|
||||||||||||||||
|
RouwgebruikenIn de bijbel wordt verteld, dat men de doden begroef. Dat was niet vanzelfsprekend, want in de omliggende landen werden de doden verbrand. Begraven betekende voor de Joden, dat men tot "zijn vaderen vergaderd" werd. Begraven was daarom een diep gevoelde plicht van piëteit. Men stelde daar een eer in!
Soms werd ook als teken van rouw juist gevast. In de oer-Gemeente werden deze gebruiken nog lang in ere gehouden. Maar er kwamen ook gewoonten bij uit de heidense wereld. Daar leefde men nog in een wereld "vol met geesten", zoals dat nog bij natuurvolken het geval is. Dit zogenaamde "animisme' hield rekening met de geesten van je voorouders, die nog rond zwerven en het je bijzonder lastig kunnen maken, zeker als zij zelf niet tot rust zijn gekomen. Zo wordt ook de ziel van de mens die gestorven is als gevaarlijk en lastig, zelfs vijandig, beschouwd. Hij "spookt" rond om het ons lastig te maken. Hoe kon je je daartegen te weer stellen? Door die geest met veel lawaai te verjagen. Toen we laatst met vakantie waren in het Waldecker Land, kwamen we in een oud stadje, waar rondom de kerk jonge mensen met allerlei slaginstrumenten stonden opgesteld. Het was een lawaai van je welste! Ik denk, dat geen geest het daartegen kon uithouden. Of ook het geklaag van de klaagvrouwen hiermee te maken heeft, we weten het niet. Het zou best kunnen. In ieder geval is het klokgelui daar op terug te voeren. Ook andere gewoonten, die men nu niet meer zo toepast, hangen hiermee samen. Zo maakte men vroeger wel een gaatje in de kist, waardoor de ziel kon ontsnappen. Ook deed men ramen en deuren open, Bij de buren werden die juist dicht gedaan, anders kon de dode ziel bij hen binnen komen! Dit verklaart het sluiten van de gordijnen en het bedekken van de spiegels, wat je in sommige streken van ons land nog tegenkomt. Het spiegelbeeld moet ook een rol gespeeld hebben in onze angst voor de dode. Ook kwam het wel voor, dat men het dode lichaam door het raam naar buiten liet, met het hoofd eerst naar buiten, en dat men dan via allerlei omwegen naar de begraafplaats ging. Dan zou de dodenziel de weg naar huis niet meer terug kunnen vinden! Men schudde het lijk zelfs om hem duizelig te maken, zodat de geest het spoor helemaal bijster zou worden! Angst voor de ziel van de overledene speelt ook een rol bij de zogenaamde "dodenwacht" of "dodenwake". Men waakt bij de kist en steekt 's nachts kaarsen aan, om te verhinderen dat de dodenziel terug kan keren naar het lichaam. Het dragen van rouwkleding zou ook van deze gedachte afkomstig kunnen zijn. Het zou kunnen dienen om de mens onherkenbaar te maken, de man of vrouw van de overledene bijvoorbeeld, zodat de ziel van de dode niet terug kan komen. De laatste eeuwen is zwart de rouwkleur, maar daarvoor droeg men in de Germaanse landen wit als teken van rouw. De koninklijke familie heeft deze traditie weer opgepakt (de "witte" begrafenissen van Prins Hendrik en Koningin Wilhelmina). Wordt vervolgd. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||