Bevrijding

Deuteronomium 10: 17/21
"Want de Here uw God is de God der goden en de Here der heren,
de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent
noch een geschenk aanneemt.
Hij is uw lof en Hij is uw God, die onder u deze vreselijke dingen
gedaan heeft, welke uw ogen gezien hebben."

2 Korintiërs 1: 10
 "En Hij heeft ons uit zulk een groot doodsgevaar verlost en zal ons
ook verlossen: op Hem hebben wij onze hoop gevestigd, dat Hij ons
ook verder verlossen zal."

Deze dagen staan in het teken van de bevrijding, nu al weer 61 jaar geleden. Veel is er over gezegd. In het bijzonder ook stond de vraag centraal: wat het ons uiteindelijk gebracht heeft.

We hoeven in de Bijbel niet lang te zoeken naar soortgelijke gebeurtenissen en gevoelens.

De verlossing uit Egypte doordrenkt het hele Oude Testament. Onze tekst uit Deut.10 slaat daar ook op terug. Maar ook het N .T. is gebaseerd op een bevrijdingsfeest, we hebben het pas nog gevierd: Pasen. Daarvan spreekt Paulus in 2 Kor.1: "En Hij heeft ons uit zulk een doodsgevaar verlost en zal ons ook verlossen..."

Dat de bevrijding van God komt heeft het volk Israël met schade en schande ondervonden. En dat doet het vandaag nog in het grote conflict met de Palestijnen. Het is steeds weer die ervaring, die Israël tot ontzag en liefde voor zijn God gebracht heeft. Mozes zelf zegt het in onze tekst: "Want de Here uw God is de God der goden en de Heer der heren... die onder u deze grote en vreselijke dingen gedaan heeft, welke uw ogen gezien hebben." Niet dat er geen goden en heren zijn in de wereld. Die zijn er volop, toen en ook nu. Ze laten zich ook geducht gelden. Maar -zegt Mozes- bij God vergeleken hebben ze niets te betekenen, zijn ze nergens meer. Bij ONS vergeleken zijn het geweldige machten, waar je bang voor bent, zoals terrorisme, zinloos geweld, onderdrukking, moord. Bij GOD vergeleken vallen ze in het niet, of ze nu Dagon van de Filistijnen of Baäl van de Kanaänieten of de schipper op het schip van Jona of Nebukadnessar of de Grieken van Paulus op de Areopagus of Hitler van de Holocaust of Bin Laden van het terrorisme of de Mammon van de internationals zijn. God is de Allerhoogste en Hij is vreselijk, want Hij is heilig. Het Hebreeuwse woord voor heilig is tegelijk "vreselijk zijn" en "verblindend licht zijn". God is vreselijk, omdat Zijn verblindend licht alles doordringt. Zo instrueert Mozes zijn volk na de uitredding uit Egypte. Dat volk moet Jahwe, die vreselijke God, in het oog houden, in het geweld der machten hier op aarde. Daarom vrees niet en geef Hem de eer, lof zij Hem! Gods naam luidt: Ik ben er, Heil-God is Hij, overmachtig is Hij.

SinaiDeze naam van God heeft zijn vervulling gevonden in een andere naam, die wij beter kennen: Jezus Christus, Verlosser, Bevrijder, Heiland, overwinnaar! En zo komt het dat een man als Paulus die oude waarheid van Israël opnieuw gaat belijden: "Hij heeft ons uit zulk een groot doodsgevaar verlost en zal ons ook verlossen; op Hem hebben wij onze hoop gevestigd, dat Hij ons ook verder verlossen zal." En dat is geen theorie. Nee, de apostel had dat zelf zo ervaren, steeds weer opnieuw. Wat heeft die man niet allemaal meegemaakt in zijn leven: verdrukking, steniging, gevangenschappen, haat en bespotting! Maar God had hem steeds weer geholpen, de God van bevrijding en verlossing! Velen na hem hebben dat ook beleefd. Velen in oorlogstijd en tijden van persoonlijke crisis. In Zuid-Afrika zal dat niet anders zijn geweest dan bij ons hier in Nederland. Eeuwen lang zijn ook daar mensen onderdrukt en de vrijheid, waarin men nu kan staan, wordt als een grote zegen ervaren, alhoewel... soms is men het bijna weer vergeten. En maar al te dikwijls wordt diezelfde vrijheid misbruikt om opnieuw mensen te onderdrukken, want de één wil nu één keer de baas spelen over de ander. Ja, de goden en heren zijn nog geducht. Daar moeten we steeds op bedacht zijn! En er is er maar EEN die ons daarbij helpen kan en ons van die machten verlossen kan: God, Vader en Zoon en Heilige Geest. Hij heeft ons uit zulk een doodsgevaar verlost... zegt Paulus. Wij denken aan 59 jaar terug, en we zien Prins Bernhard staan met zijn groene baret, saluerend naar de stoet van veteranen, die voorbij trok. En we zien de koningin, Canadezen, Polen, Engelsen, Fransen, Amerikanen en Marokkanen bij de verschillende herdenkingsplekken in ons land. En ontroering maakt zich van ons meester. Hoe zijn we toen bevrijd en verlost van die verschrikkelijke machten, die ons er onder hielden.

Ook de jongere generaties, die dit alles gelukkig niet mee hoefden te maken, moeten er van doordrongen zijn, dat er maar Een onze hoop is voor een leefbaar leven, voor een leefbare toekomst, ook voor onze kinderen en kleinkinderen. Op Hem moeten wij vertrouwen, een andere oplossing is er niet voor deze onvrije wereld. Hem moeten wij bidden ons tot vrije mensen te maken. Hem moeten wij dienen door ook andere mensen vrij te laten en vrij te maken. In een multiculturele samenleving als de onze is vrijheid een groot goed. Wij zijn bevrijd om anderen in die vrijheid te laten delen. Elkaar een slavenjuk opleggen geeft geen pas voor een Christen, van wie het slavenjuk juist is afgenomen. Dit geldt ook over de grenzen heen voor het zo juist vergrote Europa. De nieuwe landen moeten niet de indruk krijgen, dat ze als slaven gebruikt worden voor de rijkere westerse landen! Wij allen mogen staan in de vrijheid, die ons door Christus geschonken werd. Hij is uw lof en Hij is uw God, die ons arme zondaren heeft vrijgemaakt. Op Hem hebben wij onze hoop gevestigd, dat Hij ons ook verder verlossen zal!

Amen.

Gedicht

Copyright 2010 Pastorale Kroes