlees van ons vlees! En deze Gekruisigde komt tot ons, zoekt ons op, midden in ons lijden, dáár waar de dood te vinden is. En daarom is "dodenzondag" een heerlijke zondag, omdat het de dood afsluit en de poort opent tot het eeuwige leven: dat is het leven met Hem, de Gekruisigde Heer. Het eeuwige leven is God te kennen en Jezus onze Heer. Het gaat om het kennen, hier en nu. Het eeuwige leven is niet alleen straks, in het "hiernamaals". Maar nú en hier is het er al, in het "kennen". En het Bijbelse woord "kennen" is "bekennen" zoals een man zijn vrouw "bekent". Dan hebben ze een diepgaande relatie met elkaar. Kennen is dus omgaan met, "wandelen" met (en Henoch wandelde met God!). Daar loopt de "dodenzondag" dus op uit: dat we God bekennen en de Gekruisigde Heer en dat wij met hen wandelen. Natuurlijk hebben we ook vooruitzicht op de eeuwige dingen die ons wachten in Gods Koninkrijk. Maar laten we niet vergeten, dat het hier al begint en nú! Het Koninkrijk is niet een soort "aanhangsel", dat ons wacht ná het leven van nu. Het is eerder andersom: eerst is er het eeuwige leven, hier en nú, en dat loopt uit op het Leven van straks.
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||