Samen is niet alleen

Twee katten samen.Als je wilt troosten, is het heel belangrijk, dat je de ander niet alleen laat. Het franse woord "consolation" laat dat ook heel goed zien. Het betekent zoiets als "zorgen, dat iemand niet alleen is".

Iemand, die in de rouw is of ander leed met zich mee draagt, voelt zich vaak zo alleen, zo verlaten en verworpen, uitgesloten, helemaal op jezelf teruggeworpen. "Je staat er toch eigenlijk helemaal alleen voor, je moet ’t toch allemaal zelf verwerken", hoor je dan iemand zeggen. Natuurlijk, er komen best veel mensen bij je op bezoek, maar je kunt je dan toch nog erg alleen voelen. Al heb je een hele kamer vol mensen... is er wel één bij die echt naar je luistert, die invoelt wat jij moet doormaken?

Hoeveel mensen laten we eigenlijk niet in de steek? Ook als je zeggen kunt: "Ik ben er toch geweest?" Echt bij iemand zijn is een moeilijke opgave. Je moet je zelf wegcijferen, oor en oog hebben voor die ander, mee-huilen, mee-lijden. Ook gewoon samen stil zijn hoort daarbij. En zeker niet komen met je eigen verhaal! Dat kan altijd nog, als de ander er naar vraagt. Eerst moeten we bij die ander blijven en luisteren naar zijn of haar verhaal. Vaak gebeurt dit niet, is men te druk bezig met zichzelf, met eigen problemen. Is het dan een wonder, dat die ander zich niet gehoord en begrepen voelt? Een  echt gesprek komt dan niet tot stand, integendeel: het gesprek strandt en je gaat met een kater naar huis.

Het is soms ook niet gemakkelijk om te horen wat die ander zegt. Iemand, die verdriet heeft of pijn, komt daar vaak niet recht voor uit. Hij zegt dan : "’t Gaat wel". Soms moet je er doorheen horen en alleen maar knikken of met een vraagje de ander uitnodigen verder te vertellen, bijvoorbeeld "Gaat het een beetje..."  Je gezicht is dan denk ik belangrijker dan je woorden. Je drukt er mee uit, dat je met aandacht luistert. Je zit zelfs iets voorovergebogen naar die ander toe, om maar geen enkel woord te hoeven missen...

Abstract schilderij.Luisteren en nog eens luisteren! Niet bang zijn als ’t gesprek stil valt. De stilten spreken soms boekdelen. In het samen-stil-zijn sta je wellicht dichter bij elkaar dan wanneer je samen honderduit spreekt. De vrienden van Job hielden, toen ze bij Job op bezoek kwamen, zeven dagen hun mond. Als ze toen weggegaan waren, zouden ze voortreffelijke troosters geweest zijn. Ze hadden Job de gelegenheid gegeven uit te razen tegen God. De boosheid om het onrecht, je aangedaan, het gemis dat je niet dragen kunt, de ellende die je niet verdient... Heel de agressie om je bittere lot moet er soms uit, vóór je verder kunt. En de stroom van bittere tranen...

Wanneer iemand getroffen wordt door een groot verlies, dan overkomt hem een ijzige kilte. Hij slaat dicht, leeft in een soort verdoving, net alsof z’n gevoelens zijn uitgedoofd. Omstanders begrijpen dat soms niet. "Wat gek, dat vader (moeder) er zo koud onder blijft, hij (zij) huilt helemaal niet, net alsof het allemaal langs hem (haar) heengaat". Zo hoor je kinderen wel eens zeggen bij de begrafenis van een van de ouders.

Tenslotte: kan een mens in diep leed wel getroost worden? Wil hij dat eigenlijk wel? Soms wil je liever bij je verdriet blijven. En ben je bang dat het je afgenomen wordt. Mensen praten het zo gemakkelijk weg of kleineren  het. Zou het niet daardoor komen, dat mensen zich soms toesluiten voor troost? Maar waar mensen echt mee-lijden en proberen het verdriet sámen te dragen, daar kan getroost worden. Sámen is niet alleen! Een trooster zal vooral met warmte en tederheid moeten komen, met een lieve mond, een zachte hand, een kloppend hart. En met respect voor die ander, zodat hij of zij toch ook zichzelf kan zijn en  bij zijn of haar verdriet kan blijven. Het verdriet moet je niet afgenomen worden, maar je moet geholpen worden het te dragen, er doorheen te komen, het te verwerken, het een plaats te geven in je leven, waardoor je met je leven weer verder kunt, de toekomst tegemoet.

Copyright 2010 Pastorale Kroes