|
||||||||||||||||
|
Een ster gaat opNumeri 25, 17 We zijn de lichtende Adventstijd binnengegaan. We gaan vieren het feest van Hem, Die gezegd heeft: "Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt zal nimmer in de duisternis wandelen, maar het Licht des Levens hebben." Licht is dan pas licht, als het eerst donker was! Daarom is vieren van de komst van het Licht allereerst ook vieren dat de duisternis voorbij is. De donkere nacht is voorbij, het is dag geworden! Dat is de actuele betekenis van ons kerstfeest, ja toch? De rest, de hele feestelijke entourage van de stal en de herders en de engelen en de cadeautjes, is daarbij vergeleken slechts bijzaak. Maar dat de stikdonkere nacht, waarin mensen geleefd hebben en soms nóg leven, voorbij is en eens ook zichtbaar voorbij gegaan zal zijn, dat maakt ons helemaal warm van binnen en doet ons zingen: "Daar is uit 's werelds duistere wolken een Licht der lichten opgegaan!" Ook de nacht in uw leven, waardoor u zich vaak zo verlaten voelt en zo angstig, ook die nacht zal voor het Licht moeten wijken. Nóg houdt die ons omvangen, nóg lijken de banden van duisternis en dood sterker dan het Licht. Maar Bileam - u kent hem wel: die man met de sprekende ezel - zag het al in een visioen: "Een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël". Hij zag het al en wij mogen het gaan vieren en zullen het ook eens in volle heerlijkheid aanschouwen . Daarom, houdt moed! De Ster heeft geschenen, schijnt nóg en zal uw hart verlichten en alle donkerheid in uw leven verdrijven! Gezegende Advent!
Licht Niet De vorsten, niet de heersers, Zo verlaten en verloren, Zij, die zo het heil verbeidden, Vrede is er voor de herders, Refrein:
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||